Dinsdag 24/11/2020

Interview#MeToo

Juf Dianne, mama van Kobe Ilsen: ‘Ik besefte wat er was gebeurd: iemand had in mijn klas staan masturberen’

Beeld Joris Casaer

Drie jaar geleden barstte de #MeToo-etterbuil open, maar over één sector bleef het tot nog toe stil: het onderwijs. Toch is grensoverschrijdend gedrag ook daar geen uitzondering: volgens een onderzoek uit 2015 krijgt één leerkracht op de negen ermee te maken. Dianne Nuyts, mama van VRT-gezicht Kobe Ilsen, was één van hen. Ze schreef er een roman over en praat nu voor het eerst over wat haar is overkomen. ‘Ik was beschaamd. Zelfs mijn ouders wisten van niets.’

“Lesgeven is het mooiste beroep ter wereld.” Dianne Nuyts (64) is sinds juni met pensioen, maar haar ogen stralen nog steeds als ze over haar loopbaan in het onderwijs praat. “Als kind wist ik al dat ik juf wilde worden. Onlangs vond ik een verslag terug van het PMS (intussen CLB, red.) van toen ik 6 was, waarin stond dat ik het ideale profiel had om les te geven. Ik heb het ook altijd graag gedaan: elke dag in mijn klas, met de kinderen. Maar waar ik vooraf géén rekening mee had gehouden, is de beslotenheid van een school. Het is een wereld op zich, met zeer weinig controle van buitenaf. Als dan een pestkop je het leven begint zuur te maken, kan het ver gaan.”

Hoe is uw carrière begonnen?

“Ik ben afgestudeerd midden jaren 70. Ik ben begonnen met interimopdrachten, maar na een tijdje kreeg ik een vaste klas. Het vierde leerjaar – volgens mij de leukste leeftijd om les aan te geven – in een katholieke zustersschool.”

Hoe was de sfeer?

“Het waren zusters, hè. (glimlacht) Ik zal niet zeggen dat we seuten waren. Maar we waren braaf en toegewijd. De gesprekken met collega’s gingen over het werk, of we wisselden recepten uit. Ik voelde me daar prima bij: ik had altijd op strenge zustersscholen les gevolgd, het was een milieu dat ik kende.

“Privé ging het in die tijd minder goed. Mijn man verliet me voor een andere vrouw terwijl ik hoogzwanger was van onze tweede zoon, Kobe. De zusters waren daar niet blij mee. ‘We zijn niet zeker of je nog in aanmerking komt voor een vaste benoeming’, zeiden ze. Gelukkig kreeg ik die toch, omdat ik er recht op had.”

Beeld Joris Casaer

Na twaalf jaar werd u overgeplaatst naar een andere school.

“Het aantal leerlingen daalde, mijn klas viel weg. Dankzij die vaste benoeming had ik recht op een job binnen dezelfde scholengemeenschap, en zo kwam ik terecht in een voormalige jongensschool – dat jaar waren er voor het eerst ook meisjes toegelaten. Het was een andere wereld. De leerkrachten waren haast allemaal mannen. Ze lieten boeren en winden en vertelden continu vrouwonvriendelijke moppen. De eerste dagen was ik volledig van de kaart. Maar de duivel raakt het branden ook gewoon, zei mijn moeder altijd. Het wende. Ik paste me aan. Ik moest wel: ik stond er alleen voor met twee kinderen, ik had mijn inkomen nodig. Er waren trouwens ook goeie kanten. Ik rookte toen nog en ik vond het zalig dat ik op de speelplaats een sigaretje mocht opsteken. Als er een leerkracht jarig was, werd de speeltijd drie keer verlengd. Bij de zusters was dat ondenkbaar.”

Toch werd u het mikpunt van pesterijen.

“Het begon subtiel. We hadden een postvakje voor allerhande documenten. Ik vroeg kopieën aan, maar mijn vakje bleef leeg. Weken later vond ik ze verfrommeld achter een kast. In de leraarskamer mocht ik mijn handtas niet uit het oog verliezen of ze verdween. Er was op school maar één damestoilet. De mannen verstopten de sleutel zodat ik op een kindertoilet moest gaan.

“Op een keer dreigden ze ermee om de wielen van mijn auto te halen. Ik was er niet gerust op, en vroeg tijdens de les aan een leerling om te gaan kijken. Hij kwam terug en zei dat mijn auto op vier bierbakken stond. Dat bleek achteraf niet waar: de pestkoppen hadden die jongen opgedragen mij dat wijs te maken. Maar ik was in paniek: ik was ervan overtuigd dat ik niet naar huis zou kunnen, en ik moest mijn zoons ophalen. Een andere keer was de deur van mijn klas verdwenen. Dat kwam hard aan. Het voelde aan als een inbraak in de veilige cocon die mijn klas was. De kinderen keken ook raar op. ‘Die deur moet geschilderd worden’, maakte ik hun wijs. Voortdurend die excuses verzinnen, kostte veel energie.

“Het ergste was de seksuele intimidatie. De vrouwonvriendelijke moppen, de vunzige teksten die ik geregeld op de achterkant van mijn bord vond, de obscene tekeningen tussen mijn officiële documenten. En als ik de mannen moest passeren in de leraarskamer, knepen ze in mijn borsten en billen.”

Hoe reageerde u daarop?

“Ik deed weinig: ik was bang om mijn werk te verliezen. En zei ik tóch eens wat, dan werd ik geïntimideerd: ‘Je staat nu al vijf jaar in hetzelfde leerjaar, zou je volgend jaar misschien graag een ander leerjaar doen?’ Natuurlijk wilde ik dat niet: geen enkele leerkracht wil een klas opgeven om helemaal opnieuw te beginnen.

“Het was heftig. Als ik er nu over vertel, voel ik opnieuw de wanhoop. De machteloosheid. Dat gevoel van: ‘Ik krijg dit nooit meer gestopt.’ Het was een andere tijd, hè. Er was nog geen sprake van #MeToo. Er was wel een soort meldpunt voor vrouwen, opgericht door Miet Smet, maar ik had enkel een telefoonnummer. Niemand durfde te bellen, want je wist niet wat er daarna met je klacht zou gebeuren.

“Weet je wat me ook is bijgebleven? Dat gevoel dat iederéén tegen je is. Terwijl er, achteraf gezien, maar één pestkop was. De rest deed gewoon mee. Pesten is een psychologisch spel. Als er iemand anders werd geplaagd, zat ik ook te grinniken, gewoon omdat ik blij was dat ik het eens niet was. Dat is niet netjes, maar dat is hoe het gaat.”

BENEN OPEN

Het hoofdpersonage in uw roman, Katrien, wordt op een bepaald moment aangerand door haar pestkop.

“Dat is fictie. Ik vond die escalatie nodig om het verhaal rond te maken, maar het is niet echt gebeurd, zoals nog wel meer in het boek. Ik ben Katrien niet.

“Bij mij kwam het dieptepunt in juni, tegen het einde van het schooljaar. Een vader sprak me ’s morgens voor de les aan: of hij alvast het rapport van zijn zoon kon krijgen, want ze vertrokken vroeger op vakantie. Geen probleem, ik stelde de man voor om het in de klas te bespreken. Toen ik de deur opende, schrok ik. Alle lessenaars waren verschoven, de stoelen stonden door elkaar, de documenten die normaal gezien in stapeltjes op mijn bureau lagen, waren verspreid op de grond. Op mijn bureau zag ik iets wits liggen, met een briefje erbij. Ik probeerde het te negeren, stamelde tegen die papa dat ze wellicht een lamp hadden vervangen, en zocht in de rommel op de grond naar mijn puntenmap. Toen ik weer opkeek zag ik die man staren naar mijn bord. Het stond vol vunzige boodschappen. Geen idee hoe ik het heb gedaan, maar ik ben kalm gebleven, heb die man voorgesteld om achteraan in de klas te gaan zitten waar we het bord niet konden lezen, en ik heb hem alle informatie over zijn kind gegeven.

“Pas toen hij weg was, durfde ik het briefje op mijn bureau te lezen. Er stond: ‘Ga hier maar eens met je benen open op zitten om de spinnenwebben weg te jagen.’ Ik besefte wat er was gebeurd: iemand had in mijn klas staan masturberen. Ik was gechoqueerd, gedegouteerd. En terwijl ik daar zo stond, hoorde ik beneden de bel gaan. Ik heb dat papiertje in stukken gescheurd, met een spons dat vieze spul op mijn bureau opgekuist, mijn papieren terug op hun plaats gelegd en snel het bord geveegd. Ik dacht maar aan één ding: de kinderen mogen dit niet zien. Ik denk niet dat ze iets gemerkt hebben. Maar bij mij bleef dat moment constant door mijn hoofd malen. Ik dacht: dit wordt gevaarlijk, wat zal het volgende zijn?”

Katrien lijdt zwaar onder de combinatie van de pesterijen op het werk en de zorg voor twee kleine kinderen: ze krijgt donkere gedachten.

“Ook dat is fictie. Ik ben optimistisch van aard, ik ben altijd weer rechtgekrabbeld. Ik dacht: zolang ik hier ben en blijf, ben ik aan het winnen. Ik had twee kleine kinderen, hè. Ik stond mezelf niet toe weg te glijden. Nu, ik heb achteraf de prijs betaald, hoor. Vijf jaar geleden heb ik veertien maanden thuis gezeten met een burn-out. De psychologe zei: ‘U hebt het lang volgehouden.’ Die jaren met pesterijen op school pleegden roofbouw op mijn lichaam. De rekening krijg je vroeg of laat gepresenteerd.”

Waarom nam u destijds geen ontslag?

“Als ik dat had gedaan, was ik mijn benoeming kwijtgespeeld. En wat had ik dan moeten doen? Achter de kassa van de supermarkt gaan zitten? Daar is uiteraard niks mis mee, maar geen andere job had me zoveel voldoening kunnen schenken als lesgeven. Ik deed het gewoon graag.”

Hoe ging het na dat incident met het sperma?

“Ik heb geen krimp gegeven. Het was eind juni, ik besloot de laatste dagen voor de zomervakantie gewoon door te bijten. Maar in september moest ik terug, natuurlijk. Ik zag er enorm tegenop. Gek genoeg, net op dat moment, op 2 september om precies te zijn, leerde ik mijn huidige echtgenoot kennen. Ik vertelde er niemand op school iets over – hij was ook gescheiden, ik was bang voor de reacties – maar toen hij me op een middag kwam halen om samen te gaan lunchen, zag de grootste pestkop me in zijn wagen stappen. Hij zei achteraf: ‘Ik had nooit gedacht dat jij een man met een Mercedes kon boeien.’ Geloof het of niet, maar daarna stopten de pesterijen. Was het puur omdat ik alleen was? Loslopend wild? Of omdat er nu iemand was die me zou verdedigen? Ik heb het nooit begrepen.”

SNEEUW IN BH

U bent vervolgens nog jaren op die school blijven werken.

“De collega’s vertelden nog altijd vuile moppen, probeerden nog steeds om je tijdens de speeltijd dronken te voeren. Maar nu deden ze dat met de hele groep. Ik was niet meer het mikpunt. Er kwamen meer vrouwen bij, de sfeer werd zachter. Uiteindelijk ben ik er gebleven tot 2000. Toen ben ik overgestapt naar het volwassenenonderwijs. Niet wegens de pesterijen, ik was gewoon toe aan iets anders. Maar het was een verademing: in het volwassenenonderwijs ging iedereen respectvol met elkaar om.

“Wat me, achteraf gezien, nog het meest tegen de borst stoot, is de schijnheiligheid. Dat de grootste pestkop op de speelplaats een kind uitkafferde, omdat het een ander kind had geplaagd. Terwijl hij zelf collega’s pestte. Dat is hypocriet. Dat hoort niet voor iemand met een opvoedkundige functie.”

Daar schrok ik als lezer ook van: dat dit allemaal gebeurt op een school. Als ouder ga je er toch van uit dat leerkrachten verstandige mensen zijn, aan wie je met een gerust hart je kind kunt toevertrouwen.

“Precies. Zoiets verwacht je niet in het onderwijs, waar leerkrachten geacht worden normen en waarden door te geven. Daarom wilde ik dit boek schrijven: mensen mogen weten dat het gebeurt.”

Waren de mensen in uw omgeving op de hoogte, destijds?

“Nee, op een paar vriendinnen na. Ik was beschaamd: het is als volwassen vrouw niet eenvoudig om toe te geven dat je gepest wordt. Zelfs mijn ouders, met wie ik een goede band had, wisten van niets. Mijn vader was nogal ne kolerieke, ik was bang dat hij de boel op stelten zou gaan zetten op mijn school. Al vermoed ik dat hij wel aanvoelde dat ik niet helemaal goed in mijn vel zat.

“Ook mijn zoons, Kobe en Stijn, hebben nooit iets geweten. Ze zaten toen bij mij op school. Ik heb hun onlangs nog gevraagd of ze ooit wat van de pesterijen gemerkt hebben. Ze zeggen van niet. Ze herinneren zich wel incidenten. Dat het gesneeuwd had en de leerkrachten sneeuw in de kraag van een juf staken, tot in haar bh. Die juf zal dat niet leuk gevonden hebben, maar dat beseften de kinderen niet. Ze zagen de andere leerkrachten lachen, dus lachten ze mee.

“Voor de duidelijkheid: ik kan wel wat hebben. Als je in het onderwijs staat, moet je tegen een stootje kunnen: je krijgt vaak genoeg te maken met ontevreden ouders. Maar er zijn grenzen. Als het gaat om je integriteit, om je vrouw-zijn, dan is die grens snel overschreden.”

Hebt u ooit verontschuldigingen gekregen?

“Nooit. Ik zou dat nochtans fijn vinden. Het is zoals Delphine Boël, nu van Saksen-Coburg, zegt: ‘Ik wacht niet op excuses, maar ze zouden welkom zijn.’ Ze zouden wonden kunnen helen. Maar ik reken er niet op. Zeker de grootste pestkop zal nog eerder ontkennen dat het is gebeurd dan zich te verontschuldigen.”

Misschien beseffen hij en de andere collega’s dankzij uw boek nu beter wat ze u hebben aangedaan.

“Goh. Het kán een uitnodiging zijn om het eens vanuit het andere standpunt te bekijken, om te voelen wat pesterijen met iemand doen. Maar of ze het zullen begrijpen? Ik vermoed dat het narcistische karakters zijn. Die kunnen dat niet. Ik verwacht eerder een paar boze telefoons. Het verhaal is fictie, niet alles wat erin staat is echt gebeurd. Maar sowieso zullen bepaalde mensen zichzelf herkennen. Zij zullen weten dat het over hen gaat, en ik denk niet dat ze daar blij mee gaan zijn.”

Beeld Joris Casaer

NAAKTE BV'S

Hebt u de pestkop kunnen vergeven?

“Nee, maar ik ben niet bitter. In het boek vertelt de pestkop dat hij vroeger veel slagen heeft gekregen. Daar begint het: in je opvoeding krijg je waarden en normen mee. Als je daar een valse start neemt, is het volgens mij zeer moeilijk om dat nog recht te trekken. Ik probeer dus niet te oordelen. Maar vergeven kan ik pas als hij erkent dat hij te ver is gegaan.

“Ach, het is erg wat er is gebeurd, maar het bepaalt mijn leven niet. Ik ben gelukkig. Mijn kinderen hebben het goed: Stijn is burgerlijk ingenieur lucht- en ruimtevaart, hij heeft vijf kinderen. Kobe heeft een succesvolle carrière op tv. Ik heb een goede man, ik schilder, ik maak beeldjes, ik schrijf. Ik amuseer me.”

En toch moest het verhaal er nog een keer uit.

“Er stond nog een rekening open, dat gevoel had ik wel. Ik heb twintig jaar geleden een boek geschreven over de ziekte van mijn mama, zo heb ik de microbe te pakken gekregen. Maar dat het boek er nu komt, heeft ook met de tijd te maken. Er komt van alles naar boven: misbruik in de kerk, seksueel geweld tegen jongeren, die gruwelijke studentendoop met fatale afloop, die gevangene die gemolesteerd werd in een Belgische gevangenis, naïeve BV’s die in de val gelokt worden en letterlijk met de billen bloot te kijk worden gezet... Allemaal voorbeelden van mensen die elkaar gruwelijkheden aandoen. Daar moeten we over blijven praten.”

