Woensdag 21/10/2020

InterviewPolitie

Kersverse korpschef van Brussel-Zuid: ‘Filmen en mekkeren op sociale media is gemakkelijk. Bél als je iets ziet’

Jurgen De Landsheer.

Jurgen De Landsheer, de kersverse korpschef van Brussel-Zuid, de politiezone waar ook Anderlecht onder valt, wil ‘terrein terugpakken’. Met nabijheidspolitie en als het kan een lik-op-stuk-beleid. Maar er zijn bepaalde obstakels. 

“Onze politiemensen hebben vandaag schrik om iemand aan te houden op de manier dat ze het moeten doen”,  zegt De Landsheer. Een gesprek over politiewerk in tijden van corona, de zaak-Floyd en alomtegenwoordige smartphones.

Wat dacht u toen u deze week de beelden zag van in die cel op de luchthaven in Charleroi?

Jurgen De Landsheer: “Ik kon mijn ogen eerst niet geloven. Dat meisje... Ik dacht, ze hebben die foto genomen net op het moment dat ze een beweging doet.”

Twee bewegingen tegelijk dan. Een toevallig snorretje met de ene arm en een “Olympische groet” met de andere.

“Soms hoop je dat iets ‘gephotoshopt’ is. Blijkt het niet zo, ben je verbijsterd dat zoiets kan. Dit is een uiting van een erg foute cultuur. Je ziet dat iedereen op die beelden aan het ‘zeveren’ en aan het lachen is.”

U bent hier net begonnen als korpschef. Waarom verlaat iemand de redelijk lieflijke stad Geraardsbergen voor het wespennest Brussel-Zuid? Politiezone waar het nogal eens rommelt en waaronder Anderlecht ressorteert.

“Ik verander graag af en toe van job. En ik heb hier een verleden. Net na de politiehervorming was ik hier wijkdirecteur van de wijk rond het Zuid-station. Ik kwam van de rijkswacht. Die was goed gestructureerd, vrij streng en militaristisch. Wij waren ook zeer flexibel, polyvalent en makkelijk inzetbaar. Maar de sociale kant was wat minder. Dat heb ik hier geleerd van de mannen van de toenmalige gemeentepolitie. Hoe ze omgingen met de mensen. Wijkwerking vind ik erg belangrijk. Ik ben hier ook directeur interventie geweest in Sint-Gillis en Vorst — ideaal voor de terreinkennis — en na een ommetje langs de kabinetten van drie justitieministers, een opleiding aan de FBI National Academy in de VS en Geraardsbergen, ben ik terug.”

Hoe groot is verschil tussen beide zones?

“In Geraardsbergen telt het korps 99 man, hier meer dan 1.000. Maar de essentie van politiewerk is overal hetzelfde. De basistaak is interventie, 24/7. Je mag het werk in zo’n ‘kleine’ zone niet onderschatten. Je moet veel meer zelf doen en zelf opvolgen. Een klein korps is ook niet altijd makkelijker dan een groot. Eén voorbeeld: je mensen die op het terrein zijn. In Geraardsbergen rijden die alleen rond. Of hoogstens twee ploegen. Hier dertig à veertig. Het onveiligheidsgevoel bij de eigen mensen is hier veel kleiner. Als er in Geraardsbergen iets gebeurt, is het meteen mis hé. Je kan geen kant meer uit.”

De kans dat er “iets gebeurt” is hier natuurlijk veel groter. Kort voor uw officiële aantreden was er de zaak-Adil, de jongeman die zich op de vlucht voor een coronacontrole te pletter reed tegen een politiewagen. De dagen daarop waren er zware rellen in Anderlecht. U bent voor een lik-op-stuk-beleid. Weinig van gemerkt in die zaak. Er bestaat daar toch snelrecht voor?

“Dat is een opdracht voor onze partner, vrouwe Justitia. Wij mogen daar niet over communiceren. Maar de weken nadien zijn er heel wat van die mensen uit hun bed gelicht en voor korte of lange tijd opgepakt. U weet ook, er is plaatsgebrek in de gevangenissen. Dus lang worden ze niet in voorhechtenis gehouden. Minderjarigen? Zelfde probleem. Er is geen plaats. En we hebben inderdaad snelrecht. Maar vanaf de dagvaarding gaat daar toch drie à vier maand over. Minimum. Soms zes.”

Snelrecht op zijn Belgisch dus.

“Soms wordt het dan nog eens uitgesteld. En tegen dat de zaak dan eindelijk toch voorkomt, pleit de advocaat: ‘Mijn cliënt is veel veranderd, hij heeft werk gevonden.’ Waardoor die rechter geen straf meer geeft. Wat ik kan begrijpen. Want wij hebben een gevangenissysteem dat niet klopt. We steken mensen weg, er wordt weinig of niks mee gedaan, we laten ze terug vrij en dan kunnen ze niet meer gaan werken wegens geen bewijs van goed gedrag en zeden. Zo duw je ze terug in de criminaliteit. Schaf dat laatste af. Zorg voor een alternatief. Bijvoorbeeld, als je met kinderen wil werken, moet je een attest krijgen van de politie dat je bij hen niet bekendstaat als kinderlokker.”

