Donderdag 27/02/2020

Kan dans vandaag anders dan struikelen en vallen?

Op de vlakke, neutrale theatervloer roepen dansers vanuit verre, traumatische herinneringen nieuwe vormen in het leven

We bewegen zo hard dat alles stilvalt

Dans kan je leren kijken naar alles dat beweegt, maar wat er te zien is, is hoe langer hoe moeilijker te vatten. Dansrecensent Jeroen Peeters selecteerde voor zijn jaaroverzicht vijf voorstellingen waarin de kadertjes even zichtbaar worden.

Een jaaroverzicht wordt niet alleen geplaagd door het grote aanbod aan dans vandaag, maar ook doordat we door de globalisering in een wereld leven die onze blik ruimschoots overschrijdt. Panorama's en overzichten van bovenaf zijn niet meer van deze tijd. En toch is de weidsheid van de globalisering verleidelijk. We reizen naar verre bestemmingen, spelen op de beurs van Tokio, gooien grenzen open in een hang naar een groter, eengemaakt Europa. Maar ten koste van wat? Dans is bij uitstek een kunstvorm die een specifieke blik kan werpen op de verknoping van moderniteit, globalisering en mobiliteit. En de grenzen ervan kan aangeven.

Zonet verscheen een prikkelend boek van André Lepecki: Exhausting Dance. De dans uitputten betekent de moderniteit uitputten, zo stelt de Amerikaans-Portugese danstheoreticus, en hij wil daarmee de hierboven geschetste problematiek te lijf gaan. Sinds dans in de renaissance een autonome kunstvorm werd, is ze in toenemende mate gelijkgeschakeld aan beweging. Dat ideaal van onbelemmerde beweeglijkheid vond later een spectaculaire enscenering in de romantische handelingsballetten, een 'pure' vorm in het hoogmodernisme, en laat tot op heden sporen na in de dans.

Niettemin is er vandaag veel dans te zien waarin stilstand en traagheid centraal staan, waarin lichamen strompelen, struikelen en vallen. Is heel wat hedendaagse dans zo niet op te vatten als een kritiek op de onbelemmerde mobiliteit, vraagt Lepecki zich af.

In onze neoliberale maatschappij worden zowel de beweeglijkheid als de hiërarchieën die ermee gepaard gaan voor vanzelfsprekend genomen. Tegelijk moet een even beweeglijke carrousel van vrije meningen dat alles toedekken. Onze cultuur is echter niet vrij van onderdrukking. "De vraag is te weten of en hoe het dominante beweegt. En wanneer, wat en wie verlangt dat het moet bewegen."

Lepecki suggereert de keerzijde van dat alles: "Het fantasiebeeld is dat het spektakel van de moderniteit het plaatje ontdoet van alle ecologische catastrofes, persoonlijke tragedies en verstoring van gemeenschappen die de koloniale plundering van bronnen, lichamen en persoonlijke bezittingen voortbrengt." Die roofbouw is nodig om die 'meest reële realiteit' overeind te houden: beweging. Het moderne subject zwiert daarin onbelemmerd over een perfect gladde bodem, zo wil de illusie. Zonder obstakels, gekoloniseerd en met de bulldozer bewerkt.

Op de vlakke, neutrale dansvloer in het theater zijn er niettemin dansers die strompelen, struikelen en verrast worden door immobiliteit. Of die bespookt worden door verre, traumatische herinneringen die zich niet meer in beweging laten zetten. Die choreografen en dansers breken door het keurslijf van anatomie, ras en sekse dat ooit - en nog al te vaak - van dans verlangd werd. Ze roepen nieuwe, kritische vormen in het leven.

Om ten slotte de brug te slaan naar mijn persoonlijke top vijf: Lepecki's ideeën verlenen een breder kader aan de kwesties die deze choreografen uitspitten. In Véronique Doisneau, zijn opdracht voor het Ballet de l'Opéra National de Paris, verbindt Jérôme Bel de taal van het klassieke ballet met de huidige conceptueel georiënteerde dans. Hij biedt je zo inzicht in het instituut, de geschiedenis en de taal van het ballet. Mobiliteit is voor de Braziliaan Bruno Beltrão, bekend om zijn filosofische kijk op hiphop, en zijn Grupo de Rua de Niterói een belangrijk motief in onze postkoloniale wereld, maar hij keert die ook om. Met de rug gericht naar toekomst en vooruitgang exploreren zijn zestien dansers rugwaarts een blinde ruimte, hun blik onvermijdelijk ook gericht op hun eigen leefwereld en de identiteit die ze eraan ontlenen.

In The Quiet Dance van Jonathan Burrows en Matteo Fargion weigeren alledaagse lichamen zich naar een ideaalbeeld te plooien, maar vinden ze wel muzikaliteit en lichtheid in een kleinschalige vorm. Incubator van Philipp Gehmacher is één grote onderzoeksruimte waarin dansers die last hebben van moderne eenzaamheid op zoek gaan naar ontmoeting die hun eigen sfeer overstijgt. En in Directory 2: Songs of Love and War van de kunstenaarstweeling Kattrin Deufert en Thomas Plischke vermengen verre persoonlijke herinneringen zich met mythes in een melancholische choreografie. Ze rouwen om al wat gedragen wordt door het leven maar zich uitgesloten weet door onze allesoverheersende hang naar mobiliteit. Om even bij stil te staan.

Philipp Gehmacher

Incubator (Brusselse versie)Kattrin Deufert en Thomas Plischke

Directory 2: Songs of Love and WarJonathan Burrows en Matteo Fargion

The Quiet DanceBruno Beltrão en Grupo de Rua de Niterói H2-2005Jérôme Bel en Ballet de l'Opéra National de Paris Véronique Doisneau

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234