Donderdag 11/08/2022

InterviewDonald Muylle

Keukenbouwer Donald Muylle: ‘Mijn vader is vertrokken zonder naar ons om te kijken. Ik heb altijd willen bewijzen dat ik het zonder hem kon’

Donald Muylle: 'Ik ben en blijf een meubelmaker, maar dan met een modern machinepark. Ik weet hoe alles gemaakt wordt en dat boeit mij veel meer dan het commerciële of de administratie.' Beeld Wouter Van Vooren
Donald Muylle: 'Ik ben en blijf een meubelmaker, maar dan met een modern machinepark. Ik weet hoe alles gemaakt wordt en dat boeit mij veel meer dan het commerciële of de administratie.'Beeld Wouter Van Vooren

Iedereen kent Donald Muylle, de man die in reclamespots zelf zijn keukens aanprijst. Maar wie is die succesvolle keukenbouwer die vorig jaar recordcijfers draaide? ‘Ik heb altijd willen bewijzen dat ik het zonder mijn vader kon. Compassie met jezelf hebben, heeft geen zin.’

Lotte Beckers

Het is overdreven om te stellen dat Donald Muylle ons met veel geestdrift of opwinding door zijn 5,5 hectare aan ateliers leidt, waar kastwanden op maat worden verzaagd en werkbladen in natuursteen worden gepolierd.

Maar toch: aan de manier waarop de Roeselaarse keukenbouwer ons de machine toont waarmee de zijkanten van de laminaatpanelen automatisch beplakt worden met meer dan veertig mogelijke kleuren (“een investering van 8 miljoen euro”) of de logistieke complexiteit toelicht om finaal de juiste schuif bij de juiste klant te krijgen, verraden trots en toewijding voor wat hij zijn levenswerk noemt. “Sommige mensen gaan graag vissen of karten, mijn ding is automatisatie.”

Het gaat goed met Dovy Keukens: zopas bleek dat het bedrijf in 2021 recordcijfers kon voorleggen. Voor het eerst werd een omzet van meer dan 100 miljoen euro geboekt; de winst verdubbelde. “Door corona hebben mensen meer geld gespendeerd aan hun woning en hun interieur dan aan reizen.” Muylle, die ondanks zijn actes de présence in zijn eigen reclamespots bekendstaat als een teruggetrokken man, is tevreden maar niet zorgeloos. “Het was in feite niet zo’n leuk jaar.”

Door de grote vraag naar nieuwe keukens had het bedrijf last van groeipijnen, verklaart hij. “We hadden te weinig personeel, en nieuwe mensen in dienst die al eens foutjes maakten. Door corona is er van alles tekort, van machines tot keukentoestellen. Je hebt niet veel aan zo’n goed jaar omdat je de hele tijd bezig bent met het oplossen van grote en kleine problemen. Maar goed, je kunt niet alles hebben in het leven.”

Dovy, een samentrekking van Donald en zijn vrouw Yvette, stelt vandaag 650 mensen te werk en produceert zo’n dertig keukens per dag, maar is destijds begonnen als een eenmanszaak. In 1980 bouwde Muylle, die al op zijn veertiende ging werken en op dat moment de kost verdiende als chauffeur, zijn eigen keuken in zijn huis in Oekene bij Roeselare. De witte en voor die tijd moderne keuken maakte indruk op vrienden en familie. “Zeker de greeploze kasten waren toen heel nieuw.” Een jaar later opende Dovy Keukens een eerste, bescheiden toonzaal. “Ik kom uit de meubelen: mijn grootmoeder had een klein meubelateliertje, als vierjarige werd ik al aangetrokken door hout. Dat zit in mijn genen.”

De eerste jaren als keukenbouwer hebt u zwarte sneeuw gezien, vertelde u in eerdere interviews: er zijn periodes geweest dat jullie eten kregen van uw schoonouders omdat er geen geld was om naar de winkel te gaan.

“Dat is zo, we steken dat niet weg. Yvette en ik zijn begonnen in de jaren 1980, toen de economie een ramp was. De woningprijzen daalden met 30, 40 procent. Het was geen eenvoudige tijd om een eigen bedrijf te starten, zeker niet in de meubelsector. Alle fabrieken liepen leeg en verhuisden naar het Oostblok, waar de lonen lager lagen. Maar keukens zijn een maatwerkproduct, het is niet zo eenvoudig om dat vanuit Polen te doen. Zo zijn wij begonnen: eerst een keuken voor onszelf, en stilletjesaan groeide dat. Maar we hebben het erg moeilijk gehad, die eerste vijf jaar. En lastige keukens gebouwd ook, zoals moeilijke inbouwkasten of keukentjes van 2,5 meter breed en 3 meter hoog. De rare dingen kwamen bij ons terecht; als je start zijn dat de enige kansen die je krijgt.”

U had toen al twee zoons. Vroeg u zich niet af of u wel de juiste keuze had gemaakt?

“Een mens twijfelt altijd. We zijn nu 42 jaar bezig en we twijfelen nog. Als je niet meer twijfelt, wil dat zeggen dat je niet nadenkt. Maar er is een verschil tussen twijfelen en opgeven, en opgeven staat niet in mijn woordenboek. Dat doe ik niet. Of mijn vrouw het daar niet moeilijk mee had? Nee, daarmee heb ik zeer veel geluk. In goede en slechte tijden zeggen ze, en dat waren heel slechte tijden. Maar we hebben daar onder elkaar geen problemen van gemaakt.”

Hoe hebt u het tij kunnen keren?

“In 1986 is de economie gedraaid en begon het stilaan beter te gaan. Keukens zijn heel conjunctuurgevoelig omdat het toch snel een investering is van vele duizenden euro. Het is logisch dat mensen nadenken wanneer ze best een keuken kopen. Maar toen kon ik wat mensen aanwerven en nog een toonzaal met een paar keukens openen.

“Ik heb ook altijd iemand bij de bank gekend die achter mij stond, een man die voor mij bijna als een vader was. Ik zat financieel in zware problemen, maar ik was nog nooit langs geweest bij de Generale Bank want dat was meer voor de hogere klasse. Op een dag ben ik daar toch binnengestapt en de directeur was net bezig aan zijn eerste dag. Hij geloofde in mij en zo zijn wij uit die put geraakt. Ik ken die man nog altijd, hij werkt nu in Brussel en Parijs. We zien elkaar een paar keer per jaar.”

Opgeven doet u niet, zegt u. Waarom niet?

“Dat weet ik eigenlijk niet. Dat is de ene mens tegenover de andere, zeker? Ik moest op jonge leeftijd al mijn plan trekken. Mijn ouders zijn gescheiden en mijn vader is vertrokken zonder naar ons om te kijken. Ik vond dat raar en ik heb altijd willen bewijzen dat ik het zonder hem kon. Daar kom je harder en sterker uit. Compassie hebben met jezelf, dat heeft geen zin. Ik heb hard gewerkt, zeer hard eigenlijk, ik kan dat zeggen. Maar opgeven? Nee.”

Vandaag bent u een succesvol en welgesteld man. Draagt u die periode nog met zich mee?

“We weten waar we vandaan komen en meten ons geen dikke nek aan, dat is voor niets nodig. Ik zou niet weten waarom we zouden moeten veranderen. En we weten niet wat morgen gebeurt, hè. Ik begrijp dat niet, mensen die het goed gedaan hebben en vanuit de hoogte kijken. Ze doen maar, dat is niet mijn stijl.”

Bent u gevoelig voor materiële welstand?

“Een mooi huis heb ik wel graag, dat is ook ons visitekaartje. Het zou jammer zijn als we het zouden moeten stellen met een keuken van dertig jaar oud, dat zou op niet veel trekken. Maar mijn auto is zeven jaar oud, ik hoef niet om het jaar een nieuwe. Reizen doen we ook niet: een dag of vijf per jaar zijn we weg en daarmee is de kous af. Ik was 38 toen we voor het eerst een weekje naar de Ardennen zijn geweest. Als je dat niet gewoon bent, zegt je dat niet veel.”

Waar ging u het laatst op vakantie?

