Dinsdag 28/09/2021

Archief

"Kanker is de pest van deze moderne tijd"

Thé Lau Beeld Bas Bogaerts
Thé LauBeeld Bas Bogaerts

In mei vorig jaar, een paar weken nadat Thé Lau zijn doodvonnis hoorde, sprak muziekjournalist Bart Steenhaut uitgebreid met de frontman van The Scene. Dit is de integrale versie van dat interview.

Enkele weken geleden kreeg Thé Lau (61) zijn doodvonnis te horen. De keelkanker was genezen, maar er waren uitzaaiingen in de linkerlong. De prognose? Nog zes maanden te leven. Misschien negen. Het beeld valt niet te rijmen met de man die vandaag voor me zit. 'Het gaat echt prima. Maar de kans op genezing is nul komma nul.'

"Wijntje?"

Thé doorbreekt zelf de loden stilte nadat de laatste noot van Platina Blues is weggeëbd. In dat stuk - een nieuwe, bloedstollende compositie van veertig minuten - kijkt hij zijn nakende einde recht in de ogen. "Ik ga nu slapen / Mij wacht de nacht / Ik kan niet wachten / Op wat me wacht." Het nummer wordt een mantra, de woorden gaan door merg en been. "In het begin had het stuk nog een happy end", zegt de zanger stil nadat hij opnieuw een sigaret heeft aangestoken, "maar uiteindelijk is er niks aan veranderd. Of ik nu het ziekenhuis uitloop, of in een mortuarium beland: het maakt allemaal niet zo veel uit. Kanker is gewoon de pest van deze moderne tijd."

We zitten bij hem thuis aan de eettafel, en er valt een stilte. Op de vensterbank ligt een dvd met een documentaire van George Harrison. Op de barkruk ernaast de biografie van Pete Townshend, met een bladwijzer ergens halverwege. Aan beide heeft hij de voorbije weken veel gehad. Wat verderop in de woonkamer, op nog een stapel boeken en papieren, ligt het masker dat hij moest dragen tijdens de behandeling. Marijke, zijn vrouw, zet het op zijn gezicht. "Met een laken erover kun je zo naar een halloween party", grapt ze. Humor, zo had Thé verteld toen we eerder op de middag samen een terrasje deden, is een krachtig wapen. "In huilen zit iets louterends. Dat voelt aan als het afdrijven van negativiteit. Maar ik heb nooit zo veel gelachen als de laatste tijd. De grappen worden scherper. Het is ook gewoon leuk: een namiddag met wat vrienden. Paar flessen wijn erbij. En gewoon wat gek doen."De voorbije jaren heb ik Thé regelmatig opgezocht in Amsterdam.

Op weg hier naartoe had ik me afgevraagd om hoe het zou zijn om hem, voor het eerst sinds het vreselijke nieuws, terug te zien. Maar hij maakt een opmerkelijk montere indruk. Trots op Platina Blues, dat hij de kroon op zijn werk noemt. "Met deze compositie heb ik voor mezelf bewezen dat ik een creativo pur sang ben. Als je dan toch doodgaat, kun je daar maar beter iets mee dóén. Ik heb in mijn omgeving mensen gekend die hetzelfde lot te beurt is gevallen en die zich dan plots terugtrokken. Martin Bril schijnt krabbend, bijtend en schreeuwend ten onder zijn gegaan. Dat zal mij niet overkomen. Ik wil misschien niet sterven op de planken. Maar zéker in het harnas."

Hoe gaan je vrouw en je kinderen om met het feit dat je er straks niet meer zult zijn?
"Dat wisselt heel erg. Voor Marijke is het natuurlijk botweg zo dat ze straks zonder mij achterblijft, en ze vindt het idee om alleen verder te moeten een nachtmerrie. Onze zonen zijn negentien en zesentwintig. Ik heb de indruk dat die er beter mee omgaan. De jongste wil de muziek in, en die trekt me helemaal leeg. Nog snel alle ervaring meenemen die ik aan hem kan doorgeven. Mijn opnamestudio heeft hij al half ingepikt. Ik moet hem om de haverklap zeggen dat snoeren en microfoons na gebruik weer moeten worden opgeborgen. Ik heb geen zin om, als ik nog eens iets wil opnemen, eerst een half uur te moeten lopen zoeken."

Mis je nu een soort god in je leven? Gelovigen kunnen zich in aanloop naar de dood op z'n minst troosten met de gedachte dat het daarna niet stopt.
"Er zijn wel een paar mensen geweest die recent geprobeerd hebben om me te bekeren, maar dat waren telkens zeer korte gesprekjes. Ik ben niet religieus opgevoed en ik heb er ook niks mee. Als gelovige moet je over de nederigheid beschikken om te kunnen knielen. Dat ligt niet echt in mijn karakter.

"De arts zei me dat iedereen moeite heeft met sterven. Zelfs bejaarden die echt een lang en goed leven hebben gehad. Mijn moeder wilde bijvoorbeeld ab-so-luut niet dood. Ze is een stuk in de negentig geworden, maar tot op de laatste dag weigerde ze te aanvaarden dat er geen alternatief was."

Terwijl ik net het gevoel heb dat jij je wel heel snel bij het onvermijdelijke hebt neergelegd.
"Ja. Iets té snel misschien. Er is een gesprek geweest met de psycholoog waar mijn vrouw en mijn zonen bij waren. Oscar, de oudste, betreurde daar dat ik de handdoek blijkbaar al in de ring had gegooid. Dat kwam aan, en ik kon eigenlijk niet anders dan hem gelijk te geven. Vanaf toen ben ik weer beginnen trainen. Twee keer per week de fiets op. Wat gewichtheffen ook. En dat doe ik in het ziekenhuis. Dat werd me eerst afgeraden omdat ze dachten dat die omgeving me zou deprimeren, maar ik word er juist vrolijk van. Uit eigen beweging zou ik sowieso nooit naar een sportcentrum gaan. Want geloof me: ik háát het. Niemand ziet concerten geven als topsport, maar als je dat goed doet is het best zwaar. Na de bestraling was er nog amper twintig procent van mijn spiermassa over, dus dat moet ik weer beginnen opbouwen. En het gaat al beter. Een flinke wandeling is inmiddels geen hindernis meer. Een paar maanden geleden kon ik niet eens vijfhonderd meter aan.

"Mijn grootste probleem is weer van dat roken af te komen. Ik was drie jaar geleden gestopt omdat ik voelde dat mijn stem eronder begon te lijden. Maar toen het verdict viel ben ik gelijk herbegonnen. Volgende week gaan de sigaretten weer de deur uit. Anderzijds: alle alternatieven waarmee ik de laatste maanden gebombardeerd ben, komen erop neer dat ik als een monnik verder moet. Op water en wortelsap. Het idee alleen al. Dan ga ik liever wat vroeger dood. Maar met een lekker wijntje erbij."

null Beeld Bas Bogaerts
Beeld Bas Bogaerts

Uit Platina Blues spreekt veel moed en vechtlust. Zijn er ook dingen waar je bang voor bent?
"De fysieke aftakeling. Tijdens de behandeling heb ik eigenlijk geen moment pijn gehad. Dat kwam natuurlijk door de morfine. Heerlijk spul, trouwens. Ik heb altijd een vreselijke angst gehad voor hallucinanten, maar die morfine deed me begrijpen waarom er in het begin van de vorige eeuw zo veel mensen aan verslaafd waren. Kijk: ik weet dat er een moment komt dat mijn longen eraan gaan. Alleen kan ik me daar nu nog geen concreet beeld bij vormen.

"Ik voel me vandaag energieker dan voor de behandeling. Het gaat echt prima. In die mate zelfs dat ik mezelf soms moet wijzen op wat er te gebeuren staat. De kans op genezing is nul komma nul. Dát is de realiteit. Gelukkig heeft Nederland - en inmiddels ook België - een erg progressieve euthanasiewetgeving. Dus dat heb ik intussen wel geregeld. Of tenminste: de formulieren liggen thuis, en als het nodig is komt er een handtekening op de stippellijn. Ik ben echt niet van plan om te creperen."

