Maandag 22/07/2019

‘Kennelijk is origineel zijn vandaag geen criterium meer’

illemyns raast door zijn zinnen zoals een renner in een massasprint naar de finish spurt. Hij praat snel, draagt het hart op de tong en toont zich geen fan van overdreven nuances. Voor iemand die al zo lang in de media zit - behalve muzikant is Willemyns monteur en documentairemaker - is die gedrevenheid even zeldzaam als verfrissend.

We ontmoeten elkaar op de eerste echte lentedag van het jaar op een terras in de schaduw van de VRT-toren. Zo kan Willemyns ongestoord een sigaret roken, iets wat hij tijdens het gesprek overigens in een behoorlijk tempo doet. “Als je een vierde cd uitbrengt, ben je toch wel door een vliesje gestoten”, vindt hij. “Deze keer hebben we uitsluitend onze zin gedaan. We wilden vooruit, en dat kon alleen als we complexloos onze intuïtie zouden volgen. Beperkingen zijn goed, maar niet op de manier dat we tegemoet wilden komen aan wat van ons verwacht werd. Na Lotuk hebben we echt een geloofscrisis gehad. Konden we onszelf nog wel vernieuwen? Was de verrassing niet weg? Ik ben blij dat we die vragen op de nieuwe plaat hebben kunnen beantwoorden. Met - in volgorde - ja en nee.”

Op de vorige cd’s schemerden nog volop invloeden uit de wereldmuziek door. Die zijn nu vrijwel helemaal verdwenen. Waren jullie stilaan uitgekeken op die exotiek?

Hendrik Willemyns: “Dat is wat sterk gesteld. Maar we hebben onze muzikale beperkingen, en waren in die zin toch wat bang om nog een keer dezelfde verhalen te vertellen. Daarom hebben we bewust nieuwe dingen uitgeprobeerd. Die samenwerking met Johnny Whitley, bijvoorbeeld, de zanger van Blood Brothers, een Amerikaanse hardcoreband waarvan ik altijd al een enorme fan ben geweest. Ik wilde wel eens weten wat dat zou geven. Pas op: ik was aanvankelijk wel weer van plan om in de Brusselse Matongewijk wat muzikanten te ronselen. Maar dat begon op den duur een trucje te worden.”

Was dat de manier van werken vroeger? Even naar Matonge wat muzikanten bij elkaar scharrelen?

“Vaak gedaan, ja. Er is niets zo simpel als daar een café binnenstappen en vragen of er toevallig zangers in de zaal zijn. (lacht) En anders kent de barman altijd wel iemand. Dat werkte prima zo. We hebben onszelf altijd als een echte Brusselse groep beschouwd, waar alle stijlen en culturen aan bod konden komen. Maar deze keer was dat gevoel er om een of andere reden wat minder. Misschien heeft het te maken met het feit dat John (Roan, de andere helft van het duo, BS) en ik de laatste jaren ontzettend veel gereisd hebben samen.”

Voor de opnames van de documentairereeks Paper Trails, waarin jullie op locatie zes meesterwerken uit de wereldliteratuur presenteerden, ben je heel lang op de baan geweest met John. Leer je elkaar na al die jaren van intensief samenwerken dan toch nog op een andere manier kennen?

“Zeker, al heeft hij mij misschien nog beter leren kennen dan ik hem, omdat het gewicht van die reeks voornamelijk op mijn schouders lag. En dus zag hij me wel eens met de handen in het haar zitten als ik geen goed beeldmateriaal had. Geloof me: ik ben een paar keer de wanhoop nabij geweest. Tot tranen toe, zelfs. En dan was het aan hem om me op te peppen. Iets wat hij overigens heel goed kan. Het feit dat we elkaar na tien jaar Arsenal nog altijd veel te vertellen hebben, is een goed teken. In Nigeria heb ik gemerkt dat John heel bang is voor gevaar op straat, terwijl ik me daar geen moment onveilig heb gevoeld. Anderzijds: in Birma was ik dan weer degene die bang was van kakkerlakken. Zijn conclusie was dat ik bang ben voor dingen die niet gevaarlijk zijn en hij alleen in paniek raakt als het écht riskant wordt.”

Had je zo’n zijproject nodig naast de muziek?

“Ja. Zonder de ervaringen van Paper Trails zouden we het vandaag over een heel andere plaat hebben. Het ene heeft het andere rechtstreeks beïnvloed, al was het maar omdat de helft van de nummers op de cd drastische herwerkingen zijn van tracks die we destijds voor dat programma hebben opgenomen. Misschien is de wereldmuziek wel uit onze sound verdwenen omdat we de laatste twee jaar zélf zoveel gereisd hebben. Het zou fake zijn om die invloeden in de songs te verwerken op een moment dat we die zelf niet meer aanvoelen.

