Woensdag 02/12/2020

InterviewJuliette Binoche

Juliette Binoche: ‘Mijn methode: vooral geloven wat je zegt’

Ze had gerust een echte Hollywoodster kunnen worden, maar Juliette Binoche koos liever het gezelschap van volbloud filmauteurs, zoals nu Hirokazu Kore-eda in 'La Vérité'Beeld Getty Images

Er was een Japanner nodig om Catherine Deneuve en Juliette Binoche, de twee belangrijkste actrices van Frankrijk, eindelijk samen te brengen voor de camera. Ze spelen moeder en dochter in Hirokazu Kore-eda’s La vérité. Al verliep hun contact op de set aanvankelijk erg stroef.

Is er een filmprijs die Juliette Binoche nog niet gewonnen heeft? Ze werd bekroond op de filmfestivals van Cannes, Venetië en Berlijn – een krachttoer die alleen Julianne Moore haar nadeed –, ze is de trotse eigenares van een Oscar (1997, voor haar rol in The English Patient), een BAFTA (idem) en een César (1994, voor Trois couleurs: Bleu), en kreeg vorig jaar op de European Film Awards nog een speciale prijs voor haar rijkgevulde carrière.

Als ze het had gewild, had Binoche kunnen uitgroeien tot een echte Hollywoodster. In 1988 al speelde ze naast Daniel-Day Lewis in The Unbearable Lightness of Being, en vier jaar na The English Patient deelde ze het scherm met Johnny Depp in Chocolat (2000). Maar als er één ding is waaraan de intussen 55-jarige Parisienne een hekel heeft, dan is het aan de bullshit die onvermijdelijk bij een volwaardige Hollywoodcarrière hoort. Liever zocht ze het gezelschap van volbloed filmauteurs op: Michael Haneke (Caché), David Cronenberg (Cosmopolis), Olivier Assayas (Clouds of Sils Maria), Claire Denis (Un beau soleil intérieur, High Life).

Aan dat indrukwekkende lijstje mag ze nu ook Hirokazu Kore-eda toevoegen, de Japanse meester die vorig jaar nog de Oscar voor Beste Niet-Engelstalige film won met het ontroerende Shoplifters. Kore-eda trad 10.000 kilometer buiten zijn comfortzone voor Binoche: La vérité is de eerste film die hij buiten zijn thuisland, en in een andere taal dan het Japans, draaide.

Maar ook in Frankrijk blijft hij doen wat hij altijd doet: pakkende verhalen vertellen over ouders en kinderen. Binoche speelt Lumir, een Franse die in New York carrière heeft gemaakt als filmscenariste. Haar moeder Fabienne is een Grande Dame van de Franse cinema – een rol die Catherine Deneuve op het lijf geschreven is. Wanneer zij haar memoires publiceert, komt het gezin voor het eerst sinds jaren weer samen in het ouderlijke huis in Parijs. Hét moment voor Lumir om haar egoïstische moeder te confronteren met de vele steken die ze als ouder liet vallen.

“Ik ontdekte Kore-eda door zijn film Nobody Knows”, vertelt Binoche ons op het Filmfestival van Venetië. “Die was in 2004 geselecteerd in Cannes, en ik heb Kore-eda toen meteen aangesproken – dat doe ik geregeld met filmmakers die ik bewonder. Later ging ik hem nog bezoeken in Japan, maar uiteindelijk zou het 14 jaar duren vooraleer we eindelijk konden samenwerken.”

Hoe is dat meegevallen? Want Kore-eda spreekt noch Frans, noch Engels. Catherine Deneuve liet al optekenen dat zij dat soms frustrerend vond.

“De dag voordat de opnames zouden beginnen, ging ik dineren met Kore-eda. We waren allebei te vroeg op de afspraak, dus we moesten nog even wachten op de tolk. Ik probeerde dan maar een beetje conversatie te maken in het Engels, maar hij verstond er echt niks van. Toen dacht ik wel even: ‘we hebben een probleem!’ Maar op de set heb ik de taal eigenlijk nooit als een hindernis ervaren. Regisseurs kunnen heel veel zeggen zonder woorden: blikken en expressies spreken soms boekdelen. En als ik een concrete vraag had, was er altijd een tolk in de buurt.”

Kore-eda is een van de weinige mannelijke regisseurs die erin slaagt om complexe studies van vrouwelijke personages te maken. Waaraan ligt dat?

“Weet je, of er een man of een vrouw achter de camera staat, is mij eigenlijk volledig gelijk. Ik geloof niet dat er een duidelijke grens loopt tussen mannen en vrouwen. We hebben allemaal een mannelijke en een vrouwelijke kant. Iemand als Claire Denis is daar een goed voorbeeld van: zij werkt in haar films even veel met haar mannelijkheid als met haar vrouwelijkheid. Er is meer dan alleen het geslacht.”

Had u niet drie keer een voorstel van Steven Spielberg geweigerd, omdat hij volgens u “een regisseur van mannen en dinosaurussen is, maar geen regisseur van vrouwen”?

