Zondag 28/02/2021

interviewWinok Seresia

Kapitein Winokio: ‘Mijn wilde jaren zijn voorbij en dat is prima’

Winok Seresia: ‘Ik heb een wild leven gehad, geheimen heb ik daar niet over. Ik ben geen heilige, ik ben een kapitein en zeemannen kunnen drinken.’ Beeld Carmen De Vos
Winok Seresia: ‘Ik heb een wild leven gehad, geheimen heb ik daar niet over. Ik ben geen heilige, ik ben een kapitein en zeemannen kunnen drinken.’Beeld Carmen De Vos

Al jaren is het zijn missie om kinderen en hun ouders van muziek te laten genieten. Met een album vol ‘bubbelliedjes’ loodst Kapitein Winokio jong en oud nu ook vrolijk door de coronacrisis. Maar voor de geboorte van de kapitein had Winok Seresia (47) al een heel ander leven achter de rug, en wát voor een. ‘Het was een hobbelig parcours.’

Winok Seresia voelt aan als een oude cafévriend met wie je graag een avond doorzakt om eindeloos te praten over leven en werk en liefde en wilde jaren om dankbaar voor te zijn. Dat deden we in zekere zin ook, hoewel het ochtend was en er enkel koffie werd gedronken op afstand.

Kapitein Winokio heeft met de huisdichter van De Morgen een plaat met coronaliedjes uit. “Maar om de ­mensen en de kinderen vooral niet af te schrikken, zijn het ‘Bubbelliedjes’ geworden.” Hij en Stijn De Paepe hadden elkaar nooit in het echt ontmoet. Maar van één mail van Seresia – ‘Wil je samenwerken?’ – kwam een heel album. Ze musiceerden op afstand, heerlijk snel, zoals Seresia graag heeft. Va presto! De Paepe schreef mee teksten en uiteindelijk kwamen er dertien liedjes. ‘Alles komt goed’ is een van Winoks favorieten.

En, komt alles goed met Kapitein Winokio?

“Alles komt zeker goed. Positieve houding is key. Volgens onze voorlopige balans gaan we als bedrijf net niet in het rood. Als we op nul eindigen, ben ik al blij. In de eerste plaats is dat dankzij ons fantastisch team, maar ook de overheid, die 70 procent van de lonen heeft betaald, ben ik dankbaar. Onze missie voor 2021 is: voorzichtigheid. Live optreden kan nog niet, we zetten in op onze boeken en app. Meer dan 8.000 mensen hebben die al gedownload en we hebben 1.300 betalende abonnees.”

Zonder jou is er geen kapitein. Ben je bang om corona te krijgen?

“Ik ben net zo goed bang om van de trap te vallen. Een ongelukje is snel gebeurd. Als de kapitein er niet meer is, stoppen sommige verhalen. Dat is de keerzijde van te kiezen voor één persoon.”

Je vrouw leidt jullie bedrijf. Wat was er eerst: de liefde of het zakelijke?

“Ze staat als medekapitein mee aan het roer. Ik ken Greet al meer dan twintig jaar als een heel goede vriendin en ­topfotografe. Ik denk dat we altijd een gezonde boon voor elkaar hadden, of er brandde toch een waakvlam.”

Wanneer sloeg de vonk over?

“Nadat we allebei uit een relatiebreuk kwamen, vonden we troost bij elkaar, door samen naar de film en musea te gaan. Greet zocht een huis voor haar en haar hond, en ik een ­rustige schrijfplek om af en toe de stad te ontvluchten. Waarom zouden we dat niet samen doen? Tijdens die ­zoektocht zagen we elkaar vaak en ik geloof dat Greet eens sms’te: ‘Wodka?’ Voor een echte zeeman klonk dat als muziek in de oren. (lacht) Zo is het begonnen.”

BIO

geboren op 2 juni, 1973 in ­Wilrijk

studeerde Woordkunst-drama aan de Kunsthumaniora in Brussel en trok nadien naar de Jazzstudio in Antwerpen voor drum en piano

medeoprichter van WawaDadaKwa, Belgian Afro Beat Association en Bamski Vanfare

sinds 2004 maakt hij muziek voor kinderen met Kapitein ­Winokio

won in 2010 een MIA voor ­kindermuziek

getrouwd met Greet Meert

kapiteinwinokio.be

Hoe wist je dat zij de ware was?