“Ik zat al langer met het idee om zo’n documentairereeks te maken, omdat ik eigenlijk meer van boeken ken dan van muziek. Voor onze vorige cd’s hadden we al een paar portretten gefilmd over de gastzangers met wie we toen werkten. Ik heb toen een interview gedaan met de legendarische Grant Hart over The Young and the Evil, een boek van Charles Henri Ford waaruit hij in onze song ‘The Letter’ citeerde. Dat fragment hebben we uiteindelijk niet gebruikt, maar ik vond het wel een goed idee om een hele literaire reeks te maken. En gelukkig waren ze het daar bij Woestijnvis mee eens. Het leek me heel boeiend om voor de verandering eens zélf journalist te zijn. Ik wist bovendien dat het niet alleen als tv-maker maar ook als mens een verrijkende ervaring zou zijn. En inderdaad: F. Scott Fitzgerald heeft voor mij geen geheimen meer.”

Reizen maakt deel uit van je DNA. Jullie jongste platen zijn allemaal in het buitenland opgenomen.

“En het grappige is: eigenlijk maakt dat niets uit, want die andere omgeving heeft nauwelijks impact op de muziek. Die manier van werken kost geld, maar ze stelt ons wél in staat om kind te blijven. Tijdens de opnames van Lotuk in Noorwegen gingen John en ik op onze Adidassloffen bergen beklimmen. Of gingen we wandelen op een bevroren meer. Allemaal domme, kinderachtige dingen. En tegelijkertijd denk ik toch: dit is top. Als je je op onze leeftijd nog met zulke onnozelheden mag bezighouden, dan kun je niet anders dan concluderen dat we gezegend zijn.”

Heb je dat isolement nodig om de creativiteit aan te scherpen?

“Absoluut. Op zulke momenten zijn we uitsluitend op onszelf aangewezen. Soms zitten we een hele dag aan een nummer te werken en lopen we keer op keer tegen dezelfde muur aan. Maar precies omdat we afgezonderd en ver van huis zitten, worden we gedwongen om te blijven zoeken tot er een doorbraak volgt.”

Hoe maken jullie ruzie? Twee mensen die al zo lang zo intensief met elkaar samen- werken, kennen ook elkaars zwakke plekken.

“We slaan elkaar niet, maar ik kan John wél binnen tien seconden op zijn paard krijgen. Hij heeft namelijk serieus lange tenen. En omgekeerd weet hij natuurlijk ook waar mijn gevoeligheden liggen. Al ben ik zelf toch iets flexibeler, want anders zou het niet leefbaar blijven. Noem me gerust de sympathiekste van de twee. (schatert) Eigenlijk zijn we beurtelings het mannetje en het vrouwtje in onze relatie. Als de opnames niet vlotten, wordt hij alsmaar kwader. Eerst begint hij te mokken, daarna is het helemaal beeld zonder klank. Van zo’n lang gezicht krijg ik het dan weer op mijn zenuwen, en daardoor loopt de spanning zo hoog op tot het tot een uitbarsting komt. En dan doen we allebei ons best om het meteen weer goed te maken. Als je in afzondering zit, kun je niet anders. In België zouden we naar huis gaan en tegen ons lief zagen. Want die energie moet sowieso geventileerd worden.

“Wat ook meespeelt als we in het buitenland werken: daar wil je dat je reis rendeert. Als ik thuiskom, wil ik mijn vriendin minstens vijf nieuwe nummers laten horen. Ik ben veertien dagen weggeweest, en al die tijd heeft ze het huishouden in haar eentje moeten dragen. Uit respect wil ik daar iets tegenover kunnen stellen.”

Is je vriendin een fan van Arsenal?

“Ja. Een megafan, zelfs.”

Zou je er moeite mee hebben als ze jullie platen maar niets zou vinden?

“Ja, omdat ik haar als een belangrijk klankbord beschouw. En ik wil haar zegen hebben. Soms, heel af en toe, negeer ik haar opmerkingen, maar dat is zeldzaam. Ze heeft echt het talent om heel direct te zijn, om door alle rommel heen te kijken. Dat is een gave die ik bij heel weinig mensen tegenkom. In de tv-wereld heb je dat ook, mensen die naar een programma kijken en daarna feilloos aanwijzen wat er precies fout aan is. Echt indrukwekkend.”

Vorige keer namen jullie in Noorwegen op, dit keer weken jullie uit naar het Franse Locquémeau. Beschrijf eens hoe het er toeging?

