Vrijdag 18/10/2019

Jour de gloire

Op een Quatorze Juillet een rit in de Tour winnen, elke Franse renner droomt daarvan. Want, zo houdt de Tour-legende en vooral de organiserende Société de Tour de France voor, eeuwige roem is hen dan gegund. En dat opperste geluk viel David Moncoutié gisteren dus te beurt. Nu ja, 'gevallen': hij heeft ervoor gereden; Moncoutié is onbekend in Vlaanderen, een land dat jongens als Jo Planckaert veel hoger inschat dan Moncoutié. Hoewel Moncoutié twee Tour-ritten won, al 13de in de Tour werd, en 4de in Parijs-Nice. Moncoutié is dus een meer dan behoorlijk renner, een nanoprocent verwijderd van de uitstekende, bekende, tamelijk rijke subtop. Helaas is topsport een zaak van nano's. Van nanoseconden, nanomillimeters, het nanoverschil in talent, karakter, geluk. Talent en karakter hebben ze allen. Sommigen alleen een minucuscuul maar belissend tikje meer. Een nanotikje. Dat maakt uit of iemand succes heeft, populair wordt, de legende intreedt.

Of hij nu een rit won in de Tour, maakt daarbij in wezen niets uit. De Tour-directie weet dat ook, maar spreekt er niet over. Het is immers haar grootste geheim, de kern van de illusie die 'Tour de France' heet: dat wie hier schittert, wie hier wint, de gele trui draagt, onsterfelijk wordt. Dat de Tour zoveel belangrijker is dan alle klassiekers samen.

Zo gelooft iedereen dat geel of ritwinst een ticket zijn voor eeuwige roem - toegang tot les champs élysées, jawel, de Elyzeese velden uit de Griekse mythologie waar de helden eeuwig vertoeven. Het is de kracht van de Tour, en ook zijn ultieme leugen.

Ritwinst in de Tour garandeert immers helemaal geen onsterfelijkheid. Winst in een klassieker al veel vlugger. Neem van de jongste tien jaar de winnaars van Parijs-Robaix, de Ronde van Vlaanderen of Milaan-Sanremo. Dan zijn er misschien vier die het eeuwige leven zullen missen: in Milaan-Sanremo Colombo, 1996, bij de Ronde van Vlaanderen niemand (of schrijven we Wesemann, 2004, nu al af?), bij Parijs-Roubaix twee tot drie (zeker Guesdon, 1997, eventueel Knaven, 2001, misschien Bäckstedt, 2004). Voor de rest zijn het klasbakken. In de Tour struikel je over de onbekenden. Eerlijk, wie wist nog dat Moncoutié vorig jaar ook al een rit won? Wie kent, uit diezelfde tien jaar, meer dan de naam van Christophe Agnolutto? Mario Traversoni? Felix-Rafael Cardenas? Gianpoalo Mondini? Cyril Saugrain? Zelfs van Nicola Minali?

Voor hen geen Elyzeese velden, gewoon het schimmenrijk. Zonder bijkomend wonder zal ook Daniel Moncoutié ooit in dat schimmenrijk huizen. Hij zit in goed gezelschap. Wie kent Paul 'Polleke' Verschuere nog? Die won niet één maar zelfs drie ritten in de Tour; de eerste, in 1980, zelfs op de Champs Elysées. Een gok: op wielerfreaks na, eigenlijk niemand. En ook de freaks weten vooral dat hij won, en dat Verschuere klein was - van gestalte, ook van uitstraling. Polleke. Polleke weet het wel. Een Tour-rit is precies één dag roem. Un jour de gloire. Als een Fransman dat op zijn nationale feestdag beleeft, is hij even de held, le héros. Maar niet langer.

David Bowie zong het al, bijna 30 jaar terug (ja, jullie worden oud): "We can beat them / Just for one day / We can be Heroes / Just for one day." Als iets de Tour klopt, dan nog altijd goede, stevige rock.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234