Donderdag 01/10/2020

Kanjers van de Sinksenfoor

Irma De Corte: 'Dat gezeur over lawaai, ik begrijp dat niet. Een foor zonder kabaal, dat is geen foor. We kunnen toch niet allemaal smartlappen draaien? Hier en daar moet iemand er een ferme patat op geven. Allez rouler, ambiance moet er zijn'Yvonne Vale: 'De kermis een warm nest? Als het moet, spannen we samen tegen de buitenwereld, dat wel. Maar onderling heerst veel jaloezie en rivaliteit. Als je zo dicht op elkaar leeft, wordt er vanzelf veel vergeleken, en foorkramers steken elkaar graag de ogen uit'

Erik Raspoet

Foto's Stephan Vanfleteren

Straks gaat in Antwerpen de Sinksenfoor van start. Vijf weken lang vormen de gedempte Zuiderdokken het toneel voor 149 attracties. Het Kind met de Twee Hoofden en de Zeepaardman hebben de baan geruimd voor hightech: de Eclips, de Polyp, de X-treme, de Space Roller. Steeds hoger, steeds sneller. Wat nooit verandert, is de geur van oliebollen en suikerspinnen. Ook de familienamen veranderen niet. Eens foorkramer, altijd foorkramer. Wat bindt hen aan dit wereldje met zijn vele decibels, felle neonlichten en lange werkdagen? 'Het is dat we voor niks anders deugen.'

België-Bulgarije. Cruciale match, toeteren de sportpagina's. We weten wat dat betekent. De hele natie handenwringend voor de beeldbuis. Olé, olé, bier en chips. En bang hopen dat de Rode Duivels hun kansen gaaf houden op het EK in Portugal. De hele natie? Toch niet. De Bulgaren beschikken vanavond over stiekeme supporters, vooral ter hoogte van de gedempte Zuiderdokken in Antwerpen. Want wat wil de kalender? Dat op die gedempte Zuiderdokken vanavond de Sinksenfoor in première gaat. Enkele dagen voor de aftrap hadden de kermisexploitanten er de smoor in. Voetbal op de televisie, dat scheelt tijdens de openingsavond een slok op een borrel. En alsof dat al niet erg genoeg is: als België zich voor het EK plaatst, wordt de Sinksenfoor volgend jaar helemaal door Koning Voetbal verbrod.

'Bedankt en een goede foor.' Die afscheidsformule hebben we de voorbije dagen veelvuldig gebruikt. Een goede foor is niet alleen een foor zonder voetbal op de televisie. Bovenal hangt het welslagen af van de weergoden. Aangenaam wandelweer, dat is waar de forains een kaars voor branden. Het mag natuurlijk geen pijpenstelen regenen, maar te warm is ook niet ideaal, want dan vlucht iedereen naar de kust. Foorkramers zijn eigenlijk middenstanders in het kwadraat. Trots op hun onafhankelijkheid, maniakaal begaan met hun nering. Zoals ze deze week tussen de Waalse en de Vlaamse Kaai stonden te schrobben en te poetsen. Geen vetvlek bleef gespaard, geen kapotte gloeilamp onopgemerkt. Het aloude middenstandersmotto 'leven en laten leven' wordt fanatiek beleden. Aan de vooravond van de foor gaat het er joviaal toe. Schouderkloppen, pinten trakteren, polsen naar het wel en wee van vrouw en kind. Maar o wee als de belangen botsen. Ik zou niet in de schoenen willen staan van de plaatsmeester, de ambtenaar van de stad die de Sinksenfoor in goede banen leidt. Een kraam tijdens het opstellen 20 centimeter naar links of naar rechts doen opschuiven, er is al voor minder oorlog uitgebroken. Nog veel delicater is het uittekenen van het Foorplan. Spectaculaire topattracties, lunaparken, kindermolens, spellen en eetkramen moeten evenwichtig worden verdeeld.

