Maandag 23/11/2020

InterviewWoon-zorgcentra

Journaliste Ann Peuteman onderzocht wat er beter kan in onze woon-zorgcentra: ‘De overheid is in de fout gegaan’

Ann Peuteman over de malaise in de rusthuizen tijdens de eerste golf: ‘Het heeft weinig zin om de schuldige aan te duiden. Niemand wist wat goed en slecht was.’Beeld © Stefaan Temmerman

Verwaarloosde bewoners, overbevraagd personeel, onvoldoende middelen. Vanuit de rusthuizen komen, zeker in coronatijd, weinig positieve berichten. In een nieuw boek onderzoekt journaliste Ann Peuteman (47) wat er beter kan. ‘De overheid is in de fout gegaan.’

Dubbel. Dat is het gevoel dat journalist Ann Peuteman heeft bij de timing van haar boek. Enerzijds is ze tevreden, want door corona is de aandacht voor woon-zorgcentra groot. Anderzijds er is de trieste vaststelling dat sommige bewoners die ze interviewde de lancering niet hebben gehaald. Onder meer VRT-coryfee Lutgart Simoens stierf vorige week. “Het is een te verwachten scenario als je met tachtigplussers werkt. Maar eens het concreet wordt, grijpt het me enorm aan.”

Verplant – Waarom het heerlijk wonen kan zijn in het woon-zorgcentrum heet het boek van de redactrice bij Knack. Een opmerkelijke titel, want het woord ‘heerlijk’ associëren we niet meteen met rusthuizen. Kranten schrijven al maanden over ‘schrijnende’ en ‘problematische’ situaties. Er liep veel mis tijdens de eerste golf. In de centra was amper beschermingsmateriaal en testen op Covid-19 lukte vaak niet. Het personeel liep nog meer dan anders achter de feiten aan. Veel bewoners stierven aan het virus. En afscheid nemen van familie of vrienden kon vaak niet, want de centra zaten weken op slot. 

Peuteman kreeg al veel negatieve reacties op de titel van haar boek. Genre ‘jij weet duidelijk niet hoe het er in die woon-zorgcentra aan toegaat.’ “Ik weet dat wel natuurlijk. In mijn boek maak ik een analyse van wat er fout loopt. Maar ik heb het een beetje gehad met het in een hoekje duwen van de sector. Nu leeft het idee dat we mensen beter niet naar een woon-zorgcentrum laten gaan, omdat het er zo verschrikkelijk zou zijn. Dat is onterecht.”

Hoe kijkt u naar het rapport van Amnesty International, waarin staat dat er mensenrechten geschonden zijn tijdens de eerste golf?

Ann Peuteman: “Ik ben blij dat Amnesty naar de overheid wijst. Bij velen leeft het idee dat de woon-zorgcentra zelf schuld treft. Het is helemaal niet zo dat het personeel bewoners niet wilde wassen of eten geven. Er was gewoon onvoldoende personeel. Dat heeft te maken met die historische onderfinanciering.

“Ik heb op een gegeven moment een huilende rusthuisdirecteur aan de lijn gehad die zei: ‘Er ligt een overleden bewoner op de gang omdat er gewoon niemand is om hem daar weg te halen.’ Die mensen hebben het echt zwaar gehad. Er zijn fouten gemaakt, dat wil ik niet ontkennen, maar waar niet? Niemand was op zo’n pandemie voorbereid. Ook scholen en bedrijven niet.”

Aan welke fout tilt u het zwaarst?

“In maart zijn de rusthuizen gesloten terwijl de rest van de samenleving nog dagenlang zijn gang kon gaan. Verpleeg- en zorgkundigen bleven toen, zoals u en ik, boodschappen doen, met vrienden afspreken, aan de schoolpoort staan. Zo is dat virus massaal kunnen binnenkomen. Veel personeelsleden moeten leven met de kennis dat zij ouderen hebben besmet en dat die soms zijn overleden. Het schuldgevoel is enorm. Daarom vind ik het zo belangrijk dat Amnesty zegt: de overheid ging in de fout.”

Dat vindt u ook?

“Ja, vooral de Vlaamse overheid. Maar het heeft weinig zin om alleen maar de schuldige aan te duiden. En ik heb mededogen. We wisten allemaal niet wat goed en slecht handelen was aan het begin van de crisis. Ik til vooral zwaar aan het lange veronachtzamen van de sector. Er is ook veel te weinig geluisterd naar de mensen op het terrein.”

Gelooft u dat politici na deze crisis wel voor een ommekeer zullen zorgen in de woon-zorgcentra?

“Ik vrees ervoor. Al besef ik dat we volop in de tweede golf zitten. Ik verwacht niet van politici dat ze tijdens de grootste gezondheidscrisis ooit met grote toekomstplannen voor de rusthuizen komen.”

“Na de verkiezingen klonk dat ze, terecht, meer middelen gaan vrijmaken. Maar zelfs al volgt een verdubbeling van de budgetten, het zal niet voldoende zijn. We hebben ook een andere focus nodig. De bewoners moeten het vertrekpunt zijn, we moeten vragen waar zij nood aan hebben. Ik hoor niet dat we die richting uit gaan.  Er klinken vooral mantra’s als: laten we voor kleinschalige zorg gaan.”

Ik dacht dat die kleinschalige zorg net een goede zaak is. 

“Niet per se. Voor de ene wel, voor de andere niet. Je kunt geen woon-zorgcentrum maken dat voor iedereen goed is. Het is als op reis gaan. Ik heb vrienden die zweren bij een all-inclusive hotel, zoiets Club Med-achtigs. Maar ik gruwel daarvan. Ik wil rustig kunnen lezen.”

Een plofkoffer voor persoonlijke spullen, een sleutel op elke deur, een kar met een ontbijtbuffet. Uw voorstellen om een rusthuisverblijf aangenamer te maken klinken simpel. Waarom komen de rusthuizen daar zelf niet op? 

“Je zit met onderbemande organisaties. Wie voortdurend achter de feiten aan moet lopen, is nogal geneigd om in gewoontes te blijven hangen. Ik merk dat veel woon-zorgcentra zich ook niet bewust zijn van hun eigen goede praktijken. Veel van mijn voorstellen bestaan al, maar niemand pakt ermee uit. Rusthuizen mogen best wat trotser zijn op wat ze doen. Het heeft te maken met dat hoekje waarin ze geduwd zijn. Als je in het nieuws voortdurend hoort over mensen die om vier uur in de namiddag in bed worden gelegd of  het grootste deel van de dag en nacht gefixeerd zijn, dan is het nogal vreemd om te poneren: kijk eens hoe goed wij het doen.”

Tijdens de lockdown klaagden bewoners tegen u dat ze niet gehoord werden.

“Sommigen waren kwaad: ‘Het gaat constant over ons op tv en zelf mogen we alleen als figurant op het scherm voorbijkomen.’ Dat is niet alleen een fout van de media. Veel organisaties vergeten dat.  Onbegrijpelijk. Het heeft tot september geduurd vooraleer er een bewoner écht in de media kwam. Roger Lybaert was dat. Een fantastische man, eloquent, grappig. Maar daar blijft het dan ook bij. Alsof er maar één iemand is die namens alle tachtigjarigen kan spreken. Wat een onzin. Er zijn tachtigduizend rusthuisbewoners.”

Is het probleem niet dat die bewoners vaak zwaar zorgbehoevend zijn?

“Het speelt een rol. Als iemand een ernstige vorm van alzheimer heeft, dan is het minder evident om hem of haar te horen. Maar zelfs in zo’n geval is er nog van alles mogelijk. Ik heb gezien hoe sommige rusthuizen zelfs zwaar dementerende mensen inspraak geven, door hen heel gerichte vragen te stellen. Dat gaat dan over kleine dingen. De kledingkeuze, bijvoorbeeld.

“De financiering speelt hier een rol. Want een groot deel van de inkomsten die woon-zorgcentra van de overheid krijgen, wordt berekend op basis van de zorgbehoevendheid van de bewoners. Hoe slechter mensen eraan toe zijn, hoe meer geld er is om onder meer personeel te betalen.”

Die financiering zou toch veranderen?

“Het idee van de overheid is om met een soort persoonsvolgende financiering te komen, zoals we die kennen uit de gehandicaptenzorg. Geld gaat in dat geval niet naar de instellingen, maar naar de persoon, zodat die zelf zorg kan inkopen. Het principe is mooi, maar ik durf nog niet te enthousiast te zijn. In het Vlaamse regeerakkoord staat dat proefprojecten pas starten in 2023. En we weten van de de gehandicaptenzorg: veel mensen hebben recht op een budget, maar krijgen het niet omdat er geen geld is.”

Wat kan het personeel in de woon-zorgcentra beter doen?

“Ze zouden dicht bij de bewoners moeten staan, maar dat kan niet altijd door de hiërarchie. Ik herinner me een bewoner die elke dag choco in plaats van vleesbeleg op zijn boterham wilde. Wel, de zorgkundige moest  dit dan aan de hoofdverpleegkundige melden en die mailde dan naar het keukenteam om toestemming te vragen. Voor wat beleg! Aan die hiërarchie raken is moeilijk. Je moet nu eenmaal taken en verantwoordelijkheden verdelen. Maar een iets minder rigide invulling moet toch kunnen.”

Soms zijn het de kinderen van een bewoner die een heerlijk leven in een woon-zorgcentrum in de weg staan.

“In normale tijden blijken zonen of dochters soms onredelijke eisen te stellen. Dan blijven ze aandringen bij het personeel dat hun oude vader of moeder gefixeerd moet worden, gedwongen gevoed of elke dag gewassen. Dat is bijzonder problematisch, ook al vragen ze zulke dingen om hun ouders te beschermen en gezond te houden.”

U draagt uw boek op aan uw eigen moeder “die van haar leven niet naar een rusthuis wil”. U hebt haar niet kunnen overtuigen?

“Dat is niet mijn intentie. Er zullen veel mensen zijn die niet naar een woon-zorgcentrum willen en dat is hun goed recht. Ik heb mijn moeder beloofd dat ik haar zal helpen om ook later te blijven wie ze is. Dat is mijn verantwoordelijkheid, vind ik. Maar ik weet nu al: daar zullen we nog over botsen (lacht).” 

Ann Peuteman, Verplant – Waarom het heerlijk wonen kan zijn in het woonzorgcentrum, Uitgeverij Vrijdag, 176 p., 20 euro.

Beeld RV
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234