Je bent het grootste deel van je creatieve leven de leider van een band geweest. Iemand die knopen doorhakt en beslissingen neemt. Hoe ervaar je het om plots een patiënt te zijn die deels van anderen afhankelijk is?
"Eerlijk? Ik zie mezelf helemaal niet als een patiënt. Ik voel me een strijder, en het heeft ook wel iets spannends. Hoe goed hou ik me ten opzichte van de anderen? In het ziekenhuis waar ik zit zie je geen zwangere vrouwen of gebroken benen. Er wordt alleen kanker behandeld. De meeste mensen in mijn situatie willen alleen maar weten hoe lang ze nog hebben. En hoe langer hoe beter. Maar zo zie ik dat niet. Voor mij is het eerder een kwestie van hoe béter hoe beter. Ik heb in het ziekenhuis pensionado's gezien die zo'n ziekte kregen en hele dagen met hun vingers zaten te draaien. Ik wil niet futloos zitten wachten op de dood. Ik tennis weer één keer per week, met een meisje van achtentwintig dat er erg aardig uitziet en leuk beweegt op de baan. Dat motiveert.

"(denkt lang na) In het ziekenhuis zat ik 's nachts vaak helemaal alleen op mijn laptop te werken. Ik was toen wel een beetje anders dan nu, want kanker maakte een ontzettende agressie in me los. Telkens als er in het verkeer iets gebeurde wat me niet beviel, begon ik te toeteren en met mijn lichten te knipperen. Eén keer werd ik om halfzes gewekt door een oude nachtverpleegster, en toen die me erop wees dat ik mijn pillen niet had genomen, heb ik haar zeker tien minuten de huid vol gescholden. Niet echt iets voor mij, in normale omstandigheden."

Thé Lau met The Scene anno 1991 Beeld Alex Vanhee
Thé Lau met The Scene anno 1991Beeld Alex Vanhee

Vreemde vraag misschien, gezien de omstandigheden: lukt het je ook wel eens om níét aan de dood te denken?
"Heel vaak zelfs. Overdag spookt het bijna nooit door mijn hoofd. Dan heb ik het te druk met andere dingen. Mijn roman moet af, om maar iets te zeggen. We zitten er nu wel over te praten omdat ik vond dat we dit gesprek moesten hebben, maar eerlijk: ik hoop toch dat het straks weer over iets anders kan gaan. Natuurlijk: dat nakende einde is op dit moment de bodem van alles wat ik doe, maar al dat gepraat leidt er alleen maar toe dat ik 's nachts depressief wakker word. Het is een misvatting dat erover praten helpt om makkelijker met de dood om te gaan. De eerste keer dat het erover ging - tijdens een talkshow op televisie - was ik gespannen als een veer. Toen heb ik vooraf zelfs een kalmeringsmiddel genomen. Ik wist dat er een miljoen mensen keken, onder wie enorm veel kankerpatiënten. Met die mensen in het achterhoofd wilde ik alleen een positieve benadering van het onderwerp. Het resultaat is dat telkens als ik in het ziekenhuis ben, er wel iemand komt zeggen dat mijn verhaal hem of haar een ontzettende boost heeft gegeven.

"Weet je wat ook gek is? Er zijn een boel media die - tot wederzijdse tevredenheid overigens - vroeger nooit wat met me te maken wilden hebben. En die melden zich nu wel. 'Kunnen we vanmiddag langskomen met een cameraploeg?' Nee. 'Maar uw ziekte is nieuws!' Rot op. Het zijn gewoon aasgieren, uit op sensatie. Ik voel me gerechtigd om nog louter de dingen te doen waar ik zelf zin in heb. Kortom: geen Pauw & Witteman, en geen De Wereld Draait Door, maar wel RTL Late Night. Dat is zowat het enige praatprogramma waarin ze echt verwachten dat op een vraag ook een antwoord volgt. Door die uitzending ben ik van de ene dag op de andere een soort Bekende Nederlander geworden. Dus bij deze een tip: als je vindt dat het niet snel genoeg gaat met je carrière: doodgaan helpt."

Zit kanker in de familie?
"Ja. Ook als je niet rookt kun je longkanker krijgen. Dus al die onzin als zou ik er met mijn levensstijl zelf om gevraagd hebben, daar steek ik geen energie meer in. Het is natuurlijk wel zo dat mensen die veel roken én veel drinken veertig procent meer kans hebben om de ziekte te krijgen. Alleen roken: tien procent. Alleen drinken: tien procent. De combi van beide: maal vier. Al blijkt er tot nog toe geen enkele studie te zijn die daar volledig uitsluitsel over biedt. Kanker is geen wiskunde."