“Om terug te komen op dat snelrecht. Ik pleit ervoor om zulke zaken – als je iemand kan oppakken en je hebt materiële bewijzen — binnen de drie dagen voor de rechter te brengen. In Angelsaksische landen en in Frankrijk kan dat. Daar moeten we hier ook echt naartoe. Met respect voor de rechten van verdediging. Dat vraagt geen grote investeringen. Gewoon één gebouw, waar we gespecialiseerde ondervragers van de politie zetten. Als wij iemand oppakken brengen we die daarnaartoe. Onze mensen doen hun relaas. De verdediging zit daarbij. Dat is ooit geprobeerd in Mons, het zogenaamde Salduz-huis, en dat werkte prima. Justitie — het parket — zit daar wat mij betreft ook al bij. Hun eerste verhoor, dat anders ‘s anderendaags plaatsvindt, kan dan meteen. Doorsturen naar onderzoeksrechter of rechter. En je kan binnen de 48 uur uitspraak doen.”

U zal er hier en daar wel wat moeten meekrijgen. Na de zaak-Adil vroeg de lokale politicus Pascal Smet (sp.a) zich af of de politie niks beters te doen had dan die jongens te controleren. Waarna de rellen in Anderlecht losbarstten. Toen ik u begin deze week de “vele goede ideeën” van de Brusselse politici hoorde loven, kon ik mijn oren moeilijk geloven.

“Ik sprak over zij die constructief willen meewerken. En zo zijn er genoeg.”

Nog deze week dook er een filmpje op over de redelijk lastige aanhouding in Schaarbeek van de 17-jarige die eerder al mee Blankenberge op stelten had gezet. Hij provoceerde openlijk de politie. Gaan we in Brussel naar Franse situaties? Van een permanent en open conflict met een deel van bevolking. Van het opgeven van hele wijken zelfs.

“Die jongen van Blankenberge had daar de tweede keer eigenlijk niet mogen zijn.”

Justitie is te laks? Te veel sociaal werker en te weinig magistraat?

“Ik kan mij moeilijk in andermans job verplaatsen. Maar ik ben af en toe zelf ‘rechter’, bij het uitspreken van tuchtstraffen op mijn niveau. Je wordt dan geconfronteerd met het individu. Wat voor iemand is dat? Heeft hij potentieel? Wat was zijn verleden? Hoe schat ik die zaak in? Recht spreken — zo besef ik hoe langer hoe meer — is geen eenvoudige zaak. We zijn soms wat snel om kritiek te geven op andermans werk. En laten we toch ook een beetje nuanceren. Als ik de afgelopen dagen en weken naar de gebeurtenissen in Frankrijk en Nederland kijk, dan is het Blankenbergse incident minder onrustwekkend. De bezorgdheid toont wel dat de publieke opinie nog zeer alert is. Als de gewone burger dit allemaal gelaten ondergaat, dan zijn we verloren. In onze wijken hebben we terrein prijsgegeven. Wij komen er nog wel, de wijkagent doet wat hij moet doen. En als het ergens brandt sturen we de interventie er op af. Maar dat is niet genoeg.”

Hoe lost u dat op?

“Ik ga de functie van de wijkagent veranderen. Iedereen die daar nu verdeeld in allerlei vakjes werkt — voor Anderlecht is dat 70 à 80 man — wordt ‘inspecteur nabijheidspolitie’. Wijkteams. Meer volk op straat voor wijkgerelateerde tussenkomsten. Alle vormen van overlast, burengeschillen, ruzies, niet dringende problemen. Voor dringende zaken, hebben we nog steeds onze ‘brandweer’, de interventieteams. Die moeten snel tussenkomen, boel oplossen en vertrekken. Nadien is het aan de anderen. We gaan dat niet alleen doen. Met subsidie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gaan we Lokale Integrale Veiligheidsantennes oprichten. Daarin zit een coördinator van de gemeente, de stadswachten, de straatvegers, wat sociale diensten, en wij. Drempelverlagende aanwezigheid, zonder dat ik daar een commissariaat moet openen. Dat allemaal om aanwezig te zijn in de wijken, om terrein terug te pakken. We gaan zelfs nog een stap verder — ik vind innovatie zeer belangrijk — we zetten daar een terminal waar je met je eID zelf een aangifte kan doen.”

Boezemt de politie eigenlijk nog genoeg respect en ontzag in?

