Woensdag 25/11/2020

Uit het archief

Josip Weber dit voorjaar: "De natuur moet me helpen in deze strijd"

Josip Weber in zijn thuisstad Slavonski Brod. Hier keerde hij twintig jaar geleden terug, maar zijn Nederlands is intact gebleven.Beeld © Diego Franssens

Oud-voetballer Josip Weber is op 52-jarige leeftijd overleden. Weber leed al meer dan drie jaar aan prostaatkanker. De Morgen-journalist Rik Van Puymbroeck interviewde hem dit voorjaar. U kan dat interview hier (opnieuw) lezen.

+++

Die penalty die hij niet kreeg op het WK in ’94? De knieblessure die in 1997 zijn carrière beëindigde? "Allemaal gemakkelijk", zegt Josip Weber (52). Nu telt maar één wedstrijd meer: die van zijn leven. Kanker wil winnen, maar Josip ook. Als de Grote Arbiter wat extra time wil geven. 

Op de tonen van ‘Wooly Bully’ zong Sam Gooris ooit ‘Josip Weber’, maar die song hebben we niet bij. Wel ‘Hoppah!’ van Raymond van het Groenewoud. Josip herinnert zich dat liedje, maar niet meer de woorden. We leggen de telefoon op tafel en dan horen we dit:

‘Denkt men dan

dat ik echt niet feesten kan

Opgelet, als ik mij bij Josip

mag verwarmen

zo van coraçon

Weber met accordeon

heel zijn hart

O, wat doet dat deugd

zo’n gloed in iemands ogen.’

Zijn oogjes stralen. Dat doet inderdaad deugd.

Net heeft Josip Weber bijna twee uur verteld. Over Kroatië, ‘Cercletje’, de penalty die de Rode Duivels in 1994 niet kregen in de WK-match tegen Duitsland, over twee krantenartikels die hem ooit pijn deden. Over hoe niemand ooit Josip zegt. In België is het ‘Joske’, en hier in Slavonski Brod zeggen ze ‘Weber’. En hij vertelde over 23 augustus 2014. Op die dag vertelden dokters hem dat hij prostaatkanker had met uitzaaiingen op de beenderen.

Nu is hij moe, en morgenvroeg zullen we opnieuw afspreken. Om in het bos te wandelen, samen met priester Marin Knežević. Om te bidden. Om brandnetels te plukken, citroensap te drinken en wat foto’s te maken.

Maar waar begin je dit verhaal?

IJzeren verleden

Drie uur eerder. De weg van Zagreb naar Slavonski Brod gaat rechtdoor, misschien wel 180 kilometer aan één stuk. “Een schone autostrade”, zegt Josip. “Wat dat betreft is Kroatië klaar voor Europa. Minder wat betreft de economie.” Hij vertelt dat in zijn mooie weberiaanse Neder­lands, opvallend intact, ook al keerde hij twintig jaar geleden terug naar zijn geboortegrond. Daar is de taal voor ons een gesloten oester, er zijn enkel wat kiertjes: in pansion Antonio kun je slapen, en pijlen naar het centar brengen je ook hier naar het midden van deze stad, waar de rivier Sava de grens met Bosnië vormt. Onderweg zagen we jaknikkende boorinstallaties, vuurtjes stokende landbouwers en caffe bar Virus. Wegwijzers naar Banja Luka en Sarajevo doen aan oorlog denken. Het is warm. “De winter was lang en koud”, zegt Irena Weber. “We hadden twee maanden met een gemiddelde temperatuur van min 10. Maar nu is het 24 graden.”

Eind maart doet dat deugd.

Hier keerde Josip Weber dus terug, na negen jaar in België. Naar de Frane Bulića, op 300 meter van het huis van zijn moeder. Vanop het terras zie je het pleintje van Podvinje liggen, waar alles begon. Waar hij zijn eerste goal maakte. In een land dat toen nog Joegoslavië heette en dat onder het communistische regime van Tito leefde. Ook een Josip.

