Woensdag 20/10/2021

Kernwapens, 25 jaar na Reykjavik

Precies 25 jaar geleden zat ik in Reykjavik tegenover Ronald Reagan om een deal te bespreken die het angstaanjagende arsenaal kernwapens van de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie moest verminderen en zelfs elimineren tegen 2000.

Ondanks onze verschilpunten waren wij er innig van overtuigd dat beschaafde landen zulke barbaarse wapens niet zouden mogen inzetten als de speerpunt van hun veiligheidsbeleid. Ook al slaagden we er niet in onze hoge ambitie waar te maken in Reykjavik, toch was de top, in de woorden van mijn toenmalige tegenhanger, "een grote doorbraak in de zoektocht naar een veiliger wereld".

De komende jaren kunnen bepalen of onze gedeelde droom van een kernwapenvrije wereld ooit gerealiseerd zal worden.

Volgens criticasters is kernontwapening in het beste geval onrealistisch, in het slechtste een riskante utopische droom. Ze wijzen op de 'lange vrede' tijdens de Koude Oorlog, het bewijs dat nucleaire afschrikking de enige manier is om een grote oorlog te vermijden.

Broze bewaker

Ik heb ooit de ultieme bevoegdheid gehad over die wapens, en ben het niet eens met die bewering. Nucleaire afschrikking is altijd een moeilijke en broze bewaker van de vrede geweest. Door er niet in te slagen een dwingend plan voor te stellen voor nucleaire ontwapening bereiden de VS, Rusland en de andere kernmachten door niets te doen een toekomst voor waarin kernwapens ooit gebruikt zullen worden. Die catastrofe moet vermeden worden.

Het gecreëerde vertrouwen en begrip in Reykjavik effenden het pad voor twee historische verdragen. Het Intermediate-Range Nuclear Forces (INF)-verdrag vernietigde de gevreesde snelleaanvalsraketten die de vrede in Europa bedreigden. Volgens de eerste Strategic Arms Reduction Treaty (START I) uit 1991 verminderde het Amerikaanse en Sovjet-Russische kernarsenaal met 80 procent in één decennium.

Terugblikkend blijkt dat het einde van de Koude Oorlog de voorbode was van een slordiger ordening van de wereldheerschappij. De kernmachten zouden zich moeten houden aan de eisen van het non-proliferatieakkoord uit 1968 en 'in goed vertrouwen' de onderhandelingen heropstarten voor ontwapening. Dat zou het diplomatieke en morele kapitaal waarover diplomaten beschikken verhogen in hun pogingen om nucleaire proliferatie af te remmen in een wereld waarin meer landen dan ooit de knowhow hebben om een kernbom te bouwen.

Alleen een ernstig programma voor universele ontwapening kan het vertrouwen en de geloofwaardigheid brengen die nodig zijn om wereldwijd tot de consensus te komen dat nucleaire afschrikking achterhaald is. Noch op politiek, noch op financieel vlak kunnen we ons het huidige systeem van nucleaire 'haves' en 'have-nots' nog veroorloven.

Reykjavik bewijst dat durf beloond wordt.

Stijfkoppen

Vandaag de dag lijken er geen leiders te zijn die de durf en de visie hebben om het vertrouwen op te bouwen dat nodig is om nucleaire ontwapening opnieuw centraal te plaatsen in de zoektocht naar wereldvrede. Economische problemen en de Tsjernobylramp noopten ons toen tot actie. Waarom brachten de Grote Recessie en de verschrikkelijke meltdown van Fukushima Daiichi in Japan geen soortgelijke reactie teweeg?

Een eerste stap moet zijn dat de VS eindelijk de Comprehensive Test Ban Treaty (CTBT) uit 1996 ratificeren. President Barack Obama heeft dat verdrag een cruciaal instrument genoemd om proliferatie tegen te gaan en een kernoorlog te vermijden. Het is tijd dat Obama de beloften nakomt die hij in 2009 deed in Praag en de Amerikaanse Senaat ervan overtuigt de steun van Amerika voor het CTBT te formaliseren.

Dat zou de andere stijfkoppen - China, Egypte, India, Indonesië, Iran, Israël, Noord-Korea en Pakistan - dwingen om het CTBT ook opnieuw in overweging te nemen. Dat zou ons dichter bij een wereldwijd verbod op nucleaire tests brengen, in alle omgevingen - in de atmosfeer, in de zee, ondergronds of in de ruimte.

Een tweede noodzakelijke stap is dat de VS en Rusland voortwerken op de New START-overeenkomst en hun wapens verder verminderen, met name tactische en reservewapens, die geen enkel nut hebben, veel kosten en de veiligheid bedreigen. Die stap moet verbonden worden aan een beperking van de raketverdediging, een van de voornaamste obstakels op de top van Reykjavik.

Een verdrag over de vermindering van nucleair splijtmateriaal (FMCT), dat al lang aansleept in multilaterale gesprekken in Genève, en een succesvolle tweede Nucleaire Veiligheidstop volgend jaar in Seoel zullen helpen om gevaarlijk nucleair materiaal te beheersen. Het vereist ook dat volgend jaar in de VS het Global Partnership uit 2002, dat handelt over de bewaring en eliminatie van alle massavernietigingswapens - nucleair, chemisch en biologisch - vernieuwd en uitgebreid wordt.

Onze wereld is nog altijd te veel gemilitariseerd. In het huidige economische klimaat zijn kernwapens weerzinwekkende geldverslinders. Het ziet ernaar uit dat de economische problemen nog even zullen aanhouden, en dus moeten de VS, Rusland en andere kernmachten de gelegenheid aangrijpen om multilaterale wapenbeperkingen door te voeren via nieuwe of bestaande kanalen zoals de VN-Conferentie voor Ontwapening. Het zou meer veiligheid brengen voor minder geld.

Maar ook de uitbouw van de conventionele militaire machten - in belangrijke mate aangedreven door de enorme militaire macht die de VS wereldwijd ontplooien - moet aangepakt worden. Naarmate we de afspraken van de Conventional Forces in Europe (CFE) voortzetten, moeten we op wereldschaal ook een vermindering overwegen van de militaire budgetten en troepenmachten.

Onze inspanningen van 25 jaar geleden hebben alleen zin als de Bom naast de ketenen van de slavenhandelaars en het mosterdgas uit de Grote Oorlog in het museum van vervlogen wreedheden belandt.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234