“Het werken in coronatijden is niet evident. Ik wil iedereen meenemen om eens in de vuurlinie te staan. De mensen zijn het beu hé. Zeker in bepaalde wijken. En dat zijn niet noodzakelijk de achtergestelde wijken. Ook elders in de stad is dat zo. Respect afdwingen begint natuurlijk bij de eigen bedrijfscultuur. De fierheid om dit werk te doen staat op een laag pitje. Dat hangt samen met alles wat er in de media komt. Er is het uniform, dat niet echt heel veel uitstraalt. En het heeft ook te maken met rekrutering. Wij hebben de normen altijd verlaagd. Toen ik binnenkwam bij de rijkswacht kon 7 procent van de mensen die zich aanmeldden, beginnen met de opleiding. Jaren geleden was dat al 14 procent. Ik zou eens willen weten op hoeveel we nu zitten. Dat wil zeggen dat er een heleboel mensen binnenkomen, die vroeger niet binnenkwamen.”

“De eigen organisatie moet ook op punt staan. Zorgen dat mensen hun gerief hebben. Daar ga ik hier nu mee beginnen. Ik kan moeilijk opmerkingen maken over ‘hoe loop jij erbij; mijnheer’ als de werkomstandigheden erbarmelijk zijn. Dat gaat over propere auto’s, schone lokalen. Ik zit hier met elf gebouwen. Het recentste is vijftien jaar oud. Het oudste, dat weet zelfs niemand. Ik heb daar met enkele mensen werk van gemaakt. Mooie presentatie van tweeënhalve minuut om de noodzaak van een nieuw gebouw uit te leggen. Het politiecollege was meteen verkocht. Er komt een nieuw gebouw. Ik zorg ook voor een coaching-cel — in Geraardsbergen had ik daar één man voor vrijgemaakt en dat werkte zeer goed — en voor een sociale cel. In anderhalve maand was er hier al één zelfmoord. Mensen willen pas bij ons komen werken als onze structuur en onze logistiek goed zit. En ons imago.”

Daar doen al die filmpjes over de moeilijke werkomstandigheden geen goed aan, denk ik.

“Nee. Beelden van geweld tegen of van de politie zijn altijd nefast voor ons imago. En er is nog iets. Om het beroep interessanter te maken, kan je beter met in tijd beperkte contracten werken. Dat gebeurt in Amerika zo. Hier is Defensie ons daar in voorgegaan. Je tekent een contract voor 20 jaar en bouwt pensioen op. Aan het eind van die 20 jaar krijg je dat uitbetaald. Ofwel doe je het daarmee, ofwel werk je door. Voordeel voor de organisatie? Zij die willen blijven, zullen veel meer gemotiveerd zijn om zich bij te scholen.”

Merken jullie op straat nog impact van de zaak-Floyd?

“De situatie in de VS is niet te vergelijken met wat er hier gebeurt. Ik durf met de hand op het hart zeggen dat er bij de Belgische politie geen echt racisme bestaat. Maar Floyd maakt ons het werken wel moeilijk. Wat die agent daar deed — met zijn knie op iemand gaan zitten — dat doen wij ook. Leg mij eens uit hoe je anders iemand tegen de grond houdt? Probleem is, als bij ons iemand dat nu doet, staat het vijf minuten later overal in het lang en het breed op de sociale media. ‘Kijk, met zijn knie erop’. Dat is nu eenmaal de techniek. Onlangs waren er die beelden van een tussenkomst na een winkeldiefstal aan zee. Ik zag die agenten er met vijf rond en aan hangen. Dat komt maar door één ding: onze politiemensen hebben vandaag schrik om iemand aan te houden op de manier dat ze het moeten doen. Dat wil zeggen: boem naar de grond, even er tegen gaan zitten, handboeien aan en de combi in. Ze durven dat niet meer. Ze willen het rechtstaand doen. Dat is hoe het zeker niét moet. Ze worden langs alle kanten gefilmd en die beelden worden uit hun context getrokken. Neem dat geval van die skater in Roeselare. Die agent had die man natuurlijk niet moeten slaan. Maar alles wat daaraan vooraf ging, moet je ook tonen.”

Een bodycam voor elke agent?

“Ik ben daar voorstander van. De vakbonden zijn er tegen, omwille van de privacy van onze mensen. Ik begrijp dat. Maar de meeste interventies zouden rustiger verlopen en ik denk dat we achteraf veel minder problemen zullen hebben.”

Na uw optreden in ‘Terzake’ maandag — waar u nogal veel sprak over straathoekwerkers en ‘voetbalmatchkes’ in de wijken — werd u hier en daar wat weggezet als een linkse rakker. Die voetbalmatchkes lijken me toch niet de essentie van uw boodschap.

“Dat is zeker niet de essentie. Iedereen moet aan dezelfde kant staan. Dat is de essentie. En dat begint bij de burger. Filmen en mekkeren op de sociale media is gemakkelijk. Bel als je iets ziet. Werk mee.”

Burgers hebben misschien angst voor represailles? Ik ga op de tram ook niemand zeggen dat hij zijn masker moet opzetten. Voor je het weet krijg je een pak rammel. Of erger.

“Dat kan. Ik doe het zelf ook niet, tenzij ik in uniform ben. Als ik in burger ben, kijk ik. Dan heb je twee soorten mensen. Mensen die voelen dat ze bekeken worden en het masker snel opzetten. En een andere categorie waarvan je weet, dit kan ‘ambras’ geven.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234