De eerste prognose was dat je nog zes à negen maanden te leven had. Als ik je nu voor me zie zitten, lijkt me dat moeilijk te geloven.
"Die eerste mededeling, dat was het ergste. Omdat ik daar met zoveel woorden mijn doodvonnis te horen kreeg. Ik ben genezen. De keelkanker is weg. Alleen: er is iets naar de longen ontsnapt, en dat valt niet meer te behandelen. Ow. Die eerste momenten zijn het vooral de getallen die blijven hangen. Zes tot negen maanden. Ik begon meteen te rekenen: op welke maat ga ik dan dood? Het wordt dus dit najaar ergens. Die, die of die maand. Op zich valt het wel mee. Ik heb erg veel gedaan in mijn leven, en heel weinig waar ik me voor hoef te schamen. En iedereen gaat dood, toch? Alleen ga ik een beetje eerder dan de anderen.

"De nachten zijn het ergst. Op mijn leeftijd word je 's nachts een keer of drie, vier wakker. En dan ben ik echt alleen in het donker met mijn gedachten. Dus dan ga ik boven maar een glas wijn drinken. Dat helpt. Mijn behandelende arts - een wijze, Aziatische man - zegt trouwens dat ik niet zo veel waarde moet hechten aan al die prognoses. Prepare for the worst, hope for the best. En zo zie ik het ook. De kans bestaat dat ik nog een jaar blijf leven. Misschien wel twee. Al blijft het wat dubbelzinnig: enerzijds moet ik aanvaarden dat ik doodga, maar anderzijds komen er af en toe dingen op me af die me een soort hoop geven waar ik niet op zit te wachten. Er is nu ook een professor in Leuven die me wil zien. Ik ga zeker langs, maar verder verwacht ik er niet zo veel van. Al kon ik me wel vinden in zijn filosofie: kijk nooit tegen een halfvol glas aan alsof het halfleeg is."

Heb je nooit het gevoel dat het leven je een hak heeft gezet?
"Nee. Vanaf het begin van de behandeling, toen alles nog goed leek te komen, heb ik er heel intuïtief voor gekozen om alles van de positieve kant te zien. Er is geen moment woede, verbittering of zelfmedelijden geweest. Dingen die veel andere mensen kennelijk wél voelen in een soortgelijke situatie. Begrijpelijk, maar het levert niks op. Veel artsen hebben me dat ook gezegd: het kan niet bewezen worden, maar als je er negatief mee omspringt, gaat het aftakelingsproces gewoon sneller."

Wil je daarom die afscheidsconcerten nog geven? Als een positief teken?
"Dat speelt mee. Ik leef enorm naar die optredens toe, ben vooral blij dat ik de kans nog krijg om op die manier afscheid te nemen van het publiek. Toen het nieuws van mijn nakende einde bekend werd, kreeg ik een lawine van aandacht over me heen. Dat had ik niet verwacht. De AB was in een recordtijd uitverkocht. Paradiso ook. Veel mensen vragen me of ik dat niet een beetje wrang vind. Nee dus, want ik mag het nog meemaken. Iemand als Bram Vermeulen heeft dat bijvoorbeeld nooit meegekregen. Het is fantastisch om te ontdekken dat er nog veel meer belangstelling voor mijn werk bestaat dan ik zelf besefte. Eerlijk: naar mijn eigen aanvoelen was ik de voorbije jaren toch weer een beetje een nicheartiest geworden. Ik betaal er weliswaar een prijs voor, maar tegelijkertijd geniet ik er ook van."

Ten slotte: is er iets wat je nog echt wilt doen?
"Ik ben bijna dertig jaar na elkaar naar mijn oudere zus gereden die in Frankrijk woont. Die rit wil ik graag nog een keer maken. Lukraak een klein hotelletje zoeken onderweg en in mijn beschamend slechte Frans vragen of er nog een kamer vrij is. Mijn zus wordt negenenzeventig. Kettingroker én drinker. Onlangs is ze twee dagen bij me thuis komen logeren. Ik was bekaf toen ze vertrok. Dat vond ik wel een afgang, trouwens: onder tafel te worden gedronken door een echte bejaarde."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234