Want weer of geen weer, een foor wordt pas een goede foor als de foorkramer over een goede locatie beschikt. Veel passage wil hij, en het liefst geen hinderlijke concurrenten in de omgeving maar complementaire buren. Een slechte Sinksenfoor is immers geen fait divers. Veel kermisexploitanten hebben zwaar geïnvesteerd. Een miljoen euro voor een topattractie is niet uitzonderlijk, en op het einde van de maand moeten de leningen worden afbetaald.

De Sinksenfoor ligt op de 'grote tournee', het circuit van topkermissen dat begint met de Carnavalsfoor in Aalst en eindigt met de Novemberfoor in Bergen. Tussendoor worden Kortrijk, Gent, Brugge, Antwerpen, Brussel, Leuven, Hasselt, Sint-Truiden en Luik aangedaan. Dit vijf weken durende evenement met zijn 149 attracties zal naar schatting anderhalf miljoen bezoekers op de been brengen, cijfers die alleen door de Brusselse Zuidkermis en de Foire de Liège worden geëvenaard. Gezelligheid is de grote troef. Geen enkele foor heeft zo'n compacte en bijgevolg sfeervolle locatie. Het was de voorbije dagen passen en meten om alle installaties, woonwagens en vrachtwagens tussen de Waalse en de Vlaamse Kaai te wurmen. Leven op elkaars lip, ze zijn het gewoon. De foor is een klein wereldje. Niet alleen kent iedereen iedereen. Als je twee of drie generaties teruggaat, blijkt dat iedereen ook verwant is met iedereen. Trouwen doet men binnen de kermis, kinderen dromen zich een toekomst binnen de kermis. De uitstroom is opvallend klein. Ouders koesteren trouwens allemaal dezelfde ambitie: hard werken om bijtijds een extra stiel te kopen om zoon of dochter te lanceren. Wat bindt hen aan dit wereldje met zijn vele decibels, harde neonlichten en lange werkdagen? Ondanks de recessie wordt er goed geleefd, zoveel wordt tijdens een wandeling op de gedempte Zuiderdokken snel duidelijk.

Woonwagen is vaak een understatement voor een villa op wielen, auto's torsen bij voorkeur de merken Mercedes en BMW. Harley-Davidson heeft aan de foorreizigers goede klanten, op de post borstvergrotingen wordt al evenmin bezuinigd. Maar geld is geen afdoend antwoord, zo blijkt uit volgende portretten. De vrijheid, daar doen ze het voor. En natuurlijk ook omdat ze voor niks anders deugen.

Filip Vlasselaerts en Anne Van Istendael

Kapotte keuken

Filip Vlasselaerts: "Hier mag je doen wat thuis niet kan: de boel kapotgooien en er nog voor beloond worden ook. Zie je die houten ballen? Daarmee probeer je zoveel mogelijk flessen te raken. Glühweinflessen breken als niks. Maar een champagnefles of een tequilafles is heel sterk, die moet je op de juiste plek goed raken. Eigenlijk zou het ministerie van Volksgezondheid ons moeten subsidiëren. Mensen kunnen hier stoom aflaten, hun agressie uitleven. Een spel voor macho's? Je zou er versteld van staan hoe vrouwen tekeer kunnen gaan. Ik heb het in Kortrijk nog gezien. Ze schreeuwen zich de longen uit het lijf en gooien alsof het hele kraam plat moet. 'Jammer dat mijn man daar niet stond', hoor ik ze dan zeggen.

"Dit spel is zo oud als de straat. 'Casse ménage' of 'Kapotte keuken' heette dat vroeger. Het was van de kermis verdwenen, ik heb het pas dit seizoen opnieuw gelanceerd. Vroeger stonden er ook televisietoestellen, meubels en vazen in zo'n kraam. Jammer genoeg geraak ik daar niet meer aan. Door de containerparken en recyclagecentra zijn er geen afgedankte televisietoestellen meer te krijgen.