“We hadden die sterke band en dan was het als in een roman. We werden naar elkaar toegetrókken. Magnetisme. Daarom wist ik het, en omdat ik haar altijd al een prachtige vrouw vond. Kunstbewust, muziekbewust… Wij zijn allebei creatief, we houden van dezelfde dingen. We zijn allebei hoogsensitief en willen allebei geen kinderen. Ik kan een dik boek schrijven over onze symbiosen en telepathische ­ervaringen.

“Ik heb mijn neuroses, zoals iedereen. Zij kan daar extra goed mee om. Ik kan niet slapen met iemand naast me, en zij ook niet, dus hebben we twee slaapkamers. In andere relaties deed ik het toch, omdat ik dacht dat het zo hoorde, maar zo ontwikkelde ik een tijdlang een joekel van een slaapstoornis. Nu, terwijl ik graag veel spullen heb, is mijn vrouw meer minimalistisch. Ik kan ’s nachts op mijn gsm Carmen De Vos (onze fotografe, red.) googelen: o, ze heeft een boek, kopen we! Waarna er overal boekenstapels staan. Soms wil Greet ons huis leger maken – dan ga ik boeken ­verstoppen. (lacht) Kleine kantjes wis je weg met liefde. En als je dat allemaal voelt, moet je niet kijken naar het gras aan de overkant. Dan zeg je: this is it.”

Was het een bewuste keuze om te trouwen? Jullie waren niet meer van de jongsten.

“Ik was veertig en wilde nooit trouwen omdat ik uit een zeer moeilijk en gebroken huwelijk van mijn ouders kom. Ik heb zaken gezien die geen kind wil meemaken. Maar soms presenteert het leven je dingen die je van je principes doen afwijken – gelukkig! Het was een zeer bewuste keuze.

“Een van de redenen waarom ik me vandaag zo goed in mijn vel voel, is Greet. (denkt na) We waren al een tijd samen toen ik op een gegeven moment te hard aan het ­werken was. Ik ben in een soort van burn-out of depressie beland, ik kon niet verder. Enkel optreden lukte. De muziekband heeft toen de andere verplichtingen overgenomen en in die periode is mijn vrouw in het bedrijf gestapt. Ze zag dat het aan het kapseizen was, heeft het bedrijf in nood gered en bepaalde mee nieuwe koersen.

“Nadien vond ik het des te leuker om mijn moeder te ­vertellen dat ik Greet ten huwelijk wilde vragen. Ook tussen hen klikt het. Hoewel ze me jarenlang had afgeraden te huwen vanuit haar eigen trauma’s, konden we dat samen mooi beleven. Mijn moeder heeft mij gekregen op haar ­achttiende. Eigenlijk wilde ze het net uitmaken met mijn vader, toen ze ontdekte dat ze in verwachting was. Zwanger? Dan trouw je. Zo simpel was het in 1973. Anders zou er schande van gesproken worden. Ik denk dat ze na een ­aantal maanden voelde dat ze niet bij elkaar pasten. Toen ik tien was, zijn ze gescheiden.”

Waren er in die jaren veel kinderen van gescheiden ouders in de klas?

“Ik denk dat ik bijna mijn hele schooltijd de enige was. Mijn moeder is een vrijgevochten, ijzersterke vrouw. Voor een conservatieve man is dat een bedreiging. Ze heeft me ­opgevoed als gentleman, iemand die zich bewust is van het welzijn van vrouwen. Al is het maar door je eigen was en plas te leren doen als jongen. Dat is zelfs vandaag niet overal het geval.”

Ook je liefde voor muziek dank je aan haar.