Hebt u de #MeToo-schandalen in de media gevolgd?

“Niet in detail. Al juich ik de #MeToo-beweging uiteraard toe. De betoging van die vrouwen met hoofdkappen in Amerika: ik heb daar met ingehouden adem naar zitten te kijken (in 2018 trokken Amerikaanse vrouwen in de outfit van de tv-serie ‘The Handmaids Tale’ de straat op om te demonstreren voor vrouwenrechten, red.). Het is fantastisch dat vrouwen eindelijk durven te zeggen: genoeg.

“Toen de naaktbeelden van de drie BV’s plots overal opdoken, heb ik wel even naar Kobe gebeld: ‘Er komt toch geen nieuws over jou, hè?’ (lacht) Ook hij wordt soms benaderd door vrouwen met slechte bedoelingen. Hij had trouwens meteen voorspeld dat het in dit geval wellicht niet eens om een vrouw ging, maar om een man of een groep. Intussen heeft hij gelijk gekregen.

“Ik heb Kobe en Stijn van jongs af aan respect voor vrouwen ingelepeld. Toen Kobe Volt presenteerde met Martine Tanghe en ik vond dat hij onbezonnen een vrouwonvriendelijke opmerking had gemaakt, kreeg hij dat meteen op zijn boterham. Ze hebben niet het beste voorbeeld gekregen van hun biologische vader. De geschiedenis mag zich niet herhalen – al weet ik dat zijn gedrag werd veroorzaakt door zijn verslavingen. Nu, ik maak me geen zorgen. Als ik zie hoe Stijn omgaat met zijn vrouw en Kobe met zijn vriendin, weet ik dat het goed zit. Ze zijn allebei attent en liefdevol.”

Is er intussen iets veranderd in het onderwijs?

“Ik denk het wel. Scheiden bezorgt mensen geen brandmerk meer. Dat kán praktisch ook niet: er zouden niet genoeg leerkrachten overblijven.

“Er is veel veranderd. Ik denk dat een jonge leerkracht vandaag anders reageert als ze zo’n kwakje sperma op haar bureau vindt: ze zou het bewijsmateriaal fotograferen met haar gsm, de klasdeur op slot draaien en de politie bellen. Misschien zou ze de foto’s op sociale media zetten. Ik denk niet dat mensen nu nog zo makkelijk met zulke dingen wegraken. Grensoverschrijdend gedrag en stalking zijn strafbare feiten geworden, pesten op het werk is bespreekbaar. Al maak ik me geen illusies: ik besef dat het nog steeds gebeurt. Waar macht is, zal altijd machtsmisbruik zijn.”

Wat raadt u leerkrachten aan die het meemaken?

“Vertel het aan zoveel mogelijk mensen, verzamel bewijsmateriaal, laat je niet intimideren. En schaam je niet. Christine Mussche, de advocate die de vrouwen verdedigt in de zaak-Bart De Pauw, kwam spreken op mijn boekvoorstelling, en zij bevestigde: ‘Het is typisch dat de slachtoffers zich schamen, terwijl het de dader is die in een hoekje zou moeten kruipen.’

(veert op) Dat doet me eraan denken: het mooiste moet ik nog vertellen! Toen ik in 2000 uit het basisonderwijs stapte, werd ik opgevolgd door een andere vrouwelijke leerkracht. Het verhaal gaat dat ze, toen ze de eerste keer in de leraarskamer kwam, meteen heel minachtend door de pestkop werd aangepakt: ‘Ga eens terug naar buiten jij, je hebt niet geklopt!’ Waarop zij rustig zei: ‘Toch wel hoor, met déze vinger.’ En ze stak haar middenvinger naar hem op. Hoe geweldig is dat? Veel kans dat ook zij met een klein hartje binnenkwam, maar met dat gebaar liet ze meteen zien dat ze niet met zich liet sollen. Ze hebben haar daarna nooit meer een strobreed in de weg gelegd. Dát is wat ik iedereen zou aanraden. Maak het die pestkoppen maar meteen duidelijk: niet met mij!”

Dianne Nuyts, 'Krijtwit', Uitgeverij ScriptomanenBeeld RV

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234