Maandag 18/01/2021

Kamagurka over het voorbijflitsende leven

'Wat Toon hermans deed, is nooit mijn genre humor geweest. Daarvoor waren zijn shows veel te burgerlijk. Ik hou zelf meer van surrealisme of dadaïsme. Van weerbarstige, onwelvoeglijke humor'

als striptekenaar en stand-up comedian

Op vakantie in het buitenland werkt hij nog het best, zegt hij. Maar ook in het gezelschap van zijn artistieke echtgenoot Herr Seele komen de ideeën voor nieuwe sketches, tekeningen, scenario's of liedjes vanzelf. Kamagurka: 'We doen ons best opdat er eens helemaal níets zou komen, maar voorlopig zijn we daar niet in geslaagd.' En dus is er binnenkort, tijdens de Gentse Feesten, de try-outreeks van een nieuwe show van Kama & Herr Seele: Groot onderhoud en nieuwe banden. Rode draad daarin zijn de manieren waarop de moderne mens zich verplaatst. Kamagurka: 'Mijn favoriet verkeersbord? Dat met zo'n hoed van Napoleon erop. In plaats van een verkeersdrempel verwacht ik dan altijd dat Napoleon op straat zal staan.'

Steven Heene / Foto's Tim Dirven

Een theatershow over het verkeer: volgens Kamagurka is dat laatste een dankbaar onderwerp, al vindt hij het werkwoord 'zich verplaatsen' achterhaald. "Door het internet kunnen we tegenwoordig overal tegelijk aanwezig zijn. En wat heet 'je verplaatsen' als je uren in de file staat? Daarover gaat de nieuwe show, en over alles wat enigszins in de buurt komt van een vervoermiddel."

Hoe gedraagt de plagende performer zich zelf in het verkeer?

"Ik rijd wel eens snel. Als ik 's nachts van een optreden kom, durf ik plankgas geven. Met de auto die ik nu heb (een Saab, SH), is dat al snel 200 kilometer per uur. Maar dan zijn de wegen zo goed als verlaten. Ik zit soms ook aan 2.000 kilometer per week. Als ik in Nederland aan het optreden ben bijvoorbeeld, zoals onlangs tijdens die voorstellingenreeks in Amsterdam. Ze hebben mij al gezegd dat ik een chauffeur in dienst zou moeten nemen, maar dat vertrouw ik niet. Ik rijd liever zelf. Ik vind het ook best aangenaam: je zet een muziekje op en ondertussen kun je nadenken."

De voorbereidingen van de nieuwe show met Herr Seele, tijdens de Gentse Feesten dagelijks te zien in het Arca-theater, verliepen tot nu toe alvast rimpelloos.

"Ik denk dat we nu twee, drie weken aan het schrijven zijn. Volgende week gaan we drie dagen repeteren en daarna beginnen de try-outs met publiek. Dat lijkt misschien snel, en dat is het ook, maar het lukt wel om op die tijd iets te presenteren aan het publiek. We schrijven ook veel dingen neer waarvan we nog niet weten waar we ermee zullen uitkomen. Soms vertrekken we van een situatie. Een man die valse neuzen aan het uitproberen is bijvoorbeeld. Plots wordt er gebeld en hij stopt alles weg, maar hij vergeet één neus. Die blijft op tafel liggen. Tadáá. Wat gebeurt er dan? Dan komt de bezoeker binnen. Die zet de neus op en herkent zichzelf niet meer. Of er gebeurt iets anders. We proberen altijd verschillende dingen uit. Herr Seele is nu in het grootste geheim een auto aan het maken om op het podium mee rond te rijden. (lacht) En een pak voor een lifter zonder armen. We gaan ook schilderen tijdens de show, iets wat ik al gedaan heb tijdens mijn solotournee in Nederland. Dan blijken die schilderingen plots een deel van het decor te zijn, of een medespeler.

"Als we een show voorbereiden, zitten we vaak op café, Herr Seele en ik. Onze voorkeur gaat naar cafés met oude mensen. Gepensioneerden brengen ons op ideeën blijkbaar. Ze lijken deel uit te maken van het meubilair en dat geeft een vertrouwd gevoel. Af en toe hoest er eens iemand of gaat er iemand naar de wc, maar dat is zowat het enige wat er in die cafés doorgaans te beleven valt.

"Ik ken Herr Seele nu drie- of vierentwintig jaar, denk ik. Een kwarteeuw dus bijna. Een kwarteeuw zijn we getrouwd. Ik geloof dat Wim De Bie ooit gezegd heeft tegen de vrouw van Kees van Kooten: 'Jij bent zijn vrouw maar ik ben zijn man.' Ergens is dat wel een beetje zo, natuurlijk. Al zijn we vrijblijvend bij elkaar: niemand dwingt ons om samen iets te doen. Het is dus vrijer dan getrouwd te zijn. Getrouwde mensen blijven soms bij elkaar voor de kinderen. Nu ja, misschien doen wij dat ook wel een beetje. Voor Cowboy Henk of zo. (lacht) Maar serieus, het is iets komieks, tussen ons beiden. We werken goed samen en vullen elkaar heel goed aan: ik meer in het verbale, hij in het visuele. Herr Seele is ook een enorm goede knutselaar. Niets is hem te veel. Terwijl ik niet eens een pen in een inktpot kan steken. Daarom teken ik ook met een zwarte stift: ik ben to-taal niet handig.

"Bij mij moet alles ook snel gaan. Het liefste wat ik doe, is de krant nemen en op basis daarvan iets verzinnen. Of Guy Mortier belt en vraagt om nog snel iets te verzinnen. Onder druk, met een deadline die eigenlijk al gepasseerd is, werk ik het liefst. Het is zowat een verslaving geworden; ik zoek het op. Rustig aan een boek werken is niets voor mij.

"Als Herr Seele en ik samen zitten, komen er altijd wel ideeën bovendrijven. We doen ons best opdat er ooit eens niets zou komen, maar voorlopig zijn we daar nog niet in geslaagd. Ik zal niet zeggen dat het altijd fantastische ideeën zijn, maar... Het is onze natuur, denk ik. Ik kan ook niet naar hem kijken zonder dat mijn verbeelding begint te werken. Dan nemen we ons voor om een sketch te schrijven en ineens liggen er twee of drie scenario's voor een strip op tafel. Zelfs als we op straat lopen, zijn we nog aan het werk."

Wie bepaalt wat er kan op het toneel en wat niet? Zijn de rollen verdeeld op dat gebied?

"Pff. Op het toneel kan niemand mij tegenhouden. Dan sta ik daar en is het al te laat. Maar we corrigeren elkaar wel een beetje, als het moet. Of onze componist Johan De Smet doet dat. Maar ik kan dat ook naast mij neerleggen. Ik heb al gemerkt dat je voor een theatershow bijna niet kunt spreken van 'doseren op voorhand'. Alleen achteraf kun je zeggen: shit, iets is te lang uitgelopen. Als ik solo optreed bijvoorbeeld, heb ik een paar dingen op papier staan. Maar soms gebeurt het dat ik dat papier vergeet en begin te razen, zeg maar. Dan zeg ik wat er in mij opkomt. Op dat moment gebeurt er iets, je voelt een soort opstapeling van energie. Als de zaal dan goed zit, is dat fantastisch. Het is alsof je eerst door een muur moet. Eens dat gelukt is, dan lachen de mensen echt met alles. Dat heeft te maken met het overtreden van bepaalde wetten. Maar er is daar geen enkele methode voor, laat staan een manier om te doseren. Ik zou toch niet weten hoe dat zou moeten. Het gebeurt gewoon.

"Zolang je vastzit aan de volgorde, blijft er iets ontbreken. Daarom spreek ik af met Herr Seele dat we alle twee voluit gaan: hij op zijn manier, ik op mijn manier. Soms leidt dat tot strubbelingen, als hij vindt dat hij te weinig aan bod komt of zo. Maar daar wil ik tijdens de show niet op letten. Op het podium is het iedereen voor zich én allen voor hetzelfde. Ook Johan kan plots muziek beginnen te spelen waarop ik een totaal andere tekst zing of die ik gewoon negeer. Of omgekeerd: dat hij andere muziek speelt dan ik verwacht. Het is niet zo dat ik altijd de knopen doorhak. Er is geen baas onder ons. We kunnen elkaar vertrouwen, al is dat met Herr Seele niet altijd het geval. (lachend) Herr Seele is een beetje autistisch als hij optreedt: hij voelt het publiek niet erg goed aan. Dat vind ik dan weer charmant, het is een extra bananenschil in de voorstelling. Maar meestal is hij de rots in de branding. Het ergste is eigenlijk als hij zijn tekst ként. Ik heb liever dat hij zijn tekst nog niet helemaal kent, dan kan ik hem beter aan. Als hij zijn tekst wel goed kent, dan begint hij te acteren, en dat is echt érg. Dan krijg ik de slappe lach. Dan begint hij een soort koorknapenacteertalent te ontwikkelen en dan antwoord ik niet. Tot zijn hoofd almaar roder wordt. Dat is een techniek die hij intussen tot in de puntjes beheerst, ja. Het was ook zijn allereerste act, in '78 of '79, denk ik. Hij moest alleen opkomen en rood worden." (lacht)

Enkele maanden geleden is Toon Hermans overleden. Had hij iets met die cabaretier?

"Als kind zat ik met mijn ouders te kijken naar Toon Hermans op televisie. Dan zat heel Carré te lachen om iets, maar bij ons thuis begreep niemand waarom. Het ging dan om een woordspeling of zo. Wat Toon Hermans toen deed, is iets wat ik eigenlijk pas onlangs ontdekt heb: als je alles loslaat op het podium, kun je de mensen doen gieren van het lachen om niets. Dat was wat er in Carré gebeurde, maar wij zagen dat toen niet in. Toen ik later enkele van zijn shows terugzag, vond ik wel dat hij iets in huis had. Maar het is nooit mijn genre humor geweest. Daarvoor waren zijn shows veel te burgerlijk. Ik hou zelf meer van surrealisme of dadaïsme. Van weerbarstige, onwelvoeglijke humor."

Kamagurka begon zijn samenwerking met Herr Seele in De Morgen, meer bepaald in de parodiërende strip Bob Plagiaat.

"Dat personage is op een bepaald moment in het verhaal zelf een strip beginnen tekenen, op de rug van iemand anders. Dat was de eerste tekening van Herr Seele. 's Anderendaags verscheen voor het eerst Cowboy Henk in de krant. Daar zijn we op voortgegaan, een jaar lang en met drie boeken als resultaat. Daarna zijn we in de krant begonnen met De avonturen van Het Niets. De ene dag was dat een lege rechthoek over vier kolommen, met een 'wordt vervolgd' onderaan. De dag nadien stond er weer een lege rechthoek in de krant, maar een beetje kleiner. Zo ging dat maar door. Op een bepaald moment kwamen er kwade lezersbrieven binnen: 'In plaats van zo'n stomme strip zouden jullie beter níets afdrukken.' (lacht) Paul Goossens heeft ons er dan uit gegooid, niet lang daarna. Toen zijn we naar Humo gegaan. Ik vond het een geestige reeks, maar daar was niet iedereen het mee eens. Natuurlijk stuurden we daar ook op aan."

In een Humo-interview met vader en moeder Zeebroek, alias Kamagurka, werd ooit gezegd dat zoonlief in de lagere school altijd bij de eerste drie van de klas was.

"Tuurlijk, we zaten maar met drie in de klas. (lacht) Ach, ik was nogal snel om dingen op te pikken. Zolang ik maar niet moest studeren. Toen er taken en huiswerk werden uitgedeeld, ben ik snel afgezakt naar de middenmoot. Dat was in het zesde studiejaar al zo. Daarna ben ik een jaar of drie naar het atheneum geweest. Ik was gebuisd en toen ben ik naar het kunsthumaniora gegaan, en daarna nog één jaar naar de academie. Ik wou cartoons tekenen, maar ook optreden, radio en televisie maken. Die behoefte is er altijd geweest: om verschillende dingen te combineren. Ik wist alleen niet hoe ik bij de televisie binnen moest geraken. Maar intussen is mijn masterplan wel geslaagd. In die periode bestond het internet natuurlijk nog niet, maar ik herinner me wel dat er toen al sprake was van een nieuwe manier om met elkaar te communiceren, en dat mensen later elkaar zouden kunnen zien tijdens het telefoneren en zo. Het zat toen al in mijn hoofd om daar iets mee te doen, en kijk: ik heb intussen ook een eigen website. Ik heb de meeste van mijn dromen dus kunnen realiseren, al zijn het eigenlijk uitersten: optreden en tekenen. Als ik het ene lang doe, mis ik het andere. Tijdens een theatertournee kan ik bijvoorbeeld behoefte hebben aan een wit blad papier. Of na een periode waarin ik vooral radio gemaakt heb. Op dat moment verlang ik naar de eenzaamheid aan mijn tekentafel. Die schrikt mij niet af. In feite ben je altijd samen met je creaties. Een tekening maken is toch een soort dialoog die je voert met figuren die je bedacht hebt. Dan ben ik mijn eigen publiek. Ik wacht af wat de figuren zullen zeggen. Ik kan ook op om het even welk moment tekenen: 's nachts of 's morgens, het is mij om het even."

Hij drinkt ook meerdere kopjes koffie per dag, zo blijkt uit diverse interviews.

"Klopt. Ik vind koffie erg lekker. Dat leidt bij mij ook niet tot slaapproblemen. Ik ben vooral blij dat ik gestopt ben met roken. Ik was een echte kettingroker, tien jaar geleden. Maar ik was het ineens beu, die verslaving. Toen stond ik nog 's nachts op om zogezegd te tekenen, terwijl het eigenlijk was om een sigaret op te steken. Dat moest gedaan zijn. Puur op karakter ben ik dan gestopt. Dat heeft wel een paar maanden geduurd. De eerste twee weken kon ik niets op papier krijgen; dat had ik nog nooit meegemaakt. Maar toen ik mijn pen en papier zag, was de zin om te roken zó groot. Dan ging ik maar een rondje lopen. Op de duur moest ik wel tekenen, en slaagde ik erin mij zó te concentreren op mijn tekening dat ik de sigaret vergat. Dat was een cruciaal moment."

Hij staat ook bekend als macrobioticus. "Nu niet meer. Ik heb dat een tijdje gedaan, maar nu eet ik zo ongeveer alles. Alleen ben ik mij heel erg bewust van wat ik eet. Ik voel het aan mijn lichaam als het iets mankeert, en dan kan ik dat gemakkelijk bijsturen. Dat lukt zo goed dat ik negen op de tien keer ook geen medicijnen nodig heb. Want het is natuurlijk zo dat de mensen vaak ziek worden door wat ze eten. Dat gezegd zijnde durf ik wel eens frieten met stoofvlees eten. Of worst. Of hertenfilet, ik noem maar iets. Ik kan ervan genieten om een keer een vleesgerecht te bereiden. Maar dat gebeurt niet al te vaak. Wat heb ik vandaag gegeten? Een bord sla en een kom soep. Ik vind het belangrijk om honger te hebben, om een soort evenwicht te vinden tussen eten en eetlust. Het menselijk lichaam heeft zijn eigen kompas, zeg maar, en dat geraakt uit evenwicht door de verkeerde voeding, door te veel alcohol of pillen. Soms is het wel eens plezant om het noorden kwijt te geraken, maar bij sommige mensen is dat definitief. Je kunt behoorlijk verloren lopen als je niet luistert naar je lichaam.

"Het wordt er ook niet gemakkelijker op: veel van ons voedsel is van zijn natuurlijke kwaliteiten ontdaan. De energie die we nodig hebben, wordt er op voorhand uitgehaald. Het is bijna geen voedsel meer. Nu ja, anderzijds had ik ook genoeg van zoiets als macrobiotische voeding. Dat is dan het andere uiterste. Dan zie je mensen die, als het regent, eten om meer yin binnen te krijgen of zo. Komaan. Wat ik wél erg vind, is de manier waarop dieren worden behandeld in de vleesindustrie. Dat zijn nazi-praktijken en dat kan op zich een reden zijn om geen vlees te willen eten, maar goed: zo af en toe een worst lust ik wel. Ik wil niet in een hokje geduwd worden."

De ongerepte natuur lijkt een belangrijk gegeven voor hem.

"Ik ben opgegroeid in Nieuwpoort. De eerste dertien jaar van mijn leven leefde ik middenin de natuur. Ik had de keuze tussen het strand, de duinen, de polders, de vaargeul, de weilanden, de bossen... Al die dingen waren er, en ik heb gezien hoe ze allemaal langzaam verdwenen zijn. In die periode ging het ontzettend snel. Ik voelde me een beetje een indiaan wiens reservaat volgebouwd werd. Nu woon ik al vijfentwintig jaar in Gent, en ik heb die activiteit in een stad wel nodig, maar ik zou kunnen werken in de natuur. Het gebeurt weliswaar zelden dat ik nog eens echt middenin de natuur zit, maar als dat gebeurt, voel ik me goed. Ik kan eigenlijk overal werken. Ik ben onlangs naar Griekenland op reis geweest en daar begon ik vanzelf te tekenen. Dan hoeft het niet eens, want het is vakantie, maar meestal komt er dan nog meer in me op dan tijdens een werkperiode. Ik neem ook altijd een schetsboek mee."

Is het belangrijk in zijn vak om een tekentechniek te beheersen?

"Dat is belangrijk, denk ik, omdat je dan geen tijd verliest met je af te vragen hoe je iets moet tekenen. Je doet het gewoon, en de tijd die overblijft, kun je spenderen aan wat je wil vertellen. Die handigheid is dus meegenomen. Een minimum aan tekentalent geeft je de vrijheid om van alles uit te proberen."

Over zijn jeugdjaren gesproken: als knaap werd hij 'Kromme Poot' genoemd door zijn leeftijdgenoten.

"Tja, mijn achillespezen waren te kort. Mijn voeten stonden daardoor lichtjes naar binnen en ik liep op mijn tenen. Ik herinner me dat ik op school vaak uitgelachen werd, iets wat ik doorgaans meteen beëindigde door die persoon in elkaar te timmeren. Agressief? Ik liet me gewoon niet doen. Ik vond het belangrijk om respect te krijgen. Ik had nogal een groot ego, ja. Maar ik kon niet verdragen dat ze juist daarmee lachten, snap je? Dat vond ik zo onrechtvaardig. Later ben ik geopereerd geweest en liep ik weer normaal, maar waarschijnlijk is mijn attitude om respect te willen afdwingen gebleven."

Is hij nog vaak aan de kust te vinden?

"Het is de plek waar ik het liefst naartoe ga: de zee. Als ik op vakantie ga, moet er altijd een zee in de buurt zijn. Of een oceaan."

Een van zijn kinderen heeft hem ooit, eveneens in een Humo-interview, een 'strandjanet' genoemd.

"Is dat zo? Geef mij de naam van de schuldige, die is bij deze onterfd. (lacht) Wat is dat trouwens: een strandjanet?"

Het ging over hun vader die stoer doet zonder geloofwaardig te zijn, die te snel reed met een zonnebril op en zo.

"Wat kan ik daarop zeggen? De waarheid komt nog maar eens uit de kindermond. Jawel, ik ben een ijdeltuit. Maar ze lopen zelf als strandjanetten rond. Je zou Boris soms moeten zien: ook met een zonnebril, zijn haar vol gel. Of Sarah die zich optut. Ze pikken ook al mijn kleren. Ik heb bijna geen broek meer die níet door hen in beslag is genomen. Het is dus louter jaloezie, die uitspraak van mijn addergebroed."

Is hij eigenlijk erg gevoelig voor kritiek? Nog een uitspraak van zijn addergebroed: als ze hun vader op de kast wilden jagen, kon dat door te zeggen dat ze 'Gummbah' hadden ingevuld als beste tekenaar voor de Pop Poll.

"Goh, weet je wat het is: ik ben zodanig gefocust op mijn eigen werk dat het wel eens schrikken is als dat werk volgens de ene of de andere niet goed schijnt te zijn. Maar na vijfentwintig jaar weet ik wel wat goed is of wat niet. Mijn gevoel bedriegt me niet. Als je na afloop van een slecht optreden een goede kritiek leest - want dat gebeurt - of omgekeerd... Tja, in het eerste geval is dat lekker meegenomen, in het tweede geval is het jammer. Maar wat ik er zelf over denk, verandert daardoor niet. Ik hou ook wel van een beetje competitie. Nu zijn er bijvoorbeeld de plannen van Woestijnvis om een nieuw televisieblad uit te geven. Ik kijk er al naar uit om daarmee in competitie te gaan. Dan wil ik in Humo tekeningen maken waar ze in dat andere blad gewoon niet aan kunnen tippen."

Hoe zou hij het fenomeen 'lelijkheid' omschrijven? In Kamagurka's beginjaren had men het wel eens over de Nieuwe Lelijkheid in de stripcultuur.

"Lelijkheid? Voor mij is dat Geert Hoste. (lacht) Of nee, euh... Eens kijken. Wat is lelijkheid?"

De betonblokken in zijn indianenreservaat van weleer?

"Mja. Hoewel. Alles moet vroeg of laat wijken voor iets anders. Dit huis bijvoorbeeld is al vierhonderd jaar oud, maar misschien was er hier daarvoor wel een fantastisch landschap. Maar het is zeker waar: de manier waarop de mensen met de natuur omgaan, is erg lelijk. Al is de natuur op zich ook gruwelijk. Maar mensen kunnen dingen echt moedwillig, zonder reden, kapot maken. Dan bouwen ze een huis in de duinen, maar de duin waarop hun huis staat, is dan wel wég. Misschien is dat nog het lelijkst: die domheid die je overal ziet. Wat mijn eigen werk betreft: het is relatief gemakkelijk om iets te maken dat zogezegd mooi is, een tekening of een compositie, maar ik vind het veel interessanter om iets te maken met iets dat zogenaamd lelijk is. Dat laatste vind ik dan ook veel mooier."

Dat gezegd zijnde: hoe doet de bvba Kamagurka het tegenwoordig?

"Wel, we zijn bezig om in Amerika binnen te geraken. Daar vind je geen enkele Europese cartoonist in de krant. Hoe komt dat? Al de tekenaars onderhandelen via syndication bureaus. Toen ik indertijd publiceerde in The National Lampoon (een tijdschrift, SH), zei men: je moet hier komen wonen, anders gaan we last krijgen met de syndicaten. Wat ik nu probeer, is om via een van die bureaus, het grootste, contact op te nemen met uitgevers. Maar negen kansen op de tien wordt het niks. Hoewel, je kunt het nooit voorspellen. Volgend jaar kan de situatie al compleet veranderd zijn."

Kamagurka's website doet het ook meer dan behoorlijk, las ik, met 2.000 hits per dag en 10.000 abonnees die een cartoon via e-mail krijgen. Beschouwt hij zichzelf als een goede zakenman?

"Mmm. Ik denk dat ik voor mezelf wel een goede zakenman ben. Het heeft vooral te maken met het product natuurlijk. Als dat niet deugt, kún je er ook niks van bakken. Maar ik probeer mijn zaken zo te regelen dat ik mijn ding kan blijven doen. Dat ik op een of andere manier mijn vrijheid veiligstel. Voor je het weet, raak je in een vervelende situatie verzeild, word je het slachtoffer van je vermeende succes en moet je misschien wel dingen doen die je eigenlijk niet wilt doen. Alleen maar in de reclamewereld zitten bijvoorbeeld. Of strips maken tegen mijn zin omdat ze nu eenmaal populair zijn. Daarom laat ik ook veel dingen vallen op het moment dat ze goed draaien. Raketman bijvoorbeeld. Ik heb zoiets van: je moet vooral niet overdrijven. Wellicht pik ik dat figuurtje later nog eens op. Of Kamiel Kafka: die was ook erg populair, maar daar moet je voorzichtig mee omspringen. Zo'n personage is te mooi om niet voorzichtig te zijn. Anders zou ik meteen een bloedhekel krijgen aan wat ik doe, denk ik. "

Onlangs kwam de cd De tactloze top 30 uit, met liedjes van Kama en Johan De Smet. Was het tijd voor een nieuwe cd of... Op welke manier wordt dat beslist? "Die nummers kwamen vanzelf en uiteindelijk zeiden we: tiens, we kunnen een cd maken. We hebben nog véél nummers liggen. Er komt in het najaar een boek uit met de songteksten van de gepubliceerde liedjes. Dat zijn er tweehonderd of zo. Ik schrok ervan.

