Woensdag 29/01/2020

Kaïn en Abel in Belgenland

Cadel Evans die Alberto Contador afhoudt in een centimetersprint: het was inderdaad prachtige topsport boven op Mûr-de-Bretagne. Maar een kilometer eerder in die klim vond het echte drama plaats. Daar deed Philippe Gilbert wat hij aangekondigd had: aanvallen om te winnen. Helaas ging die demarrage ten koste van zijn eigen ploegmaat - cokopman - Jurgen Van den Broeck.

Zelden was er dermate sprake van wat de Fransen un bordel noemen dan boven op Mûr-de-Bretagne, een lastige klim temidden van de Bretoense heuvels, Bretoense weiden en bossen en Bretoense dorpen. Bretoenser kan moeilijk, en dus was iedereen aan de aankomst even weerbarstig en weinig meegaand als de klim daarheen. We besparen u het prozaïsche journalistenongemak. Wat telt is dat natte, vuile, vermoeide renners zich een weg moesten banen, roepen, zelfs duwen naar hun autocar, om daar een propere handdoek en wat droge kleren te vinden, en eventueel een snelle douche. Dat bussen en ploegauto's wel wilden maar niet konden vertrekken. En daartussen, op de passagierszetel met een verzorger naast hem, Jurgen Van den Broeck. Hij liep van de ploegbus een wachtende auto in, hij wilde weg, zo snel als kon. Maar dat ging niet, want hij zat vast in het volk. Voor tijden. Als zijn eerste blikken konden doden, dan stond de kopman van Omega Pharma-Lotto straks voor het assisenhof.

Om dat te begrijpen, moeten we terug.

Van den Broeck, vorig jaar vijfde, wil dit jaar beter doen. Hij heeft zijn hele seizoen ingesteld op deze Tour, en de kans bestaat dat hij zijn ambitie waarmaakt. Hij reed een uitstekende Dauphiné Liberé, waarin hij niet alleen vierde werd maar ook een bergrit won - zijn allereerste overwinning bij de profs - en tijdens de eerste rit, de helling naar Le Mont des Alouettes waar iedereen au fond ging, was hij zesde en daarmee de best geplaatste 'klassementsrijder', na - jawel, toen al - Cadel Evans. Jurgen Van den Broeck zit dus in goede vorm. Of dat zal volstaan voor een derde tot vijfde plaats (van podium tot een evenaring van wat hij vorig jaar deed) zal nog moeten blijken, maar voorlopig wijzen de signalen erop dat hij minstens in staat zou moeten zijn dat gevecht voor die hoge ereplaatsen aan te gaan.

Aan de aankomst op Mûr-de-Bretagne, moeilijk maar niet onmogelijk. Ten bewijze gisteren. Op Mûr-de-Bretagne liep Van den Broeck weer wat seconden uit: 6 op Bradley Wiggins, Ivan Basso, en zelfs acht op - onverwachte verliezers toch - Andy Schleck, Robert Gesink en verder ook op Damiano Cunego, Roman Kreuziger, Ryder Hesjedal, Levi Leipheimer, Christian Vande Velde en Janez Brajkovic, allemaal aspiranten voor een plaats in de top tien. Zes of acht seconden is niets, maar je kunt ze altijd beter winnen dan verliezen. En wie hier verliest, heeft ofwel ongelofelijk veel pech gehad (dat kan soms gebeuren), ofwel had hij een slechte dag of schort er wat aan de conditie (dat is meestal het geval). Voor Jurgen Van den Broeck gold dat allemaal niet.

Verrimpelde vingertopjes

En dat na een hellerit. In startplaats Lorient was 'regen' een understatement. De hemel zag grijs tot de verste enders, en wie naar die hemel keek zag nat tot achter zijn oren. Renners raakten doorweekt door gewoon het startblad te tekenen. Vingertopjes verrimpelden ter plaatse, als zaten alle aanwezigen in de Tourkaravaan te lang in bad.

Was het toeval dat de start vlakbij een gigantische bunker uit de Tweede Wereldoorlog lag: de Atlantische basis van de Duitse onderzeeërs, waar die U-boten in kleine formaties, Wolfsrudel, onverwacht en moeilijk te counteren aanvallen opzetten.

Onverwacht was het niet dat er een renners-Rudel zou vertrekken, moeilijk te counteren bleek het wel. De attractiefste aanvaller was de Nederlander Johnny Hoogerland van, hoe bestond het, Vacansoleil. Johnny Hoogerland koerst zoals zijn naam suggereert: pure polderrock, met stevige gitaar. Johnny Hoogerland, de naam herinnert aan Johnny Hallyday en Peter Koelewijn tegelijk: geen wereldklasse, maar rockers met lef en durf. Op hun manier staan die ook voor aanvallen, laat het maar rockers met lef en durf. Johnny Hoogerland had de prijs van de strijdlust verdiend, maar die ging naar Jeremy Roy. Een Fransman, al is dat toeval.

Het was de verdienste van Hoogerland en co. dat Omega Pharma-Lotto diep moest gaan om de vluchters terug te halen. Zij het dat BMC, de ploeg van Cadel Evans, dit keer een forse hand toestak. Maar goed, want Omega Pharma-Lotto is Jurgen Van de Walle kwijt. Gevallen in de openingsrit, gehoopt op herstel nadien, maar de pijn werd alleen maar erger. Zo is de eerste Tourweek. Die heeft één functie: slopen. Op zichzelf lijken alle ritten 'te doen', maar de combinatie is altijd hels. De eerste rit wordt er altijd gevallen. Dan is het (richting Redon) belachelijk heet, en drinken - zwelgen - de renners vocht tegen de uitdroging. De dag erop naar Mûr-de-Bretagne is er nattigheid en regen te veel. Vandaag moet het peloton naar Cap-Fréhel, opbeuken tegen de zeewind van noord-Bretagne. Morgen naar Lisieux is het 226,5 kilometer lang, langer dus dan klassiekers als Omloop Het Nieuwsblad of Waalse Pijl. Elke rit ondermijnt een ander stukje van het rennersgestel. Zelfs sterke Jurgen Van de Walle kan daar niet tegenop. En toch nam Omega Pharma-Lotto de koers in handen, zelfs tot de slothelling, waar Jelle Vanendert de bende mende. Net als in de openingsrit naar Mont des Allouettes promoveerde Omega Pharma-Lotto zich tot de te kloppen ploeg. Anders dan in de openingsrit, werden ze ook geklopt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234