Vrijdag 24/09/2021

InterviewThomas Van der Plaetsen

‘Kanker heeft me keihard met mijn neus op mijn sterfelijkheid gedrukt’

null Beeld Photo News
Beeld Photo News

Mannen die geen deuk in hun ego willen oplopen, kunnen maar beter niet naast tienkamper Thomas Van der Plaetsen neerploffen: niet alleen heeft hij een lichaam dat op de UNESCO-werelderfgoedlijst naast de kathedraal van Antwerpen prijkt, hij bezit ook de ijzeren wil om op zijn 30ste – na een gevecht met teelbalkanker – zijn allerbeste niveau te halen. Op de koop toe is hij beslagen in informatica, fotografie én Russische literatuur. Natúúrlijk zal hij schitteren in Tokio, waar de Olympische Spelen vrijdag beginnen.

Thomas Van der Plaetsen: “Ik mik, net als bij de Olympische Spelen in Rio, opnieuw op een finaleplaats, wat wil zeggen: top 8. Maar om dat te halen, zal ik wel ei zo na een persoonlijk record moeten neerzetten, want in de meerkamp zitten we met een ongelofelijk sterke lichting. En het niveau in Rio wás al zo hoog: ik was daar bij de beste acht aller tijden.”

Onlangs heb je op de atletiekmeeting in Götzis je persoonlijk record scherper gesteld. Kun je dat nóg eens doen?

“Als ik geen grote fouten maak, moet dat lukken: dan komt het Belgisch record van Hans Van Alphen in mijn vizier. Bovendien was Götzis mijn eerste wedstrijd van het seizoen, en is de tweede normaal gezien toch altijd iets beter. Ik ben een atleet die door adrenaline altijd naar grotere prestaties wordt geduwd; nergens voel je die adrenaline méér gieren dan tijdens de Olympische Spelen.”

Hoe frustrerend was het uitstel van één jaar?

“Ik baalde vooral omdat ik wist wat ’t zou betekenen voor mijn sport: ik was bang dat de meerkamp weer in de anonimiteit zou belanden. Als de grote wedstrijden wegvallen, zoals de Spelen, worden ook de kleinere wedstrijden geannuleerd, en trekken de sponsors zich terug. Financieel gezien is het een lastig jaar geweest, ook voor mij. Door de crisis heeft de sport een serieuze lap gekregen.

“Daarbij ben ik ook nog eens op weg naar het einde van mijn carrière: dan is een gemist jaar extra zuur. Ik heb dit jaar één wedstrijd kunnen afwerken, en vorig jaar ook één: dat is pover, hè?”

Hoe is het met je knie? Eind vorig jaar hield die je nog een tijd aan de kant.

“Wat dat betreft was corona wél een goeie zaak: ik heb rustig aan mijn herstel gewerkt en ondervind nu geen last meer.

“Ach, ’t is gewoon een frustrerende periode voor iederéén. De wereld ligt niet in z’n plooi. Er zit geen flow in de dingen. Dat is irritant, want ik ben iemand die graag méégaat met de flow.”

Hoe heb je je tijd verder ingevuld tijdens corona?

“Ik ben altijd bezig, bijvoorbeeld met mijn fonds Back on Track (dat instaat voor de begeleiding van (ex-)kankerpatiënten, red.). Verder doe ik aan fotografie én werk ik aan een groot, atletiekgerelateerd IT-project – ik ben informaticus – waarover ik nog niet veel kan zeggen.”

Wat is je minst favoriete discipline van de tienkamp?

“De 400 meter. En op de 100 meter ben ik ook niet tuk. Ik heb altijd een haat-liefdeverhouding gehad met sprinten. Ik zal wel nooit de snelste zijn.

“Als tienkamper moet je vooral je hele lichaam onderhouden. Wat niet evident is: voor hoogspringen ben je als allrounder eigenlijk te zwaar en voor kogelstoten te licht.”

Vervelend: je zult nooit de allerbeste in iets zijn.

“Het spookt weleens door mijn hoofd: hoe hoog zou ik springen als ik 10 kilo vermager? Maar als het je lukt om voor alle nummers tegelijk in vorm te raken, is dat wel fantastisch: dan is het alsof je een jongleur bent die tien brandende zwaarden tegelijk in de lucht houdt. (lachje)

In welke discipline had je ook de wereldtop kunnen bereiken?

“Polsstokspringen, denk ik. Misschien ook het hoogspringen: bij de jeugd hoorde ik bij de besten van de wereld. Op de andere nummers zou ik geen kans maken.”

Ik hoor weleens dat polsstokhoogspringers de zotten van de atletiek zijn.

