Donderdag 23/09/2021

AchtergrondKenia

Kenia omarmt geothermie, maar de Masai en de natuur betalen de prijs

Zebra's bij een lekkende waterpijp dicht bij de geothermische fabriek in het Hell's Gate National Park, Kenia.  Beeld AFP
Zebra's bij een lekkende waterpijp dicht bij de geothermische fabriek in het Hell's Gate National Park, Kenia.Beeld AFP

Afrika’s grootste aardwarmteproject ligt op Keniaanse bodem, in wildpark Hell’s Gate. Dit soort electriciteitsopwekking lijkt duurzaam maar is dat niet altijd. De gieren sloegen op de vlucht.

Aan de voet van loodrechte rotswanden grazen buffels en zebra’s terwijl baviaanjongen stoeien en hun ouders elkaar vlooien. Een paar aaseters vliegen al cirkelend steeds hoger voor een goed blikveld op kadavers. Het schouwspel speelt zich af in Hell’s Gate, een wildpark niet ver van de oevers van het Naivasha-meer, een ornithologenparadijs met honderden vogelsoorten.

Een paar kilometer van de parkingang, boven op de eerste heuvel, wordt het idyllische uitzicht echter verstoord door een enorm labyrint aan camouflagegroene pijpen in diverse maten. Witte stoomwolken stijgen sissend op uit het landschap; her en der staan gebouwen. Het lijkt eerder op een industrieterrein in het groen dan een wildpark.

De constructies en gebouwen zijn onderdeel van het geothermische Olkaria-project, het grootste in Afrika, dat momenteel zorgt voor zo’n 30 procent van de elektriciteitsvoorziening in Kenia. Geothermie, ook wel aardwarmte genoemd, kan worden omgezet in energie. Het binnenste van de aarde is zo’n 6.000 graden Celsius en als ondergronds water in aanraking komt met super heet gesteente, ontstaat stoom. Door diepe putten te boren tot wel 2 tot 3 kilometer, komen stoom en heet water omhoog om vervolgens direct te worden gescheiden. De stoom wordt gebruikt voor turbines die stroom opwekken. Het water wordt teruggepompt zodat het hele proces zich kan herhalen.

Hell’s Gate is een uitgelezen plaats voor geothermie, vanwege de ligging in de Riftvallei, een slenk die vanaf Eritrea door een deel van Oost-Afrika slingert naar Mozambique. “De aardkorst in de Riftvallei is dunner omdat twee tektonische platen waarop Afrika ligt, uit elkaar bewegen. Dus makkelijker om te boren”, legt de Keniaanse geoloog David Adede uit. “Een aanwijzing voor een geschikte plek voor geothermie is het voorkomen van natuurlijke geisers in een vulkanisch gebied, zoals Hell’s Gate.”

Die huiveringwekkende naam is afgeleid van het woord enemeneng’a, wat in de taal van de in de regio levende Masai bevolkingsgroep betekent: ‘de plaats waar mensen levend verbrandden’. Mogelijk duidt dat op een uitbarsting van de nabijgelegen Longonot-vulkaan.

Kenia is, na landen als IJsland, de VS, Indonesië en Nieuw-Zeeland, in grootte de achtste producent van geothermie. Het land heeft ingezet op duurzame energie en haalde van oudsher een flink deel van de benodigde stroom uit waterkrachtcentrales. Maar door droogte, het gevolg van klimaatverandering, is die vorm van energieopwekking onbetrouwbaar geworden.

Elektriciteit is van cruciaal belang voor een ontwikkelingsland als Kenia waar een groot deel van het platteland het nog altijd zonder moet stellen. Ontwikkeling gaat echter nogal eens ten koste van levensomstandigheden van mensen en de natuur. Olkaria is geen uitzondering. Meer dan duizend Masai, een herdersvolk dat al eeuwen in het gebied leeft, moesten zes jaar geleden hun kralen verlaten wegens uitbreiding van het geothermieproject waarvoor inmiddels meer dan 300 putten zijn geboord. Ze kregen van KenGen, het semi-overheidsbedrijf dat Olkaria beheert, plaatsvervangende huisvesting, 15 kilometer verderop, op rotsachtige heuvels.

“Dit gebied is ongeschikt voor ons”, klaagt Sakayian ole Nkwamasiai, een oude Masai-leider bij zijn tweeslaapkamer woning die hij deelt met een echtgenote en vier volwassen kinderen. “Onze koeien grazen in lagere gebieden maar wij zijn gewend geiten en schapen dicht bij huis te houden. Ze vallen nogal eens in de kloven en breken hun poten en dat is een fors verlies. Bovendien moeten we nu veel verder lopen om bij winkels te komen.”

Ook uit hij zijn bezorgdheid over de mogelijke vervuiling van de omgeving door het water en de stoom die uit het binnenste van de aarde komen. Het water kan ondergronds in aanraking komen met ertsen waardoor er zich giftige elementen in vermengen. Bij een lekkage in het pijpensysteem bovengronds kan de omgeving, waar het vee van de Masai grazen evenals de wilde dieren, verontreinigd raken.

Herhaalde verzoeken voor interviews met KenGen en het ministerie van energie over die zorgen, bleven onbeantwoord.

Toerisme

Hell’s Gate werd minder aantrekkelijk voor toeristen, terwijl toerisme een belangrijke bron van inkomsten is voor Kenia. Masai-vrouwen komen weliswaar nog dagelijks hun souvenirs uitstallen bij de ingang van een kloof maar door de coronapandemie en de aanwezigheid van Olkaria verkopen ze zelden iets. Ook de natuur heeft te lijden onder de behoefte aan meer elektriciteit. Zo was Hell’s Gate lange tijd een paradijs voor aasgieren en de belangrijkste broedplaats voor de Ruppell gier die met uitsterven wordt bedreigd. De herrie van de geothermie heeft de meeste verdreven.

Dan zijn er nog de bovengrondse elektriciteitskabels die menige vogel het leven heeft gekost. Overigens niet alleen in Hell’s Gate maar ook in de rest van het land. “Ondergronds gaan met kabels is op korte termijn duurder, maar voorkomt op langere termijn dat kabels herhaaldelijk kapotgaan door weersomstandigheden, groeiende bomen en dieren die kortsluiting veroorzaken als ze zichzelf elektrocuteren”, merkt Shiv Kapila. Hij beheert even buiten het park de vogelopvang Kenya bird of prey trust waar gieren en uilen bijkomen van verwondingen.

Vooral aasgieren hebben een cruciale taak in de natuur als de grote opruimers. “Ze vormen een barrière tussen de bush en de bewoonde wereld door de rottende kadavers op te eten en voorkomen daarmee verspreiding van ondermeer miltvuur en hondsdolheid. Zonder gieren worden de karkassen prooien voor honden en ratten die zich dicht in de buurt van mensen ophouden. De kans op overdracht van ziekten wordt daardoor groot. De gieren zelf zijn niet vatbaar voor deze ziekten”, vertelt Kapila.

Aasgieren hebben het sowieso al zwaar in Kenia. Herders laten soms vergiftigd vlees in de bush achter om wraak te nemen op leeuwen die een koe hebben gedood. Niet alleen het roofdier wordt daar slachtoffer van, maar ook de aasgieren.

Mangrove

Elektriciteit is niet de enige ontwikkeling met een negatief gevolg. Ook snelwegen en treintrajecten die soms dwars door natuurgebieden lopen, zorgen voor slachtoffers onder wilde dieren. Een onderzoek toont aan dat in het Tsavo wildpark, gespleten door een weg en een treintraject, tussen 2007 en 2018 ruim 1400 dieren werden gedood, voornamelijk vogels en kleine wild maar ook olifanten. Bij het eiland Lamu, voor de kust met de Indische Oceaan moesten hectaren mangrovebossen wijken voor een nieuwe haven. Ook het visbestand heeft eronder te lijden.

Bij ontwikkelingsprojecten in Kenia worden altijd onderzoeken gedaan naar de gevolgen voor mens en natuur. Maar de onderzoeksresultaten worden nogal eens genegeerd. “Er bestaat een uiterst delicate balans tussen ontwikkeling en natuurbehoud”, zegt Paul Gacheru van Nature Kenya, de oudste natuurbeschermingsorganisatie in Afrika. “We zijn niet tegen ontwikkeling want we weten hoe belangrijk dat is. We vragen alleen om bij ontwikkelingsplannen rekening te houden met de vereisten voor het behoud van de natuur.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234