Dinsdag 28/01/2020

Turkije

Kan Erdogan sterker uit de Turkse crisis komen?

Turkse president Recep Tayip Erdogan. Beeld AP

De Turkse lira crasht en de ruzie met Amerika escaleert. De macht van de Turkse president Recep Tayyip Erdogan lijkt door deze recente ontwikkelingen in gevaar, maar als hij afrekent met de regel dat economische problemen tot een machtswissel in Ankara leiden, kan hij nog gesterkt uit de crisis komen.

Erdogan staat voor een vuurproef. De afgelopen vijftien jaar ging het Turkije onder zijn leiderschap economisch voor de wind. Maar nu de Turkse lira flink in waarde is gedaald, zijn de vooruitzichten minder gunstig. In het verleden gold het als een Turkse politieke wetmatigheid dat wanneer het economisch tegenzit, ook de leider in de problemen komt. Erdogan kan nu bewijzen dat zijn autoritaire bewind sterker is dan dit oude patroon.

Toen Erdogan nog in de oppositie zat, profiteerde hij zelf van economische tegenslagen. Een jaar na de crisis van 1994 won de Islamistische Welvaartspartij waar hij deel van uitmaakte de landelijke verkiezingen. Zelf werd Erdogan burgemeester van Istanbul.

IMF

De Welvaartspartij werd al in 1997 door seculiere generaals aan de kant geschoven. Dat hielp het land niet uit de financiële problemen. Een nieuwe regering moest in 2001 bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF) aankloppen. Dat verzwakte het zelfvertrouwen van de seculiere elite. Een jaar later won Erdogan als leider van de uit de Welvaartspartij voortgekomen AKP de verkiezingen.

In zijn eerste jaren aan de macht dankte Erdogan zijn populariteit voor een belangrijk deel aan economisch betere tijden. Hij profiteerde van de harde ingrepen die zijn voorgangers samen met het IMF hadden doorgevoerd. Voor het eerst in decennia werd de inflatie onder controle gebracht, en buitenlandse investeringen en kredieten stroomden binnen. Zo kon de AKP de infrastructuur moderniseren en groeiden de inkomens van gewone Turken.

Naar buiten toe presenteerde Erdogan zich op een manier die investeerders graag zien. Hij sprak over het belang van binnenlandse democratisering, en begon aan toetredingsonderhandelingen met de Europese Unie. In het Midden-Oosten presenteerde hij zich als een pragmatische leider, die vooral handelsbetrekkingen met buurlanden wilde aanknopen.

Investeerders

Tien jaar geleden testte Erdogan al kortstondig de regel dat economische problemen politieke rampspoed brengen. De Amerikaanse financiële crisis raakte ook Turkije, en de economie kromp in 2009 met 4,7 procent. Tegelijkertijd ondernam hij politieke stappen die investeerders schrik aan kunnen jagen. Journalisten en hoge militairen uit de oude seculiere elite verdwenen achter de tralies.

Maar destijds hielpen externe factoren de toenmalige premier snel weer uit de brand. Om hun eigen economieën te stimuleren verlaagden de Amerikaanse en de Europese centrale banken hun rente. Hierdoor konden ook Turkse bedrijven goedkoop dollars lenen om bouwprojecten en de import van consumptiegoederen te financieren.

Pas in de jaren die volgden ging Erdogan echt op een andere manier regeren. In plaats van politieke problemen met buurlanden te vermijden, koos hij tijdens de Arabische Lente de kant van ideologisch verwante islamistische oppositiepartijen en opstandelingen. Toen seculiere dictators in Egypte en Syrië uiteindelijk toch te sterk bleken, zat Turkije met de gebakken peren. De relaties met buurlanden waren verziekt, en het land moest meer dan een miljoen Syrische vluchtelingen onderdak bieden. 

Erdogan 2023

Tegenover Europese landen koos Erdogan, zeker in verkiezingstijd, voor een polariserende toon. Nederland ondervond dit bijvoorbeeld aan den lijve toen hij in 2016 een minister naar Rotterdam stuurde om campagne te voeren voor zijn nieuwe grondwet. Turkije zelf veranderde van een land waar de AKP als partij aan de macht was, naar een bewind van de persoon Erdogan zelf. Er verschenen posters met de tekst 'Erdogan 2023', die impliceerden dat ook op de honderdste verjaardag van de Turkse Republiek de nieuwe sterke man nog aan de macht zou zijn.

