Maandag 10/08/2020

'Kidnapping lost geen strijd op'

Twintig jaar na ontvoering helpt dokter Jan Cools in vrije tijd slachtoffers van clustermunitie in Libanon

Wanneer we Jan Cools ontmoeten in Mechelen viert hij zijn verjaardag. Hij is 52 geworden. Zonder tijdsbesef, door de duisternis van zijn cel, wist de arts twintig jaar geleden niet eens dat hij 32 werd. Door de vrijlating van Ingrid Betancourt kwam niet alleen zijn ontvoering weer voor de geest, maar ook het besef hoe het hem veranderde. 'Ik was vroeger nogal een hevige hardliner. Ik ben soepeler geworden.'

door maarten rabaey

In 1988 werkte dokter Jan Cools in opdracht van Geneeskunde voor de Derde Wereld (G3W) in het Palestijnse vluchtelingenkamp Rashidiyeh in Libanon, toen hij door gewapende mannen werd ontvoerd. Dertien maanden lang zat hij opgesloten, waarvan acht maanden in isolatie. Vandaag werkt hij als controlearts voor de Socialistische Mutualiteiten in Mechelen. Toch keert hij in zijn vrije tijd nog terug naar Libanon, waar hij slachtoffers helpt van clustermunitie. Zijn ontvoering is zoals de burgeroorlog voor de Libanezen, zo blijkt wanneer we hem treffen. Ze eindigt nooit.

Jan Cools: "Ik zit er niet elke dag mee in mijn hoofd. Toegegeven, ik dacht een tijd dat het volledig achter me lag. In 1997 ruilde ik onze groepspraktijk in voor mijn huidige job, was een tijd getrouwd en politiek minder actief. Maar met de Irakoorlog, en vooral toen Libanon in 2006 door Israël werd gebombardeerd, is alles heel sterk teruggekomen. Toen groeide het besef dat het me nooit helemaal zou loslaten. Soms is het minder, soms is het meer. Maar helemaal weg? Nooit."

Waaraan denkt u dan?

"In 2006 werd ook de streek gebombardeerd rond Rashidiyeh, waar ik werkte en gevangen zat. Net zoals toen. Ook ik zag mijn celdeur mee bewegen met de inslag van de Israëlische bommen. Ik kon me vlot inbeelden wat voor angst de Libanezen nu gehad moeten hebben. Ik herinner me ook een reportage over enkele Franse gijzelaars in Irak. Ik zag me terug in mijn cel zitten toen ik hun verhalen hoorde. Ze vertelden hen verschillende keren dat ze de dag nadien vrij zouden komen maar dat gebeurde niet. Dat maakte ik ook mee. Dat is telkens een enorme klap."

Hoe voelde u zich toen Ingrid Betancourt vrijkwam?

"Dat zijn momenten waarop ik sneller associaties maak. Ik herkende Betancourts eerste reacties, toen ze vertelde over de confrontatie met de eerste luxe. Pas op het toilet van mijn hotelkamer in Damascus besefte ik echt vrij te zijn, omdat het verschil zo reusachtig was! Meer dan vijf minuten zat ik te staren naar dat toiletpapier dat ik een jaar niet kon gebruiken. Twaalf uur daarvoor vreesde ik nog doodgeschoten te worden. Het verschil is zo abrupt, van helemaal niets naar alles... Je krijgt je tijdsbesef terug. De regelmaat verliezen tijdens je gevangenschap is erg onaangenaam."

Hoe probeerde u de tijd meester te blijven?

"Ik maakte een soort tijdschaal door mijn stoelgangen te tellen, uit angst gedesorienteerd te raken. Achteraf kon ik me snel aanpassen, al moet ik toegeven dat ik mijn orientatiegevoel een tijd kwijt was. Terug aan het stuur van een wagen in België reed ik een tijd zelfs in mijn dorp verloren.

"Ik rationaliseerde ook sterk. Zo dwong ik mezelf te eten wat de ontvoerders me voorschotelden, ook al waren het de laatste maanden enkel maar witte bonen in tomatensaus die ik hier nu niet meer binnenkrijg. Wat ik niet kon vermijden is dat ik tijdens mijn gevangenschap dwangmatig aan ander voedsel dacht - aan kilo's fruit, druiven en yoghurt. Omdat je dan pas beseft wat echte honger is, ben je permanent met eten bezig."

