Donderdag 21/11/2019

Kameleon met sjamanistische trekjes

Gitaren, gitaren en nog eens gitaren: zoals verhoopt stond de Belgische doortocht van Neil Young & Crazy Horse, maandag in Flanders Expo, nagenoeg volledig in het teken van het ultieme rock-'n-rollinstrument. Met een verschroeiende set van tweeënhalf uur wist Dinosaur sr. de hooggespannen verwachtingen moeiteloos in te lossen. Maar hij had ook enkele aangename verrassingen in petto.

Gent / Eigen berichtgeving

Dirk Steenhaut

Eigenlijk zou men optredens in de Gentse Flanders Expo bij wet moeten verbieden. Het gebouw heeft meer weg van een vliegtuigloods dan van een concertzaal en biedt de toeschouwer, die 1.500 frank heeft neergeteld voor een kaartje, bedroevend weinig kijk- en luistercomfort. Niettemin werd de komst van Neil Young door velen met grote belangstelling tegemoet gezien, vooral omdat zijn laatste Belgische zaalconcert al van 28 mei 1987 dateerde. De jongste jaren deed de Canadees uitsluitend grote festivals als T/W en Pukkelpop aan, waar hij de affiche deelde met talloze andere artiesten en dus noodgedwongen geamputeerde sets ten gehore bracht. Deze keer zag het er echter naar uit dat Young het onderste uit de kan zou halen en jawel: de fans werden niet bedrogen.

Op het podium: een houten sculptuur dat het indianenopperhoofd Crazy Horse voorstelde, de Belgische driekleur en een piratenvlag, die de vrijbuitersmentaliteit van de muzikanten symboliseerde. Voor het overige bleven visuele hoogstandjes achterwege: bij Neil Young draait immers alles om de muziek. De 55-jarige antister ging zoals steeds gehuld in jeans en een geruit houthakkershemd. Deze keer droeg hij echter ook een cowboyhoed die hij geen enkele keer afzette, wat ons vermoeden sterkte dat hij stilaan begint te kalen. Hoe dan ook, zijn muziek vertoont nog lang geen ouderdomsverschijnselen en als hij wordt bijgestaan door Crazy Horse, de groep waarmee hij sinds Everybody Knows This Is Nowhere uit 1969 regelmatig samenwerkt, spreek je niet meer van een concert maar van een ritueel. Ook in Flanders Expo stonden gitarist Frank Sampedro, bassist Billy Talbot en Young weer op een kluitje bij elkaar op het grote podium en bewogen ze zich als oude sjamanen die een vredespijp te veel hebben gerookt. Het viertal, gecompleteerd door drummer Ralph Molina, speelde een set die zo'n vier decennia bestreek. Zeven van de zestien nummers dateerden uit de jaren zeventig - de controversiële eighties-periode, met haar halfslachtige country-, rockabilly- en elektro-uitstapjes, werd wijselijk overgeslagen.

Neil Young staat bekend als een kameleon. Hij is het type muzikant dat op de onvoorspelbaarste momenten van stijl en kleur verandert, altijd zijn instincten volgt en lak heeft aan carrièreplanning. Als gevolg van die wispelturigheid is zijn discografie er een van ups en downs, maar de ups zijn doorgaans briljant, de downs nooit minder dan boeiend. En misschien zijn het wel de mislukkingen die ertoe hebben bijgedragen dat Neil Young na al die jaren nog altijd meedraait. Een artiest moet nu eenmaal kunnen spelen, in alle mogelijke betekenissen van het woord.

Opener 'Don't Cry No Tears' diende in Gent nog om de klank bij te stellen, maar met het tweede nummer wist Young al te verrassen: 'I've Been Waiting For You', afkomstig uit zijn allereerste post-Buffalo Springfield-plaat en ooit gecoverd door The Pixies, klonk krachtig én melodieus. Meteen voelde je aan de kregelige gitaarsound dat er elektriciteit in de lucht hing. Toen tijdens 'Love and Only Love', een epische song uit Ragged Glory, het eerste onweer losbarstte, werd het overduidelijk: Crazy Horse is nog altijd de ultieme grungeband. Het vierkoppige beest maakte deze muziek immers al toen Kurt Cobain nog luiers droeg en marketeers er nog geen gepaste term voor hadden bedacht.

Young zelf was karig met woorden, maar toen hij 'Piece of Crap' opdroeg aan "the president of the United States", sprak zijn ironie verscheidene boekdelen. Hoewel het nummer bezwaarlijk tot de hoogtepunten uit zijn oeuvre kan worden gerekend, bleek het door zijn hoge meebrulbaarheidsfactor en zijn rebelse rock-'n-rollspirit live uitstekend te werken.

Toch stond niet alles in het teken van withete noise en rinkelende decibels. Zo werd halverwege een fraai akoestisch solokwartiertje ingebouwd, met Neil Young enkel op een fantastisch klinkende 12-string en mondharmonica. In 'From Hank to Hendrix' richtte hij zich rechtstreeks tot zijn fans van het eerste uur: "Can we get it together / Can we still stand side by side? / Can we make it last / Like a musical ride?" Ook 'Don't Let It Bring You Down' en 'Pocahontas' brachten momenten van intimiteit die, naar het warme applaus te oordelen, door het publiek zeer op prijs werden gesteld. Geen voorspelbaar 'Heart of Gold' of 'Needle and the Damage Done' dit keer; wél een pakkende versie van 'After the Goldrush', gespeeld op een oud, krakkemikkig pijporgel, dat kraakte en steunde maar desondanks een haast versleten song nieuw leven inblies.

Wat het concert extra opwindend maakte, was het feit dat The Loner ook vier gloednieuwe songs introduceerde, die mogelijk op zijn volgende langspeler zullen staan. Het gedreven 'Going Home' en 'Standing in the Light of Love' waren allebei gebouwd op memorabele riffs en grillig snarenwerk. Voor het vrij rustige en melodieuze 'Hold You In My Arms', waarin de tekstregel "The older generation has something to say" opviel, nam Young dan weer plaats aan de piano. 'Gateway to Love' ten slotte dreef niet alleen op een onderhuids skaritme, maar ook op twangy gitaarspel dat ons tot de adjectieven 'subtiel' en 'onkarakteristiek' inspireerde. Hierheen dus met die nieuwe plaat. En vlug een beetje!

Uiteraard is een Neil Young-concert niet compleet zonder enkele crowdpleasers en die werden tot het einde bewaard. Het even logge als onverslijtbare 'Hey Hey, My My (Into the Black)' was een feest van gierende feedback, dat als prelude diende voor een apocalyptische, twintig minuten durende uitvoering van 'Like A Hurricane'. Frank Sampedro bespeelde een keyboard dat aan twee kettingen boven het podium werd neergelaten, terwijl Young een heel arsenaal van drones en Sonic Youth-achtige boventonen uit zijn gitaar toverde. De strofen klonken zo desolaat dat het leek alsof de Canadees net een vernietigende tornado had overleefd en tussen het puin van ingestorte huizen en weggespoelde autowrakken stond te zingen. Niet zo verpletterend als enkele jaren geleden op het podium van Rock Torhout, maar toch nog behoorlijk hypnotisch, al was het nummer niet van langdradigheid gespeend. Neil Young houdt er nu eenmaal van zijn publiek een beetje te jennen.

Na die uitputtingsslag beperkte de meester zich tot twee toegiften: eerst 'Fuckin' Up', waarin hij en Talbot er, rug aan rug en een beetje jongensachtig, behagen in schepten het soort pokkeherrie voort te brengen waar je als gewone sterveling oorsuizingen van krijgt. En tot slot een lyrisch 'Cortez the Killer', dat qua schoonheid moeiteloos kon wedijveren met de plafondschilderingen van Michelangelo in de Sixtijnse kapel.

Het werd een intens avondje, daar in Gent, want Neil Young gaf de concurrentie andermaal het nakijken. Maar op weg naar de uitgang begrepen we eindelijk wat die andere bard uit de zestiende eeuw destijds moet hebben bedoeld met "my horse, my horse, my kingdom for a Crazy Horse".WIE: Neil Young & Crazy Horse

WAAR EN WANNEER: Flanders Expo, Gent, maandag 18 juni ONS OORDEEL: Nu eens loeihard, dan weer intimistisch, maar nooit voorspelbaar: Neil Young gaf de concurrentie het nakijken met een overweldigend concert, waarin crowdpleasers werden afgewisseld met gloednieuw materiaal. Crazy Horse blijft de ultieme grungeband.

Rock

Wat het concert extra opwindend maakte, was dat Neil Young ook vier gloednieuwe songs introduceerde

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234