Donderdag 17/10/2019

Kameradenstrijd om een russischeschat

Zelden zal een achttienjarige 'archivaris' antwoorden als naar zijn toekomstdroom wordt gepolst. Stofjassen, fichebakken, muf papier in donkere krochten, het beroep heeft zijn imago niet mee. Nochtans zijn archivarissen heuse detectives die niet alleen in de tijd reizen. Wouter Steenhaut en Michel Vermote bijvoorbeeld trokken naar Moskou om er de belangrijkste archiefvondst van hun leven te doen. De Amsab-speurders stootten op tonnen Belgische documenten over vrijmetselarij, bolsjewieken, joden en andere vijanden van het Derde Rijk. Drie weken geleden werd de schat per militaire karavaan gerepatrieerd. Maar wat voor de ontdekkers een triomfantelijke thuiskomst moest worden, veranderde snel in een koude kermis. De echte slag om het Osoby-archief moet nog beginnen, en het front ligt in Brussel.

Erik Raspoet

Tekening Jan Vanriet

Het wordt een frustrerende excursie voor Delphine Hajaji. Zicht hebben op het paradijs, en dan voor de gesloten hemelpoort staan. Het paradijs, dat zijn enkele archiefkasten in de kelders van het Koninklijk Legermuseum in Brussel. Archiefwanden zijn het eigenlijk, die hun geheimen pas openbaren als ze met de nodige spierkracht van elkaar weg worden gerold. Vijf van die rollende muren zijn in elkaar verankerd tot een niet te manoeuvreren blok, onpeilbaar voor de nieuwsgierige blikken van de jonge historica. Dat is nu het Osoby-archief waar Delphine zo graag was ingedoken.

Delphine was nog een bakvisje toen de naam Osoby de vaderlandse historiografie in rep en roer bracht. In mei 1992 doen speurders van het Archief en Museum van de Socialistische Arbeidersbeweging (Amsab) de ontdekking van hun leven. Serendipiteit is de gave om niet-gezochte vondsten te doen. Dat is precies wat de onderzoekers van het Amsab overkomt als ze in Moskou het Osoby-archief betreden. Dat bezoek was op zich al een avontuur. Decennialang bleef Osoby een goed bewaard sovjetgeheim. Pas in 1991 raakte het bestaan bekend van dit reusachtige complex waar de Sovjets al het archiefmateriaal opsloegen dat ze op de nazi's hadden buitgemaakt. Niet alleen Duitse paperassen, maar vooral veel archief dat eerder door de nazi's in bezet Europa werd geroofd. Vandaar ook de interesse van Amsab. Gehoopt werd in Osoby het archief van het Nationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis - de voorloper van het Amsab - terug te vinden. Dat gebeurt ook, maar deze ontdekking leidt naar een nog veel belangrijkere vondst. Het NISG blijkt slechts een fractie van de Belgische collectie die in het Osoby-archief wordt bewaard.

We mogen ons serendipiteit niet voorstellen als een wandelaar die in de Egyptische woestijn over een steen struikelt die bij nader toekijken de top van een piramide blijkt te zijn. Er komt niet alleen stom geluk aan te pas. Wouter Steenhaut en Michel Vermote, respectievelijk directeur en hoofdarchivaris van Amsab, hebben hun toevalstreffer met veel brio en hard labeur verzilverd. Ze zijn de tel kwijt van de bezoeken die ze de voorbije jaren aan Moskou hebben gebracht. Inventarissen uitpluizen, sjacheren met Russische collega's, ruziën over de prijs van een fotokopie, het is telkens weer een slopende ervaring. Maar de speurneuzen van het Amsab voelen het heilige vuur branden. In het reusachtige Osoby-archief rusten tonnen materiaal uit heel Europa, vaak lukraak door elkaar gemengd volgens criteria die de toets van de archiefwetenschap niet doorstaan. Sommige fondsen bijvoorbeeld hebben alleen de Franse taal als gemeenschappelijke noemer. Het Amsab-duo staat dan ook voor een fantastische uitdaging. Ze mogen niets over het hoofd zien, het laatste Belgische document moet uit deze gigantische krabbenmand worden opgevist. Gelukkig beschikken ze over een handige leidraad, een dubbele zelfs. De Duitse archiefroof was voornamelijk het werk van de Sicherheitsdienst (SD) en de Rosenbergstelle, twee instanties die op hun strooptochten meer dan eens elkaar de loef probeerden af te steken. Een van de Duitse fondsen in het Osoby-archief bevat een minutieus overzicht van alle inbeslagnames door de SD in bezet Europa. In Kiev ligt een soortgelijke lijst van de Rosenbergstelle, genaamd naar Reichsleiter en nazi-ideoloog Alfred Rosenberg. Beide registers werden bladzijde na bladzijde uitgespeld. Steenhaut en Vermote wisten dus perfect wat, waar en wanneer er in België werd geplunderd toen ze het Osoby-archief begonnen uit te pluizen. Het resultaat van hun queeste ligt sinds enkele weken in de kelder van het Koninklijk Legermuseum. 15.273 stukken uit het archief van het ministerie van Defensie, 2.265 dossiers over de Belgische vrijmetselarij, 657 dossiers uit het archief van Le Peuple, persoonlijke archieven van onder anderen de katholieke premier Paul Van Zeeland en de joodse dichter Léon Kochnitsky, de opsomming is verre van volledig. De aard van de vondst is niet toevallig, ze weerspiegelt de prioriteiten van de Duitse roofbrigades. Aanhangers van het joods-maçonniek-bolsjewistisch wereldcomplot tegen het Arische rijk stonden helemaal bovenaan op het takenlijstje. Alfred Rosenberg, specifiek verantwoordelijk voor het plunderen van cultuurgoederen, koesterde grootse plannen. Zijn collectie moest studenten van nazi-hogescholen in staat stellen de vijand beter te doorgronden en te bestrijden. De restitutie van al dat fraais verliep niet bepaald zonder slag of stoot. Nationalisten in de Russische doema wisten de teruggave van buitenlandse archieven zes jaar lang te blokkeren. Immers, deze dossiers worden door vele Russen nog altijd als een oorlogsbuit van het Rode Leger beschouwd, ook al zijn ze vaak afkomstig uit geallieerde landen. Pas in december 2000, tijdens een bezoek van premier Verhofstadt, zette president Poetin het licht op groen. Op 22 mei was het dan eindelijk zover. Er kwam een militair konvooi van negen vrachtwagens aan te pas om de hele zwik van Moskou naar Brussel te transporteren. Op het thuisfront werd de expeditie met klamme handen gevolgd. Vooral historici van het interbellum verkeren in verhoogde staat van paraatheid. Misschien vinden ze in de papierlawine het ontbrekende puzzelstuk om een lang gekoesterde hypothese hard te maken. Of omgekeerd, moeten ze oude stellingen verlaten voor nieuwe inzichten.

