Vrijdag 14/05/2021

Kamer voor twee met voyeur

Ene Gerald Foos uit Denver kocht in de jaren 60 een motel, waar hij dertig jaar lang zijn gasten zou bespieden. Zo was hij ook getuige van een moord, die hij verzweeg. Die onthulling van de gevierde schrijver en journalist Gay Talese (84) in The New Yorker veroorzaakt dezer dagen ophef in de VS.

"Ik heb de meeste menselijke emoties zien voorbijkomen, in al hun humor en tragedie. Seksueel was ik gedurende de voorbije vijftien jaar getuige van, observeerde ik en bestudeerde ik de beste ongerepeteerde, niet-laboratoriumseks tussen koppels en de meeste andere seksuele afgeleiden." Dat geeft Gerald Foos toe in een brief die dateert van 7 januari 1980, gericht aan de non-fictieschrijver Gay Talese. Foos beschrijft hoe hij in de jaren 60 een motel in Aurora, Denver, kocht en het meticuleus verbouwde tot een persoonlijk paradijs voor zijn voyeuristische neigingen.

Talese geeft uiteindelijk toe aan zijn eigen nieuwsgierigheid en bezoekt de dan ongeveer veertigjarige voyeur in Aurora. Hij moet er een document ondertekenen waarin hij belooft om niets te schrijven dat de identiteit van Foos en van zijn motel kan onthullen tot de voyeur die zwijgplicht zelf opheft. De man, gehuwd en vader van twee kinderen, toont er Talese het project dat hij dan al zo'n vijftien jaar in stand houdt, met medeweten en instemming van zijn vrouw Donna. In zowat elke kamer van zijn Manor House Motel heeft hij een nepluchtafvoer in het plafond gemaakt, waarlangs hij via een platform op de zolder naarbinnen kan kijken. Dankzij een tot in de perfectie afgesteld systeem van lamellen blijft hij zo zelf uit het zicht.

Foos nodigt de schrijver uit op zijn stiekeme zolder en die omschrijft hoe hij zo kan zien hoe een jong koppel orale seks heeft. Door een flater van Talese, die zijn das door het gat laat bungelen, worden de twee zelfs ei zo na ontdekt.

Drugs

De zonderlinge Foos bevredigt op zijn zolder niet alleen zijn seksuele noden, hij noteert ook tot in extreme details wat er zich afspeelt in de kamers van zijn motel. Tegenover Talese omschrijft hij het haast als een sociologische studie, een grootschalig seksonderzoek. Doorheen de jaren na zijn bezoek krijgt de schrijver kopietjes toegestuurd van Foos' honderden pagina's lange verslag.

Dat levert heel wat kleine verhaaltjes op over vuile motelgasten, bizarre toiletgewoontes, oplichters, deprimerende koppels, opwindende relaties en vooral over de verandering van de seksuele mores doorheen de jaren: meer interraciale seks, meer groepsseks. Foos raakt ook gedegouteerd over de mensheid in het algemeen, die hij doorgaans saai vindt, een bende ruziemakers en vooral heel erg vuil en oneerlijk. "Mijn voyeurisme heeft immens veel bijgedragen tot het feit dat ik futilitarist ben geworden", schrijft hij geërgerd in een van zijn verslagen. Volgens hem zouden mensen helemaal anders in het leven staan als ze voor een dag eens een voyeur zouden zijn.

Het wordt nog verontrustender als Foos in een van zijn verslagjes bekent dat hij in het verleden soms de kamers van drugsdealers binnenliep om de drugs door het toilet te spoelen. Maar in 1977 loopt het mis wanneer een dealer het verdwijnen van zijn voorraad afreageert op zijn liefje. Hij knijpt haar keel dicht en laat haar voor dood achter. Foos denkt dat ze nog ademt, maar overtuigt zichzelf ervan dat hij niets kan doen omdat hij officieel niets heeft gezien. De volgende dag vindt de poetsvrouw het meisje in de kamer: ze is intussen overleden. Hoewel hij de politie alle gegevens geeft van de man die in de kamer verbleef, wordt de dader nooit gevonden.

