Donderdag 21/01/2021

Kasteelmoord in een mediaformat

Beeld UNKNOWN

Ook strafpleiters mogen het beroepsgeheim niet doorbreken in de pers. Dat vindt Hugo Lamon, advocaat en lector journalistieke deontologie.

Het is van alle tijden dat moordzaken op ruime publieke belangstelling kunnen rekenen. De burger is geïnteresseerd in de passies van het leven, zeker wanneer ze tot de dood leiden. Die aandacht is de jongste jaren, met de toenemende concurrentie tussen en in de diverse media, zeker niet afgenomen. Ieder jaar is er wel een nieuwe zeer spraakmakende zaak. Het is de jongste dagen niet anders, nu in een kasteel in Wingene bloedsporen zijn aangetroffen en het lijk van de kasteelheer intussen is opgegraven. Het lijkt wel op een slecht scenario voor een aflevering van de tv-serie Witse. In die collectieve gekte lijken we wel met zijn allen de oude principes te vergeten, of toch minstens aan de kant te zetten.

Wat weten we dankzij de pers van die feiten? Er waren eerst de bloedsporen, daarna het lijk. Er werden mensen voor verhoor opgepakt, daarna vrijgelaten en nog later werden er weer mensen in voorlopige hechtenis genomen. Het is dus nog maar het begin van het onderzoek. Is het ouderwets om er even aan te herinneren dat iedereen onschuldig is zolang hij niet door een rechter is veroordeeld? Dat geldt ook voor personen die in voorlopige hechtenis zitten.

De feiten zijn gruwelijk en journalisten hebben de plicht hierover te berichten. Het volk heeft recht op informatie, maar toch kan men niet zomaar op ieder ogenblik over alles berichten. Zodra het gerecht het onderzoek heeft afgerond zal er een publiek proces komen. Tot zolang is het onderzoek geheim en dat in het belang van de slachtoffers en hun nabestaanden, maar ook van de verdachten die een eerlijk proces moeten kunnen krijgen. Indien dat geheime onderzoek zou dienen om de zaak onder de mat te schuiven, hebben journalisten de verdomde plicht om de zaak dan onder de aandacht te brengen. Ze zijn, om het met de woorden van het Hof voor de Rechten van de Mens te zeggen, de waakhonden van de democratie. Maar is het ouderwets om de kakelende journalisten in de kasteelmoord te wijzen op het gevaarlijk spel dat zij spelen? Nu al pakte een populaire krant uit met de titel 'Schoonvader wou kleinkind beschermen'. De schuldvraag lijkt voor de betrokken journalist al beslecht en hij heeft ook al een motief. Andere media doen niet onder en er wordt een perceptie gecreëerd die dag na dag door nieuwe verhalen nog zal worden versterkt. Nu het onderzoek nog pas in de beginfase zit, zou men toch mogen verwachten dat het gerecht eerst in alle sereniteit die dingen zelf zou mogen onderzoeken. Is het ouderwets om meer vertrouwen te hebben in een gerechtelijk onderzoek (waar er procedures zijn om de rechten van iedereen te beschermen) dan in journalistieke flodders die eerder te lijken zijn ingegeven door verkoopcijfers dan door grondig journalistiek speurwerk?

In iedere moordzaak lijkt de pers nieuwe grenzen op te zoeken. In de perceptie lijkt het alsof de media de zaak even snel oplossenals Witse. Die evolutie is gevaarlijk en ondermijnt het werk van de speurders en de magistraten. Parketmagistraten worden hierdoor bijna verplicht om op ieder moment verklaringen te moeten afleggen, ook wanneer dat niet in het belang is van het verdere onderzoek. In de gemediatiseerde zaken bestaat het gevaar dat de feiten van het dossier worden ondergesneeuwd door de oprispingen van de media. Helaas lijkt het ouderwets om zich daar zorgen over te maken.

Journalisten zijn natuurlijk niet de enige spelers in de mediaberichtgeving. Er is ook het fenomeen van de strafpleiters. Ze spelen een eigen rol, die vaak mijlenver staat van wat in de 'gewone' advocatuur normaal lijkt. Ik maak hier zeker geen verwijt naar mijn beroemde confrater Jef Vermassen, wat ik overigens deontologisch niet eens zou mogen. Maar het is allicht ouderwets om te pleiten voor een strikte toepassing van het beroepsgeheim. Zelfs indien de cliënt dat zou willen, is het de advocaat niet toegestaan het beroepsgeheim te doorbreken in de pers.

Allicht ben ik zeer ouderwets wanneer ik denk dat alles wat een advocaat met zijn cliënt in de gevangenis bespreekt onder dat beroepsgeheim valt, want ik merk dat vele strafpleiters daar een eigen invulling aan geven. Misschien moet de balie eraan denken voor die strafpleiters eigen regels uit te werken, die het hen toelaten om niet enkel voor de rechtbank maar ook in de media te pleiten over hun zaak. Zo zouden zij in de aanloop naar een komende assisenzaak als massapsycholoog de zaak al in de media kunnen voorbereiden zonder gehinderd te zijn door hun advocatendeontologie.

Het is misschien modern om te stellen dat het strafrecht nu minder met recht en meer met media te maken heeft, met rechters als vertragende stoorzenders. Ik hoop dat zowel de advocatuur als de journalisten toch nog het nut inzien van enkele oude principes, al was het maar in het belang van de burger die geconfronteerd wordt met het gerecht.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234