"Volgens mij kun je in een bepaald opzicht maar beter een liefhebber blijven. Daarmee bedoel ik dat je de dingen niet te zeer au sérieux moet nemen. Je moet een evenwicht vinden tussen het liefhebberschap enerzijds en gezonde ernst anderzijds. Want het moet ook weer niet échte liefhebberij worden, dan kun je beter manden vlechten. Het is een combinatie van afstand bewaren en helemaal opgaan in iets. Dat is niet zo gemakkelijk. Ik ben het nog altijd aan het leren.

"Zodra je merkt hoe gemakkelijk het is om een publiek te bespelen, krijg je automatisch een bepaald inzicht in wat er allemaal gebeurt in de media. Je kunt een nummer maken waarvan je weet wat het zal losmaken en welk soort applaus het zal krijgen. Dat is een luxe, maar in feite staat die houding ook borg voor oplichterij. Het is een vorm van manipulatie, en dat zie je vaak gebeuren. Het publiek wordt voortdurend bespeeld. Op dat moment heb je een dosis amateurisme nodig. Zonder die attitude is het resultaat eigenlijk verwerpelijk, want dan ben je niet langer eerlijk bezig. Dat is nog oké als je limonade wilt verkopen, maar je ziet het fenomeen ook in de rock-'n-rollbusiness. Negentig procent van de dingen wordt opgeblazen, of mensen worden wijsgemaakt dat er live van alles aan het gebeuren is terwijl er alleen maar een hoop synthesizers aan het spelen zijn. Of het voorprogramma wordt bewust op een lager geluidsvolume gedraaid, dat soort trucs. En je moet dan eens naar de teksten van die liedjes luisteren. Ik zag gisteren een stoere rapper op de televisie, en wat was die aan het zingen? Dat hij met een meisje uitging en dat haar ouders daar wel eens achter zouden kunnen komen. Ik bedoel: we zijn wel in het jaar 2000."

Wat plaatst hij tegenover die manipulatie? Kunst?

"Ik ga niet zeggen dat alles wat ik maak kunst is, maar ik ben er wel mee bezig. Soms is er misschien wel eens iets dat die noemer waard is. Maar je kunt niet zeggen: ik ga nu een kunstwerk maken. Dat is onzin. Het is niet omdat je Picasso heet, dat alles wat je produceert een kunstwerk is. Zo maak je er misschien maar één per jaar. Plus: je hebt grote en kleine kunst. Het verschilt allemaal van persoon tot persoon. Zo heb je mensen die Bach het einde vinden. Ik zag laatst een interview in de reeks Van de schoonheid en de troost op de VPRO. Het was een wiskundige die vond dat geen enkele noot bij Bach vervangbaar was: alles stond op zijn plaats en was perfect. Nu vind ik persoonlijk dat je die noten wél kunt vervangen. Wat voor de ene kunst is, is voor de ander minder heilig."

Over Marcel Duchamp, peetvader van de conceptuele kunst, zei iemand: zijn grootste kunstwerk is niet zozeer zijn 'urinoir' of een ander kunstobject, maar de manier waarop hij zijn leven heeft geleid. Dat sloeg dan op het feit dat hij zich in het dagelijkse leven vooral bezighield met zijn passie: schaakspelen.

"Duchamp kon ongelooflijk mooi tekenen, heb ik gezien in zijn boeken. Hij was een briljante tekenaar."

Hoe wilt Kamagurka herinnerd worden?

"Oei. Misschien wil ik dat wel helemaal niet. Ik doe nú mijn ding en dat maakt me blij. Maar of ik herinnerd wil worden? Néé. Het zou leuk zijn dat er iemand in het jaar 3000 schatert om een tekening van mij, maar wat heb ik daaraan? Dan word je niet herinnerd, maar herontdekt. Herinnerd worden betekent voor mij dat iets of iemand gepasseerd is. Maar als die mens in het jaar 3000 dan toch om mijn tekening moet lachen, zou je kunnen zeggen dat er op dat moment een energie wordt doorgegeven. Dat is belangrijk. Het is energie van het werk op zich, een energie die moeilijk te manipuleren valt. De energie van het graag dingen maken. De rest is flauwekul."

'Voor je het weet, word je het slachtoffer van je vermeende succes. Daarom laat ik ook veel dingen vallen op het moment dat ze goed draaien. Raketman bijvoorbeeld. Wellicht pik ik dat figuurtje later nog eens op. Zo'n personage is te mooi om niet voorzichtig te zijn'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234