Zaterdag 18/09/2021

Khadija, 13 jaar,

seksslavin in Antwerpen

Maandag begon in Antwerpen, rijkelijk laat, het proces tegen advocaat Renaat Quintelier. Hij wordt ervan beticht in 2004 te zijn gaan shoppen in het Marokkaanse Atlasgebergte.

Hij ging er op reis en hij nam mee: een 13-jarige slavin.

door Douglas De Coninck

'Excusez-moi, tram Hoboken?" Nabila Habibi (24) had haar hoofd intuïtief weggedraaid. Bedelaartje, had ze eerst gedacht, wachtend aan de halte op de Antwerpse Franklin Rooseveltplaats. Het was maandag 15 november 2004, het werd al donker. Het kind was blootsvoets, verkleumd, haar kleren waren op meerdere plaatsen gescheurd. Muntje van 1 euro in haar hand. "Assez pour tram Hoboken?"

Het bibberende kind schuift later die avond mee aan aan de grote eettafel van de familie Habibi op het Kiel. Het meisje heet Khadija B. en is pas vijf maanden eerder in België aangekomen, al heeft ze van het land weinig of niets gezien. Alleen de binnenkant van een herenhuis. "Ik kom uit Beni Mellal, in het Atlasgebergte", had ze gezegd. "Ik ben dan verkocht aan een mijnheer en die mijnheer was een bekende advocaat, hier in Antwerpen."

In het begin was de mijnheer aardig, na een tijdje iets minder. Of in de woorden van de openbare aanklager, maandag voor de correctionele rechtbank: "Ze is herhaaldelijk verkracht. Ze moest huishoudelijke taken verrichten en werd mishandeld."

'GEMENE DINGEN'

"Wij, Marokkanen, praten zo rap niet vrijuit over zulke dingen", zegt Mohssin Habibi, oudere broer van Nabila en zegsman van de familie. "Op de tram heeft mijn zus dat verhaal aangehoord. Ze geloofde er eerst niks van. Eerder uit nieuwsgierigheid liet ze zich door Khadija de weg wijzen naar het herenhuis in Hoboken, waar ze beweerde vijf maanden lang te zijn opgesloten. Koperen plaat aan de deur: 'Renaat Quintelier, advocaat.' De deur werd geopend. Een oudere vrouw, die zei: 'Ha ons Kaddie, wat komde gij hier nog doen?' Nabila is naar binnen gegaan, heeft de spullen van dat meisje gepakt en heeft haar meegebracht."

Het was Mohssin Habibi, havenarbeider, tot dan toe onduidelijk wat de samenhang kon zijn tussen brandplekken van sigarettenpeuken en seksueel genot. Die mijnheren deden gemene dingen, vertelde Khadija. Ze knipten kort na haar aankomst in België haar haren kort, maakten van haar een "jongen". Het was niet alleen die advocaat, vertelde ze. Op een avond kwam ook een vriend van hem. En ook hij deed "gemene dingen".

"Het was, om zo te zeggen, niet wat ze zich ervan had voorgesteld toen haar in augustus 2004 in Marokko was gevraagd om studerende au pair te worden in België", zegt Habibi. "Khadija voelde zich uitverkoren, slimste meisje van de klas. Haar vader was gestorven in 2002. Sindsdien had haar moeder het lastig om de eindjes aan elkaar te knopen. Khadija naar België betekende een mondje minder. Studeren heeft Khadija in Antwerpen in elk geval niet gedaan. Overdag poetsen, 's avonds de ene verkrachting na de andere. En tussenin kreeg ze slaag. Hoe noemt men zoiets dan?"

Volgens wat de aanklacht laat zien was het zo simpel als dat. Advocaat Quintelier wou een jong fris ding. Alles heeft een prijs, maar alles kan, zei zijn cliënt Belkacem Richa, handelaar in drugs en - blijkbaar - ook mensen. Richa belde wat kennissen in Beni Mellal. Zo kwamen ze in augustus 2004 terecht bij de familie van Khadija.

De verdediging vertelt een ander verhaal. Khadija zou heel triest zijn geweest toen Quintelier aan het eind van de vakantie vertrok. Ze zou in die vakantie altijd hebben volgehouden dat ze achttien was. Het "hopeloos verliefde" meisje zou hem dan op eigen houtje achterna zijn gereisd naar Antwerpen. Dat hij haar zo lang bij hem liet inwonen, zegt de advocaat, dient te worden gezien als een daad van gastvrijheid. De mensen in Beni Mellal hadden hem per slot van rekening "ook goed ontvangen". Het dossier laat iets anders zien: Khadija reisde met het paspoort van de dochter van een handlanger van Richa.

Dat de zaak maandag kon worden ingeleid voor de correctionele rechtbank in Antwerpen mag een klein mirakel heten.

'ZE STALKTE MIJ'

Zoals zich laat voorspellen, belt de familie Habibi die avond meteen de politie. De cel mensenhandel komt, ondervraagt Khadija, en gaat aankloppen bij Quintelier. Die zegt: "Dat kind stalkte mij." Haar plaats, vindt hij, is de eerstvolgende vlucht naar Casablanca. De Habibi's trommelen wat media op, wat leidt tot een bizar fragment op het middagjournaal van VTM, 23 november 2004. Er is geen zaak, zegt de Antwerpse parketwoordvoerster Domi- nique Reyniers: 'Uit een botscan van het meisje blijkt dat ze meerderjarig is en niet veertien, zoals ze beweerde.'

Experts terzake zijn natuurlijk dun gezaaid, maar enkele vakantiekiekjes uit 2004, de advocaat in een omarming met Khadija, laten op z'n minst toe ernstige twijfels te hebben. Vanuit Marokko wordt Khadija's geboorteakte doorgefaxt, en later komt het origineel per post. Het meisje is geboren op 26 september 1990. Discussie gesloten. Ze was dertien toen ze in België aankwam.

"Wij, de Marokkaanse gemeenschap op het Kiel, hebben ervoor gezorgd dat die geboorteakte overkwam", zegt D., een kennis van de familie Habibi. "Niét de politie. En hadden we dat niet gedaan, dan was Khadija meteen het land uitgezet en was er geen verder onderzoek gekomen."

KWESTIE VAN PRIORITEITEN

Er is een onderzoek aan de gang, maar het lijkt zich eind 2004 vooral tegen de familie Habibi te keren. De advocaat heeft klacht ingediend wegens "laster" en dat lijkt bij de politie nu even prioriteit te hebben. Op het Kiel hangen A4'tjes met een foto van de advocaat en het meisje, en een oproep tot donatie om juridische hulp te bekostigen. De klacht van de advocaat viseert de makers van de affiche.

Op 14 februari 2005 wordt Mohssin Habibi, kroongetuige van het eerste uur, voor de allereerste keer door de politie verhoord. Proces-verbaal AN.52.LB.017536 beschrijft hoe de politie drukdoende is, niet om te achterhalen wat Khadija is overkomen, maar hoe dat zit met dat A4'tje en wie de booswicht was die de geboorteakte liet doorfaxen: 'Wij hebben onderzoek gedaan naar ontvangers van faxberichten vanuit Marokko. Daarbij hebben wij bepaalde personen ondervraagd, onder andere de zaakvoerder van de telefoonwinkel Star Phone (...). Deze bevestigt de faxberichten te herkennen en dat deze werden afgehaald door een kaalhoofdige man.'

Wat heeft Mohssin Habibi, kaalhoofdig, daarop te zeggen? Volgens het pv luidt zijn antwoord: "Er zijn meerdere kale mannen onder de allochtonen."

"We hebben met de hele familie ook een grafologische test moeten afleggen", zegt Habibi. "Onze hele familie is daarvoor bij de politie geconvoceerd. Mijn tante hebben ze vier uur laten, wachten in een kil lokaal, terwijl ze geen opvang had voor de baby. Ze hebben haar onder druk gezet. Ze wilden per se van één ons een verklaring waarin we het relaas van die advocaat bijtraden."

Het dossier laat zien dat Khadija waarschijnlijk slechts het zoveelste minderjarige Marokkaanse meisje in de rij was dat in ruil voor wat centen werd verkocht aan een Belg. En ook dat de moeder van Khadija in het verre Atlasgebergte 5.000 euro aangeboden kreeg om "ervoor te zorgen dat de klacht tegen de heer Quintelier wordt ingetrokken".

De moeder kreeg niet eens de tijd om daarover na te denken.

ONDER EEN AUTO

Halfweg april 2005 kruist Khadija in Deurne per fiets het traject van een verstrooide 73-jarige automobilist. Ze zweeft nog even tussen leven en dood in het Middelaresziekenhuis in Deurne, in een diepe coma. Begin mei wordt de stekker uitgetrokken. Haar moeder kreeg haar dochter niet meer te zien. "Ze wilde zo graag overkomen", zegt D. "We hadden geld bijeen geschraapt voor haar ticket. Maar we vreesden dat de moeder, zodra ze op Belgische bodem was geland, zou worden gearresteerd."

Khadija kon nooit zelf haar verhaal vertellen, tenzij aan de familie Habibi. In het strafdossier zitten twee teksten van verhoor, beide heel vluchtig. De eerste keer zegt Khadija dat ze ten huize Quintelier "slecht behandeld" werd, de tweede keer spreekt ze met duidelijke schroom over seksueel misbruik. Een beetje kinderpsychiater kan zo vertellen dat hier een juist kader, juiste begeleiding nodig is.

De laatste maanden van haar leven bracht Khadija door in het tehuis Wingerdbloei in Deurne, waar ze volgens directeur Jan Bots "eindelijk wat plezier begon te krijgen in het leven". Hij vraagt zich tot vandaag af: "Hoeveel tegenslag kan een kind in één leven hebben?"

Voor ze in het tehuis aankwam, zat Khadija in een psychiatrische instelling, waar 'psycho-emotionele problemen' werden vastgesteld en 'een toestand van shock'. Het kind, dat wisten de psychiaters wel, is slachtoffer geweest van ernstig seksueel misbruik.

Ze heeft in de psychiatrie gezeten, argumenteert de verdediging, en ze is nooit door experts ondervraagd. Er is ook nooit een "confrontatie" geweest tussen slachtoffer en verdachte. "De rechten van de verdediging zijn dan ook onherstelbaar geschonden", klonk het maandag in de rechtszaal.

Drie laar lang wist de verdediging vooral via procedurele tussenkomsten de zaak op de lange baan te schuiven. Dat het parket de affaire alsnog ter harte nam, kwam vooral door onderzoeksrechter Isa Van Hoeylant, die na de dood van Khadija zelf de moeder ging opzoeken in Beni Mellal. Pas een jaar na de feiten werden de eerste officiële verdenkingen uitgesproken en bracht Renaat Quintelier een paar weken in voorarrest door.

'GEKOCHT IS GEKOCHT'

Het parket eist nu vijf jaar gevangenisstraf tegen hem. Naast hem op de beklaagdenbank zitten zijn moeder, Richa en de leverancier van het paspoort. Tegen de advocaat werd vijf jaar cel geëist, tegen de andere verdachten lichtere straffen.

Rest alleen de vraag wat Khadija op die druilerige novemberavond in 2004 blootsvoets en met 1 euro op zak aan de tramhalte stond te doen. "Die Richa, die sprak Frans", weet Habibi nog. "Khadija zat erbij toen hij en de advocaat die middag afspraken in een café. Ze had altijd goede punten voor Frans, ze verstond alles. Ze hoorde de advocaat zeggen: 'Ik ben haar beu, neem haar terug.' Waarop Richa: 'Dat zal niet gaan. Gekocht is gekocht.' In de korte tijd dat wij Khadija kenden, leefde ze in de overtuiging dat haar niets abnormaals was overkomen. Dat al wie in dit land een wat hogere positie bekleedt, een seksslavin neemt. Dat idee kregen we maar niet uit haar hoofd gepraat."

Mohssin Habibi, wiens familie het meisje opving:

Studeren heeft Khadija in Antwerpen in elk geval niet gedaan. Overdag poetsen, 's avonds de ene verkrachting na de andere. En tussenin kreeg ze slaag

n De advocaat en zijn slavinnetje, zomer 2004. Tot vandaag houdt de verdediging vol dat het 13-jarige kind 'zei dat ze achttien was'.

n Khadija op haar sterfbed, mei 2005: 'Hoeveel tegenslag kan een kind in één leven hebben?'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234