“Het is een piepklein dorpje van misschien duizend inwoners aan de Côte d’Armor in Bretagne. We hadden er een huis op een klif, dat bijna helemaal was opgetrokken uit glas. Onze eerste indruk was: een droomhuis. Tot het begon te waaien. En te stormen. Er zijn nachten geweest dat ik in bed lag en dacht dat het dak er elk moment af kon gaan. Dat had ook een invloed op onze gesprekken. John en ik hadden het gevoel dat er iets op til was. Niet dat we als twee profeten de ramp in Japan hadden voorspeld. Maar toch: we voelden een zeker onbehagen.

“Daarna zouden we naar Caïro gaan om de hoesfoto’s te maken. Bij ons was het hartje winter en ijskoud. Iedereen had zin in wat warmte. Maar de reis was amper geboekt of de boel ontplofte in Egypte. Rellen, geweld, noem maar op. In eerste instantie dachten we: dat gaat tof zijn voor de foto’s. Maar plotseling begonnen ze fotografen te lynchen. Dat leek ons toch iets minder. Uiteindelijk zijn we naar Warschau uitgeweken, waar het nog harder vroor dan bij ons.”

Ik begrijp dat je voor de nieuwe cd ook heel graag met Walen wilde samenwerken. Waarom?

“Ik zit wel eens in een jury bij talentenjachten, en het was me opgevallen dat er in Luik momenteel een heel boeiende scene ontstaat, met jonge bands die op een heel verfrissende manier met muziek bezig zijn. Een van de gasten op onze plaat, Depotax, heb ik zo leren kennen. Die hebben me echt van mijn sokken geblazen. Ik wist niet dat dat nog kon, origineel zijn.

“De politieke situatie waarin ons land verzeild is, was geen drijfveer op zich maar heeft misschien onbewust meegespeeld. Zelfs in Nigeria kreeg ik er vragen over: ‘What are you, Flemish or Walloon?’ Niet te geloven, toch? Alsof ze daar zelf niets beters te doen hebben.

“Onlangs herlas ik toevallig The Second Coming, een gedicht van William Butler Yeats dat perfect de situatie weergeeft die zich momenteel in België afspeelt. ‘Things fall apart, the centre can not hold.’ En beter nog: ‘The best lack all conviction, while the worst are full of passionate intensity.’ Ik zie the worst bezig: al die dikke koppen op tv. Ik kan me daar behoorlijk druk in maken. Ik spreek vaak met Brusselaars en Walen, en over één ding is iedereen het eens: de impasse is totaal.”

Enig idee waar het fout is gelopen?

“Je kunt verschillende punten aanduiden. De dag waarop Yves Leterme verkozen werd en iedereen daar met Vlaamse Leeuwen stond te zwaaien was zeer zeker een scharniermoment. Die nepuitzending van de RTBF waar Vlaanderen zogezegd de onafhankelijk had uitgeroepen ook. Maar eigenlijk is het nog veel vroeger begonnen, op het moment dat de VRT en de RTBF apart zijn gaan uitzenden. Want televisie is superbelangrijk. Dat is, zeker in de gemediatiseerde samenleving, de plek waar het hart van een cultuur ligt. Cultuur, dat is wat je ziet, wat je hoort, en waar je over praat. En op dat vlak is er met de jaren een alsmaar grotere kloof tussen Vlaanderen en Wallonië gegroeid. Nu verstaat de ene helft van het land de andere niet meer, en groeien de uitersten alsmaar verder uit elkaar. Ik snap dat allemaal wel. Maar als ik dan de slogan ‘Vlaanderen Onafhankelijk’ hoor, draait mijn maag om. Want onafhankelijk van wat? Van energie? Van voedselvoorziening? Dat is gewoon triest om te zien.”

Arsenal bestaat intussen tien jaar. Wat beschouw je zelf als jullie grootste verwezenlijking in al die tijd?

“Het feit dat we er nog altijd staan.”

Cliché.

“Goed dan: dat we een van de laatste bands zijn die een heel herkenbare, eigen sound hebben. Dat wordt alsmaar zeldzamer, want popmuziek trappelt al jaren ter plaatse, en iedereen bootst elkaar na. Originaliteit is kennelijk geen punt meer. Terwijl dat nog een absolute must was toen dEUS en Soulwax begonnen. Als je toen geen uitgesproken persoonlijkheid had, kon je het schudden. Je kreeg alleen een kans als je iets nieuws kon bijdragen aan wat er al was. Op het gevaar af als een oude zak te klinken: vandaag is het net andersom. Nu gaat het, om een mooi woord te gebruiken, over co-creëren. Gewoon iets maken om erbij te kunnen horen. Om mee te mogen huilen met de wolven. Als ik ergens trots op ben, dan is het op het feit dat John en ik dat niét hebben gedaan.”

