Woensdag 01/12/2021

GetuigenisDe reis van mijn leven

Kebab, kamelen en Lawrence of Arabia: Mohamed Ouaamari over zijn reis naar de Jordaanse woestijn

Mohamed Ouaamari in Wadi Rum: ‘Ik kon onze gids vragen even terug te rijden naar de rand van de beschaving, om mijn mails te checken, maar ik deed het niet.’  Beeld Mohamed Ouaamari
Mohamed Ouaamari in Wadi Rum: ‘Ik kon onze gids vragen even terug te rijden naar de rand van de beschaving, om mijn mails te checken, maar ik deed het niet.’Beeld Mohamed Ouaamari

In ‘De reis van mijn leven’ blikken De Morgen-pennen terug op een trip die onder hun vel kroop en misschien wel hun leven veranderde. Deze week: Mohamed Ouaamari. Begin 2020 boekte de schrijver/columnist een reis naar Wadi Rum in Jordanië. Hij wilde zich ervan vergewissen dat de fantastische locaties in zijn favoriete film Lawrence of Arabia ook echt bestaan.

Er bestaat geen betere reclame voor toeristische locaties dan epische films die je doen hunkeren naar dat ene plekje op de wereld dat je met je eigen ogen moet hebben gezien – om het sluitende bewijs te krijgen dat sommige mythische locaties echt bestaan en niet enkel tot leven werden gewekt met tonnen rekenkracht van computers die met CGI droombeelden opwekken.

De reis van mijn leven speelde zich af in Jordanië. In Wadi Rum, de ‘Romeinse Vallei’ die als decor diende voor een groot deel van Lawrence of Arabia, het epos dat ik voor het eerst bekeek toen ik 15 was en zo vaak herbekeek dat ik de tel kwijt ben.

De film gaat over de Britse avonturier luitenant T.E. Lawrence, die tijdens de Eerste Wereldoorlog de woestijn wordt ingestuurd om de Arabische revolte tegen de Ottomanen, bondgenoten van de Duitsers, te ondersteunen. De film is een geromantiseerd relaas van de gebeurtenissen in die oorlog. Het is een verhaal over verliefd worden op de schoonheid van de woestijn. De genadeloze natuurwetten van de onmetelijke zandvlakte confronteren Lawrence met zijn innerlijke demonen.

Regisseur David Lean slaagde erin deze schoonheid en weerzin dankzij een betoverende cameravoering en hypnotiserende filmscore – mijn vaste schrijfmuziek – in de vorm van een drieënhalf uur durende film naar het scherm over te brengen.

Vervelende vragen

Op 2 februari 2020 stonden mijn vrouw en ik op de luchthaven van Amman, de hoofdstad van Jordanië, in de rij voor de douane. Er waren nog geen mondmaskers te zien. Het virus was iets wat vooral in China woedde, we maakten ons toen vooral zorgen over de paspoortcontrole.

Als frequente bezoekers van Marokko hadden we een goed idee wat zo’n controle inhield, als je een land bezocht met een cultuur van achterdocht en controle. Veel vervelende vragen – op den duur begint je jezelf ervan te verdenken lid te zijn van malafide organisaties zoals Al Qaida, IS, Boko Haram, de Mossad, Schild & Vrienden of Test Aankoop.

De vervelende vragen beginnen al op het visumformulier dat je op voorhand moet invullen en samen met je paspoort moet afgeven. Daarin vragen ze je naam, geboortedatum en woonplaats, maar ook minder gebruikelijke informatie zoals je beroep, een lijst van de landen die je de afgelopen twee jaar bezocht en de namen van je beide ouders. Waarom deze informatie nodig is, waar deze wordt opgeslagen en wat ze ermee controleren, wordt nergens vermeld. In Arabische landen lachen ze smakelijk met onze wet op de gegevensbescherming.

Achter het loket zat een man, halfweg de 30, met een licht getinte huid, ruwe korte krullen en een semitische neus. Hij zat achter een glazen raam waarin enkele gaten waren geboord om een gesprek te kunnen voeren. Hij droeg een blauw hemd met op zijn schouders rangtekens die mij alleen zeiden dat de man de macht had mij het leven zuur te maken.

Meneer en ­­mevrouw Ouaamari in de woestijn. 'Onze uitstappen naar andere Jordaanse plaatsen stelden niets voor vergeleken met het niets van Wadi Rum.'
 Beeld Mohamed Ouaamari
Meneer en ­­mevrouw Ouaamari in de woestijn. 'Onze uitstappen naar andere Jordaanse plaatsen stelden niets voor vergeleken met het niets van Wadi Rum.'Beeld Mohamed Ouaamari

Mijn vrouw was eerst aan de beurt. Hij keek haar papieren grondig na, stelde haar als een volleerde quizmaster vragen zoals hoe haar ouders heten en wat de plannen in Jordanië waren.

Ze somde op: “We verblijven een dagje in Amman, gaan drie dagen naar Wadi Rum, vervolgens gaan we twee dagen ontspannen in Aqaba. Nadien staan twee dagen Petra en een dagje dobberen op het zoute water van de Dode Zee op ons lijstje. Onze reis sluiten we af in Madaba.”

Haar antwoorden werden goedgekeurd met harde klappen van de visumstempel in haar paspoort.

Ik kreeg dezelfde vragen, maar míjn antwoorden werden niet meteen goedgekeurd. Drie keer herhaalde hij de vraag wat de namen van mijn ouders waren, drie keer keek hij achtereenvolgens mij, mijn paspoort en zijn computerscherm aan. Toen kwam de vraag waar ik vandaan kom. “België”, was mijn antwoord.

“Nee, je asl” (Arabisch voor afkomst).

“Mijn grootouders komen uit Marokko”, antwoordde ik.

“Spreek je dan geen Arabisch?”, vroeg hij verwonderd.

“Nee, enkel gebroken Marokkaans Arabisch en vlot Riffijns, een van de Amazigh-talen in Marokko.” Tja, en waarom spreek jij geen deftig Engels, wilde ik pedant antwoorden, maar ik hield mijn mond.

“Is there a problem?”, vroeg mijn vrouw.

“No problem, no problem”, antwoordde hij. Er kwam een collega bij hem staan, die mij al net zo bedenkelijk begon aan te kijken.

“Please come with us, sir.”

Ik volgde de man die me naar een kantoor bracht waar ik buiten op een gestoffeerde stoel moest wachten tot ik gesommeerd werd bij de officier met een hogere rang dan de douanier in het glazen hok. De minuten leken uren. Ik vreesde net zoals in films met een zwarte zak over mijn hoofd ontvoerd te worden en en verdwijnen in een geheime ondergrondse gevangenis, waar de conventie van Genève voor vermoedelijke terreurverdachten niet bestaat. De angst was irrationeel maar intens.

Toen ik uiteindelijk binnen mocht, stelde een nieuwe quizmaster dezelfde vragen, maar dan in beter Engels. Mijn opluchting was groot toen ik mocht beschikken. We moesten enkel nog lang wachten tot onze koffers op de bagageband kwamen aangerold. Het waren de laatste van onze vlucht. Vermoedelijk hebben enkele douaniers uitvoerig met ons ondergoed kennisgemaakt.

Amman: niet voor toeristen

Amman is een stad die duidelijk niet op toerisme is gericht. Hier vind je geen overdaad aan hoge hoteltorens, chique bars of hippe restaurants. Ook opvallend, de afwezigheid van grote westerse ketens. We zagen enkel een IKEA op de weg van het autoverhuurbedrijf naar ons hotel. In Amman wonen, werken en leven mensen. Er heerst een authentieke Arabische sfeer met kleine winkeltjes die huizen in vervallen gebouwen die met roet van het drukke verkeer beslagen zijn. Er staan veel kraampjes op straat, bemand door sympathieke verkopers die hun waren aanprijzen.

Viel mij ook op: de stad telt vele boekenkraampjes waarin vaak exemplaren van Mein Kampf stonden te pronken. Ik vroeg me af of Jordaniërs echt zo’n grote geschiedenisliefhebbers zijn, maar misschien heeft het meer met de rivaliteit met buurland en grote vijand Israël te maken.

Wij bleven niet lang in Amman. Diezelfde dag nog bezochten we het Romeinse amfitheater, een van de belangrijkste en indrukwekkendste bezienswaardigheden in de hoofdstad. Daarna wandelden we onder het gezang van de muadhin (gebedsoproeper) naar een restaurant waar we voor Levantijnse mezze en gegrild vlees kozen. Die avond leerde ik dat kebab met pistachenoten spectaculairder klinkt dan het smaakt.

Op een rotsbrug in Wadi Rum. Enkele bekende locaties uit de film deden het hart van de auteur sneller kloppen. Beeld Mohamed Ouaamari
Op een rotsbrug in Wadi Rum. Enkele bekende locaties uit de film deden het hart van de auteur sneller kloppen.Beeld Mohamed Ouaamari

De volgende ochtend maakten we ons klaar om richting Wadi Rum te reizen, een drie uur durende autorit naar het uiterste zuiden van het kleine land, met tussenstops in Al Karak en Shobak, waar imposante kruisvaarderskastelen te bewonderen zijn. Ik sprong nog snel onder de douche. Een zwakke waterstraal kwam sputterend uit de douchekop. Jordanië is een van de landen met de grootste waterschaarste ter wereld. Dat leerde het door vocht aangetaste blad dat slordig met tape op de tegels van de badkamer was geplakt. Na een eenvoudig ontbijt (plat brood, hummus, komkommer, tomaat, confituur, feta en halva, een soort harde en zoete sesampasta) vertrokken we naar de woestijn.

De weg richting Wadi Rum heet zeer toepasselijk Desert Highway. Een lange weg, die als een rechte lijn van noord naar zuid loopt, dwars door de woestijn. Onze rit werd door minstens vijf wegcontroles onderbroken die door de militaire politie uitgevoerd werden. Het leek wel een ritueel dat volgens een vast stramien verliep: een man in een militair uniform steekt zijn hand in de lucht als we naderen. We vertragen, gaan aan de kant staan en doen het raampje naar beneden. De agent buigt zich voorover en vraagt waar we vandaan komen en waar we heen gaan – weer zo’n quizvraag – om ons dan onze reis te laten vervolgen. Naar rijbewijs, paspoort of autopapieren wordt niet gevraagd. Enkel het antwoord op de quizvraag is van belang. Je voelt je constant in de gaten gehouden. Een surveillancestaat zonder camera’s, maar met eindeloos veel quizmasters die elke stap die je in het koninkrijk zet, met argusogen volgen.

Het was al donker toen we Wadi Rum naderden. De Desert Highway is niet verlicht, onze koplampen waren de enige lichtpuntjes in de uitgestrekte duisternis. Hoe dieper we de woestijn in trokken, hoe slechter de staat van het wegdek werd. We schokten over de weg vol gaten en scheuren die niet moeten onderdoen voor die van de E313 in België. Het was nog ongeveer een half uur rijden toen we een bericht van onze gastheer Mohammed kregen. Hij vroeg ons om hoe laat hij ons aan het trefpunt kon ophalen.

Sharif Ali in ‘Lawrence of Arabia’: ‘He is nothing. Water is everything.’ Beeld RV
Sharif Ali in ‘Lawrence of Arabia’: ‘He is nothing. Water is everything.’Beeld RV

Wadi Rum wordt ook wel Wadi Qamr genoemd, de Maanvallei. Al had dat evengoed de Marsvallei kunnen zijn. Het landschap bestaat niet uit hoge goudkleurige zandduinen zoals kinderen op de kleuterscholen tekenen. Wadi Rum bestaat uit rode zandsteen en massieve rotsen die als reuzen over de woestijn waken. Het ideale decor voor blockbusters als The Martian, Star Wars of de film die me naar de woestijn bracht: Lawrence of Arabia. Zo is er de epische scène waarin Sharif Ali, een van de hoofdpersonages, in de verte uit een fata morgana verschijnt, vergezeld door een wilde stofwolk. Als een mysterieuze zwarte ruiter die over een grote plas water lijkt te zweven.

Met speciale filmlenzen creëerde regisseur David Lean een illusie van een fraai spiegeleffect dat nooit eerder in een film werd gerealiseerd. Deze scène wordt gevolgd door een schot dat uit de fata morgana vertrekt en de gids van Lawrence velt omdat hij geen machtiging had om van de bron te drinken waar ze halt hadden gehouden. Deze scène is zo mooi omdat het de woestijn beschrijft: magische schoonheid en de constante aanwezigheid van de dood.

Auda ibn Tayyib: ‘Dine with Auda, English. Dine with a Howeitat, Harith. It is my pleasure that you dine with me in Wadi Rum!’ Beeld RV
Auda ibn Tayyib: ‘Dine with Auda, English. Dine with a Howeitat, Harith. It is my pleasure that you dine with me in Wadi Rum!’Beeld RV

Mohammed ontving ons hartelijk op de plek van de afspraak, waar we onze huurwagen veilig konden achterlaten. Met de terreinwagen reden we naar het tentenkamp waar zijn broer Youssef ons verwelkomde met zarb, een traditioneel gerecht dat kip, groenten, aardappelen en rijst omvat. De ingrediënten worden in een soort vat gestoken waarin verschillende schalen zitten met daarop de voedingswaren. Dit vat wordt begraven in een kuil waar een vuur enkele uren heeft gebrand en die met zand wordt bijgevuld. Het eten gaart twee à drie uur door de hitte in de kuil. Met veel trots en veel vertoon werd het vat uit de grond gehaald en het eten op onze borden geserveerd. We aten samen met Duitse toeristen rond de houtkachel in de grote centrale tent. Het was pas toen dat ik voor het eerst zag dat onze telefoons geen verbinding meer hadden. Natuurlijk is er geen telefoonverbinding in de woestijn, wat had ik anders gedacht. Toch kon ik het niet laten om aan Youssef te vragen of ze op een of andere hoogtechnologische wijze toegang hadden tot internet. Via satellietverbinding ofzo, wist ik veel. Als robots haarscherpe videobeelden van Mars naar de aarde kunnen sturen, waarom zou ik dan geen Twitter-berichtjes kunnen checken in de Maanvallei? Youssef lachte mij uit.

We sliepen in een kubusvormige tent, waar ’s nachts een kille wind door de textielen muren blies. Overdag genoten we van aangename temperaturen die de ontdekking van de woestijn tot een plezier maakten. We trokken met Youssefs terreinwagen en kamelen op ontdekkingstocht langs de indrukwekkende rotslandschappen en zandduinen in de woestijn. Youssef was een jonge twintiger die zich in traditionele Arabische klederdracht hulde. Een witte qamis (een lang wit gewaad) met daarboven een mouwloze vest met oneindig veel zakken die vissers ook dragen. Op zijn hoofd droeg hij een kaffiya met rood-wit dambordpatroon gewikkeld als tulband. Zijn outfit in combinatie met een rozenkrans die hij overal met zich meezeult, deden vermoeden dat hij een zeer vrome moslim was, maar achter het stuur van de wagen sloeg hij net zo goed een fles pils met bijzonder veel smaak achterover.

Bovenal was Youssef een enthousiaste jongen die ons langs alle bezienswaardigheden in de vallei gidste. Hij bracht ons naar rotsen met eeuwenoude tekeningen van handelskaravanen. Hij liet ons een imposante rotsbrug beklimmen zodat hij vanaf de grond foto’s kon maken. We bezochten een ruïne van een stenen huis dat van Lawrence zou zijn geweest. En hij nam ons mee naar enkele bekende locaties uit de film die mijn cinemalievend hart sneller deed kloppen.

Jackson Bentley: ‘What is it, Major Lawrence, that attracts you personally to the desert? T.E. Lawrence: ‘It’s clean.’ Beeld RV
Jackson Bentley: ‘What is it, Major Lawrence, that attracts you personally to the desert? T.E. Lawrence: ‘It’s clean.’Beeld RV

Ik genoot van de uitstapjes, maar waar ik het meeste voldoening uit haalde was de rust en de stilte in de woestijn. Het niets. Eigenaardig genoeg had ik tot dan nooit meer dan drie dagen zonder telefoon of internet geleefd. In de woestijn las ik boeken, deed ik dutjes in de zon en maakten we wandelingen zonder bestemming. Ik kon Youssef vragen om mij even terug te rijden naar de rand van de beschaving om even mijn mails, berichten en gemiste oproepen te checken, maar dat deed ik niet. Nooit gedacht dat ik kon zeggen dat de wereld kon wachten. Achteraf gezien had ik dat misschien wel moeten doen. Mijn vrouw en ik hadden namelijk niemand van onze familie laten weten dat we in de woestijn geen verbinding zouden hebben. Toen we na drie dagen onze roadtrip door Jordanië vervolgden en onze huurwagen weer oppikten, hadden we weer verbinding en merkten we oneindig veel gemiste telefoons en berichten op. Bezorgd dat ons iets overkomen was omdat we zomaar van de radar waren verdwenen. Ontvoerd door IS of de Mossad, ik ben er nog niet uit wat het ergste is.

Prins Faisal: ‘No Arab loves the desert. We love water and green trees. There is nothing in the desert and no man needs nothing.’ Beeld RV
Prins Faisal: ‘No Arab loves the desert. We love water and green trees. There is nothing in the desert and no man needs nothing.’Beeld RV

Ik zou nog veel woorden aan onze uitstapjes naar de andere Jordaanse steden kunnen wijden, maar die stellen niets voor tegenover het niets in Wadi Rum. Ook niet de stad Petra, een teleurstellend en overroepen wereldwonder. Nee, het echte wereldwonder is de leegte van de vallei. Dat heeft zo’n sterke aantrekkingskracht, dat het mijn hart vervulde met rust, geluk en verwondering. Het niets als het nieuwe goud. Enkel verbonden met de warmte van de zon, de rode aarde, massieve rotsen en het selecte gezelschap waarin ik vertoefde.

Voor we het wisten stonden we op de luchthaven weer bij de volgende quizmaster met vervelende vragen in de rij aan te schuiven. Maar we hadden ook stress of onze vlucht nog wel zou doorgaan. In Europa woedde begin februari 2020 de storm Ciara en we hoorden geruchten dat het vliegverkeer zou worden stilgelegd. Onze vlucht was een van de laatste die nog vertrok.

Met heel veel geschud en geknetter zijn we door de storm gevlogen en uiteindelijk veilig geland in Zaventem. Ik weet nog dat ik toen tegen mijn vrouw zei: “Spannender gaat het in 2020 niet meer worden.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234