“Mijn moeder nam me jarenlang mee naar De Munt: ze kreeg soms gratis tickets via haar job. Ze werkte in de jaren tachtig voor een dienst van de eerste minister, waar ze een afdeling met zeventien mensen leidde. Jarenlang naar de opera gaan doet wat met je. Later opende ze een tearoom waar ze alleen klassieke muziek draaide. Haar zaak lag in het kleinste steegje van Antwerpen, de Vlaeykensgang, met zicht op de kathedraal waar ze beiaardconcerten gaven, en had de beste akoestiek van de stad. Op een zomeravond was er geen optreden, maar luisterden we naar opera. Ik zag dat mijn moeder huilde. Het was net op het hoogtepunt van de huwelijkscrisis. La Traviata speelde. Als kind denk je er niet aan om te zeggen: ‘Alles komt goed’. Ik heb haar hand vastgenomen en toen gebeurde er iets kosmologisch. Ik voelde aan mijn moeder dat die muziek haar kracht gaf en haar voedde. Toen heb ik beslist dat ik muzikant wilde worden en mensen wilde sterken met muziek. Ik wist alleen nog niet hoe.”

Winok Seresia: ‘Alles op tv is een wedstrijd, of het nu om koken of zingen gaat. Jeroom zal best een leuke presentator zijn, maar moeten kinderen leren bakken? Zouden we ze niet beter leren minder te snoepen?’ Beeld Carmen De Vos
Winok Seresia: ‘Alles op tv is een wedstrijd, of het nu om koken of zingen gaat. Jeroom zal best een leuke presentator zijn, maar moeten kinderen leren bakken? Zouden we ze niet beter leren minder te snoepen?’Beeld Carmen De Vos

Viel er een last van jullie schouders, nadat je vader vertrok?

“Vooral van die van mijn moeder, en misschien daardoor ook van mij, ja. Meteen nadien, vanaf het zesde studiejaar, ging ik op internaat. Mijn moeder vond dat er zonder ­aanwezige vader toch mannelijkheid nodig was in mijn opvoeding. O, een eigen kamertje. En structuur! Fantastisch. In die jaren was ik een gevaarlijk mannetje aan het worden. Zo rond mijn tiende, als een ander kind mijn bal afnam, vroeg ik die niet terug, maar sloeg ik hem in het gezicht. Ik was op weg om een ongeleid projectiel te worden. Mocht je er slechte vrienden of drugs overheen strooien, dan ben je een vogel voor de kat. Het was zwaar voor mijn moeder, maar ze kon wel alles zelf beslissen.”

Hoeveel ruimte kreeg je op internaat om creatief te zijn?

“Het was een klassieke opleiding in het college van Melle. De eerste jaren haalde ik redelijke punten, maar in het vierde middelbaar werd mijn verlangen naar creativiteit te groot. Als ik mijn leerkrachten flapdrollen vond, liet ik ze dat ook merken. Ik had wel een goed contact met de leraar Duits, die toneelles gaf. Daar waren mijn teksten – in tegenstelling tot in zijn les – wél in orde. Dat jaar ben ik gebuisd en ook een andere leerkracht raadde een artistieke richting aan.

“Ik belandde op de Kunsthumaniora in Brussel, met Viviane Roofthooft als directrice. (lyrisch) Heel intelligent. Erg streng, maar ze had een ongelooflijk beleid voor ­kinderen. ‘Doe jij rustig je jaar over’, zei ze. ‘Dat komt ­allemaal goed.’ Ook weer een sterke vrouw.”

Ik wilde vragen of je meer vrouwelijke rolmodellen had, maar je had natuurlijk al op dat college gezeten.

“Op die school waren enkel mannelijke rolmodellen. Nu ja, rolmodellen. Er was een handtastelijke pater. Ik kon me ervan distantiëren en werd gered door andere paters. Op die school waren toen gevallen bekend van kindermisbruik door de pater-overste.

“Ik kreeg een tijd bijles van hem. Eerst zat ik aan de ene kant van het bureau en hij aan de andere, dan moest ik aan zijn kant zitten. Tot hij zei: ‘Kom maar bij mij op schoot’. Voor bijles wiskunde. Op een keer klopte pater Jean op de deur, waarna hij zonder te wachten binnenkwam. Ik schoot recht van het schrikken en werd rood, maar ook de pater-overste zag rood. Van pater Jean mocht ik nadien niet meer op bijles. Ik besefte dat er iets niet klopte.”

Heb je dat verteld tegen je moeder?

“Later pas, en dankzij die ene pater was ik er al van verlost. Vergeet niet de kracht en de macht van de kerk toen, of van Meneer Doktoor. Niemand stelde die oude rolmodellen in een dorpsgemeenschap in vraag.

“Ik heb wel lang geworsteld… Halfweg de twintig kreeg ik angstaanvallen waarvan ik niet goed wist waar ze vandaan kwamen. Na veel zelfanalyse snapte ik het. Ik ben gewoon opgegroeid zonder vader of sterk mannelijk rolmodel. Ik besefte dat ik mijn eigen mannetje moest staan en mijn eigen vader moest zijn en heb toen een anker op mijn arm laten tatoeëren.”

Het begin van de kapitein? Hij is natuurlijk ook een soort vaderfiguur.

“Wees de persoon die je gemist hebt in je jeugd, zeggen ze soms. Maar dat is niet helemaal waarom ik ermee ben begonnen. Ik ben multi-instrumentalist en hou van acteren, dansen, musiceren en nadenken over de business. Die ­puzzel van mogelijkheden en talenten kon ik in één keer kwijt bij de kapitein.”

Is je vader je ooit komen opzoeken, nadat je bekend werd?

“Hij heeft contact gezocht bij het begin van mijn succes met de kapitein. Voordien had hij nooit een teken van leven gegeven. Het is niet aan een kind om dingen recht te zetten, maar ik wilde hem wel een kans geven. We gingen iets ­drinken, maar ik vond vooral dat er iets gezegd moest ­worden dat er niet kwam. Een woordje van vijf letters. Sorry. Dat is de sleutel naar healing. Als dat er niet komt, ben je uitgepraat.”

Winok Seresia: ‘Ik heb nooit onder stoelen of banken gestoken dat ik geen fan ben van Studio 100.’ Beeld Carmen De Vos
Winok Seresia: ‘Ik heb nooit onder stoelen of banken gestoken dat ik geen fan ben van Studio 100.’Beeld Carmen De Vos

Had je andere vaderfiguren?

“Mijn moeders vriend na haar huwelijk was een warme figuur. Niet per se met knuffels, maar bij hem luisterde ik naar Bob Dylan en The Rolling Stones. Hij woonde ook in de Vlaeykensgang. Ik zie hem nog zitten, voor zijn open haard, met boekenkasten van vloer tot plafond gevuld. Hij leek als twee druppels water op Einstein, met datzelfde haar en hij rookte groene Gauloises zonder filter. Met zijn vinger roerde hij in zijn whisky on the rocks. (lacht) Een keicoole gast. Met zijn eigen jacht. Voor ik het wist, zat ik daar elk weekend als 14-jarige.”

Dus jij kan heel goed zeilen.

“Ik kón heel goed zeilen. Een paar jaar terug heb ik een bootje gekocht om op het Galgenweel te zeilen, maar ik ontdekte dat het niks meer voor mij is. (lacht) Wat die ­vaderfiguren aangaat, heb ik vooral vaders gevonden in de muziek. Leerkrachten die ik heel fijn vond. Op Pinterest heb ik een mapje ‘muzikale vaders’, met namen als Thelonious Monk, Mozart, Bach, Serge Gainsbourg, Fela Kuti en Red Hot Chili Peppers… Muziek heeft me in alles ondersteund.”

Zonder had je leven er totaal anders uitgezien.

“Definitely. Gelukkig had ik een moeder wier droom het was operazangeres te worden. Dat mocht niet van haar ouders, ze heeft haar dromen via mij verzilverd. Ze heeft me altijd gesteund. Het is misschien bijna scheef gegaan met mij. Maar door bijna scheef te gaan, apprecieer je recht meer.”

Ging er aan de kunsthumaniora een wereld voor je open?

“Plots kreeg ik toneel, dans, poëzie, film en notenleer. Voor het eerst zat ik tussen allemaal mensen die van dezelfde ­dingen hielden als ik en zich ook bijzonder voelden. De leraar muziekgeschiedenis gaf geen les door de hele tijd de jeppen, maar door Monteverdi door de boxen te laten ­knallen. De eerste week hadden we een workshop in Friesland met Friese leerkrachten, waar wat appeljenever werd gedronken. En eerlijk: ik werd bijna letterlijk ­besprongen door meisjes. (lacht)

“Op school speelden we Les liaisons dangereuses na. Ik werd plots geprikkeld. Wow, wat zijn vrouwen prachtig. Mijn ontwakende seksualiteit was erg film-, kunst- en poëziegebonden. We speelden toneelstukken, droegen poëzie op aan elkaar en dansten met elkaar. Toch was het geen zottekot, er werd hard gewerkt.”

Heb jij wilde jaren gehad? En in hoeverre kan dat, als kapitein? Want je blijft dat voorbeeld voor kinderen.

“Ik heb een wild leven gehad. Geheimen heb ik daar niet over. Ik ben geen heilige, ik ben een kapitein en zeemannen kunnen drinken. Maar een jaar of tien terug bleef ik eens plakken op café. Een andere overgebleven caféganger vroeg: ‘Zedde gij de kapitoan?’ Hij liet zijn anker zien en ik het mijne, en wij maar bonden. Geweldig. Maar de volgende dag dacht ik: mmm, wat als je gefilmd wordt? We leven in dat soort tijden. Ik zou me niet schamen omdat ik drink, maar sindsdien let ik meer op.

“Mijn wilde jaren zijn sowieso voorbij en dat is prima. Ik ben barman geweest en had jarenlang een partyband, WawaDadaKwa. We traden dikwijls pas om 1 uur ’s nachts op, vaak als afsluiter. Gekke, geweldige jaren. Soms belden we de avond zelf naar cafés, of we mochten spelen. Gratis, enkel in ruil voor bier. Er waren zo veel kroegen waar je kon spelen en we stonden ook in de Antwerpse Club Geluk, want mijn nicht, dj D’Stephanie, draaide daar. Uiteindelijk toerden we over heel Europa. We hadden ook een ‘technofanfare’ – daar zaten wel mijn wilde jaren. Ooit speelden we op een afterparty van Cirque du Soleil. Ze huurden de Zillion af en voor de circusartiesten stond een aquarium, waarin de danseressen zwommen. Op den duur zat iedereen in dat aquarium. De security had het niet meer in de hand. En toen moest die grote baas – nu ja, kleine baas – Franky…”

Frank Verstraeten!

“Hij moest me uitbetalen en zat met zijn voeten op zijn bureau. Hij trok de lade open, pakte zo’n dik pak geld, haalde eraf wat hij moest hebben en gooide die briefjes naar mij. (hilariteit) Ik heb mijn wilde jaren beleefd als een jonge vos en heb niks gemist.”

Wil je ooit weer voor volwassenen spelen?

“Zeker. Soms denk ik: oei, het is er nog niet van gekomen, en dat terwijl ik geen kinderen heb en tijd zou moeten hebben. Tegelijk denk ik: het komt wel, als het zover is.”

Alles komt goed. Hoe trots is je mama op je?

“Zeer trots. (gaat twee MIA’s halen) Kijk, dit is de MIA die ik in 2010 heb gewonnen. Toen die in 2011 werd afgeschaft, hebben mijn grootste fans, twee mama’s, er zelf eentje voor mij gemaakt. Onder het motto ‘Moeders in Actie’. Op Facebook vroegen ze iedereen een tekstje te schrijven. Het allerlaatste kwam van mijn mama. Ze schreef dat ze het ­fantastisch vond wat ik doe. Ze deelde me met plezier met alle kinderen en zag dat ik mijn eigen weg heb gevonden, ondanks dat hobbelige parcours.”

Winok Seresia: ‘Mijn moeder is een vrijgevochten, ijzersterke vrouw. Ze heeft me opgevoed als gentleman, iemand die zich bewust is van het welzijn van vrouwen.’ Beeld Carmen De Vos
Winok Seresia: ‘Mijn moeder is een vrijgevochten, ijzersterke vrouw. Ze heeft me opgevoed als gentleman, iemand die zich bewust is van het welzijn van vrouwen.’Beeld Carmen De Vos

Hoe komt het eigenlijk dat jij zelf geen kinderen wilt?

“Misschien is het niet helemaal zo dat ik geen kinderen wíl. Gebeurt er een ongelukje, dan zien we wel wat er gebeurt. Maar er geen hebben voelt niet aan als een gemis. We zijn gelukkig. En als kapitein heb ik juist heel veel kinderen.”

In oude interviews viel je vooral op als een van de grote critici van Studio 100. ‘Als ik hun kinderprogramma’s zie, vraag ik me af: is het een kinderprogramma of een marketingsysteem?’ Denk je daar nog zo over?

“Ik heb nooit onder stoelen of banken gestoken dat ik geen fan ben van Studio 100. Kapitein Winokio is de verandering die ik wilde zien in het landschap van de kindermuziek. Het begon in 2004 met oude kinderliedjes nieuw leven in te ­blazen met bekende mensen, daarna ging ik ze zelf ­schrijven. Mijn missie is al zeventien jaar om kinderen én ouders samen laten genieten van muziek.”

Soms was je fel. ‘Het is allemaal de schuld van drie barbiepoppen, een hond en een bende springers.’ Heb je nooit een van de K3-vrouwen aan de lijn gehad?

“Ik heb nooit rechtstreekse reacties gehad. Tegenover vroeger ben ik beleefder en wijzer geworden, maar ik wilde toen wel duidelijk maken waar ik voor sta. Kinderen kunnen zich niet verweren tegen gewiekste marketeers. Dat vind ik nog. Die veramerikanisering van kindermuziek zie je evengoed bij de VRT. Toen ik voor hen het programma De notenboot zou maken, ging de eerste meeting over merchandising. In het contract stond dat ik 21 producten moest uitbrengen. Een-en-twintig! Die passage heb ik eruit laten halen.

“Ik merk nog een trend: het gaat vaak niet meer over een vak goed kennen, maar enkel over beroemd worden. En alles op tv is een wedstrijd. Of het nu om koken of zingen gaat. Jeroom zal best een leuke presentator zijn, maar moeten kinderen leren bakken? Zouden we ze niet beter leren minder te snoepen?”

Heb jij ooit Plop-worst gegeten?

(lacht) “Ik dacht dat je het nooit zou vragen!”

Sorry. Is dat de vraag die altijd terugkomt?

“Ik wil niet dat het altijd daarover gaat. Lang geleden las ik over hoe er te veel obesitas was bij kleuters. Laten we daar wat aan doen, dacht ik. Ik maakte een boekje, Kapitein Winokio danst, om meer te bewegen. Bert Plagman (Nederlandse stemacteur in o.a. ‘Sesamstraat’, red.) en ik ­gingen ermee op tournee langs scholen. Uitgerekend op dat moment kwam de Plop-worst uit. Of de Samson-heps, kan ook. Maar kijk: dát is dus het verschil. Natuurlijk moet niet alles gezond zijn, maar het gaat om je kinderen. Al roep ik dat liever niet te luid, want moraalridders kunnen vervelend zijn. (gaat een boek halen, ‘De groentjes van Kapitein Winokio’)

“Dit bracht ik uit, om kinderen te stimuleren meer groenten te eten. Ik deed het alle scholen in Vlaanderen cadeau – uit eigen zak betaald. Die dingen vallen niet op, want ik kom niet elke dag op tv, maar zorgen wel voor een soort vertrouwen bij mijn publiek. (haalt er nog een boek bij) Dit zijn liedjes voor kinderen, om te ontspannen. Recent uitgebracht, omdat er nu nood aan is.”

Chillen op je billen. Doe jij aan yoga om te relaxen?

“Niet enkel yoga. Ik neem elke dag een ijskoude douche ­volgens de Wim Hof-methode, laat acupunctuur doen en tijdens de vorige lockdown ben ik met tenorsax begonnen, wat veel blazen vraagt en waar ik helemaal zen van word. Soms doe ik vegan periodes met mijn vrouw. Het helpt ­allemaal om bewust en gefocust te leven. Ik heb maar twee guilty pleasures: gin en chips.”

Bij elkaar?

“Zeker. Voor de tv, met Netflix op. Dat is prachtig.” (lacht)

Met dank aan Play Beach, Driebeekstraat 21, 9050 Gentbrugge.

Beluister gratis 13 bubbelliedjes van Kapitein Winokio in de app van De Morgen. Download de app via demorgen.be/download

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234