(lacht) Het is de Red Bull-sport van de atletiek, hè. Erg rock-’n-roll. Dat past wel bij mij.”

Even tussendoor: ken je collega-meerkamper Nafi Thiam goed? Jouw zus is haar manager.

“Nafi is een toffe. Er is veel wederzijds respect. Wat mij betreft is Nafi Thiam nu al, zelfs als ze morgen haar schoenen aan de haak zou hangen, de grootste atlete die België ooit heeft voortgebracht.”

Jouw trainingskamp ligt in Zuid-Afrika. Hoe ben je daar beland?

“Eén van de beste polsstokcoaches ter wereld woont daar. Vanaf het eerste moment voelde ik me daar goed. Intussen is het geen trainingskamp meer, maar een tweede thuis.”

Mooi meegenomen voor een fotograaf zoals jij: het landschap zal zich er wel lenen tot mooie kiekjes.

“Zeker weten. In Stellenbosch zitten veel beesten. Bij het speerwerpen moet je bijna oppassen dat je geen arend spietst. (lacht) En het is ook al gebeurd dat er een cobra in de polsstokmat zat: wel zo vervelend.

“Wat mij nog aanspreekt, naast dat prachtige landschap, is dat het leven zich in Zuid-Afrika integraal buiten afspeelt. De mensen leiden er een sportief, actief leven, veel meer dan in België: wij zijn gericht op kantoorwerk, en het sociale leven speelt zich ’s avonds af op café.”

Bah, cafés.

(lacht) Op café gaan is plezant, maar het probleem is dat het altijd meteen zo laat is. Als topatleet kun je maar beter vóór elf uur in je bed liggen. In Zuid-Afrika speelt het leven zich meer af op mijn ritme: ’s ochtends om vijf uur zit de gym er al vol.”

Ook de spiritualiteit van de Zuid-Afrikanen zou je aanspreken. Weet je intussen al of je gelovig bent?

“Nee, er zijn alleen maar vragen bijgekomen. (lachje) Ik denk dat ik wacht op een soort revelatie: elke gelovige zegt dat God zich op een bepaald moment openbaart. Maar aan mij heeft Hij toch nog geen seintje gegeven.”

Heeft die existentiële zoektocht iets te maken met de kanker die je overwonnen hebt?

“Dat kan moeilijk anders: de confrontatie met kanker ís een existentiële crisis. Je wordt met je neus keihard op je sterfelijkheid gedrukt, en dat verandert je kijk op het leven. Als je jong bent, kun je nog op een naïeve, hoopvolle manier naar de wereld kijken – dan geloof je dat het leven intrinsiek fair is – maar eigenlijk zijn dat hersenspinsels: de wereld is hard, onzeker en willekeurig. (denkt na) Ik denk niet dat ik minder hoopvol ben nu, maar wel realistischer.”

Ben je ook een andere atleet?

“Ja. Naarmate je ouder wordt, moet je anders beginnen te trainen. En ik heb die switch vroeger moeten maken: alles werd trager en beredeneerder, omdat mijn lichaam zo zwaar verzwakt was na de ziekte. Ik ben nu 30. Als ik nog een paar jaar wil meegaan, moet de zorg voor mijn lichaam mijn absolute prioriteit blijven.”

Lezen tienkampers vaker boeken in hun vrije tijd dan voetballers?

“Ik weet niet of voetballers veel boeken lezen, maar ik alleszins wel. Tienkampers zijn vaak speciale types, hè. Omdat je zo’n moeilijke balans moet zien te vinden, lopen er in de tienkamp voornamelijk doordachte, droge, pragmatische types rond. Tienkampers zijn vaak hoger opgeleid, merk ik, en zijn echte studenten van hun sport.”

Welke boeken neem je mee naar Tokio?

“Geen non-fictie, alleszins: daar ben ik van afgestapt, omdat je over zaken als psychologie of wetenschap kunt blíjven lezen zonder er wijzer van te worden. Momenteel ben ik gefascineerd door Russische sciencefictionliteratuur. Weet je waarom die zo interessant is? Aangezien het tijdens het communisme niet toegelaten was om over het politieke systeem te schrijven, namen schrijvers hun toevlucht tot uitgebreide metaforen: in een sciencefictionjasje kon hun verdoken commentaar wél door de beugel. De bekendste voorbeelden zijn Arkadi en Boris Stroegatski: hun roman Roadside Picnic werd door Andrei Tarkovski verfilmd tot de klassieker Stalker.”

Ik had niet verwacht om het nog eens met een tienkamper over Tarkovski te hebben.

(lacht) Tja, wij moeten van vele markten thuis zijn, hè?”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234