"Eigenlijk heb ik al met alle soorten attracties getoerd. Loterij, ringenspel, voetbalspel, noem maar op. Als dit niet meer draait, vind ik weer wat anders. Weet je wat ik eens wil proberen? Out of Bed. Dat gaat zo: een meisje zit op een plank boven het water. Klanten gooien met ballen om het meisje in het water te doen tuimelen. Een vriend heeft er zijn broek aan gescheurd, maar volgens mij heeft het nog altijd potentieel. Alles kan op de kermis, als je het maar goed verpakt.

"Mijn vrouw staat een eind verderop met een koordje-trek. Met één kraam zouden we het niet redden, die tijd is voorbij. Eigenlijk gaat het niet zo goed met de kermis. We hebben veel concurrentie van pretparken. Bovendien gaat de traditie verloren. Hoeveel kinderen stoppen hun zondagsgeld nu nog in een kermispotje?

"Onderschat dit werk niet. De Sinksenfoor duurt vijf weken. Dat is vijf weken op de been zijn tot een gat in de nacht. Maar wij zijn echte beroepsmaniakken. Als we een dagje vrij hebben, rijden we naar een kermis of een pretpark om er onze ogen de kost te geven. Een dagje naar Düsseldorf, een weekendje Genève, we kijken op geen honderd kilometer, als het maar kermis is. Het zit ons in het bloed. Mijn vrouw en ikzelf stammen allebei uit een kermisgeslacht. We hebben wel niet altijd met spelkramen getoerd. In mijn stamboom zitten zowel oliebollenbakkers als trapezisten."

Irma De Corte en Julie

eendjeskraam

Irma De Corte: "Hoeveel generaties op de kermis? Oei oei, dat zou ik niet weten. Wel weet ik dat mijn grootouders met noga en warme rek toerden in Antwerpen. Geel, Herentals, Turnhout, Berchem, Mechelen, ze deden alle kermissen van de streek. We hebben nog altijd noga in de familie.

"De Sinksenfoor doe ik al meer dan dertig jaar. Mijn eerste keer was in 1969, het jaar waarin de foor naar de Zuiderdokken is verhuisd. In die tijd was dit een vervallen buurt waar weinig mensen woonden. Niks dan lege hangars en vuile gevels. Nu protesteren de omwonenden tegen het lawaai van de foor. Wie was hier het eerst, vraag ik me dan af. En wie heeft deze buurt uit het slop gehaald, zij of wij? Veel Antwerpenaars kennen de Zuiderdokken niet eens. Maar als je de weg naar de Sinksenfoor vraagt, dan weten ze het wel. Dat gezeur over lawaai, ik begrijp dat niet. Een foor zonder kabaal, dat is geen foor. We kunnen toch niet allemaal smartlappen draaien? Hier en daar moet iemand er een ferme patat op geven. Allez rouler, ambiance moet er zijn.

"Ik heb van alles gedaan: een kindermolen, een biljart, een gokspel. Het langst heb ik met een visspel gestaan. Nu heb ik zelf geen stiel meer, maar ik sta in het visspel van mijn dochter Regina. Ik ben nog van de oude stijl, ik spreek de voorbijgangers aan. 'Allee madam, mag de kleine eens vissen? Allee meneer, laat uw dochter wat eendjes vangen.' Andere viskramen doen dat niet meer, die willen de mensen niet lastigvallen. Maar ik ben toch niet agressief? Ik probeer alleen wat leven in de brouwerij te brengen. Trouwens, de mensen hebben dat graag. Op de Sinksenfoor staat een half dozijn viskramen. Maar mijn klanten zijn trouw, ze moeten mij hebben. Sommigen vragen aan mijn dochter om me uit de caravan te roepen als ze met hun kinderen komen vissen. Weet je dat ik zelfs bekende Vlamingen onder mijn vaste klanten tel? Antje De Boeck bijvoorbeeld, die komt ieder jaar.

