Donderdag 20/01/2022

Kerkbelasting vs. heilige privacy

Voor een kerkbelasting verwijst men altijd weer opnieuw naar het systeem van de ‘Kirchensteuer’ in de Duitse Bondsrepubliek. De kerkbelasting heeft er een lange traditie. Al in de middeleeuwen inden de kerkvorsten van de boeren een ‘tiende’. Zo ontstond een sterke band tussen kerk en staat, meer bepaald tussen de twee toonaangevende kerken (de katholieke en de protestantse) en de staat. Sinds de invoering, na de Tweede Wereldoorlog, van een moderne federale parlementaire democratie, is het de openbare administratie die deze belasting int voor de kerken. In Duitsland zijn het de deelstaten, de Ländern, die de belasting innen en het tarief bepalen - meestal 8 of 9 procent van de belasting op het persoonlijk inkomen.

Kirchensteuer komt erop neer dat alle Duitse belastingplichtigen een kerkbelasting moeten betalen, tenminste als ze lid zijn van een officiële geloofsgroep. Te weten de ‘Evangelische Kirche’, de ‘Romisch-katholischen Kirche’ en in een aantal deelstaten de joodse eredienst. In 2008 kreeg de evangelische kerk zo 4,5 miljard euro, de katholieke kerk kon rekenen op 5,2 miljard euro. De kerken moeten met die gelden hun personeel en werking alsook de exploitatie betalen. Zestig tot zeventig procent van die middelen gaat naar personeelskosten.

Andere geloofsovertuigingen en vrijzinnigen kunnen niet genieten van de ‘Kirchensteuer’. En Duitse belastingplichtigen die niet tot een van de erkende kerken behoren, betalen geen kerkbelasting. Bovendien laten veel burgers in de Bondsrepubliek zich uitschrijven bij een erkende kerk. Ze doen dat via een procedure bij de gemeentelijke burgerlijke stand. Vanwege de groeiende groep ‘uittredingen’ kent het systeem meer en meer financiële problemen. Bovendien stellen politieke partijen waaronder de liberale FDP en Die linke vragen bij de verwevenheid van kerk en staat, en stellen ze inbreuken tegen het gelijkheidsbeginsel vast.

België

In tegenstelling tot Duitsland staat bij ons de federale overheid in voor de betalingen van lonen en pensioenen van de bedienaars van de erediensten. Eerste opmerkelijk gegeven: de begroting van Justitie maakt geen onderscheid tussen de katholieke, protestantse, anglicaanse, orthodoxe en joodse erediensten en geeft alleen het globale bedrag weer van de kost. Geraamde loonkost: 87 miljoen euro. De andere erkende instellingen staan in de begroting wél apart vermeld: 4 miljoen euro voor de islamitische eredienst, 216.000 euro voor het boeddhisme, 14,5 miljoen euro voor de vrijzinnigen. Daarnaast vind je begrotingsartikels aangaande deze erkende instellingen in de begrotingen van de gewesten, de provincies en de gemeenten. Zo heeft niemand een globaal beeld van de publieke kost van de erkende erediensten en de vrijzinnigheid.

Stel nu dat je in dit federale koninkrijk een kerkbelasting invoert, waardoor de Belg zelf kan bepalen naar welke levensbeschouwing zijn belastinggeld gaat. Niet meer dan billijk en logisch, zult u zeggen? Wel, onder het gras zijn nogal wat addertjes verborgen.

Om te beginnen: wat met de scheiding van kerk en staat? België kent een principiële scheiding tussen beide. Weliswaar met faciliteiten voor de erkende erediensten, maar in de praktijk moet de staat zich niet bezighouden met de financiering van de diverse erediensten. Willen we daaraan raken?

Daarnaast dreigt een probleem van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Het Duitse systeem houdt in dat de burgerlijke stand en de administratie van Financiën weet wie tot de protestantse, joodse of katholieke kerk behoort. Als men een kerkbelasting wil invoeren naar Duits voorbeeld, schendt men dan niet de privacy van de burgers?

Een alternatief kan zijn dat men de kiezers bij de provincieraadsverkiezingen ook zou laten stemmen uit een lijst van erkende erediensten of de niet-confessionele levensbeschouwing. Door die verkiezing te organiseren op provinciaal niveau is er een werkbare budgettaire basis. Maar wat dan met de personen die zich niet vinden in die lijst? Hun belasting zou naar het Rode Kruis kunnen gaan. Zodoende zouden de gelden van deze belasting voor zes jaren verdeeld worden over de instellingen op de bedoelde lijst en dit per provincie.

Een invoering van kerkbelasting moet ook gerelateerd worden aan een aantal budgettaire dossiers ter zake. De middelen moeten immers duidelijk worden toegewezen aan de betaling van de lonen, de werking en het onderhoud. Ook het publieke pensioenstelsel van het personeel zou eensklaps vervangen worden door een privaat systeem. Een kerkbelasting invoeren betekent voorts dat de gemeenten of de provincies niet meer verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor tekorten van de kerkfabrieken. Budgettaire ondersteuning voor de erediensten in de begrotingen van de gemeenten, de provincies, de gewesten of de federale staatsbegroting kan dan niet meer. Over dit soort implicaties is niet geweldig veel nagedacht. Bovendien gaat vandaag een belangrijk deel van het gewestelijk budget voor monumentenzorg vandaag naar kerken.

Fiscale druk

En dan is er nog de staatshervorming. De laatste staatshervorming heeft de gewesten bevoegd gemaakt voor de materiële organisatie der erediensten. Een invoering van een kerkbelasting moet evenwel gebeuren door het bestuursniveau dat de personenbelasting int. Vooralsnog is dat... de federale overheid, tenzij een nieuwe staatshervorming de personenbelasting uit de bijzondere financieringswet haalt en aan de gewesten de bevoegdheid geeft om de inning te doen.

Hebben de pleitbezorgers van een kerkbelasting nagedacht over toenemende fiscale druk? Een kerkbelasting doet een nieuwe vorm van ‘aanvullende personenbelasting’ (voor de gemeenten) ontstaan. Ze betekent een belastingverhoging voor de burgers! Een eventuele invoering vraagt dus om compensatie.

Tegenover de relatief vaste financiering van het huidige systeem, zal deze belasting in perioden van hogere werkloosheid minder opbrengen.

Ik ben niet per definitie tegen een kerkbelasting, het huidige systeem is evengoed vatbaar voor kritiek. Vandaag krijgen alleen de erkende erediensten en de niet-confessionele levensbeschouwing onze publieke financiële steun. Ook de verdeling van de gelden stoelt niet bepaald op objectieve gegevens. De huidige verdeling kent geen enkele democratische onderbouw.

Maar de voorstellen voor een kerkbelasting werpen veel vragen op die de politici zullen moeten beantwoorden. Sommige van die vragen liggen hier bijzonder gevoelig en zullen de invoering niet bespoedigen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234