Daarna werkte Erdogan partijgenoten met een lange staat van dienst en een eigen mening buiten de deur. In 2014 vertrok Abdullah Gül (gewezen minister van buitenlandse zaken en president) en in 2016 Ahmet Davutoğlu (gewezen minister van buitenlandse zaken en premier). Ondertussen liet Erdogan in Ankara een groot paleis voor zichzelf bouwen. Als klap op de vuurpijl bemoeide hij zich met de rentestanden van de Turkse centrale bank en benoemde hij in juli zijn schoonzoon tot minister van financiën.

Met al deze stappen vergrootte Erdogan weliswaar zijn persoonlijke macht, maar hij nam ook flinke risico's. Internationale investeerders hechten misschien niet uit idealistische overwegingen aan een pluriforme democratie, maar ze zien wel graag een onafhankelijke centrale bank die de inflatie in de hand houdt.

Alle door Erdogan gecreëerde economische risico's komen deze zomer samen. Door de sterke dollar zijn Turkse bedrijven meer lira's kwijt om hun in dollars afgesloten kredieten af te betalen. Omdat Erdogan renteverhogingen tegenhoudt, zakt de lira nog verder weg. Een ruzie met de Verenigde Staten en de nieuwe baan van de schoonzoon van Erdogan doen het vertrouwen van investeerders ook geen goed.

Gevoelige les

Als de problemen met de lira aanhouden, kan dat Erdogan dwingen om op sommige punten in te binden. In een soft scenario zou hij bijvoorbeeld de rente verhogen en de band met Amerika verbeteren door dominee Andrew Brunson vrij te laten, zoals president Trump eist. Dat zou voor Erdogan een gevoelige les zijn: binnenlandse critici kun je oppakken en buitenlandse leiders kun je uitfoeteren, maar de financiële markten zijn niet zomaar in te tomen. 

Dat inbinden zou voor de president altijd nog aantrekkelijker zijn dan een echte crash van de lira. Dan rest waarschijnlijk een gang naar het IMF, dat allerlei impopulaire bezuinigingsmaatregelen zal eisen. Als hij die ingrepen als een soort onderaannemer moet uitvoeren, ligt zijn imago van sterke leider aan diggelen.

Voorlopig lijkt Erdogan erop te rekenen dat hij het wel even uithoudt. Echt op wankelen staat zijn land nog niet. Bij crises in het verleden zakte niet alleen de eigen munt in, maar stonden ook de overheidsfinanciën er slecht voor. Dat laatste is nu niet het geval. De staatsschuld bedraagt 30 procent van de economie, en het begrotingstekort is 2 procent. Dat geeft de overheid speelruimte om financiële klappen op te vangen.

Loyale achterban

Een ander verschil is dat Erdogan politiek veel sterker is dan leiders die bij eerdere crises het veld moesten ruimen. Want de solistische en polariserende bestuursstijl die mede debet is aan de huidige crisis, heeft hem ook voorzien van een achterban die loyaal is aan hem als persoon. Zijn aanhangers krijgen te horen dat de economische voorspoed door verstandig beleid van Erdogan komt, maar dat de recente tegenslagen de schuld zijn van Amerika.

Het is voor Erdogan ook makkelijker zulke complottheorieën te verkopen omdat hij zijn tegenstanders heeft gedecimeerd: onafhankelijke media zijn grotendeels verdwenen, de top van het leger is gezuiverd, en oppositiepartijen zijn verzwakt en verdeeld.

Misschien is dat in combinatie met wat halve maatregelen op economisch gebied – een investering van 15 miljard dollar door bondgenoot Qatar – wel genoeg om de problemen binnen de perken te houden. Als Erdogan op die manier de huidige crisis overleeft, zal hem dat waarschijnlijk sterken in de gedachte dat hij als sterke man Turkije naar zijn hand kan zetten en ruzie met andere landen kan zoeken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234