"Mijn kleindochter staat hier met een groot hamburgerkraam. Met Julie erbij hebben we nu een viergeslacht op de Sinksenfoor. Of zij later ook een stiel zal hebben? Wie weet, dat zit er dik in. Als je in de kermis groot wordt, dan ken je niets anders. En zo'n slecht leven is het ook weer niet. Natuurlijk wordt er onder de foorkramers geklaagd, maar dat doen de boeren ook. Ik zeg altijd: klagers geen nood, stoefers geen brood."

Franky Breys en Yvonne Vale

Vistoren en hamburgertent

Franky Breys: "Van vaderskant maak ik al de vijfde generatie uit op de kermis. Mijn betovergrootvader was een beroemde figuur. Op zondag huurde hij op de Vogelmarkt een café af, waar hij weddenschappen aanging met het publiek. Armworstelen, gewichtheffen, hij deed alle soorten krachtpatserij. Ook zijn zoon was wereldberoemd in Antwerpen. Nooit gehoord van Pooske Soep? Die naam kwam van zijn bokskraam. 'Ah, ge durft met mij boksen? Wacht maar', zei hij dan altijd, 'ik zal u eens een pooske soep (portie soep, ER) uitdelen.' Dat bokskraam is lang in de familie gebleven. Mijn ouders hadden maar liefst zeventien boksers in dienst. In feite was het een grote show. Zeven van onze mannen stonden op de paradebarak, om het publiek te lokken en uit te dagen. Beneden stonden onze andere mannen klaar om de handschoen op te nemen. Niet altijd dezelfden natuurlijk, dat zou te veel opvallen.

"Het gebeurde wel eens dat gewone kermisgangers hun hand opstaken. Stoer doen tegenover de vrienden, je weet hoe dat gaat. Vooral tijdens jaarmarkten viel dat voor, dan werd er meer gedronken. Pas op, er werd met die vrijwilligers vooraf gepraat. 'Laten we er een mooi gevecht van maken, zonder elkaar dood te kloppen.' Heel af en toe was er eentje die toch de held wilde uithangen. Dat was dan jammer voor hem, want onze mannen kónden boksen. Daar zaten kampioenen tussen. Na de oorlog nam vader mannen in dienst die hun licentie waren kwijtgespeeld omdat ze onder de Duitsers hadden gebokst. We hadden ook dieren. Er was een beer om mee te worstelen, en een kangoeroe om tegen te boksen.

"In 1976 hebben mijn ouders hun bokskraam verkocht en schakelden ze over op voeding. De kosten waren te hoog geworden, vooral de verzekeringspremies. Vis en hamburgers verkopen is minder spectaculair dan een bokskraam uitbaten, maar het is evengoed een onderdeel van de foor. Ik kan me niet voorstellen wat ik buiten de kermis zou beginnen.

"Foorkramers zijn geen studiehoofden, je vindt er op de hele Sinksenfoor geen vijf met een diploma op zak. Als je bent opgegroeid tussen appelbeignets en suikerspinnen, dan deug je voor niks anders. Wij kunnen de vrijheid niet missen."

Yvonne Vale: "Ik kom uit een Nederlands kermisgeslacht. Mijn oom had een fabriekje van bullmatics, een bulldozerspelletje met jetons dat hij zelf had uitgevonden. Met die bullmatics zijn mijn ouders naar België getrokken. Ik was nog een kind, maar ik herinner me levendig hoe moeilijk die eerste jaren waren. Mijn ouders trokken naar alle verpachtingen om een tournee bijeen te kopen. Ze werden overal scheef bekeken, want de Belgen pikten het niet dat een Hollander hun standplaatsen kwam inpikken. Het bleef niet bij scheldpartijen. Hoe vaak ze onze banden lek hebben gestoken, ik heb het niet geteld. 's Morgens opstaan en de vrachtwagen vol krassen, dat is meer dan eens gebeurd. Zodra ze hun vaste tournee hadden, begon het te verbeteren. Het beste bewijs: zowel ik als mijn twee zussen zijn met Belgische foorkramers getrouwd.

"De kermis een warm nest? Als het moet, spannen we samen tegen de buitenwereld, dat wel. Maar onderling heerst veel jaloezie en rivaliteit. Als je zo dicht op elkaar leeft, wordt er vanzelf veel vergeleken. Foorkramers steken elkaar graag de ogen uit. Als iemand een dure auto koopt, willen de anderen meteen een modelletje hoger. Iedereen kent iedereen, we zijn bijna allemaal familie van elkaar. Toch zijn er veel vetes. Vaak worden die pas bijgelegd als een zoon en dochter uit de betrokken families aankondigen dat ze gaan trouwen. Romeo en Julia, die zijn ook van de foor."

Marc Klasser

Reuzenrad

Marc Klasser: "Foorkramers zijn verkopers van dromen. Want waar dient de kermis voor? Om mensen te helpen de dagelijkse sleur te vergeten. Jammer genoeg grijpen de mensen naar andere middelen om te dromen. Vooral de jeugd heeft geen geld meer voor de kermis. Iedere euro die ze aan hun gsm besteden, kunnen ze niet meer op de kermis verteren. In België valt het nog mee, maar in Nederland en Frankrijk is het crisis. Het ergst getroffen is Duitsland. Dat is het land van de kermis, maar er wordt geen euro meer geïnvesteerd in nieuwe attracties. Waarom België aan de crisis ontsnapt? Ik denk dat het onze volksaard is. Wij genieten graag, amusement is de laatste post waarop wordt bespaard.

"Dit is een klassiek rad, vijftig meter hoog met zesendertig armen. Tweehonderd ton metaal en tienduizend lampen, en toch duurt het maar een dag om het te monteren. Het reuzenrad, dat is de meest romantische plek van de foor. Verliefde koppeltjes, bruidjes in vol ornaat, ze komen allemaal. Ik ben zelf een romanticus, ik zou geen hightech attractie willen. Als ik geen reuzenrad had, zou ik een houten paardenmolen kopen. Maar pas op, we hebben die nieuwigheden nodig. Sensatie, dat is wat mensen naar de kermis lokt. "Ik ben een buitenbeentje, ik stam niet uit een kermisfamilie. Van beroep ben ik decorateur. Zo heb ik de decors ontworpen voor het Festival du Cirque de Monte Carlo. Maar de fascinatie voor de foor heb ik van kindsbeen af. In mijn geboortedorp stond de kermis op de eerste zondag van september. Als jongen vond ik dat een magische gebeurtenis. De kermis vormde de brug van de grote vakantie naar de school, het was als een rite de passage. Er is een anekdote die ik nooit zal vergeten. In de lagere school had ik een poëziealbum. Toen ik het aan mijn leraar gaf, tekende hij er spontaan een reuzenrad in. Dat kan geen toeval zijn, de foor is mijn lotsbestemming."

François Delforge

Imperium van wafels, suikerspin en andere zoetigheden

François Delforge (68): "Mijn vijf kinderen zijn allemaal in de kermis gebleven. Samen hebben we tien gebakkramen en een hamburgertent in de familie. Op de Sinksenfoor staan we met vier. Concurrenten? Dat is relatief. Ieder is baas op zijn eigen kraam, maar de aankopen doen we gemeenschappelijk, om de kosten te drukken. Ik heb zelf geen kraam meer, ik steek overal een handje toe. Mijn generatie is aan het uitsterven. In Brugge en Kortrijk was er niemand van mijn leeftijd om pinten mee te pakken. Ze zitten thuis van hun pensioen te genieten, ik ben de enige die nog caravans doet. Ik was er ook erg vroeg bij. Mijn vader is verongelukt, en als oudste zoon werd ik de man in huis. Standplaatsen kopen, verzekeringen regelen: ik kreeg het allemaal op mijn dak. Als veertienjarige reed ik al met een vrachtwagen en twee opleggers van Roeselare naar Brugge.