“Nee, zo is het niet gegaan. Spielberg heeft me inderdaad een paar keer willen casten, maar ik was altijd bezig met andere rollen. Maar het klopt wel dat ik later die uitspraak over hem heb gedaan. Het viel me namelijk op dat hij enkel films maakt over mannen. Scorsese ook trouwens. Ik heb hen daar allebei over aangesproken. Scorsese zei: ‘Je hebt gelijk, misschien zou ik inderdaad meer vrouwen in mijn films kunnen steken’. Maar Spielbergs antwoord luidde: ‘Ik heb in de jaren 70 een film met een vrouwelijke hoofdrol gemaakt, hoor!’” (lacht)

La vérité is verrassend genoeg ook uw eerste samenwerking met Catherine Deneuve. Was het intimiderend om naast zo’n icoon te staan?

“Nee, ik ben niet snel geïntimideerd. Zelfs als kind niet, toen ik mijn eerste stapjes op filmsets zette. Maar natuurlijk vond ik het wel spannend om voor het eerst met Catherine samen te werken. Toen ik als klein meisje Peau d’âne (film van Jacques Demy uit 1970, LT) zag, was ik helemaal omvergeblazen door haar schoonheid. Op de set heb ik meteen geprobeerd om het ontzag dat ik voor haar had te overwinnen. Enerzijds door haar te tutoyeren. Ik vond: we kunnen toch niet moeder en dochter spelen, en elkaar daarnaast met ‘u’ aanspreken? Maar ze ging er niet meteen in mee. (lacht) In het begin wees ze mijn toenaderingspogingen af. Toch heb ik volgehouden, en uiteindelijk is ze mij ook gaan te tutoyeren. Anderzijds ben ik ook beginnen te roken, net zoals zij. Want samen een sigaretje opsteken kan mensen dichterbij brengen. Op den duur was Catherine heel teder en attent tegen mij.”

Catherine Deneuve (l) en Juliette Binoche als moeder en dochter in 'La Vérité'.Beeld rv

Deneuve liet zich eerder al opmerken met een open brief waarin ze waarschuwde voor een nieuw puritanisme, en onlangs verdedigde ze regisseur Roman Polanski, die nog steeds gezocht wordt voor de verkrachting van een 13-jarig meisje. Begrijpt u haar?

“Ik vind dat het gerecht gewoon zijn werk moet doen. Ik heb niet gezien wat er gebeurd is, dus ik kan me niet uitspreken over zijn daden. Maar ik blijf wel naar zijn films kijken, omdat hij een artiest is, en ik telkens weer benieuwd ben om te ontdekken wat hij heeft gemaakt. Het is niet aan mij om hem te veroordelen, of om te zeggen dat hij niets misdaan heeft. Maar wat ik wel vind, is dat zijn vrouw Emmanuelle Seigner heel veel moed moet hebben om dit allemaal te dragen. En hun kinderen trouwens ook, dat wordt vaak vergeten.”

Uw personage Lumir heeft haar moeder als kind heel vaak moeten missen. Was dat gemis herkenbaar voor u? U moest na de scheiding van uw ouders naar een internaat.

“Ja, maar ik zag mijn moeder wel nog elk weekend. Ik heb me nooit in de steek gelaten gevoeld. Ik heb ook heel snel geleerd om onafhankelijk te zijn. Maar iedereen heeft ooit wel op een of andere manier verlating ervaren. En dat is ook belangrijk, want zo leer je los te laten. Het is een noodzakelijke voorbereiding op wat ons uiteindelijk allemaal te wachten staat: het moment waarop ons lichaam ons stilaan in de steek laat.”

Bent u daar al mee bezig, dan?

“Je kan daar niet vroeg genoeg mee beginnen. Ik ben nu 55, maar je moet er al eerder over nadenken, vind ik, en stilaan afscheid nemen van het ego dat je hebt opgebouwd. Weet je, ik heb een boek gelezen dat me enorm heeft geholpen: Le Symbolisme du corps humain van Annick de Souzenelle. Zij stelt dat je als jonge volwassene de wereld wil veroveren met je fysieke kracht, en alle pleziertjes van de wereld wil ontdekken. Maar op een bepaald moment begint dat allemaal af te nemen. Dan ga je door een soort depressie, waarin je accepteert dat je niet meer even sterk bent als vroeger. Maar dat leidt dan weer naar een nieuw soort kracht, een spirituele kracht die je zelf niet meer in handen hebt, maar die door je heen gaat. Dat vond ik enorm bevrijdend.”

Is uw acteermethode in de loop der jaren veel veranderd?

“Nee. Mijn methode is altijd geweest: honderd procent voelen en vooral geloven wat je zegt. Dat is de magie van acteren. Maar ik ben op alle vlakken zo: ik ben fundamenteel een believer. Ik geloof in leven na de dood, en als je me een onwaarschijnlijk verhaal vertelt, dan zal ik je sowieso geloven. Ik kan het niet helpen, veel dingen passeren bij mij gewoon niet via het hoofd. Sommige acteurs hebben een rationele nood om alles te begrijpen, vooraleer ze het kunnen spelen. Bij mij werkt het zo niet. Ik word gedreven door een enorm ‘yes’-gevoel: mijn hele lichaam zegt ‘ja!’. Mijn dochter heeft dat ook, denk ik. Een tijd geleden had ze zo’n doosje gekregen waaruit een slang tevoorschijn springt als je het opendoet. Ze wilde mij daarmee doen schrikken, maar toen ze het doosje opende, was zij het die begon te gillen! (lacht) Ik vertelde dat aan mijn Amerikaanse acteercoach, en zij zei meteen: ‘Je dochter wordt ook actrice, ze is net als jij een believer’.”

‘La vérité’ speelt vanaf 26/02 in de bioscoop.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234