Zondag 25/08/2019

Migratie

Juridische beslissingen over asiel verschillen sterk in twee taalgebieden: "Vlaamse advocaten zijn wanhopig”

Asielzoekers schuiven aan bij de Dienst Vreemdelingenzaken, tijdens de vluchtelingencrisis in 2015. Beeld Tim Dirven

Asielzoekers hebben twee keer meer kans op erkenning als vluchteling wanneer een Franstalige rechter bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen over hun ­dossier oordeelt. Sommige Vlaamse ­advocaten nemen zelfs Franstalige dossiers aan om ‘ook eens iets te winnen’. 

Nederlandstalige rechters volgen in 88,5 procent van de beroepszaken de asielweigering van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS), bij Franstalige rechters is dat 49 procent. Het CGVS beslist over asielaanvragen, maar komt het tot een weigering, dan kan een ­advocaat in beroep bij een rechter bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RVV). 

Franstalige rechters (23 procent) vernietigen opvallend vaker een beslissing van CGVS dan Vlaamse (7 procent). De rechters kunnen ook rechtstreeks als vluchteling erkennen. Vlaamse rechters deden dat slechts in 4,4 procent van de zaken, bij de Franstaligen was dat 28,5 procent. De cijfers komen uit een onderzoek van het Franstalige tijdschrift Alter Echos, dat keek naar 303 beslissingen over Iraakse asielzoekers tussen juli en december 2018. 

Het gaat om een beperkte steekproef, maar ze bevestigt een studie die professor migratierecht Ellen Desmet (UGent) recent publiceerde over asielzaken waarin minderjarigen betrokken zijn. Daaruit blijkt dat rechters van de Nederlandse taalrol in 89 procent van de zaken de beslissing van CGVS volgen, tegenover 45 procent bij Franstalige rechters. “Nochtans zijn rechtszekerheid en eenheid van rechtspraak belangrijke standaarden die de RVV moet nastreven”, zegt Desmet.

Een migrant heeft weinig tot geen impact op de taalrol waarin hij terechtkomt. Spreekt hij geen van beide landstalen, dan is hij afhankelijk van hoe de Dienst Vreemde­lingenzaken (DVZ) en het CGVS zijn georganiseerd. Landen uit Afrika, en zeker voormalige kolonies van Frankrijk, zitten meestal bij Franstalige dossierbehandelaars, al was het maar omdat daar tolken van voorhanden zijn. Een land als Irak zat bij de Nederlandse taalrol, al is dat door de vluchtelingencrisis na 2015 verschoven, waardoor ook Franstaligen bij DVZ en CGVZ Iraakse dossiers behandelden. Van de Iraakse zaken die Alter Echos bestudeerde, belandden twee op de drie bij een Nederlandstalige rechter.

Scheidslijn Noord- en Zuid-Europa

De RVV erkent het probleem. “Er is een verschil in aanpak en methodologie, die historisch zo gegroeid is”, zegt persmagistraat Frédéric Tamborijn. “Voor een stuk is dat te verklaren door de scheidslijn tussen Noord-Europees, meer bestuurlijk denken, en Zuid-Europees, meer principieel denken, waardoor zaken die vergelijkbaar zijn, toch tot andere conclusies leiden.” 

De voorzitter van de RVV wil zorgen voor meer eenheid van rechtspraak tussen de taalgebieden, door bijvoorbeeld meer beslissingen te nemen met verenigde kamers, waarin zowel Nederlandstalige als Franstalige rechters zetelen. Die beslissingen hebben ook impact op de rest van de rechtspraak en kunnen zo voor homogeniteit zorgen.

Bij advocaten gespecialiseerd in vreemdelingenrecht leeft al langer het idee van een onevenwicht bij de RVV. “De Vlaamse advocaten zijn wanhopig”, zegt de Franstalige advocaat Julien Wolsey. De Vlaamse advocaat Sylvie Micholt treedt hem bij. “Daarom doe ik Franstalige dossiers. Dan kunnen we ook eens iets winnen. Al heb ik vandaag net wel een positieve uitspraak gekregen van een Vlaamse ­rechter.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden