Dinsdag 18/06/2019

KAFKA in de KAZERNE

De kazerne van de Civiele Bescherming in Liedekerke, tot begin jaren 90 de habitat van jongelui die hadden bedankt voor verplichte legerdienst, sluit voorgoed. 'Gewetensbezwaarde' Douglas De Coninck graaft in zijn geheugen. 'Dit is wat Liedekerke je leerde, naast zuipen, vernielen en berusten: frauderen.'

Het was september 1987, zeven uur 's ochtends, station Gent Sint-Pieters. In de trein naar Denderleeuw hadden wij elkaar op de een of andere manier blindelings weten te vinden.

"Gij ook, de Civiele?"

Het was bijna griezelig hoeveel we met elkaar gemeen hadden, hoe we naar dezelfde bands waren gaan kijken op Pukkelpop, wat we lazen. Het zag ernaar uit, die ochtend, dat we allemaal dikke vrienden zouden worden. Wat juist helemaal niet zou gebeuren.

We kenden de ongeschreven regel nog niet. Onze bestemming was een geblokkeerde lift, en daarin blijf je cool, rustig. Deel je slechts het hoogstnodige met anderen. In gedachten neurie je iets van Elvis Costello: 'And I would rather be anywhere else / But here today.'

Er is me in Liedekerke niks traumatiserends overkomen, maar toen deze week bekend raakte dat minister Jan Jambon vier van de zes kazernes van de Civiele Bescherming gaat sluiten, ook Liedekerke, voelde dat op de een of andere manier aan als juist. Dat klinkt niet erg aardig voor die 80 voltijdsen daar, dat weet ik wel. Maar toch.

Berusten

Beide poorten van de kazerne stonden open, die eerste dag. Er reed een blauwe vrachtwagen met zo'n witte streep op z'n snuit naar buiten, het blokje om, en even later langs de andere poort weer naar binnen. En opnieuw, en opnieuw, en opnieuw, tot de sirene de namiddagpauze inluidde.

"Het is om de kilometerteller te doen", zei iemand van lichting 1986, de jongens die hier al een jaar zaten, die de scheepsramp met The Herald of Free Enterprise hadden meegemaakt - die tenminste iéts hadden meegemaakt. "Zodra ze voorbij de zoveel-duizend-kilometer zijn, worden de vrachtwagens gedeclasseerd. En dan stuurt Brussel een nieuwe vrachtwagen."

De 'vasten' waren volwassen mannen, ambtenaren. Wij droegen dezelfde blauwe pakken, maar we waren niet gelijk. Wij, "gewetensbezwaarden", waren inferieur. Ze deden wel vriendelijk tegen ons, maar ze beoordeelden ons toch vooral als ridicuul. Naïeve wereldverbeteraars. Hoe onnozel kon je zijn om hier zelf voor te kiezen?

Iemand van ons vroeg: "Waarom rijdt hij niet naar Houffalize, of naar de kust, als het alleen om de kilometers te doen is?"

Antwoord: "Gij moet nog veel leren, gij."

Onze opties

Daar begon het mee, leren berusten in hun logica. In het ontzag waarmee ze woorden als Brussel, Ministerie of Commandant in de mond namen.

Op het middenplein van de kazerne moesten twee jongens die middag een blauw R4'tje met een witte streep wassen. Ze koppelden een 18 centimeter dikke spuitslang aan de waterleiding en richtten die op de achterkant van het autootje, met z'n snuit gericht tegen een muur.

"Handrem los?"

"Yes! Go go!"

Nu moest Brussel ook een nieuw R4'tje sturen.

Als je twintig bent, vertegenwoordigen 24 maanden een tiende van je leven.

De meesten van mijn lichting waren net afgestudeerd als architect, acteur, graficus. Of ze waren informaticus, en dan keek zo'n vaste onbegrijpend: "Iets met computers of wa?"

De dienstplicht stond voor elk van ons alle projecten, dromen en verbintenissen in de weg. De regering maakte op weinig subtiele wijze duidelijk wat ze ons het liefst zag doen. Je kon kiezen. Legerdienst: 10 maanden, en als je ze in Duitsland vervulde zelfs 8 maanden. Je kon ook als gewetensbezwaarde je burgerdienst gaan doen bij een vzw en dan duurde het 24 maanden. Twee volle jaren waarin je je ging bezighouden met het dichtlikken van enveloppen, het ordenen van paperclips en wachten tot het vijf uur werd.

Wij waren de opportunisten van de middenweg. Want bij de Civiele diende je "slechts" 18 maanden. Tenminste, dat deden ze ons vooraf geloven.

Het was niet dat we aartsprincipieel tegen het leger waren, het was eerder iets dat we bij oudere jongens hadden opgemerkt. Hoe luid ze vooraf ook aan cafétogen hadden staan verkondigen dat ze vertrouwden op hun immuniteitssysteem, kwamen ze allemaal uit het leger terug met een ander kapsel, foute muziekkeuzes, heel erg foute kleren en beangstigende opinies. Ze zeiden dingen als: "Het leger heeft een man van mij gemaakt."

Dat wilden wij niet. Wij wilden eigenlijk gewoon helemaal niks, wij wilden vrij zijn en onze dromen achternareizen, maar die optie was er niet.

Het licht, aan het eind van de tunnel, werd uiteindelijk vooral kleiner. Eén dag niet geheel volgens de uitputtende procedures gewettigd afwezig: een maand extra erbij. Mijn 18 maanden werden er 24, en dat gold voor ongeveer de hele lichting 1987.

Mest

Week 2 in Liedekerke.

Onze taak bestond erin ons te begeven naar hangar A. Daar lagen duizend veldbedden, wachtend op een aardbeving of vulkaanuitbarsting.

"Deze bedden moeten van hangar A naar hangar B."

Iemand van lichting 1986: "Verleden maand hebben we ze van B naar A gebracht."

Repliek: "Dat kan zo zijn, maar de commandant heeft beslist dat ze terug naar B moeten."

Binnen welke termijn de verhuizing diende voltooid, was als zodanig niet verduidelijkt. En als dat wel zo was geweest, begon ik te begrijpen, dan had dat geen donder uitgemaakt. Twee jongens trokken het minst doorroeste veldbed uit de stapel, brachten het naar een plekje in de ochtendzon, vlijden zich erop neer en staken een sigaret op.

Je kende wel verhalen over inefficiëntie, bureaucratie en verspilling, Belgique à papa, zoals ze dat in die tijd noemden. Wij dachten dat het iets van vroeger was. Welnee, het was hier en nu, op deze plek, in de lelijkste gemeente van Vlaanderen, Liekerk. Hier was de tijd blijven stilstaan, met een berg door en door verroeste veldbedden die zelfs de meest miserabele dakloze niet zou hebben ingeruild voor zijn kartonnen doos.

Ik weet niet hoe het is afgelopen met die veldbedden. Veel herinneringen zijn vervaagd, brachten me aan het twijfelen of ik het echt heb ervaren. Die nacht dat ik stand-by was, binnen de minuut klaar moest staan met brandjas en die belachelijke witte brandweerhelm, nog van uit de tijd van de brand in de Innovation, 1967. De sirene, ergens rond vier uur 's ochtends. De contouren van onze interventie die me pas halfweg de E40 duidelijk werd. We moesten bij een boer in Oost- of West-Vlaanderen uitwerpselen van koeien of varkens ophalen, voor de moestuin van een vriend van de commandant.

Slecht water

In de winter van 1988 vulden we weken aan een stuk waterzakjes voor Antoine Denert, de burgemeester van Kruibeke. Hij was een Vlaams-nationalistische zonderling met een lange grijze baard die zich volgens Wikipedia bezighield met het planten van paarse vlaggetjes in hondendrollen. Volgens wat ik me van hem herinner, geloofde hij sterk in wereldcomplotten. Een inwendige stem had hem ingefluisterd dat er iets mis was met het drinkwater. Dat de CIA het had vergiftigd, of zo. Hij had als burgemeester alle kranen laten afsluiten en de Civiele Bescherming opgevorderd om alle Kruibekenaren onbeperkt zakjes zuiver drinkwater te komen brengen.

Taakje voor ons, gewetensbezwaarden. Wij kregen al die rotklussen. Zoals toen het wrak van The Herald of Free Enterprise terug overeind was getakeld en naar een dok in Vlissingen gesleept. Daarbinnen, in dat bemodderde scheepswrak, lagen nog lijken. Lijken die wekenlang in het water hadden gelegen.

Lichting 1986: "En wie, denkt ge, wié moest die fucking boot in om die fucking blubberige lijken eruit te halen?! Wié, denkt ge?!"

Lichting 1986 heeft wél traumatiserende dingen meegemaakt, net als lichting 1990, een van de allerlaatste. Zij moesten tijdens de varkenspest in en rond Wingene een miljoen of wat varkens doden met knuppels en stroomgeweren. Slachthuis Tielt in het kwadraat, maar dan door prille twintigers die hier nooit voor hadden gekozen.

Je hoorde het op het nieuws, dat burgemeester Denert was getroffen door een ander waanzinnig inzicht, dat ze in Kruibeke opeens terug van de kraan dronken. Dat al die eindeloze uren in de vrieskou aan die fucking waterzakmachine volstrekt zinloos waren geweest, zoals je de hele tijd al had geweten.

Het enige leuke aan civiele bescherming was dat je shifts van 24 uur draaide. In die 24 uur moest je op alles voorbereid zijn: overstroming, brand, blikseminslag. Mesttransport, eventueel. Daarna was je 72 uur vrij. "Dus", legde lichting 1986 ons uit, "als ge iemand vindt die u een doktersbriefke kan schrijven voor die ene dag, dan zijt ge acht dagen vrij."

Absenteïsme

Gewetenskwestie. Wilde ik, met al mijn ideeën voor een betere wereld, worden zoals zij? Een sociale fraudeur? Een vriend van me was net afgestudeerd als arts, was met een praktijk begonnen. Hoe zou ik het aanbrengen? Hoe zou hij reageren? Ging ik daadwerkelijk een kwaaltje veinzen of zou ik rechtuit vertellen waar ik mee zat?

Dit is wat Liedekerke je leerde, naast zuipen, blowen, vernielen en berusten: frauderen. Jezelf ervan overtuigen dat als alle Belgen het doen, jij dat ook mag doen. Het finale zetje kwam met de post. Een in het postkantoor te valoriseren groene cheque met mijn loon na mijn eerste maand bij de Civiele. Net geen 7.000 frank. In huidige valuta: ongeveer 170 euro.

Daar moesten wij twee jaar lang van zien rond te komen.

Ja, je kon in die drie vrije dagen natuurlijk ergens pintjes gaan tappen of stukken insturen naar de krant, in de hoop dat ze je ooit zouden aannemen, maar ik herinner me vooral de als een mantel over je heen hangende lethargie. Als die ellendige 24 uren in die kazerne eindelijk achter je lagen, je voorbij die poort wandelde, je terug ging ademen, vrijheid proeven. Hoe je daarna vrij snel terug de fase van het aftellen binnentrad. 72 uur nog. Minder al, inmiddels.

Elke nieuwe shift begon met het appel, door zo'n oude luidspreker in de kantine.

"Decat!" (stilte)

"De Cock!" (stilte)

"De Coninck!"

"Aanwezig."

Het viel op, die stiltes. Een absenteïsme van om en nabij de 50 procent. De meeste 'vasten', zo begrepen we, hadden in het dagelijkse leven gewoon baantjes als schilder, elektricien of stukadoor. Als ze het daarin te druk hadden, meldden ze zich ziek.

Asielzoekers?

Dertig jaar later ben ik hier terug.

De vlag hangt halfstok. Aan de poort is een zwart diagonaal rouwlint getrokken rondom het welkomstbord. Aan het onthaal zitten, net als toen, vier mannen. Benen op tafel. Sinds de afschaffing van de dienstplicht in 1992, is de kazerne vergrijsd. De gemiddelde leeftijd ligt nu boven de vijftig jaar.

"Pakt maar veel foto's", zegt een van de mannen. "Dan kunt ge die op Immoweb zetten."

Het mag eigenlijk niet, media binnenlaten. Maar er mag zoveel niet.

Waar vroeger de houten barakken stonden, de slaapzalen waar wij ons bezatten met Martini van de Aldi, waar die pregnante wietgeur hing, waar ik ooit puur voor de lol een ton chemicaliën over de vloer heb uitgegoten zodat er dagenlang niemand meer binnen kon, daar staat nu een fonkelnieuw gebouw. Vijf jaar oud pas. En nu moet dat dicht.

Een van de mannen zegt: "Wij hebben gehoord dat ze er, als wij hier weg zijn, zwetten gaan insteken."

Hij doelt op asielzoekers. Misschien ligt daar mee de verklaring voor de golf van solidariteit in de straten rondom de kazerne. Geen huis zonder A3-affiche: 'De Civiele Bescherming moet blijven.'

Ik verzwijg dat ik ooit een van hen was, laat me vertellen hoe zwaar werken dat hier is, met al die rampen die onze aardbol teisteren.

Een vijftiger: "Laatst. Salpeterzuur in Zevekote. Wie heeft dat mogen opkuisen? Wij. En wie gaat het doen als wij er niet meer zijn?"

Andere vijftiger: "Van de drie Vlaamse kazernes - Jabbeke, Liedekerke en Brasschaat - blijft er één over. Brasschaat. Wie is titelvoerend burgemeester in Brasschaat? Jan Jambon. Moeten we daar een tekeningske bij maken?"

Juul Kabas

De man heeft vorig jaar een speciale opleiding gevolgd. Hoe om te gaan met antrax. Hij redeneert: "Als terroristen ons ooit aanvallen met antrax, dan gaan ze dat toch eerder in Brussel doen dan in Antwerpen? Wij staan op twintig minuten in Brussel. Wij hebben hier ook een ambulance-permanentie. Wij zijn de brandweer van Liedekerke. Straks, als het brandt, moeten de pompiers van Asse of van Ninove komen. Tegen dat die hier zijn, is uw huis afgebrand."

Ik herinner me de opleiding tot brandweerman.

Wij, met die belachelijke witte helmen op onze gepijnigde hoofden. Niets van wat er die ochtend werd gezegd, kwam binnen. De nacht ervoor waren we pinten gaan drinken in het café waar ze nooit genoeg kregen van die evergreen van Juul Kabas: ''t Zijn zotten die werken.'

Het kwam hierop neer dat je een slang van 12 centimeter altijd moest koppelen aan een buis van 12 centimeter, anders paste het niet. Zelfde principe voor buizen en slangen van 15 en 18 centimeter.

Dat viel misschien wel te onthouden.

Op het kabinet-Jambon schermt woordvoerder Olivier Van Raemdonck met digitale modellen die zijn losgelaten op een ruim spectrum aan factuele parameters omtrent de drie kazernes. "Parameters als: hoeveel is de grond onder de kazerne waard? Zijn er mogelijkheden tot uitbreiding? Zijn er Seveso-bedrijven in de buurt? Nu ja, dan zit je natuurlijk met de haven van Antwerpen. De minister hoopte eigenlijk dat het vooral niét Brasschaat zou worden, juist vanwege de perceptie die dan zou volgen. Maar de oefening, echt waar, is op de meest objectieve manier gebeurd."

Ik twijfel er geen seconde aan. Of misschien toch, maar de gedachten aan 1987 en 1988 staan even de meeste andere in de weg. Ik wil weten of de veldbedden er nog zijn.

De vroegere hangar A staat er nog, de poort is dicht. Ik loop naar de achterkant van het terrein, waar ze vroeger hun tot voorbij het fatale kilometertellerpunt gereden voertuigen stalden. Dan zie ik het. Er staan er ook nu weer een stuk of vijftien, net als toen. Allemaal blauwe vrachtwagens met een witte streep op de snuit. Met een papiertje op: 'Gedeclasseerd, 3 april 2017.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden