Zondag 15/09/2019

'Junk zijn was een fulltimejob'

In afwachting van een nieuwe Triggerfinger kruipt Paul Van Bruystegem (57) achter het stuur van LowRider, een soloproject. Hoe snel en hard de bassist precies leeft, lees je straks in zijn dagboek van de afgelopen tien jaar. 'Ik kan niets met mate.'

"Een vurige ode aan de zwetende, vette, zompige rock-'n-roll." Met die woorden kondigt Paul Van Bruystegem - alias Lange Polle of Monsieur Paul - zijn soloplaat aan, een dubbelaar nog wel. Met 'Straight for the Sun' heeft LowRider al meteen een hotshot op Studio Brussel te pakken. Opmerkelijk voor een plaat vol "drugsmuziek voor verlaten snelwegen en zijwegen", zoals hij zelf stelt.

"Ik heb geen grootse ambities met LowRider. Die plaat maken was vooral een louterende ervaring voor mij, zodat ik nu weer helemaal klaar ben voor Triggerfinger. Veel vrouwen gaan het niet graag horen, maar eigenlijk moet je af en toe eens scheefpoepen om een relatie levendig te houden."

Tezelfdertijd neemt Lange Polle je deze maand mee op een trip door de afgelopen tien jaar van zijn leven in Monsieur Paul: On Tour. Een dagboek dat begint bij rock bottom en je daarna in een rotvaart meesleurt naar de meest succesvolle, maar ook meest slopende tour met Triggerfinger: goed voor 136.000 kilometer, 158 steden in 25 landen.

We ontmoeten elkaar evenwel gewoon in zijn woonplaats Lier, waar de Leuvense reus met zelfverklaarde 'vleeshamer' ons voor het gemak eens níét piekfijn uitgedost opwacht. In korte broek en een morsig shirt van Mahavishnu Orchestra schenkt hij koffie. De mantra van die groep weergalmt meteen in onze bovenkamer. 'Oh Lord Supreme, Supreme - Let me fulfill my dream.'

Zijn stoutste dromen? Die lijken inderdaad uitgekomen. Met Triggerfinger beleeft hij vandaag zowaar zijn tweede carrière. "Eentje waar ik wél genoeg mee verdien om de deurwaarders uit mijn huis te houden", klinkt het. "Eentje dat me de vrijheid geeft om onbekommerd te musiceren, zonder dat ik ongerust hoef te zijn over het betalen van de rekeningen en de huur. Zonder dat ik bevend en rillend wakker word door de ontwenningsverschijnselen. Ik ben me ervan bewust dat niet iedereen zo'n tweede kans krijgt. Ik grijp ze dan ook met twee handen, en wil het allemaal intens beleven. Lust for life, de volle 110 procent."

Geen kwaaie instelling voor iemand die in één adem grinnikend toegeeft dat hij last heeft van een paar ledematen die af en toe dienst weigeren, zijn sinussen die opspelen, tinnitus, diabetes en "allergieën tegen honderd per uur". Het antihooikoortsmiddel dat we op zak hebben, weigert Polle. "Ik kan niet zomaar wat inpakken, jong. Ik sta onder strikt toezicht van dokter en psychiater. Zelfs voor een aspirine moet ik toestemming vragen. Dat ligt niet aan de medicijnen zelf, maar aan de aard van dit beestje. Ik kan níéts met mate. Dat obsessieve gedrag krijg je er bij mij nooit meer uit."

'Ik snap nu beter waarom artiesten zich soms zo raar gedragen. De druk op het hoofd en de ziel is soms zo groot, het gemis zo zwaar. De waanzin ligt op de loer, door de snelheid en de totale afwezigheid van enig bioritme.'

Uit Monsieur Paul: On Tour

Ook in het eerste hoofdstuk van zijn tourdagboek schetst Lange Polle kort maar huiveringwekkend hoe hij rock bottom raakte, en tegelijk de bodem van de fles ontdekte. Al zal elke lezer het pas écht koud krijgen van zijn relaas over het afkicken van Xanax. Of hoe een gepantserde tank verwerd tot een uitgebrand wrak.

"Ik heb in mijn leven alles gepakt, gesnoven en geslikt wat er voorhanden was", vertelt Van Bruystegem. "En in royale hoeveelheden. Maar aan Xanax heb ik me lelijk mispakt. Die verslaving heeft me zwaarder gevloerd dan alcohol en coke samen. Ik sliep niet meer, leefde als een lijk in de zetel, met de pispot in het midden van de living. Als ik daar op tijd geraakte, was het een goede dag. Pure horror, man. Ik heb toen écht gedacht om er een eind aan te maken. Ik kende nog wel wat mensen die me bruine (heroïne, GVA) konden leveren, en ik was van plan om zo de pijp uit te gaan.

"De ellende begon toen een dokter van wacht me die angstremmer voorschreef, omdat ik slecht sliep, hyperventileerde en af en toe helemaal wegdraaide. Hij waarschuwde me dat ik er zeker niet méér dan vier mocht pakken. Als je zoiets aan mij zegt, begín ik met vier. Daarna zien we wel waar we eindigen. (lacht) Dat ritme heb ik tien jaar volgehouden. En daarop begon ik opnieuw te snuiven en te zuipen. Op den duur leefde ik in een waas. In vlagen herinner ik me nog eens iets uit die periode, maar dat is meestal niets fraais.

"Op een gegeven moment verstopte ik overal drank in huis. Heel zielig. Tien jaar na rehab heb ik nog overal ongeopende enveloppes met coke in huis teruggevonden, en drankflessen in schoenen of in de kachelpijp. Bukowski achterna. (lacht) Alleen aan het talent ontbrak het mij."

'Ik heb al gespeeld met 40 graden koorts, volgepropt met codeïne, Dispril en aspirine, met een appendix die op springen stond en dat ook deed op de operatietafel, en na vijf dagen niet geslapen te hebben wegens... euh... partying.

Ook na het overlijden van mijn grootouders en enkele goede vrienden stond ik - half wenend - op het podium. Concerten met het vliegend schijt, een keelontsteking, zelfs gebroken ledematen... Ik kan ze niet meer tellen. Slechts één keer in veertig jaar muziek spelen heb ik forfait moeten geven: twee maanden rehab in Kortenberg, twee weken in EPSI Gasthuisberg en zes maanden thuis.'

Uit Monsieur Paul: On Tour

"Toen ik mijn drankmisbruik niet langer kon ontkennen, stelde de dokter me een ultimatum. Ofwel zou ik stoppen met drinken, ofwel zou hij me laten colloqueren. Ik was niet alleen een gevaar voor mezelf geworden, maar ook voor de buitenwereld. In het verleden ben ik paracommando geweest en ook als cafébaas schuwde ik het geweld soms niet. Die agressieve buien kwamen ineens terug. Als iemand nog maar scheef naar me keek, kreeg die een mot op zijn bakkes."

Praten over drugs, drank en medicijnen kost hem weinig moeite, vertelt hij ons. "Dat misbruik heeft zo erg mijn leven beheerst, en zo'n ravage aangericht in mijn omgeving, dat ik me er te allen tijde van bewust blijf. In Kortenberg moest ik trouwens mijn levensverhaal opschrijven. Dat is een deel van het ontwenningsprogramma. Je hebt wel een heel erg levendige fantasie, zeiden ze me toen. (lacht) Ik zweer het je: geen letter was fictie.

"Voorlopig ga ik wel niets met die memoires doen. Geen idee of dat er ooit van komt. Alle mensen die ik ermee zal kwetsen, moeten dood zijn, heb ik mezelf beloofd. En dan nog zou ik mezelf moeten kunnen overtuigen waarom ik het zou doen. Zelfs ik kan die teksten niet herlezen. Dat gaat díép hoor. Ik word er soms mottig van. Het is precies mijn eigen Berlin(immens donker meesterwerk van Lou Reed, GVA). Geen idee wie daar iets aan heeft: ik wil niet per se de donkere en melodramatische kaart trekken. Onthoud dat ik een heel leven heb gefeest, hè. Ik ben alleen verschrikkelijk loemp geweest, en bijna doodgegaan."

Helemaal ongeschonden is hij er sowieso niet uitgekomen, vreest Lange Polle. "Drank en drugs hebben stevige sporen achtergelaten. Niet zozeer in mijn lijf, maar in mijn hoofd. Ik ben een beetje autistisch geworden, denk ik.

"Voor en na mijn optredens heb ik een ceremonie. Alles heeft zijn plaats. Ik ben ook verslaafd geworden aan geuren: ik heb minstens honderden aftershaves en flacons parfum - oudemannengeurtjes als Old Spice. (lacht) Ik ben ook maniakaal proper geworden. Voor een optreden móét ik douchen, zelfs als het water ijskoud is. En op het podium móét koffie staan.

"De rest van de groep lacht daar gelukkig niet mee. Iedereen heeft wel zijn rituelen: zonder kostuum speelt Ruben bijvoorbeeld niet. Maar niemand is zo fanatiek als ik. Op tour door Canada begon dat zelfs Rain Man-achtige trekjes aan te nemen."

