Maandag 30/11/2020

Interview

Kendrick Lamar gon’ be alright (deel vier)

Er is nog geen titel bekend, laat staan dat er al een hoes is, maar normaal gezien komt vrijdag het vierde album uit van Kendrick Lamar. In geen tijd groeide de hiphopmuzikant uit tot één van de belangrijkste zwarte stemmen van het afgelopen decennium. Tot Lamars eigen grote verbazing. 'Eerlijk gezegd, dacht ik dat alleen mensen van mijn buurt het zouden begrijpen.'

‘Het’ was Good kid, m.A.A.d. city, de debuutplaat van Kendrick Lamar op een groot label, en een bildungsalbum over opgroeien in één van de gevaarlijkste steden van Amerika. Toen het in 2012 uitkwam, woonde Lamar nog bij zijn moeder in Compton, Californië.

We praten met elkaar in een gezellige opnamestudio in Santa Monica waar hij wat later op de avond verder zou werken aan zijn nieuwe album, de opvolger van To Pimp a Butterfly uit 2015. Het is een album dat even diep en bewust voortbouwt op de muziek uit zijn thuisstad als op de geschiedenis van de jazz.

Voor iemand die zichzelf geen rapper, maar een muzikant en schrijver noemt, vuurt Lamar best wel lyrische en technisch verfijnde taal­salvo’s af. Zijn flow, een term die al te makkelijk geplakt wordt op teksten van rappers, is opvallend vloeiend en doet qua virtuositeit, variatie en kracht aan Eminem denken, een van zijn inspiratiebronnen. Lamars energie en intensiteit zijn evenwel uniek en richten zich op een heel ander gamma van sociale en spirituele thema’s.

Marsbevel

Over To Pimp a Butterfly wordt inmiddels gedoceerd aan de universiteit. Het album leverde Lamar vier Grammy’s op en bevatte het favoriete nummer van toenmalig president Barack Obama in 2015: ‘How Much a Dollar Cost’. Eén van de zes singles, ‘Alright’, met het refrein “We gon’ be alright”, door Lamar geschreven als een boodschap van hoop, werd de hymne van de Black Lives Matter-beweging. Toen hij de song vorig jaar bracht op de Grammy’s – indrukwekkend in zijn woede en muzikaliteit – klonk het ook als een marsbevel.

Lamar is helemaal in het kanariegeel in de kleine opnamestudio, op de witte sokken na die uit zijn slippers steken. Jongensachtig gezicht, ondanks de avondlijke stoppelbaard. Hij is klein van gestalte, maar gedraagt zich met complexloze ernst. Zijn kap gaat niet af, terwijl we met elkaar spreken.

“Als ik zeg ‘mijn wijk’, dan heb ik het over Compton, Long Beach, LA, de Bay Area, San Francisco, Oakland. Daar hebben ze de indruk: ‘Hij weet hoe het is, wat wij doormaken.’ Op Good kid, m.A.A.d. city had ik over opgroeien in een wijk in LA waar de bendes de plak zwaaien. Het album kwam uit, ik ging op tournee, en het liep als een trein! Waar ik ook op het podium stond, ik merkte dat de energie dezelfde was als toen ik thuis in Compton zat. En ik begreep dat niet, want hoe kun je je daarin inleven? Hoe kun je je inleven in het gevoel dat je door die gangcultuur opgesloten zit in een doos? Een fan legde het me uit: ‘Ik voel me aangesproken door je muziek, niet omdat ik die bendecultuur ken, maar omdat ik het gevoel herken om bevrijd te willen zijn.’ Zo simpel was het dus. ‘Dat is de boodschap die je overbrengt in je album. Voor jou gaat het daarom, voor mij is het mijn druggebruik. Jij praat over de bendecultuur en dat je daaraan wilt ontsnappen, ik wil ontsnappen aan mijn zelfdestructie en mijn verslavingen. Daar vinden we elkaar.’ Toen ik dat eenmaal vatte, voelde ik me daar goed bij. Oké, er is een communicatielijn tussen jou en mij.”

“Het is heel urgent”, zegt Lamar over zijn nieuwe album. We vragen hem hoe die urgentie zou klinken? Toen we binnenkwamen, stond een Pro Tools-scherm open in de studio, een work-in-progress dat we niet te horen zouden krijgen. De kleurrijke blokjes van het opnameprogramma vormden de losse elementjes van een song, en je zou bijna hopen dat je ze als een tekst kon lezen.

Kleine meisjes worden groot

Lamar zit er een poosje zwijgend bij. Uit aanpalende studio’s klinken op de achtergrond doffe beats. “Heb je kinderen?”, vraagt hij. Ik zeg dat ik een dochter van zeven maanden heb. “Dit maalt door mijn hoofd als schrijver. Op een dag heb ik misschien zelf een klein meisje. En het is echt een klein meisje – grappig dat je dat zegt. Ze gaat opgroeien. Ze wordt een kind dat ik verafgood. Ik ga altijd van haar houden. Maar ze gaat een punt bereiken waarop ze dingen zal ervaren. Ze gaat dingen zeggen en doen die je niet goed vindt, maar dat is nu eenmaal de realiteit en je wist op voorhand dat ze die fase ooit zou bereiken. Het is verontrustend, maar je moet het accepteren. En je moet je eigen oplossingen hebben om met de dingen om te gaan en erop in te grijpen.”

“Als ik zeg ‘het kleine meisje’, dan maak ik een analogie met het moment waarop ze groot wordt. We houden van vrouwen, we houden van hun gezelschap. Ooit heb ik misschien een klein meisje dat opgroeit en me vertelt over haar betrekkingen met een mannelijke figuur – dingen die de meeste mannen niet willen horen. Dat leren te accepteren en er niet van weg te lopen, zo wil ik dat het album aanvoelt.”

Het vierde en vooralsnog titelloze album van Kendrick Lamar komt vrijdag uit. 

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234