Wat blijft u van uw vrijlating het sterkste bij ?

"Daags na mijn vrijlating zag ik mijn moeder in Athene. Dat vergeet ik nooit. Ze was toen 60, maar in een jaar tijd tien jaar ouder geworden door stress en ellende."

Hoe beïnvloedde uw ontvoering uw dagelijks leven?

"Ik werd bang voor het donker. De laatste zes maanden zat ik ergens ondergronds. De enige verlichting in mijn cel was een elektrische lamp. Met stroom brandde die dag en nacht, zonder stroom nooit. Als ik mijn hand voor mijn gezicht hield, kon ik mijn vingers niet meer zien. Het was de eerste keer dat ik besefte dat er verschillende gradaties duisternis zijn. Daar staan wij hier nooit bij stil. Echt donker kennen we hier niet meer. Ik zal niet snel in een lift of kleine ruimte binnenstappen zonder te weten of het licht werkt. Wat ik bijvoorbeeld ook niet durf, is een cel binnenstappen in Breendonk, waar ik met de Partij van de Arbeid (PVDA) jaarlijks de strijd tegen het fascisme herdenk."

Draagt u nog fysieke of psychische gevolgen?

"Fysiek niet. Mijn bloeduitslag twee weken na mijn vrijlating was zelfs nooit zo goed als toen. Na dertien maanden gedwongen dieet was ik 20 kilo vermagerd... (lacht, dan ernstig) Een enorm pluspunt bij mij is dat ik nooit fysiek gemarteld ben. Ik heb het één keer van nabij gezien en gehoord. Als ik in een van mijn cellen op mijn buik lag, kon ik door de verluchtingsgaten een binnenkoer zien. Daar zag en hoorde ik opgepakte mensen schreeuwen terwijl ze werden geslagen. Wanneer mijn deur dan openging, dacht ik dat het mijn beurt was, maar ze wilden gewoon weten of de wc-emmer vol was. Achteraf bleek dat mensen die zich inspanden voor mijn vrijlating, zoals Dirk Van Duppen van G3W, er heel hard op aandrongen dat ik in goede gezondheid bleef. Dat is mijn redding geweest.

"Psychisch ben ik er een stuk sterker uitgekomen. Ik kreeg meer zelfvertrouwen en -waardering. Ik kom ook wat aangenamer over omdat ik wat heb leren relativeren. Ik was vroeger een hevige hardliner, denk ik. Dat is wat gemilderd. Ik ben soepeler geworden. Ik heb geleerd dat als het er op aankomt een mens veel kan verdragen. Heel veel. Daar sta je van verbaasd. Er zit veel meer in de mens dan je denkt."

Stoort het u niet dat u de identiteit niet kent van uw ontvoerders, ook Palestijnen?

"Er waren in elk geval kidnappers bij die mijn patiënten geweest zijn. Ik heb ze niet persoonlijk herkend maar toen ze me eten brachten, was er een bij die fameus aan het hoesten was. Ik moest luisteren. Hij wist duidelijk hoe ik werkte als dokter. Ik moest mijn oren op zijn borstkas zetten, maar daarvoor moest hij zijn revolver op tafel leggen. Bij het naar buitengaan vergat hij hem. Ik twijfelde even wat ik ermee zou doen, maar heb hem er dan attent op gemaakt. Hij was stomverbaasd. Goed dat ik het deed, want een ontsnapping had ik niet overleefd omdat er twee cirkels gewapende bewakers waren.

"Ik weet voldoende om er mee verder te leven. Alles weten zal moeilijk worden, gezien de chaotische burgeroorlog waar Libanon zich toen in bevond. Ik heb vrij snel goed kunnen analyseren dat ik ontvoerd werd door een extreme Palestijnse groepering die sterk tegen de PLO van Arafat was. De militie van Aboe Nidal had er zeker iets mee te maken.

"Toen ik werd opgepakt was ik me van geen kwaad bewust. Ik vroeg de ontvoerders constant waarom. Pas na drie weken brachten ze me bij hun leider. Dan vertelde hij me dat het de bedoeling was me te ruilen met twee Palestijnen die hier in België in de gevangenis zaten. Die eis is nooit hardgemaakt omdat er snel zoveel protestcampagnes waren tegen mijn gijzeling, ook van andere Palestijnse groepen en van media zoals De Morgen. Die veronderstelling heeft me ook rechtgehouden in die dertien maanden."

Uiteindelijk kwam u vrij na een bezoek van PS-minister Urbain aan Kadhafi. De Libische leider kreeg 2,5 miljoen Belgische frank aan niet uitgevoerde contracten, berichtte De Morgen toen.

"Ik weet alleen dat er vanuit G3W niets betaald is, en voor zover ik weet ook niet vanuit de Belgische politiek. De Belgische diplomatie was in het begin zelfs niet gehaast om me vrij te krijgen, wat de zaak niet bespoedigde. Achteraf bleek dat achter de schermen vooral veel Palestijnen voor mijn bevrijding werkten. Mijn solidariteit met het Palestijnse en Libanese volk is door de ontvoering dan ook niet veranderd. Ik ben in 1998 en 2007 terug kunnen gaan naar Libanon, maar bezocht ook al de Westelijke Jordaanoever en Gaza."

Hoe verliep uw terugkeer in Libanon?

"De eerste keer in 1998 was erg moeilijk. We moesten na drie dagen al terug. Door de stress kreeg ik hevige rugpijn. In februari vorig jaar was ik verbaasd over de vernietiging die we overal zagen. De heropbouw in '98 was bemoedigend, nu zag ik een duidelijke achteruitgang. In het zuiden van Libanon hielp ik met G3W slachtoffers van Israëlische clusterbommen uit de oorlog van 2006. Ik schrok hoe ernstig hun medische toestand is. Het vraagt een jarenlange revalidatie, wat zeer duur is, want twee tot drie mensen moeten bezig zijn met één persoon. We zijn een rehabilitatiecentrum gaan bezoeken dat nauw samenwerkte met Jihad al-Binna, de ngo van Hezbollah. De correctheid en gedrevenheid waarmee die mensen werken, daar kan ik alleen maar bewondering voor hebben."

Is dat niet tegenstrijdig: samenwerken met Hezbollah, dat ook mensen kidnapt?

"Het minste wat men kan zeggen is dat Hezbollah enorm evolueert. Over hun religie kun je discussiëren, maar politiek weten ze erg goed wat er speelt. Ze zien dat de wereld verandert en zoeken een plaats in het nieuwe Libanon. De perceptie die men hier in het westen cultiveert, dat het terroristen zijn, past als een tang op een varken."

Hun kidnapping van twee Israëlische soldaten, vorige week dood teruggegeven, gaf wel aanleiding tot de oorlog van 2006?

"Je moet een onderscheid maken met de burgeroorlog. Hezbollah wou in 2006 aan krijgsgevangenenruil doen. Hoeveel Libanezen heeft Israël niet in zijn gevangenis zitten? Israël gebruikte dat voorval als een stok om een hond mee te slaan. Ze bombardeerden Libanon bijna kapot. Je gooit toch geen miljoenen clusterbommen om twee mensen te bevrijden?"

Hebt u soms uw engagement in vraag gesteld?

"Nee, ik heb nooit getwijfeld aan de rechtvaardigheid van de Palestijnse strijd. Niet in het begin, niet bij de kidnapping, niet nu. Hoe meer ik erover weet, hoe meer ik ervan overtuigd ben dat ze voor hun rechten mogen vechten met alle mogelijke middelen. (denkt na) Behalve kidnapping. Ik denk niet dat je zo een strijd kunt oplossen."

Pas op het toilet van mijn hotelkamer besefte ik echt vrij te zijn, omdat het verschil zo reusachtig was. Vijf minuten zat ik te staren naar dat wc-papiern Uit De Morgen van vrijdag 16 juni 1989.n Jan Cools na zijn vrijlating in 1989.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234