Woensdag 08/12/2021

Kernwapens op kousenvoeten

null Beeld kos
Beeld kos

Is België in 2010 akkoord gegaan om het arsenaal op Kleine Brogel te moderniseren? Rik Coolsaet, gewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent en voormalig adjunct-kabinetschef bij Defensie en Buitenlandse Zaken, geeft een geschiedenisles.

In het geheim zou België in 2010 akkoord zijn gegaan om de kernwapens op Kleine Brogel te moderniseren. 'Zou', want toenmalig premier Leterme (CD&V) heeft laten weten dat dit nooit op de ministerraad is gekomen. Yves Leterme spreekt beslist de waarheid. Maar toch zou het kunnen dat 'iets' al beslist is, als we de recente geschiedenis tot onze gids maken.

Januari 1985, premier Martens (CVP) is op bezoek bij president Reagan. Het gesprek belandt bij een controversieel dossier voor de Belgen: de opstelling van een nieuwe generatie Amerikaanse kernwapens op ons grondgebied. In België was dat dossier al jaren het voorwerp van verhitte debatten en massale betogingen. Maar de Amerikanen waren ervan overtuigd dat de Belgische regering achter de beslissing stond. De Belgische vertegenwoordigers in de NAVO hadden immers, vergadering na vergadering, de technische documenten goedgekeurd, zonder enig voorbehoud aan te tekenen. Het werd een gênante ontmoeting. Terug in Brussel vroeg Wilfried Martens voor het eerst het volledige dossier over de rakettenzaak op. In zijn mémoires beschrijft hij hoe hij zich daarbij voelde, verslagen, woedend en "zwaar bedrogen": "Ik kreeg eindelijk zicht op het sluipende besluitvormingsproces waarmee Buitenlandse Zaken en Defensie ons land jaren voordien met de plaatsingskalender hadden verbonden."

Opportune modernisering
Drie jaar later. Opnieuw is er binnen de NAVO sprake van de modernisering van kernwapens. Amerikanen en Sovjets hadden beslist om de kernwapens, waar Reagan en Martens over gepraat hadden en die intussen in Florennes stonden opgesteld, weer te verwijderen. De gespecialiseerde werkgroepen binnen de NAVO, die de nucleaire kwesties opvolgden, vonden dat de verloren gegane capaciteiten dringend gecompenseerd moesten worden door de resterende tactische kernwapens (waaronder de vliegtuigbom waarvan nu weer sprake is) te moderniseren.

Deze werkgroepen zijn samengesteld uit ambtenaren van alle lidstaten en rapporteren aan de Nuclear Planning Group (NPG), zijnde de ministers van Defensie van alle lidstaten (behalve Frankrijk). De ministers nemen daar akte van het geleverde werk. En zo maakte de toen kersverse defensieminister Coëme (PS) eind september 1988 voor het eerst kennis met een rapport van deze ambtenaren. Daarin werd gevraagd om door te mogen gaan met het studiewerk over de geplande modernisering. Studiewerk, geen concrete beslissing over specifieke wapens, zo stond zwart op wit te lezen. Binnen Defensie lokte het plan echter bedenkingen uit: was zulk een modernisering opportuun, gezien de groeiende détente tussen Oost en West; was ze compatibel met de regeringsverklaring, die net pleitte voor onderhandelingen over de verwijdering van dit soort wapens; en was het niet aangewezen om dit democratisch te bespreken en aldus de indruk te vermijden dat men zulk een dossier opnieuw wou doorduwen zonder dat regering en parlement ervan op de hoogte waren?

Guy Coëme bracht het dossier daarop naar de regering. Die aarzelde tussen twee houdingen. In alle stilte het rapport onderschrijven in de overtuiging dat het enkel ging om studiewerk en dat concrete beslissingen pas jaren later aan de orde zouden zijn ? Of de zaak ten gronde spelen en het idee zelf van een modernisering aan de orde stellen, met het risico echter helemaal geïsoleerd te staan. Uiteindelijk werd beslist om niet te beslissen en de NAVO voor te stellen om elke beslissing ter zake uit te stellen. Wat de doorslag gaf, was het argument dat wie eenmaal het principe van een modernisering goedkeurde, later erg moeilijk de concrete uitvoering van die beslissing zou kunnen afwijzen.

Belgisch isolement
Met die positie stuurde België wat normalerwijze een routinevergadering had moeten zijn, in de war - en liet daarmee meteen ook een zandkorreltje vallen in het raderwerk van de NAVO-besluitvorming. Voorstanders hadden immers gehoopt dat de modernisering niet publiek zou worden vooraleer concrete beslissingen waren genomen. Op de ministeriële NPG-vergadering in Scheveningen moet Coëme zich erg eenzaam gevoeld hebben. Geen van zijn collega's steunde hem, sommigen waren zelfs bijzonder onbehouwen. Maar Coëme zelf beschouwde de Belgische houding als een succes. Niet alleen behield de regering haar volledige keuzevrijheid inzake de modernisering van het kernarsenaal op het eigen grondgebied. Het Belgische voorbehoud haalde daarenboven het dossier uit de louter technische sfeer. Na afloop van de vergadering liet de secretaris-generaal van de NAVO immers weten dat nu hoge prioriteit zou gegeven worden aan de uitwerking van een overkoepelend politiek concept over wapenbeheersing en veiligheid.

Drie maanden na die beruchte vergadering stond België niet langer alleen. Begin 1989 liet West-Duitsland op zijn beurt weten dat het niet opportuun was om nu te beslissen. Het dossier sukkelde van de ene moeizame NAVO-ministerraad naar de volgende, waarbij steeds meer lidstaten luidop hun bedenkingen begonnen te uiten. Coëme bleek in Scheveningen luidop gezegd te hebben wat velen in stilte dachten. In september 1991 blies president G.H. Bush dan uiteindelijk de voorgestelde modernisering af en besliste unilateraal het aantal tactische kernwapens te verminderen. En drie jaar later werd een Belg opnieuw secretaris-generaal van de NAVO. Het Belgische isolement was dus van erg korte duur geweest.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234