Slapeloze nachten

Foos blijkt zo niet alleen getuige van een moord, hij heeft die ook onrechtstreeks in gang gezet door de drugs te vernietigen. De bekentenis slaat bij Talese in als een bom en hij voelt zich ongewild betrokken in een complot van Foos. "Ik bracht enkele slapeloze nachten door, mezelf afvragend of ik Foos moest aangeven. Maar ik redeneerde dat het te laat was om het liefje van de drugsdealer te redden. Ook voelde ik me een handlanger van Foos omdat ik zijn geheim (op dat moment al een drietal jaar, SG) had bewaard."

In 1995 verkoopt Foos zijn motel omdat hij door artritis niet meer op de ladder naar de geheime zolder geraakt. Nog eens achttien jaar later, in 2013, laat hij Talese uiteindelijk weten dat hij met zijn verhaal naar buiten wil komen. Die schrijft een lang stuk in The New Yorker, dat een voorbode is van een boek over het fameuze motel, dat intussen is gesloopt. Foos houdt rekening met een mogelijke vervolging, zo heeft hij Talese laten weten. "Ik zou kunnen worden veroordeeld tot 'moord in de tweede graad' (bij ons: dood door schuld, SG)", citeert hij zijn advocaat. Volgens een mail van Talese aan Slate.com heeft Foos zich intussen de woede van de burgers van Denver op de hals gehaald en wordt hij bedreigd.

Onder vuur

En ook voor Talese is het verhaal niet afgelopen. De schrijver lag al onder vuur voor seksistische opmerkingen over vrouwelijke schrijvers. Maar nu komen daar ook de vraagtekens bij over zijn betrokkenheid bij het akelige verhaal over een dwangmatige voyeur. Want heeft Talese niet meegekeken bij zijn bezoek aan het motel in de jaren 80? Heeft hij de voyeur niet nog vijftien jaar zijn lusten laten botvieren? En verzweeg hij ook niet het onrustwekkende verhaal over de moord?

David Remnick van The New Yorker verdedigt Talese alleszins tegenover een kritische Washington Post: "Hoewel de scène zeker verontrustend is, gelooft The New Yorker niet dat Talese of het verhaal enige juridische of ethische grenzen overschrijdt bij het voorleggen van Foos' verslag ervan aan de lezer."

Maar Andrew Seaman, voorzitter van het ethisch comité van de Amerikaanse vereniging voor beroepsjournalisten, is scherper in dezelfde krant. "Ik denk dat de belangrijkste les voor journalisten uit Taleses ervaring is om voorzichtig te zijn met beloftes. Ik denk niet dat een journalist blindelings mag beloven om informatie off the record te houden zonder onderhandeling." Zo had Talese kunnen aangeven dat hij criminele feiten niet geheim zou houden of had hij zijn vertrouwelijkheids-overeenkomst kunnen heronderhandelen.

Maar nog zorgwekkender in de discussie, zo merkt ook The Huffington Post op, is dat Talese op het einde van zijn stuk in The New Yorker toegeeft dat hij geen bevestiging heeft kunnen vinden bij de politie van de onopgeloste moordzaak uit die periode. Talese vraagt zich af of de fout bij de dan nog niet gedigitaliseerde politiearchieven ligt of bij Foos' onnauwkeurigheid in de datering. De schrijver ontdekte immers ook dat de data van de dagboeken van de voyeur niet kloppen: die beginnen in 1966 terwijl Foos volgens de officiële gegevens het motel pas in 1969 kocht. Gay Talese vermeldt dat wel, maar gaat er niet dieper op in. Terwijl die aanknopingspunten net de geloofwaardigheid van zijn verhaal hadden moeten stutten. Quod non.

Een 'wordt vervolgd' is hier dus zeer gepast.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234