Jullie staan straks vijf keer in de Ancienne Belgique. Hoe komt het dat steeds meer Belgische bands daar in serie beginnen te spelen? Channel Zero, Ozark Henry, Triggerfinger, Selah Sue zelfs. Het is al bij al een vrij nieuw fenomeen.

“Simpel: de AB is een topzaal en wordt door alle bookers en festivalorganisatoren als een maatstaf gezien. Het is een soort lakmoesproef. Ofwel trek je volk, ofwel niet. Ik vond het sowieso een risico om zo’n reeks concerten in de verkoop te steken, want het is niet dat we aan Idool hebben meegedaan, hé. We moeten het uitsluitend op eigen kracht zien te redden.”

Eigenlijk kan Arsenal in België nauwelijks nog groter worden.

“Dat besef ik. En dat is al bij al niet zo’n goed nieuws.”

Op naar het buitenland dan maar? Milow en Stromae bewijzen dat het ook nu nog kan.

“Goh. ‘Estupendo’ is opgepikt door Perez Hilton en Kanye West, en mensen in het buitenland die op basis daarvan Arsenal ontdekt hebben, vonden de rest te anders. Ze wisten niet goed wat ze met ons aan moesten. In België vindt iedereen het normaal dat we veelzijdig zijn, maar in andere landen is het net omgekeerd. Daar hebben we in het verleden dus misschien een denkfout gemaakt. Maar hebben we daar dit keer rekening mee gehouden? To-táál niet. We zijn wat oud geworden om nog in een busje te kruipen en voor peanuts in een lege zaal te gaan spelen. Daar heb ik gewoon geen zin meer in. Dan zou ik liever met John nog een nieuwe reeks Paper Trails opnemen. Natuurlijk: er moet wel groei zijn. Dat geldt voor elk organisme. Als je niet groeit, sterf je op den duur. Maar hoe die er zal komen is een open vraag. Mocht dat niet meer kunnen door nog meer AB’s uit te verkopen, dan zal het op een andere manier moeten gebeuren.”

Door Rock Werchter te headlinen, bijvoorbeeld?

“Bijvoorbeeld. Maar ik weet zo dat dat nooit gaat gebeuren, omdat we daarvoor te veel optredens geven. Ik geef toe: we hebben met het idee gespeeld om heel weinig concerten te geven en één keer heel groots uit te pakken. Maar dat kunnen we niet maken tegenover onze groep. Om hen dan te zeggen dat we welgeteld één optreden gaan geven... erg motiverend is dat niet. Bovendien: we maken geen platen om er nadien maar één keer mee op het podium te gaan staan. Integendeel, we willen véél spelen, omdat ons dat zelf ook beter maakt. Als je internationaal toert kun je het je als Belgische band veroorloven om in eigen land alleen één slot als headliner te aanvaarden. Maar wij willen er geen exclusieve aangelegenheid van maken. Mensen houden van Arsenal en komen graag naar de optredens kijken. En wij houden van mensen die van Arsenal houden. We spelen veel uit dankbaarheid voor ons publiek en ook - daar ga ik niet hypocriet over doen - omdat het financieel interessant is. Vergeet niet dat we bijna twee jaar niet gespeeld hebben. Dat is echt een gemis, hoor. Voor John nog meer dan voor mij, want dat is écht een performer.”

Jij niet. Vaak sta je achter al je apparatuur gewoon een pintje te drinken.

“Dat is waar. Ik zwaai wel wat met mijn armen, maar ik ben niet aan het performen voor ons publiek. Dat doen John en Leonie. Niet elke frontman is een goeie performer, maar zij wel. They’ll sing and dance for you.”

Is dat de filosofie achter Arsenal? We’ll sing and dance for you?

“Dat klinkt erg goed, alleszins. We hebben vast wel een filosofie, alleen kan ik er nu even niet opkomen. (lacht) Het belangrijkste is dat we live een positieve vibe creëren, dat het een feestje wordt zodat de mensen achteraf met een goed gevoel buitenstappen. Ook al vind ik zelf dat onze muziek vol contrasten zit. Ik vind een van onze bekendste nummers, ‘Saudade’, hypermelancholisch. Of neem ‘Lotuk’: daar kun je op dansen en springen, maar het gaat wel over een gast die alleen in bed ligt en erachter komt dat zijn relatie naar de kloten is. Noem het: verscheuring op een vrolijk melodietje. En dat geldt ook voor de nieuwe cd. Voor mij zijn die songs gesluierd in de duisternis. Als ik ze zou moeten samenvatten kom ik - excuses daarvoor - toch weer bij Yeats uit. (declameert)And what rough beast, its hour come round at last, slouches towards Bethlehem to be born? Dát is Lokemo voor mij. Maar ik weet zeker dat de meeste mensen het toch weer gewoon een feestplaat zullen vinden. En dat is prima zo.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden