Zondag 27/09/2020

Ken uzelf in 1899

In het tweede deel van zijn romancyclus Lilith gaat Paul Claes opnieuw op zoek naar identiteiten, en in het bijzonder die van de vrouw. In het eerste deel (Lily, 2003) verraste hij met een naar Claes' maatstaven wel bijzonder toegankelijke plot en zelfs een reeks clichés. In Sfinx is dat niet anders.

Paul Claes

Sfinx

Amsterdam, De Bezige Bij, 222 p., 18,90 euro.

Hoe verschrikkelijk intelligent die man wel niet is", dat is de opmerking waarmee een recensie van een werk van Paul Claes begint. Hijzelf zou met veel plezier op de paradox van die "wel niet" wijzen. Aan de ene kant is zijn werk wel slim, zelfs zonder meer briljant: Claes is een van onze allerbeste vertalers, een meester-parodist en een superinterpreet van onder meer Hugo Claus en Arthur Rimbaud. Hij schreef romans, essays en poëzie waarmee hij de lezer pleegt te verbluffen. Maar aan de andere kant lijken vooral zijn romans niet zo intelligent als zijn buitensporige reputatie doet geloven: de vraag blijft of de belangrijke vormen van intelligentie zich tonen in het spel met interteksten, in het schrijven tussen de regels of in andere erudiete knipoogjes. Het wordt steeds duidelijker dat Claes schrijft om meer grip te krijgen op de Literatuur, in plaats van zelf belangrijke pagina's de wereld in te sturen. Anders dan Conscience leert Claes vooral zichzelf lezen. 'Gnothi seauton' stond er geschreven op de tempel met het orakel van Delphi en het is ook het motto van Claes' nieuwe roman Sfinx. In tegenstelling tot veel van zijn favoriete modernistische auteurs is hij niet te beroerd om de vertaling van het citaat mee te geven: 'Ken jezelf'. Sfinx is een tranerige zedenroman zoals die in de negentiende eeuw wel vaker werd geschreven - Theodor Fontanes Effi Briest uit 1895, bijvoorbeeld, vertoont een aantal opvallende gelijkenissen. De korte roman behandelt in vier naar dieren genoemde delen het verval van een aristocratische familie in het Wenen van 1899. Dat betekent dat de lentebals, militaire scholen, tuinvijvers en kapspiegels nooit ver te zoeken zijn. Vooral die laatste meubels zijn in dit verhaal veel meer dan decorstukken: ze begeleiden de verschillende vrouwen van Sfinx naar hun ondergang.

Dat het 1899 is en dat de negentiende eeuw op dat eigenste moment aan het sterven is, betekent ook dat Sigmund Freud op dat moment aan zijn Traumdeutung zit te werken. Zoals vaak in het werk van Claes leveren psychoanalytische schema's - die zelf op interessante wijze parasiteren op de oude mythen - een aantal basisplots van deze roman. In dit geval blijft het niet bij het motief van de spiegels, die Freudiaan Jacques Lacan later zal aangrijpen om de ontwikkelingsfasen van het 'zelf' te duiden, als instrumenten om aan de imperatief van het 'gnothi seauton' tegemoet te komen. Veel bekendere Freudiaanse motieven steken ongegeneerd de kop op: dochter Elisabeth is verliefd op vader (en generaal) Egon, terwijl zoon Horst zich steeds feller tegen de vader zal verzetten en zeker in het begin in de liefde van zijn moeder baadt. Bovendien wordt de sfinx uit de titel ook vrij expliciet geduid als het monster dat verslagen werd door Oedipus. En uiteraard zijn ook de namen van de personages niet onschuldig. De ongelukkige, afwisselend neurasthenieke en hysterische Carlotta beschuldigt haar man Egon ervan zich niet langer om haar te bekommeren: "Hij veinsde zelfs geen belangstelling meer voor haar: hij maakte zijn naam waar, Egon de Egoïst". Maar 'ego' is ook de tweede component van Freuds structurering van de persoonlijkheid (naast het 'id' en het 'super-ego'): het is de realistische component die ervoor zorgt dat we onze driften intomen, omdat we beseffen dat het niet altijd een goed idee is om die zonder meer op te volgen.

Toch blijven de personages van Sfinx in zeer grote mate het slachtoffer van hun eigen verlangens. Op het einde mijmert Carlotta over de foute inschatting van haar man: "Hij was een man als een ander, de slaaf van een vrouw: hij bestond net als de tijd alleen maar door de leegte die hij onophoudelijk wilde vullen." De politieke en culturele realiteit is natuurlijk niet volkomen afwezig: Sfinx geeft een zeer nauwgezet beeld van een tijd en een plaats in de Europese geschiedenis. Bovendien slaagt Claes erin om die context vrij vlot in zijn tekst te integreren. Wanneer dochter Sophie op gruwelijke wijze vermoord wordt door de Zwarte Hand, dan lijkt het zelfs alsof de lezer in een aflevering van 24 is beland, met Kiefer Sutherland als Egon Von Löwen. De Zwarte Hand is een bende partizanen die Hercegowina uit het Oostenrijkse Keizerrijk wil losmaken en zich wil wreken op generaal Egon. De rigide militair had op een missie in de Balkan de orde wel op bijzonder brutale wijze hersteld. Toch lijkt de auteur de traumatische historische realiteit hoofdzakelijk binnen te laten om de psychologische effecten ervan te kunnen meten.

En zo is Sfinx een curieus boek (een briljant vakman beperkt zich hier weer eens tot een nabootsing) en een niet zo interessante roman. Behalve dat de tekst soms storend expliciet is ("de Vrouw, van wie het lichaam, zo begreep hij nu, zelf de boom van de kennis van goed en kwaad was"), is het niet voldoende om zich bewust te zijn van de clichés om het clichématige te kunnen vermijden. Bovenal is deze tekst veel meer een studie dan een roman: Sfinx toont hoe een laatnegentiende-eeuwse burgerroman in elkaar zit door er een kopie van te maken. Maar als auteurs zich beperken tot het onderzoeken van gedateerde verhaalvormen, zonder daarbij een engagement ten aanzien van de huidige tijd tot uitdrukking te brengen, dan dreigt men in een postmodernisme terecht te komen waarvan men met recht kan zeggen dat het weinig verantwoord is.

Bert Bultinck

Anders dan Conscience leert Claes vooral zichzelf lezen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234