Maandag 25/10/2021

Juan De Marcos González, de 'vader' van de Buena Vista Social Club

'Wie zijn geboortegrond opgeeft, verliest het contact met zijn wortels''Wil je iets waardevols maken voor je eigen cultuur, maak dan van het lokale iets universeels'

@9* eind blokje=

'Mijn vrouw heeft me van mijn luiheid verlost'

Destijds was hij zowat het jongste lid van de Buena Vista Social Club. Toch wordt Juan de Marcos González (50) met recht en reden als de 'vader' van de groep beschouwd. Hij was het die de muzikanten samenbracht en ervoor zorgde dat Compay Segundo, Ibrahím Ferrer en Rubén González op hun oude dag alsnog van het succes konden proeven. Van de cd werden tien miljoen exemplaren verkocht, maar De Marcos wil van de Cubaanse muziek geen geriatrisch instituut maken. 'Hoog tijd om de jonge generatie in het zonnetje te zetten.'

Door Dirk Steenhaut

Step Forward, de titel van uw nieuwe cd, suggereert vooruitgang. Maar het zou ook een oproep aan uw landgenoten kunnen zijn om het verleden te laten rusten en zich op de toekomst te richten.

Juan de Marcos: "Precies. Dit keer wilde ik een platform creëren voor jongere Cubaanse muzikanten en de nadruk leggen op stijlen die bij hen hoog aangeschreven staan. Jarenlang heb ik me ingezet voor de herontdekking van ons muziekpatrimonium uit de eerste helft van de vorige eeuw. Dankzij het Buena Vista-project wisten we de mondiale populariteit die Cubaanse muziek voor de revolutie genoot, ook gedeeltelijk te herstellen. De veteranen van de son hebben in de herfst van hun leven de erkenning gekregen die hen toekwam en daar ben ik blij om. Maar hun succes heeft ook verwarring veroorzaakt. Velen denken namelijk dat hun muziek de enige is die we hebben. Fout natuurlijk. Er lopen in mijn land veel jonge talenten rond, die staan te popelen om carrière te maken, het liefst in Cuba zelf. Maar dat is niet vanzelfsprekend. Daarom besluiten veel muzikanten elders hun geluk te beproeven. Vaak tevergeefs: wie zijn geboortegrond opgeeft, verliest immers ook het contact met zijn wortels."

Sinds de aanslagen van 11 september zijn Cubaanse muzikanten in de VS niet langer welkom. Ze krijgen geen visum meer, omdat Cuba volgens George Bush jr. tot de As van het Kwaad behoort.

"Ja, in zijn ogen zijn we allemaal terroristen. Bush gaat ervan uit dat als Ibrahím Ferrer of Omara Portuondo in Amerika geld verdienen, ze daarmee de 'dictatuur' van Fidel Castro ondersteunen. Belachelijk! Cubanen beslissen zelf wel waar ze hun centen aan uitgeven. Als Fidel na al die jaren nog op post is, impliceert dat enkel dat de meerderheid van de bevolking in de revolutie blijft geloven. Overigens: we hebben als volk ooit al met machtiger regimes afgerekend dan het huidige."

Heeft Castro's beleid een heilzame invloed gehad op de Cubaanse muzieksector?

"Ja en neen. De regering heeft ertoe bijgedragen dat we de wortels van de muziek niet uit het oog verloren en dat we over een kunstonderwijs van hoog niveau beschikken. Anderzijds hebben politieke restricties de internationale verspreiding van onze muziek onmogelijk gemaakt. De gesloten economie heeft ons in een isolement gedwongen. Veel Cubaanse artiesten zijn dus geëmigreerd. En hun vertrek leidde sowieso tot een culturele verarming."

Meer nog dan een cd lijkt Step Forward een muzieklaboratorium waar verschillende genres, van jazz tot klassiek, worden samengevoegd.

"Ik wilde alle stijlen die vandaag in Cuba worden gespeeld verbinden. Gisteren zei een journalist me dat hij een modernere plaat had verwacht. Tja, hiphop is natuurlijk moderner, maar het is niet onze taal, ook al hebben we zo'n vijfhonderd 'rap posses'. Klassiek geschoolde muzikanten die in staat zijn werk van Weber, Liszt, Mozart of Beethoven te spelen, drukken zich over het algemeen toch iets subtieler uit. De mensen met wie ik Step Forward heb gemaakt zijn enorm veelzijdig: ze spelen timba's, bolero's, Afro-Cubaanse jams... Hun gemeenschapelijke moedertaal is jazz."

Wie de Cubaanse jeugd wil aanspreken, kan toch moeilijk om rap of techno heen?

"Wel, Ik wil dat soort platen in de toekomst ook gaan maken: techno latina, reggaeton, drum'n'bass... Momenteel zoeken we naar een manier om hiphop te 'cubaniseren'. Orishas, verreweg de interessantste groep in het genre, gebruikt een sonero in plaats van een r&b-zanger: dat geeft de muziek al iets eigens. Maar de mc's van Orishas rappen nog altijd met de ritmiek en frasering van de Amerikanen. Daar moeten we vanaf. Zeker, Cubaanse muziek is fusiemuziek en ik weet zeker dat er in de toekomst nog meer hybridische vormen zullen ontstaan. Belangrijk is vooruit te kijken en tegelijk voeling te houden met je roots. Ik ben zeker geen purist. Zo'n Marc Ribot die onze traditie op zijn manier interpreteert, waarom zou dat heiligschennis zijn? Muziek is van iedereen, hé? Zodra je een plaat uitbrengt, wordt ze gemeengoed, net als een goed boek of een mooi schilderij. Leonardo Da Vinci, Modigliani, hun werk behoort de hele mensheid toe."

Anders dan uw vorige projecten met Afro-Cuban All Stars bevat uw nieuwe cd enkel nieuwe composities. De uitzondering: een nummer van sonpionier Arsenio Rodríguez, met wie u veel gemeen hebt. Uw vader was sonero in zijn groep en zelf bent u een virtuoze tresspeler.

"Voor mij staat Arsenio op gelijke hoogte met George Gershwin of Aaron Copeland. Zijn werk klinkt bedrieglijk simpel, maar tegelijk is het modern en 'cool'. Als je het live speelt, weet je dat het publiek in vervoering zal raken."

Step Forward eindigt met een ode aan Rubén González, de vergeten pianist die door uw toedoen een ster werd. Stemt het u tot voldoening dat u zoveel miskende artiesten uit de obscuriteit hebt gered?

"Reken maar. Als ik Ibrahím Ferrer op de cover van Newsweek zie staan, voel ik me apetrots. Het maakt me gelukkig dat die veteranen net voor hun dood nog populair zijn geworden en dat ik daartoe een bijdrage heb geleverd. De Buena Vista-rage is laat tot Cuba doorgedrongen, maar vandaag is Ibrahím ook bij ons een beroemdheid. In Havana hangen vandaag huizenhoge posters met zijn foto erop."

Toch heeft een en ander bij jonge Cubaanse muzikanten veel kwaad bloed gezet. Wat was er nu zo bijzonder aan een 'oude knar' als Compay Segundo?

"Afgunst en jaloezie zijn helaas des mensen. Het succes van de oude garde is ook door velen verkeerd begrepen. Is muziek niet meer relevant, omdat ze vijftig of honderd jaar geleden werd geschreven? Voor mij is Mozart minstens zo actueel als hiphop.

"Toen we destijds met al die bejaarde muzikanten de studio ingingen, kon niemand voorzien dat het zo'n immens succes zou worden. Alleen God weet waarom Buena Vista een fenomeen werd. Maar men vergeet dat die plaat het klimaat heeft geschapen dat nu Step Forward mogelijk maakt. Met zelfbeklag verander je de wereld niet. Voor jongeren heb ik slechts één raad in petto: steek je handen uit de mouwen, investeer in de dingen waar je in gelooft en probeer anderen van je talent te overtuigen."

In Cuba lopen nog meer talenten uit de generatie van Ferrer en González rond. Wellicht hopen ook zij op een stukje van de koek. Weten ze u te vinden?

"Mijn telefoon heeft maanden roodgloeiend gestaan, dus heb ik een antwoordapparaat aangeschaft. Ik heb van grote platenfirma's ook lucratieve voorstellen gekregen om nog meer Buena Vista's uit mijn mouw te schudden. 'Vervang Ry Cooder door Carlos Santana, haal er een paar oude mannetjes bij en klaar is Kees.' Wel, dat vertik ik. Ik heb geen zin dezelfde formule te herhalen. De impact kan nooit meer dezelfde zijn en als muzikant wil ik iets creatiefs doen. Te veel lieden willen poen scheppen met iets dat al eens eerder is gedaan."

Als tiener speelde u vooral Angelsaksische rock-'n-roll. Waarom ging u zich op een bepaald moment in de Cubaanse muziektraditie verdiepen?

"Op mijn vijftiende was ik al een verwoed lezer en luisterde ik naar muziek uit alle windstreken. Plots begreep ik: wil je iets waardevols maken voor je eigen cultuur, dan moet je het lokale in iets globaals omvormen. Ik begon me af te vragen: wie ben ik? Welke cultuur heeft me voortgebacht? Zo ging ik de klassieken bestuderen. Eerst literatuur, dan muziek.

"Mijn vader was sonzanger en thuis liepen voortdurend muzikanten in en uit, maar ik had er nooit bij stilgestaan dat zij de vaandeldragers van een traditie waren. Prompt schakelde ik van rock over op Cubaanse traditionals, richtte ik Sierra Maestra op en ging ik me toeleggen op de tres. Om de jeugd niet van ons te vervreemden, hesen we ons in moderne, punky kledij en dat werkte: vijf jaar lang waren we de populairste stadiongroep in Cuba."

Ooit werd u van het conservatorium gestuurd omdat u geen discipline had. Nu bent u een workaholic.

"Ik was een echte kwajongen, maar het is allemaal toch nog goed gekomen. Intussen ben ik al 28 jaar getrouwd, en mijn vrouw heeft me van mijn luiheid verlost. (lacht) Zij was trouwens de stille kracht achter Afro-Cuban All Stars en Buena Vista Social Club: zij contacteerde de muzikanten die ik een contract gaf."

Behalve muzikant bent u ook wetenschapper. U bent ingenieur en behaalde zelfs een doctoraat.

"Soms heb ik heimwee naar het academische milieu. Het heeft me in talloze opzichten de ogen geopend. Maar ik weet zeker dat ik mijn hele leven muzikant zal blijven. Studeren deed ik om mijn vader te plezieren en in ruil mocht ik privé-lessen gitaar en harmonie volgen. Er is een tijd geweest waarin ik minstens achttien uur per dag in het getouw was. Overdag gaf ik college en werkte aan mijn doctoraat, 's avonds trad ik op met Sierra Maestra. Maar omstreeks 1990 kreeg ik het zo druk dat ik wel een keuze moest maken. Sindsdien concentreer ik me voltijds op mijn muziek."

Wat is uw belangrijkste verwezenlijking tot nu toe?

"Ik heb enkele goede platen gemaakt. Vooral op Dundunbanza!, met Sierra Maestra, ben ik erg trots. Maar ik bof dat ik altijd op de steun van geweldige mensen heb kunnen rekenen. Mijn grootste verdienste is dat ik een fantastische familie heb." n

Step Forward verschijnt op 25 april bij DM Ahora/Munich.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234