Niemand die de terugkeer van het Osoby-archief met meer ongeduld verbeidde dan Delphine Hajaji, laatstejaars studente nieuwste geschiedenis aan de RUG. Zoals vaak was de keuze van een thesisonderwerp een heikele onderneming. Een biografie, dat stond vast, maar over wie dan wel? Een bezoek aan het Amsab bracht raad. Helemaal onder aan de alfabetische lijst van thesisonderwerpen prijkte de naam van Arthur Wauters. Ze had nooit van hem gehoord, maar de ampele introductie in het register zag er veelbelovend uit. Journalist, directeur van Le Peuple, meervoudig minister, dat leek stof genoeg voor een licentiaatsverhandeling. Intussen staat ze op familiaire voet met haar onderwerp en weet ze dat Arthur potentieel heeft voor een uit de kluiten gewassen doctoraatsthesis. Want Arthur Wauters (1890-1960 ) laat zich niet onder één hoedje vangen. Politiek en journalistiek zaten in de familie. Zijn oudere en bekendere broer Joseph Wauters (1875-1920) was behalve directeur van Le Peuple minister in de allereerste regering waaraan de socialisten ooit deelnamen, hij staat geboekstaafd als een van de grondleggers van de sociale zekerheid. Arthur drukte de broederlijke voetsporen, werd eerst journalist, nam op zijn beurt tussen 1930 en 1940 het directeurschap van Le Peuple waar en klom in het kielzog van Joseph gezwind op tot de hoogste regionen van de Belgische Werkliedenpartij. Regeringen kwamen en gingen in die jaren. Arthur Wauters verzamelde tussen 1937 en 1939 liefst drie portefeuilles van openbare gezondheid, in het kabinet-Pierlot I speelde hij welgeteld zeven dagen minister van Sociale Zaken. Na de oorlog stelde hij dat record scherper: minister van Landbouw in Spaak I, die al na zes dagen ten val kwam. Blijkbaar had Wauters iets met landbouw en voedselvoorziening. Na de oorlog behoorde hij tot de oprichters van de FAO, de Landbouw en Voedselorganisatie van de Verenigde Naties. Een keer heeft hij als minister zelf ontslag genomen. In Pierlot III, de laatste regering voor de oorlog, beheerde hij het pas opgerichte departement van nationale voorlichting, ook wel spottend het spookministerie genoemd. Het waren spannende tijden, de Blitzkrieg hing in de lucht, het kleine België danste op het slappe koord van de neutraliteit. De minister van Nationale Voorlichting moest erover waken dat het Belgische journaille niet op gevoelige tenen trapte. "Het kwam neer op regelrechte censuur", zegt Delphine. "Daarom heeft Arthur ook ontslag genomen. Hij kon de censuur niet verzoenen met zijn eigen verleden als journalist. Wauters is nooit een partijslaaf geweest, zijn kritische geest liet zich niet aan doctrines of partijoekazes binden. Na de oorlog is hij nog een carrière als diplomaat begonnen, tussen 1952 en 1955 was hij zelfs ambassadeur in Moskou. Ik heb zijn journaal uit die periode gelezen, hij was absoluut niet blind voor de manco's van het sovjetsysteem. Wouters heeft trouwens heel wat afgereisd. In 1928 bezocht hij Belgisch Kongo, later maakte hij studiereizen door de Verenigde Staten en Zuid-Amerika. Telkens hield hij reisverslagen bij waarin hij zich een scherpzinnig en onafhankelijk waarnemer toont."

Haar thesis schiet aardig op. De periode 1898-1918 en de Tweede Wereldoorlog zijn klaar, het naoorlogse hoofdstuk staat in de steigers. Delphine heeft gaandeweg zelf een aardige archiefvondst gedaan. De tip kwam van een ULB-prof: de privé-secretaresse van Arthur Wauters was nog in leven. De hoogbejaarde dame bleek een schat aan documenten van haar gewezen werkgever te bezitten. Een autobiografie, reisverslagen uit Kongo, het journaal uit Moskou, Delphine kreeg het zomaar in de schoot geworpen, met als toetje de persoonlijke invitatie voor de begrafenis van Jozef Stalin. Bij het Amsab waren ze geen beetje blij toen ze deze stukken in bezit kregen. Ondanks de mazzel heeft Delphine haar thesis naar de tweede zit verschoven, in de hoop alsnog een belangrijk hiaat in haar onderzoek te vullen. Over de handel en wandel van Wauters tijdens het interbellum zijn nagenoeg geen bronnen bekend. Logisch, want zijn persoonlijk archief over die periode werd door de nazi's in beslag genomen en belandde via Berlijn in Moskou. "Dat is wellicht de reden waarom Arthur Wauters vandaag een vergeten politicus is", zegt Delphine. "Het interbellum is een cruciale periode. Als je daarover geen bronnen vindt, kun je onmogelijk een biografie schrijven. Waarmee nog maar eens bewezen is hoe belangrijk archieven zijn voor de plaats die een politicus later in de geschiedenisboeken krijgt toebedeeld." Dank zij het Osoby-archief kan de leemte eindelijk worden aangevuld. Via het Amsab weet Delphine al geruime tijd wat die verloren gewaande bronnen voor haar in petto hebben. Dat is bijzonder veel. Behalve het persoonlijk archief zijn ook de zeshonderd dossiers van Le Peuple verplichte kost, om nog te zwijgen van de meer dan tweeduizend stukken over de Belgische vrijmetselarij waarin Arthur Wauters als notoir logebroeder ongetwijfeld figureert. Moskou is ver, te ver voor een thesisstudent. De restitutie kwam voor Delphine dan ook geen dag te vroeg. Geen wonder dat ze gretig toehapte toen ik haar voorstelde alvast een kijkje te gaan nemen in het Koninklijk Legermuseum waar de privé-archieven op verdere verdeling liggen te wachten. Niet geordend, zonder duidelijke inventaris, de omstandigheden waren verre van ideaal. Maar met een beetje geluk kon ze vandaag alvast één vraagteken elimineren. Waarom heeft Arthur in de regering-Van Zeeland I de post van Binnenlandse Zaken geweigerd? "Omdat hij gekant was tegen de devaluatieplannen van dat kabinet", oppert Delphine. "Tenminste, dat is mijn werkhypothese. In dit archief moeten de bewijzen voor die stelling schuilen."

Het zal echter niet voor vandaag zijn. Delphines plannen stuiten op een onverwacht maar wel typisch Belgisch obstakel: een potje communautair touwtrekken dat in alle stilte rond het Osoby-archief wordt opgevoerd. Want waarom liggen die archieven eigenlijk in de kelders van het Legermuseum? Over de dossiers van het ministerie van Defensie - tachtig procent van de totale papierberg - bestaat geen discussie, die zijn teruggekeerd naar hun natuurlijke biotoop. Maar wat met de rest, de privé-archieven? Bij Amsab hadden ze zich de repatriëring van dat gedeelte wel anders voorgesteld. Want wie mag eigenlijk de redding van al dat historisch erfgoed als een pluim op zijn hoed steken? Het Amsab, dat voor de ontdekking tekende en dat een leidende rol speelde tijdens de delicate onderhandelingen over de restitutie. Het is eerder al gezegd, de Russen hebben de Belgische documenten niet op eenvoudig verzoek losgelaten. Van elk stuk moest de Belgische herkomst met sluitende eigendomstitels worden bewezen. Behalve het detectivewerk in Rusland heeft het Amsab dan ook in eigen land bergen speurwerk verzet. Dat heeft niet alleen mensen maar ook middelen gekost. De eerste reizen naar Moskou gingen van het eigen budget, pas later sprong de Vlaamse Gemeenschap financieel bij. Was het dan ook niet logisch geweest als de privé-archieven bij het Amsab werden gedeponeerd om ze daar te sorteren en vervolgens naar de rechthebbenden door te sluizen? Doorsluizen, inderdaad, want het Amsab maakt geen loze claims. Het aanzienlijke fonds vrijmetselarij gaat uiteraard naar het Grootoosten. Stukken over de communistische partij zijn bestemd voor het Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij (SOMA) van André Gotovich, die zich in deze materie heeft gespecialiseerd. Voor de - weinig ophefmakende - dossiers van Paul Van Zeeland wordt nog naar een oplossing gezocht. Het Kadok in Leuven, het Algemeen Rijksarchief, nabestaanden, aan gegadigden alleszins geen gebrek. Waar het Amsab wel zijn boontjes op te weken heeft gelegd, zijn de zogenaamde socialistica.