(denkt even na) “Een paar jaar geleden zijn we meegevaren met een riviercruise op de Moezel, een dag of zes. Dat was wel leuk, moet ik eerlijk zeggen.”

Donald Muylle: ‘Ikea doet het heel goed maar is voor ons geen concurrent: er moeten keukens zijn voor ieders budget, maar als je betere kwaliteit en maatwerk wilt, moet je daar natuurlijk meer voor betalen.’ Beeld Wouter Van Vooren
Donald Muylle: ‘Ikea doet het heel goed maar is voor ons geen concurrent: er moeten keukens zijn voor ieders budget, maar als je betere kwaliteit en maatwerk wilt, moet je daar natuurlijk meer voor betalen.’Beeld Wouter Van Vooren

Even terug naar Dovy Keukens: wat was voor u een sleutelmoment in de geschiedenis van het bedrijf?

“De mensen gaan dat misschien niet begrijpen, maar voor mij was dat het moment waarop ik kon investeren zonder dat ik het eerst aan de bank moest vragen. Dat was een kleine twintig jaar geleden en dat was een hele verandering in mijn leven. Dat geeft het gevoel dat je toch iets gepresteerd hebt.”

Volgens jullie website beschikken jullie inmiddels over het meest geavanceerde en modernste machinepark van België. Wat moet ik mij daar bij voorstellen?

“We hebben moderne machines om te zagen, om de kanten te lijmen, om de kasten in elkaar te zetten. Die machines zijn zo ontworpen dat we er unieke stukken mee kunnen maken, en dus maatwerk kunnen aanbieden. Bijna driekwart van de keukens die in België verkocht worden zijn ingekocht in het buitenland, maar wij kunnen alles maken wat de klant wil. Er komt nog een stuk handwerk bij kijken, maar het grootste deel van het atelier is geautomatiseerd. De andere Belgische spelers die ook zelf hun keukens maken, liggen qua omzet een heel stuk achter ons: wij halen 100 miljoen omzet, de eerste na ons zit rond de 20 miljoen. Dan is het wel logisch dat wij beter geëqui­peerd zijn.”

Hoe houden jullie stand tegen de Ikea’s van deze wereld, waar je voor een redelijke prijs een redelijke keuken vindt?

“De keukenmarkt is verdeeld in drie segmenten: het lage-, midden-, en topsegment. Wij zitten bovenaan het middensegment. Ikea doet het heel goed maar is voor ons geen concurrent: er moeten keukens zijn voor ieders budget, maar als je betere kwaliteit en maatwerk wilt, moet je daar natuurlijk meer voor betalen.”

Wat beschouwt u zelf als uw grootste talent?

“Waar ik het beste in ben en wat ik het liefste doe, zijn de technische zaken. Ik ben en blijf een meubelmaker maar dan met een modern machinepark. Ik weet hoe alles gemaakt wordt en dat boeit mij veel meer dan het commerciële of de administratie.”

Maar op een gegeven moment hebt u toch beslist om ondernemer te worden.

“Ja, maar je moet begrijpen dat in de jaren 90 een evolutie begon die nu overal gaande is. Eerst zag je het in de voeding: de zelfstandige winkeltjes werden gesloten of opgeslokt door de groten als Colruyt of Delhaize. In de keukenwereld was dat ook zo: je vond destijds in elke gemeente mensen die keukens maakten en een toonzaal hadden met één of twee keukens. Maar toen wilden mensen meer modelkeukens zien, ze wilden grotere toonzalen en grotere bedrijven.

“Het was groeien of vallen, dat hadden wij op tijd gezien. Eind jaren 90 kon je in België op ongeveer 2.500 plaatsen een keuken kopen, vandaag is dat gereduceerd tot zo’n 750 en dat zijn bijna allemaal grote spelers. De kleintjes bestaan nog, maar die werken meestal exclusief voor architecten in het hogere segment.

“Ik weet niet wat van mij een goede ondernemer maakt. Ik doe gewoon mijn werk en ik doe dat graag. Mijn zaak is ook een beetje mijn kind. Je vecht daarvoor en je bent daar dag en nacht mee bezig, anders lukt het niet. Je moet daar veel voor opgeven, ja, al is dat het woord niet want ik doe het graag. Ik ben nu 69 en als ik opsta, ben ik nog altijd even enthousiast om te komen werken. Ik zou niet weten wat ik thuis zou moeten doen. De krant kun je maar één keer lezen en als je ze een dag niet kunt lezen, is dat ook niet verloren, hè?”

Twintig jaar geleden had u blaaskanker, zelfs toen kwam u elke dag naar het atelier.

“Ik heb toen drie dagen in de kliniek gelegen, toen kon ik natuurlijk niet werken. Daarna moest ik om de drie maanden naar het dagziekenhuis, dan werkte ik tot negen uur ’s morgens en om drie uur in de namiddag was ik terug op kantoor. Je mag niet opgeven, hè.”

Er is toch een verschil tussen opgeven en het wat rustiger aan doen?

“Ja, dat is waar. Maar ik zeg ook altijd: je moet doen wat je graag doet en wat je gelukkig maakt. Ik doe dit werk graag en ik voel mij hier goed. Meer vraag ik eigenlijk niet.”

En uw vrouw, wil zij niet dat u wat vaker thuis bent?

“Zij is ook graag thuis en is graag bezig met haar gezin en het huishouden. Wij zijn geen mensen die grote eisen stellen.”

Bij het grote publiek bent u natuurlijk bekend om uw reclamefilmpjes waarin u zelf uw keukens aanprijst. Is dat commercieel een van uw slimste beslissingen geweest?

“Dat was geen slimme beslissing, in feite is het toevallig zo gelopen. Je mag dat zo niet zeggen, maar in de wereld van de keukens wordt klanten dikwijls dingen verteld die niet helemaal waar zijn. Ik zat daar mee in en bedacht me opeens: zou ik niet zelf aan de mensen thuis kunnen vertellen dat wij eigenlijk een goed product hebben en dat wij een serieuze firma zijn die het goed menen?

“De volgende dag heb ik mijn zoon gevraagd of hij iemand met een camera kende, zo is dat eigenlijk begonnen. Daarna zijn die filmpjes hun eigen leven gaan leiden. Ja, natuurlijk was ik verbaasd. Er werden zelfs parodieën van gemaakt. Je verwacht dat niet.”

Ik heb gehoord dat die parodieën gevoelig liggen?

“Goh, als het redelijk blijft, heb ik daar zeker geen probleem mee. Ik heb zelfs contact gehad met Geert Hoste om hem te bedanken voor zijn parodie. Wij weten ook dat reclame geld kost en als je iets voor niets krijgt, moet je dat meepakken hè, dat is logisch.”

Uw slogan is: ‘Ik maak keukens alsof ze voor mezelf zouden zijn’. Hoe ziet dat eruit, een keuken voor uzelf?

“We hebben vaak moderne keukens gehad maar zijn onlangs verhuisd naar een appartement in de stad en hebben nu een cottage-achtige keuken. Of ik zelf kook? Nee, je mag mij alles vragen over machines, maar koken is niet mijn ding. Mijn vrouw en ik gaan wel graag goed uit eten, daar kunnen we van genieten.”

Jullie reclamefilmpjes zorgden de voorbije jaren wel voor wrevel bij uw concurrenten: die konden er niet mee lachen dat u het veelgebruikte melamine slechter noemt dan laminaat, en ze trokken ook jullie claims over het befaamde zwarte randje in twijfel.

“Maar melamine ís ook van minderwaardige kwaliteit, dan mag ik dat toch zeggen? Blijkbaar zijn er mensen die het daar moeilijk mee hebben. En over dat zwarte randje: als je de zijkanten van laminaat afplakt, zie je altijd een donker randje. Dat markeert de kwaliteit van het materiaal. Omdat we nu gekleurde laminaat gebruiken, zie je dat randje minder maar bij de duurdere keukenbouwers kom je het wel nog tegen. Toch vond een bedrijf in Limburg het blijkbaar nodig om onze uitleg daarover openlijk af te breken. Ja, ik lig daar van wakker, omdat het niet eerlijk is. In onze wereld zijn er veel mensen die melamine verkopen als laminaat, daar heb ik het moeilijk mee.”

Zeggen die conflicten vooral iets over de pittige concurrentie in de sector?

“Ja, dat is wel waar. We zijn geen vrienden, dat zeg ik eerlijk, en we gaan het nooit worden. Maar met een aantal mensen uit de andere marktsegmenten hebben we wel contact, daarmee kunnen wij goed over de baan.”

Nog een minder fraai moment: in 2016 zijn jullie veroordeeld voor leeftijdsdiscriminatie.

“Awel, ik wil wel eens vertellen wat daar is gebeurd. Een 59-jarige man kwam bij ons solliciteren als zelfstandige verkoper, maar die mens had nog nooit een keuken van dichtbij gezien. De jongen die verantwoordelijk was voor de aanwervingen heeft toen de fout gemaakt om op mail te zetten dat het gezien zijn leeftijd wat laat was om daar nog mee te beginnen. Daarmee wilde hij zeggen: het duurt jaren om het vak te leren, zoek iets dat je kent want dit is voor niemand interessant. Het was niet meer dan dat, maar die mail heeft ons de das omgedaan.

“Dat verhaal is zijn eigen leven gaan leiden en we konden dat niet tegenhouden. Dat heeft ons zeer veel pijn gedaan: we hebben dat niet gevoeld in de verkoopcijfers maar als een minister in De zevende dag (toenmalig minister van Werk Monica De Coninck, LB) zegt dat ze daardoor nooit een Dovy-keuken zou kopen, dan hoor je dat niet graag. Nochtans hebben wij al verkopers aanvaard die in de zestig waren, maar dat waren mensen die uit de keukensector kwamen en nog een paar jaar wilden werken. Die man had daar nooit zijn brood mee kunnen verdienen, maar je mag dat blijkbaar niet zeggen.”

‘Onze reclamefilmpjes zijn een eigen leven gaan leiden. Er werden zelfs parodieën van gemaakt. Natuurlijk was ik daar verbaasd over.’ Beeld Wouter Van Vooren
‘Onze reclamefilmpjes zijn een eigen leven gaan leiden. Er werden zelfs parodieën van gemaakt. Natuurlijk was ik daar verbaasd over.’Beeld Wouter Van Vooren

U wordt dit jaar 70, wat zijn nog uw ambities?

“Gezond blijven en nog een beetje kunnen voortdoen, dat is al wat ik verlang.”

U denkt nog niet aan stoppen?

“Nee, waarom? Zolang mijn zonen mij hier aanvaarden en ik niet in hun weg loop, blijf ik werken. We hebben alle drie onze job. We overleggen natuurlijk, maar we blijven grotendeels uit elkaars vaarwater en dat gaat eigenlijk zeer goed.”

Het is niet zo vanzelfsprekend dat kinderen zonder al te veel conflicten meedraaien in een familiebedrijf.

“Het probleem is dat in veel familiebedrijven de vader alleen de scepter zwaait. Ik heb snel begrepen dat dat niet werkt: je kunt je zonen of dochters niet tot hun vijftigste weghouden van verantwoordelijkheid, waarna ze plots alles moeten overnemen. Je moet vroeg beginnen zodat de overgang zacht verloopt, dan is er geen probleem. Wij hebben de successieplanning tien jaar geleden al geregeld, mijn zonen zijn eigenaars van de firma. En wie later het voortouw neemt, dat zullen ze onderling moeten regelen. Ze zijn nu al bezig met schikkingen treffen, ik hou mij daar buiten.”

En wat zijn de ambities voor het bedrijf?

“Voortdoen. We starten nu met onze eerste winkel in Frankrijk. Niet ver hier vandaan, in Rijsel. We pakken dat heel kleinschalig aan, om te zien of het lukt en we daar aanvaard worden. En anders zitten er nog nieuwe toonzalen in de pijplijn. Er is nog plaats in Vlaanderen, ja.”

Waar bent u het meest trots op?

(denkt na) “Op wat ik verwezenlijkt heb in mijn leven. Je gaat dat niet zien aan mij, maar vanbinnen ben ik toch een beetje trots.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234