"Delforge is een oud kermisgeslacht. Als je de klok vijf generaties terugdraait, kom je bij een berentemmer in de Franse Pyreneeën terecht. Onze specialiteit was niet gebak, dat is pas veel later gekomen. Wij waren entertainers, ik heb zelf nog met de paradebarakken getoerd. Buiten een stand maken en de mensen binnenlokken. 'Kom kijken naar de Helse Bol, u zult uw ogen niet geloven.' La Boule Infernale, dat was een stalen kooi waarin motards rondreden. Eentje reed lateraal, de andere maakte loopings. Als ze simultaan reden, sprak ik van het Kruis des Doods. Als spreekstalmeester moest je het er dik op leggen, het kwam eropaan de mensen buiten nieuwsgierig te maken. Ik deed ook goocheltrucs. Vliegende Dame, dat brachten we dertig jaar voor David Copperfield. Ik hoor het me nog zeggen: 'U zult ze zien verdwijnen en opnieuw verschijnen, u zult ze boven uw hoofd zien vliegen, en dat alles zonder hulpmiddel.'

"Ik liep als fakir verkleed. Dat werkte zo goed dat veel toeschouwers dachten dat ik echt kon toveren. Na de voorstelling kwamen ze mij opzoeken. Of ik alstublieft mijn magische krachten kon aanwenden voor hun zieke man of hun verdwenen dochter. Had ik toen geen scrupules gehad, dan was ik schatrijk. Eigenlijk kwam het altijd op hetzelfde neer: de mensen verbluffen. Alle middelen waren goed. Een tijdlang toerden we met kikvorsmannen in een reusachtig aquarium. Nu is dat de banaalste zaak van de wereld, maar in die tijd waren duikers met flessen en snorkels een sensatie. Toen de attractie minder goed begon te lopen, introduceerden we een nieuwigheid. We vroegen iemand uit het publiek om mee in het water te gaan. Toevallig was dat altijd een meisje. 'Ik zou wel willen', riep ze altijd, 'maar ik heb geen zwempak aan.' 'Geeft niet', antwoordde ik dan, 'je mag ook zonder in het water.' Zo lokten we het mansvolk dat buiten stond te luisteren.

"Behalve een paradebarak hadden we ook een soort rariteitenkabinet, waar het publiek binnen en buiten liep. 'Komt dat zien, komt dat zien, het Kind met de Twee Hoofden!' Dat was dan een Siamese tweeling op sterk water, hij staat nog altijd in ons pakhuis. Daarnaast waren er de Levende Viskinderen, die soms als zeemeerminnen werden voorgesteld. In feite waren dat axolotls, een soort vis die veel weg heeft van een salamander. Als je de belichting goed regelt, lijkt het alsof ze geen vinnen maar kinderhandjes en -voetjes hebben. En dan was er nog de Levende Zeepaardman. Dat was een gehandicapte Algerijn met twee korte armpjes, en een kort en een lang been, dat eindigde in een omgeplooid voetje. Hij deed kunstjes voor het publiek: een sigaret opsteken, een paar woordjes op een bord schrijven. Ik had hem in Parijs ontdekt, het was een gestudeerde man die in Algerije als schoolmeester had gewerkt. Na het seizoen vloog hij naar Algerije terug, beladen met tonnen bagage. Die man verdiende goed zijn brood, behalve zijn gage kreeg hij massa's drinkgeld.

"Nu mag je geen mensen meer tentoonstellen, dat is zogezegd vernederend. Op de Brusselse Foor hebben ze ooit betoogd voor het kraam van een collega die de Wilde Man tentoonstelde. 'Schandelijke uitbuiting', riepen ze, 'stop de vernedering van de negers.' Maar wie was die Wilde Man? Een gewone blanke die ze flink hadden geschminkt."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234