Berouw van zijn bitterzoete zonden heeft hij evenwel niet. "Laten we er ook niet te melodramatisch over gaan doen, hè. Ik heb ook heel toffe avonturen beleefd in die woelige jaren. (lacht) Maar ik prijs me vooral gelukkig dat ik het vandaag nog kan navertellen. Veel mensen die ik in die periode kende, leven niet meer of amper. Daar heb ik trouwens lang een schuldgevoel over gehad. Let's go down together, was zowat het motto in die kringen."

'Geliefden en vrienden waren gek van bezorgdheid en verdriet. Ik noemde dat gemakshalve bemoeizucht.'

Uit Monsieur Paul: On Tour

Uiteindelijk zou het zijn vriend Ruben Block zijn, frontman van Triggerfinger, die Lange Polle uit de neerwaartse spiraal tilde.

"Het verdriet dat ik in de ogen van Ruben heb gezien op het hoogtepunt van mijn verslaving, dat wil ik nooit meer meemaken", slikt Van Bruystegem. "De mannen van Triggerfinger hebben zo veel meegemaakt met mij. En zo veel geduld opgebracht. Want net op het ogenblik dat de groep begon te marcheren na de release van What Grabs Ya, viel ik ineens uit. Verschrikkelijk: de trein vertrok en ik moest achterblijven op het perron. Maar ze hebben me nadien terug opgepikt, waar ik Ruben en Mario (Goossens, drummer, GVA) nog altijd onwaarschijnlijk dankbaar voor ben.

"Op het eind was het erg. Ik kwam voortdurend te laat, speelde fouten. Ruben heeft zich lang bezorgd getoond, maar toen hij dat beu werd, heeft hij me vaderlijk toegesproken. 'Wij moeten eens klappen, hè maat.'

"Weet je, eigenlijk was ik diep van binnen blij dat iemand me op het matje riep. Ik zou mezelf nooit vrijwillig opgegeven hebben voor rehab. Door me te dwingen, heeft Ruben waarschijnlijk mijn leven gered. Je kunt pas hulp aanvaarden als je rock bottom raakt. Ik herinner me nog hoe ik jaren voordien de sterren van de hemel speelde terwijl ik bezopen op het podium stond met B.J. Scott. Zij had me voordien immers verteld dat ik buiten zou liggen als ik een fout durfde te spelen. Onnozelaar die ik was: ik klopte mezelf trots op de borst, terwijl zij stilletjes huilde omdat ik zo'n stomme kloot was. Ze wist al hoe het verhaal zou aflopen.

"Geloof me: ik vind drinken nog altijd leuk. Alleen kan ik het enkel in ontzaglijke hoeveelheden. Hoeveel zou ik er niet voor geven om hier nu met jou op mijn terras een glaasje Pernod te kunnen drinken. Maar dat gaat niet. Dat kán ik niet. Onlangs ben ik met mijn vriendin Sandra wijn gaan proeven in Italië. De champagne was zo lekker, dat ik hem in paniek heb moeten uitspuwen. (lacht) Als ik één druppel drink, laat ze me vallen, dat heeft ze me verteld. Vind ik een faire deal.

"Junk zijn, dat was een fulltimejob. Toen dat ineens wegviel, werd ik plots, tja, wérkloos. De zeeën van tijd die ik ineens had, moest ik dus zinvol ingevuld krijgen. De ene verslaving door de andere vervangen, in mijn geval. Dik tegen mijn goesting heb ik een fiets gekocht, om mijn gewicht enigszins op peil te houden. Ook daar ben ik in één klap verslaafd aan geraakt: als een zot koerste ik plots overal rond. Typisch voor mij. (lacht) Traag is nooit plezant. Leven moet je met het gaspedaal ingedrukt beleven, vind ik."

'Als ik al eens terugblik - iets wat ik doorgaans niet veel doe - lijkt het of de laatste veertig jaar van mijn leven voorbij zijn gevlogen. Ook de tijd voor ik bij Triggerfinger speelde, snelde als een tgv voorbij. The Boxcars, Big Bill, The Wolf Banes, The Popgun, de vele tours met Beverly Jo Scott, de ontelbare studiosessies en plaatopnames, het feestgedruis, de vele vrienden en vriendinnen die er niet meer zijn. Ik heb heel de wereld doorkruist. Oost- en West-Europa, de Verenigde staten, Zuid-Afrika, Canada, Japan... Het gaat maar door. Mensen sterven, vrienden en familie sterven, kindjes worden geboren. 'Wiens dochtertje is dit?' 'Dat van uw petekind, nonkel Paul.' Voor hen ben ik de geheimzinnige nonkel Popster. Altijd onderweg.'

Uit Monsieur Paul: On Tour

"Mijn moeder is in het midden van een tour met Triggerfinger gestorven. Ik ben toen met de BMW van onze lichtman Michiel aan 180 per uur naar het ziekenhuis gestoven. Ze is in mijn armen gestorven. Nadien ben ik metéén teruggereden om een concert te spelen. Aan een tankstation heb ik tien minuten gebleit, maar dat was het dan. Dat verhaal was ook af. Ze wist alles wat ze moest weten over mij, en vroeg nog of ik content was. Zo blij dat ik eindelijk ja kon zeggen. (stilte)

"Ons moederke is gestorven, tussen de concerten van Utrecht en Pinkpop in. Ik heb een videoboodschap vanuit Moskou gestuurd voor haar begrafenis. Ik kon er niet bij zijn. Dat zou ze ook niet gewild hebben.

"Onze pa? Dat was een ander verhaal. Toen hij op zijn sterfbed lag, hebben we de laatste drie weken heel veel gepraat. We hadden nog van alles goed te maken. Op mijn 13de heb ik aan mijn ouders, die allebei in het onderwijs stonden, verteld dat ik met school stopte en muzikant zou worden. Na een jaar in de bouw wilde ik het toch nog eens proberen. Alleen... ik kwam in de klas van mijn vader terecht. (lacht) Na een paar dagen ben ik het afgebold. Toen heb ik van mijn vader het pak slaag van mijn leven gekregen. Als mijn zoon dat aan mij zou vertellen, had ik hem vast ook een saluatie van hier tot ginder gegeven. Maar ik zag dat toen natuurlijk anders, en ik heb mijn pa een jaar of 25 niet meer gezien. Een wreed drama.

"Het was eigenlijk best interessant om te zien hoe we die afstand - een kloof van een kwarteeuw overbrug je niet zomaar - probeerden te dichten in zijn laatste dagen. Na een kletterende ruzie aan zijn sterfbed heb ik hem een brief gestuurd, die mijn zus aan hem heeft voorgelezen. Ik vertelde hem waarom ik hem graag zag, en wat ik van hem zag in mezelf. Hij is toen beginnen huilen. Dat was het begin van een helingsproces. We probeerden nog snel te lijmen wat volkomen kapot was. Geen sinecure. (glimlacht)

"Toen hij hoorde dat ik een boek bij Manteau zou uitbrengen, sprak hij - voormalige leraar Nederlands - overigens de legendarische woorden: 'Nu gaan we het krijgen. Denkt 'm ineens dat hij Hemingway is.' (lacht) Dat was zijn manier om genegenheid te tonen. Niemand begrijpt dat, maar dat was onze humor. Ik heb trouwens ook zijn temperament: kolerige duvels, dat zijn we."

Dat merken we eigenhandig wanneer Van Bruystegem tijdens het gesprek een kwartier lang op de kansel gaat staan. Tegen de beunhazerij in de politiek, de media en de wereld. Al geeft hij toe dat het hem ontbreekt aan de kracht om nog op de barricades te gaan staan. "Ik ben moegeschreeuwd. Terwijl het godverdomme meer dan ooit nodig is. Normen die voor mij van levensbelang zijn, lijken uitgevaagd. Woorden als solidariteit? Die betekenen niets meer.

"Weet je, het rationele gedeelte van mijn brein zegt dat N-VA misschien wel een punt heeft en dat we alle vluchtelingen onmogelijk onderdak kunnen geven. Maar tegelijk wint mijn onrechtvaardigheidsgevoel: ik ben opgegroeid met het idee dat als iemand in nood is, je hem verdomme helpt. Helaas zie ik hoe links rechts is geworden. Als ik vrienden van vroeger plots haatdragende, conservatieve, rechtse oneliners hoor debiteren, denk ik: vijftien jaar geleden had je jezelf opgehangen als je wist dat je zo zou worden. Zo veel angsthazen, zo veel haat. Het cynisme van vandaag doet me braken. Op Facebook fulmineer ik nog weleens tegen de bruinhemden van vandaag, maar elke keer zie ik dezelfde vijftig duimpjes omhooggestoken worden. Wat kan ik er eigenlijk aan veranderen? Ik ben maar een clown."

Monsieur Paul: On Tour, Manteau, 192 p., 22,50 euro. Verschijnt op 16/9

LowRider - Soundtrack for Endless Highways, Black Holes and a Crippling Sense of Alienation verschijnt bij Dungeon Tapes / Excelsior / V2.

LowRider speelt op 20/9 in CC Vredeberg, Lier, en op 22/9 in Het Depot, Leuven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234