Het archief van Le Peuple, waarvan het naoorlogse deel overigens al lang in de Bagattenstraat ligt. Het archief van Arthur Wauters die bij het Amsab ook al een paar kasten vult. En natuurlijk de 244 stukken van het Nationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, want daar was het Wouter Steenhaut en Michel Vermote oorspronkelijk om te doen. Maar er is een kaper op de kust. Ook het Institut Emile Vandervelde (IEV) is zwaar geïnteresseerd in de collectie socialistica. Spreken van de Waalse tegenhanger van het Amsab is overdreven, beide instituten verhouden zich als een mus tot een adelaar. Het Amsab is een autonome instelling met een louter wetenschappelijke opdracht die zich al lang van haar socialistische roots heeft losgemaakt. Het vijftigtal medewerkers houdt zich niet alleen onledig met het opsporen en openstellen van archieven, er worden ook publicaties verzorgd en tentoonstellingen gehouden.

Officieel heeft ook het IEV een archief- en documentatiefunctie, maar die vormt geen prioriteit voor de drie voltijdse medewerkers. Hun instituut heeft immers een veel belangrijkere taak als studiebureau van de Parti Socialiste. Alleszins hebben ze de voorbije tien jaar geen vinger uitgestoken om het Osoby-archief te recupereren. Maar het IEV heeft wel een machtige bondgenoot om zijn aanspraken kracht bij te zetten: PS-minister van Landsverdediging André Flahaut, die een tijdlang directeur van het IEV is geweest. Was het op zijn bevel dat het militaire konvooi na een reis van meer dan tweeduizendvijfhonderd kilometer in het Jubelpark stilviel, zonder nog een ommetje langs de Gentse Bagattenstraat te maken? Hoe dan ook, met de socialistica veilig en wel in de kelders van het Legermuseum staat het IEV een stuk sterker in zijn schoenen om over de verdeling te onderhandelen.

Niet alleen Delphine Hajaji staat er wat beteuterd bij, ook Amsab-directeur Wouter Steenhaut en hoofdarchivaris Michel Vermote hadden zich de verplaatsing kunnen besparen. Het parkeren van 'hun' archief in het Legermuseum was al een bittere pil om te slikken. Nu moeten ze dus lijdzaam vaststellen hoe alle privé-fondsen achter slot en grendel zitten. Verboden toegang tot de definitieve toewijzing aan de rechthebbenden. Richard Boijen, hoofdarchivaris van het Legermuseum, kan ons niet helpen. Het order komt van zijn directeur, die ook maar te luisteren heeft naar de bevelen van hogerhand. Wouter Steenhaut en Michel Vermote blijven diplomatisch, maar het is duidelijk dat ze inwendig koken. "Ongelooflijk", schudt Michel Vermote het hoofd. "We waren beter af toen het archief nog in Moskou lag. Van de Russen mochten we tenminste onbeperkt in onze eigen archieven grasduinen." Richard Boijen loodst ons naar de personeelskantine om de ontgoocheling door te spoelen. Zelf loopt de archivaris van het Koninklijk Legermuseum dezer dagen op wolkjes. Oorzaak van zijn vreugde: de meer dan vijftienduizend militaire dossiers die hij gelukkig met niemand hoeft te delen. "Een droom voor iedere archivaris", zegt hij, "maar tegelijk ook een nachtmerrie. Het zal minstens twee jaar duren om de boel op databank te stellen. Pas dan kunnen we beginnen met de eigenlijke ordening. De warboel is veel groter dan ik bij de inspectie in Moskou had ingeschat, ze hebben van alles en nog wat bij elkaar gepropt. Wat maakte het ook uit voor de Russen? Bij ieder dossier zit een register waarin bezoekers hun naam en de datum van raadpleging moesten invullen. Daaruit blijkt dat het gros van de stukken nooit ofte nimmer werd geconsulteerd." Gebrek aan relevantie is een verklaring voor de matige belangstelling. Maar er is nog een fundamentelere oorzaak. Archieven vervulden in de Sovjet-Unie een andere functie dan in het Westen. Dienen ze bij ons, in theorie althans, om informatie ter beschikking van het publiek te stellen, in het sovjetsysteem gold veeleer het tegendeel. Instellingen zoals het Osoby, waarvan de meeste Russen zelfs het bestaan niet vermoedden, werden opgericht om informatie af te schermen.

De gewijde rust van het militaire archief zal niet lang meer standhouden. Een eerste, vluchtig aperçu heeft Richard Boijen niet ontgoocheld. "Er zit erg waardevol materiaal tussen", zegt hij. "Het meest opgetogen ben ik over het archief van de Ruhrbezetting, waarmee de Belgen en de Fransen na de Eerste Wereldoorlog van de Duitsers herstelbetalingen probeerden af te dwingen. Dat is een echte doorbraak, want daarvan hadden we vrijwel niks. Maar ook voor de kennis van het frontleven in 1914-'18 is dit een geweldige aanwinst. En dan zijn er nog enkele aardigheden, zoals de dozen over het corps d'auto-canons. Nooit van gehoord? Het corps d'auto-canons bestond uit vrijwilligers die te strijde trokken met wat toen een Belgische specialiteit was: vrachtwagens die tot rijdende kanonnen werden omgebouwd. Tijdens de Grote Oorlog werden ze naar Rusland gestuurd om er tegen de Duitsers te vechten, maar ze raakten verstrikt in de Russische Revolutie. Het corps d'auto-canons heeft daarop een heroïsche odyssee dwars door Rusland en Siberië ondernomen. Via Moermansk wisten ze naar Amerika te ontkomen, waar ze als helden werden ingehaald. Een van die vrijwilligers was niemand minder dan Julien Lahaut, de latere communistenleider die na de Tweede Wereldoorlog werd vermoord."

Niet alle Belgische documenten zijn teruggekeerd. De archieven van de militaire inlichtingendienst bijvoorbeeld schitteren door hun afwezigheid. Jammer, want ze zouden een beeld kunnen schetsen van de ongetwijfeld hectische spionageactiviteit aan de vooravond van de Duitse invasie. Nochtans lijdt het geen twijfel dat ook deze uiterst gevoelige informatie in mei 1940 werd geëvacueerd. Landsverdediging maakte toen een foute gok. Hadden ze maar zoals Buitenlandse Zaken hun archief naar een Schots kasteel verscheept. In de plaats daarvan werd het militaire archief per trein naar Frankrijk afgevoerd waar het door de Duitsers eerst werd gebombardeerd en vervolgens geplunderd. Zijn daarbij de papieren van de contraspionage verloren gegaan? Mogelijk, maar Wouter Steenhaut ziet een andere, minstens even plausibele verklaring: ze liggen in de KGB-archieven in Moskou. Graag had hij zijn vermoeden gecheckt, maar dat vond de Belgische diplomatie geen goed idee. Afblijven wegens te gevoelig, luidde het parool van Buitenlandse Zaken, dat de onderhandelingen over de restitutie heeft gechaperonneerd. Wijze raad, dat besefte de Amsab-directeur zelf ook wel. "We wilden de Russen vooral niet provoceren", zegt hij. "Eerst die massa archieven veilig naar België loodsen, daarna konden we nog altijd teruggaan en over punten en komma's discussiëren." Punten en komma's, wat heet? In het Osoby-archief liggen tenminste 1.500 Belgische boeken waaronder heel wat unieke exemplaren. Ook die werden bewust buiten de eerste fase van restitutie gehouden, net als Belgische kunstwerken die via de nazi's in Russische musea zijn beland. Wat overigens niet wegneemt dat de Belgische specialist in geroofde kunst Jacques Lust in het voormalige sovjetrijk al discreet onderzoek heeft verricht.

Om de sfeer niet te bederven werd ook een aantal betwiste archiefstukken naar de herkansing verwezen. "De Russen gingen soms op hun strepen staan", vertelt Michel Vermote. "Een dossier over een trotskistische groupuscule in het Henegouwse moest en zou in Moskou blijven. We mochten discussiëren zoveel we wilden. Trotski was een Rus, dus ook dat dossier was Russisch. Op zo'n moment gaan je oren wel duizelen. Trotski de Rus? Ze hebben hem zelf met een bijl de hersens ingeslagen. En wat dan met Karl Marx? Die is in Trier geboren. Moeten alle marxistische archieven dan naar Duitsland? Maar dat zeg je allemaal niet hardop, we moesten diplomatisch blijven. Op de keper beschouwd mogen we trouwens niet mopperen. Als je weet waar de Russische archivarissen pakweg tien jaar geleden stonden, dan hebben ze zich erg inschikkelijk getoond."

Woensdag, precies twee weken na onze mislukte expeditie in de kelders van het Legermuseum, is het Osoby-archief opengegaan. Een keer maar, om de archivaris van het Grootoosten toe te laten zijn deel te komen ophalen. 217 dozen vol documenten, geen wonder dat de grootmeester van de loge enthousiast is. "Een mijlpaal", klinkt het 's avonds aan de telefoon. "We kunnen de geschiedenis van het Grootoosten en van de Belgisch liberale vrijmetselarij wel herschrijven. Ik heb me niet kunnen inhouden, ik ben er meteen ingevlogen. En ik moet zeggen, er zit erg leuk materiaal in. Zoals de inwijding van Cyriel Buysse en het engagement van de werkplaatsen in de campagne van 1902 voor het algemeen enkelvoudig stemrecht. Hier zit meer dan een onderwerp voor een doctoraatsthesis in." De archivaris van het Grootoosten kan alvast zijn borst natmaken. Inventariseren, sorteren en beschermen tegen verzuring zijn de eerste vereisten, op termijn moet de aanwinst volledig gedigitaliseerd worden. Misschien vindt hij in de loop van de behandeling een antwoord op een oud mysterie. Waarom heeft het Grootoosten zijn archief niet in veiligheid gebracht toen de nazi's eraan kwamen? Zelfs de ledenlijst lag zo voor het oprapen, een nonchalance die meer dan een broeder het leven heeft gekost.

Intussen slepen de onderhandelingen tussen Amsab en IVE op het Brusselse hoofdkantoor van verzekeringsmaatschappij Sociale Voorzorg-Prévoyance Sociale zich voort. De locatie is niet lukraak gekozen. De Prévoyance Sociale, ook al een loot van de socialistische beweging, was de sponsor van het Nationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis en is formeel gesproken nog altijd eigenaar van het gelijknamige archief. Reporters staan niet voor de deur, maar mocht dat wel het geval zijn dan zouden ze van constructieve zij het moeizame gesprekken gewagen. Even dreigde het topoverleg zelfs te ontploffen, meer bepaald toen het IVE een hoogst originele formule voor de boedelscheiding op tafel gooide. Alle Franstalige documenten gaan naar het IVE, alle Nederlandstalige stukken naar Amsab. Wouter Steenhaut en Michel Vermote wisten niet of ze nu moesten lachen dan wel huilen. Zo doorzichtig, alsof niet ieder kind weet dat meer dan negentig procent van alle vooroorlogse bronnen Franstalig is. Reden overigens waarom het leeuwendeel van de Amsab-collectie uit Franstalige documenten bestaat. Zoals het naoorlogse archief van Le Peuple, dat overigens bij het Amsab werd aangedragen door PS-coryfee Edmond Leburton nadat het IVE de verzameling als oud papier had afgewezen. Taal, zo weet iedere archivaris, is een volstrekt onbruikbaar criterium om fondsen te verdelen. Maar blijkbaar vond het IVE geen betere argumenten, want als het op thematische samenhang aankomt, gaat de hele collectie socialistica naar het Amsab. In laatste instantie is het de Prévoyance Sociale die deze pijnlijke kameradentwist moet beslechten. "Ik hoop dat ze een bevredigende oplossing vinden", zegt Michel Vermote grimmig. "Anders moeten we straks gaan spreken van de derde roof van het archief. Eerst kwamen de Duitsers, dan de Russen. En nu zijn het de Walen die met ons archief aan de haal gaan."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234