“Ik hield niet van Joegoslavië. Geen enkele echte Kroaat. Maar ons communisme was niet zoals in de Sovjet-Unie. Er was veel vrijheid. Het leven was niet zo slecht. Het lag een beetje tussen communisme en democratie. (glimlacht) Nu vind ik dat er te veel democratie is. De mensen begrijpen dat verkeerd. Demo­cratie betekent niet dat je kunt doen wat je wilt. Er zijn nog altijd regels.”

Toen hij klein was, had Slavonski Brod nog een sterke industrie. “Hier werkten meer mensen dan er woonden. Zie je die fabriek daar? Dat is een ijzerfabriek. Toen werkten er 16.000 mensen, vandaag nog 3.000. De oorlog heeft alles kapotgemaakt. Ook de wijnproductie is helemaal weggevallen. Sommige mensen hadden toen 100 hectaren. Nu heeft niemand nog meer dan een hectare.”

Eerst Podvinje, dan BSK Slavonski Brod, de club die nu NK Marsonia heet en waar ook huidig Juventus-speler Mario Mandžukić begon, dan Hajduk Split. Om, via nog één klein ommetje bij Dinamo Vinkovci, in 1988 bij Cercle Brugge te belanden. “Profvoetballer worden was nochtans niet mijn bedoeling. Ik studeerde goed en deed na de middelbare school mee aan ingangsexamens aan de universiteit. Toen ik bij Hajduk Split ging spelen, ging ik daar ook studeren. Maar het was niet te combineren. Ik ben gestopt. Ik ging nochtans niet naar Split voor het geld: bij Slavonski Brod verdiende ik meer. Maar Hajduk, dat was de top. Niet alleen in Joegoslavië, in heel Europa.”

Weber als Rode Duivel tijdens het WK voetbal in 1994, in de Verenigde Staten. Hier gaat hij tegen de grond in strafschopgebied, in de match tegen Duitsland. Geheel ten onrechte kreeg België geen penalty van de Zwitserse scheidsrechter Kurt Röthlisberger.Beeld picture alliance / dpa

Alleen was de concurrentie daar groot. Josip speelde niet zo heel vaak. Europees wel: tegen Torino, Dnipro Dnipropetrovsk en Dundee. De match tegen Waregem miste hij.

Het pad van Josip Weber kronkelde, er was maar één constante: hij stond in de spits en scoorde. “Verdedigen is niets voor mij”, zegt hij en daarmee antwoordt hij meteen op de kritiek. Josip wachtte op de bal en deed er iets mee, verdedigen liet hij over aan anderen.

“Ik zocht de goals. Toen ik 6 was, speelde ik bij gasten van 10. Toen ik 10 was bij die van 15 en toen ik 14 was, stond ik in de eerste ploeg. Ik ben rechtsvoetig en een derde van mijn goals scoorde ik met rechts. Een ander derde met links en nog een derde met de kop. Ik had een goede timing en kon goed springen. Een spits die in zijn eigen strafschopgebied komt, is gevaarlijk voor zijn eigen ploeg. Waarom zou ik mee verdedigen? Heb jij Messi ooit al zien verdedigen? Beter is om op het middenveld te blijven en daar twee verdedigers bij je te houden. Iedereen zoekt een goalgetter.”

Scoren deed hij goed. In al zijn teams werd Josip Weber topscorer, behalve bij Hajduk, waar hij te weinig speelde. In België zelfs drie keer nationaal – in ’92, ’93 en ’94: 26, 31 en 31 goals. Na hem scoorde geen enkele topschutter nog 31 goals of meer in een seizoen. “Terwijl ze nu meer matchen spelen en het makkelijker is”, vindt hij. “Ik had altijd twee of drie verdedigers bij me. Zelfs als ik naar het toilet ging, gingen ze met me mee. En wat voor verdedigers. Als ze nu naar iemand kijken, krijgen ze geel. Toen kregen ze pas geel als de spits dood was. Ik speelde in de tijd van Moreno Giusto.”

Moreno Giusto? Josip noemt de naam van de voetballer van FC Luik, als prototype van een generatie verdedigers die met de zeis op het terrein verschenen. Op Google Afbeeldingen vind je hem terwijl hij in zijn Italiaans restaurant schelletjes hesp afsnijdt: beenhouwers dus.

Alleen op training

In 1988 was hij in Brugge aangekomen. Regen, kou, wind: Vlaanderen. Samen met Irena en hun acht maanden oude dochter Josipa. Een contract van 50.000 frank, dat is nu 1.250 euro, wél met auto en premies. “De mensen vroegen ons of we dat wel kenden, een televisie”, herinnert hij zich. “Natuurlijk: al in de jaren 60 hadden we tv. Maar niet zoveel programma’s als nu natuurlijk. Alleen aan de rivier, waar Irena als kind woonde, kon je met een antenne ook Italiaanse zenders ontvangen.”

Er waren maar drie of vier profs bij Cercle. “Soms was ik alleen op training. Waren die anderen gekwetst en stond ik daar met de trainer Roland Rotty: ‘Allee, wat moet ik nu doen?’ Jongens toch. Ik speelde niet meteen in de basis, maar ik maakte dat eerste jaar toch 15 goals. Met een of twee minder zou Cercle naar tweede zijn gezakt.”

Dat was het begin van zes glorieuze jaren. Dieptepunt? Een 10-0 tegen Club Brugge. “Club was die dag zeer goed, maar wat iedereen vergeet, is dat wij een week voordien in Qatar waren geweest. In 35 graden hadden we daar twee matchen gespeeld. We hadden een paar zieken en iedereen was doodmoe. Maar na die 10-0 heb ik nooit meer verloren van Club. Natuurlijk waren dat voor Cercle de topmatchen. Maar of dat nu de beste waren? Ik herinner me een 0-4 tegen Mechelen, ik scoorde drie goals tegen Preud’homme. Och, zoveel momenten: 2-6 op Germinal Ekeren, vier keer gescoord, en dat terwijl ik ziek was. Er is geen club waar ik niet tegen scoorde. We hebben ook eens 5-5 tegen Club gespeeld.”

Met zijn vrouw Irena en een oud Kroatisch voetbaltruitje. ‘Echte liefde zit in het hart.'Beeld © Diego Franssens

Vertellend komen al die gouden jaren terug, en in slow motion al die beelden. Ga maar eens zoeken: met zijn gitzwarte kapsel, in ruime groen-witte truitjes met Petros of 49R Jeans op de borst, de stem van Rik De Saedeleer. Weber? Goal! Alleen de Gouden Schoen ontbreekt. “Misschien had ik honderd keer moeten scoren. Je moet aan de journalisten vragen waarom ik hem nooit kreeg.”

Hij spreekt dat woord uit, ‘journalisten’, en meteen wordt het zomer van 1994. We moeten er niet eens naar vragen. Net voor het WK in Amerika is Josip Weber, op vraag van Alain Courtois van de Koninklijke Belgische Voetbalbond, Belg geworden. Tot ongenoegen van zijn concurrent in de spits, Marc Wilmots. Maar we kunnen een goalgetter gebruiken en dat wordt Josip.

“Ik twijfelde niet”, zegt hij. “Ik ben Kroaat, maar ik was 29 en België was mijn tweede land geworden. Ik was eens met de Kroatische ploeg op tournee in Australië geweest, maar enkel omdat sterren als Boban, Suker en Prosinecki niet mee gingen. Ik had toen wel gescoord, tegen Australië. Ik scoorde altijd. Maar ik zag onze toekomst in België en bij Kroatië speelden niet altijd de besten. De oorlog had ook daar een rol in gespeeld.”

Irena glimlacht: “Ik heb eens gehoord dat president Tudjman had gezegd: ‘Kroatië is er niet bij op het WK in Amerika, maar er zal nu toch minstens één Kroaat meedoen.’ Dat was Josip. Tudjman zou zelfs kwaad geweest zijn omdat ze Josip bij Kroatië niet meer hadden opgeroepen. Iemand had gezegd dat Josip dat niet wilde. Maar dat is niet waar. Er wordt veel gelogen. En er is ook maffia.”

Josip: “Dat is het probleem. Iedereen mag mij altijd bellen. Mijn telefoonnummer verandert nooit en ik neem altijd op. Als iemand informatie over mij wil, moet die mij maar bellen. Dat is correct. Eén keer schreef iemand dat ik Henk Houwaart (zijn trainer bij Cercle Brugge, RVP) een charlatan had genoemd. Zo groot in de krant. Dat had ik nooit gezegd en achteraf erkende Houwaart dat ook. Maar in het begin...”

Irena: “Marc Dheedene van Het Nieuwsblad had dat geschreven. Even later zag ik hem bij een match en vroeg ik hem waarom hij dat had geschreven. ‘Je kent dat, we moeten wat sensatie hebben’, zei hij. Elke maandag en dinsdag zat die man met andere journalisten bij ons thuis. Het leek wel een persconferentie, we schonken koffie en gaven taartjes. En dan zoiets...”

De tackle van Helmer

Maar dus dat WK. Het verhaal is bekend: bij het kaarten zou Josip Weber een verlies geboekt hebben van 20.000 frank, nu 500 euro, en hij zou geweigerd hebben dat bedrag te betalen. Uit wraak zouden medespelers als Marc Degryse hem tijdens de WK-matchen niet meer aangespeeld hebben. Gevolg: Weber scoorde niet.

“Wat een journalist daar gedaan heeft, is zo laag”, zegt hij. “Hij schreef over een grote ruzie in het Belgische kamp omdat ik geld verloren had bij het kaarten. (fel) Daar is níks van waar. Níémand heeft daar geld verloren. De sfeer was normaal. Waarom vroeg die journalist mij niks? Waarom liegt zo’n journalist? Al jaren blijft dat verhaal meegaan. Op een dag ben je de held en de volgende dag vallen ze je af. Klopt het dat Degryse mij geen pass wilde geven? Dat kan ik niet zeggen, want ik weet het niet. Het is raar dat ik in vier matchen geen goals maakte en dat ik tien keer buitenspel liep. Maar moet ik denken dat anderen mij niet wilden bedienen? Voetbal is een teamsport. Ik kan me dat niet voorstellen. En ik heb nooit iemand beschuldigd. In de vriendschappelijke matchen tegen Zambia en Hongarije scoorde ik zes keer. Op passes van Degryse onder meer. Ook Luc Nilis scoorde, voor het eerst, na een assist van mij. Dus nee, ik heb met Marc nooit problemen gehad. Had hij problemen met mij? Ik weet het niet, maar ik zal hem altijd verdedigen.”

2 juli 1994: tweede ronde van het WK, België speelt tegen Duitsland. Het is 3-1 voor Duitsland als Josip Weber in de 63ste minuut door Thomas Helmer onderuit wordt geschoffeld in de 16 meter. Andreas Brehme is vlakbij, net als scheidsrechter Kurt Röthlisberger. Alleen ziet die niet wat de rest van de wereld ziet. Het beeld van de hulpeloze Weber met de armen in de lucht wordt wereldberoemd.

Hij vertelt daar nu dit over: “We hadden niet eens tegen Duitsland moeten spelen. We hadden tegen Ierland moeten spelen. Maar in de derde match (België was al geplaatst voor de tweede ronde, na zeges tegen Marokko en Nederland, en coach Paul Van Himst gaf Weber rust, ten voordele van Marc Wilmots, RVP) verloren we van Saudi-Arabië. En dus werd het Duitsland. Die fout is altijd penalty en rode kaart. Oké, het was al 3-1. Maar als je dan de penalty scoort, mag je nog een halfuur tegen 10 man spelen. Nadien scoorden we zelfs nog wel tegen 11 man. Achteraf heb ik Röthlisberger nog eens ontmoet, en hij gaf het toe: penalty. (lacht) Ja jongens... Op zo’n groot tornooi krijgen landen als Duits­land, Brazilië of Frankrijk toch altijd wat mee van de scheidsrechter.”

Beeld © Diego Franssens

Die ene fase had een kantelpunt kunnen zijn. Niet alleen door die penalty, maar zeker ook door de goal die Weber door Helmer níét kon maken. “Van de honderden goals die ik gemaakt heb, voelde ik altijd een fractie van een seconde ervoor of de bal erin zou gaan. Die dag in Chicago voelde ik het ook. Je moet er niet aan twijfelen.”

Hij zoekt zijn woorden. Zegt dan: “Het was een grote ontgoocheling. Een catastrofe, heel dat WK. Er werd nadien nog maar over twee zaken geschreven: over die penalty en over dat kaarten.”

Na het WK verhuisde Josip Weber van ‘Cercletje’ naar Ander­lecht. Het eerste jaar scoorde hij 14 keer, maar in januari raakte hij geblesseerd aan de knie. Het tweede jaar scoorde hij nog twee goals in twee matchen, het derde jaar niets meer: zijn carrière was gedaan. Het gezin Weber keerde terug naar Slavonski Brod. “Je moet iets beslissen. Mijn kinderen moesten naar school, onze families waren hier, er was de taal. En ik kon voor DL Chemicals (een West-Vlaamse siliconenproducent, RVP) aan de slag als vertegenwoordiger in Kroatië. Ik heb een schone carrière gehad. Ik mis het voetbal niet. Ik mis alleen de gezondheid.”

Er volgt een monoloog.

Angst voor de dood

“Het is vechten. Veel vechten. Het is zwaar. Natuurlijk was het een grote schok toen de dokter het me vertelde. Het was eind augustus 2014. Ik voelde al een tijdje dat er iets was. Toen zei de dokter: prostaatkanker met metastasen op de beenderen. Dat was een grote schok.”

Voor een operatie was het al te laat. “Ik ben eerst een hormonentherapie gaan volgen in Duitsland, daarna hier in Slavonski Brod. Nadien kreeg ik nog protonentherapie in München, en dan weer hormonentherapie. Vorig jaar dan nog zes keer chemotherapie en onlangs in januari nog eens drie keer chemo. Maar toen heb ik besloten het anders aan te pakken. De chemo was zwaar, het resultaat niet wat ik wilde. Nu probeer ik het met natuurlijke middelen. Weliswaar in combinatie, maar toch vooral met homeo­pathie. En met de hoop op een mirakel. Ik heb een mirakel nodig. De moderne geneesmiddelen hebben geen antwoord meer op mijn ziekte.”

Mentaal is het heel zwaar. “De dokters deden me geen voorspelling, maar je hoort en je leest veel. Soms lees ik dat je drie jaar met deze kanker kunt overleven. Soms vijf jaar. Natuurlijk moet je optimist zijn. Dat ben ik. In de voorbije 2,5 jaar kreeg ik twee kleinkinderen. Enna is het dochtertje van mijn dochter Josipa, en Juraj werd op Sinterklaasdag geboren. Hij is het zoontje van Marko. (glimlacht) Er komt dus weer een voetballer aan. Dat zijn de mooie dingen. Ik heb een speciale liefde voor die kinderen, maar het gevecht voor mijn gezondheid is nu de prioriteit. Mensen zeggen: ‘Ach Josip, jij was een sportman, jij bent sterk.’ Terwijl ik net denk dat je als sportman veel meer kans maakt om zo’n ziekte op te lopen. Duizend keer getraind in de koude, de wind en de regen. Vier of vijf operaties meegemaakt. Al die stress. Ik ben er zeker van dat het meegespeeld heeft. Tijdens die 5-5 tegen Club Brugge had ik waterpokken, en toch speelde ik. Dat is niet gezond.

“Hoelang leef ik nog? Twee jaar? Drie? Vijf? Zeven? Ik weet het niet. Ik weet alleen dat het altijd zwaarder wordt. Eén op een miljoen mensen geneest zichzelf, en ik hoop die ene te zijn. Maar ik zou ook blij zijn als ik nog 2,5 jaar normaal kan leven. Als dat lukt, geloof ik dat ik genees. Al lijkt het de laatste tijd niet de goede richting uit te gaan. Ja, ik ben heel bang. Ik was nooit bang. Voor niets. Maar nu mijn leven op het spel staat, ben ik bang. Ik ben gelovig en hoop op mijn God, maar ik ben toch bang om dood te gaan, bang voor de pijn en bang voor de toekomst. Dit is het moeilijkste gevecht dat ik ooit moest voeren. De Rode Duivels, de blessures: dat was allemaal gemakkelijk.”

Zoals hij zich nu voelt, is het nog leefbaar. “Bij sommige bewegingen voel ik pijn, ook als ik op bepaalde plaatsen van mijn lichaam duw: mijn armen, knieën, rug en ribben. Maar het gaat en ik heb nog energie. Elke ochtend en elke namiddag ga ik een uur in het bos wandelen. Ik probeer te ontspannen, al wandelend te mediteren en goed te ademen. De natuur moet me helpen en ik wil zo weinig mogelijk stress.”

Plannen maakt hij niet meer. “Het is afwachten. Gisteren en vandaag had ik geen pijnstiller nodig. Als de test van volgende maand stabiel is, ben ik vertrokken. Dan hoop ik meer kracht en rust te hebben om verder te vechten.”

Beeld © Diego Franssens

Distels en brandnetels

Anderhalf uur hebben we gepraat, en vooraf had Josip gevraagd het gesprek tot twee uur te beperken. Morgen wil hij ons wel meenemen op zijn wandeling door het bos. We kijken de tuin in, waar ooit pruimen groeiden en vanwaar je uitzicht hebt op Slavonski Brod en op Bosnië, aan de overkant van de rivier.

We kijken mee in de doos met oude truitjes. Een prachtig rood-blauw van Hajduk. Het Kroatische shirt uit Australië. Eentje van Anderlecht, een gewisseld Assubel-truitje van Club Brugge, ‘Cercletje’, een rood én een wit met Weber en nummer 17, die zijn dus van dat WK in 94. En een Duits shirt met het nummer 3 van Andreas Brehme: de dichtste getuige van de penalty die er nooit zou komen.

De avond passeert en de ochtend komt, en in deze stad zie je nog sporen van de burgeroorlog in de eerste helft van de jaren 90. Josip Weber (“Mijn grootvader was Duitser, daarom ben ik een van de zeldzame Kroaten zonder ‘-ic’ achter zijn naam”) volgde die oorlog vanuit België. “Dat was heel zwaar. Gelukkig bleef mijn familie gespaard. Maar het front was hier amper 10 kilometer vandaan. Vandaag heeft het Kroatisch parlement 150 leden en daar zit niet één extremist bij. Over het algemeen zijn Kroaten geen nationalisten. Ze hebben gewoon een grote liefde voor hun land.”

Het onderwerp leidt ons naar de lelijke rood-witte blokjesshirts van de nationale 11 en het dito blokjeskapsel van Ivan Perisic op het EK in Frankrijk. “Echte liefde voor je land toon je niet door je kapsel”, zegt Josip. “De echte patriot is wie goed is voor zijn land, wie goede zaken wil doen en wie zijn belastingen betaalt. Veel mensen hebben een grote mond en veel uiterlijkheden. Maar echte liefde zit in het hart.”

In het spoor van zijn Audi met Belgische nummerplaat rijden we naar boven. De heuvel op, een grindpad over, het bos in. Tot bij Marin Knežević, een priester die Josip een paar maanden geleden leerde kennen. Hij werkte in een eigen parochie, maar het klikte niet met de bisschop. Op deze beboste heuvel, in een pas gebouwd houten huis, startte hij een eigen gemeenschap. Hij wil hier een kerkje bouwen en praat nu vooral met mensen. Mensen die het moeilijk hebben. Mensen die ziek zijn. Mensen als Josip Weber.

We gaan wandelen. Marin en Josip stappen zij aan zij, allebei met een tak als stok. We begrijpen hun taal niet, maar stilaan begrijpen we wel het ritme. Het gesprek wordt een mantra: je hoort aan de toon dat dit een gebed is.

“Sinds ik besliste mijn ziekte in eigen handen te nemen, ben ik gaan wandelen in de natuur. En ondertussen bidden we. Marin studeerde voor landbouwingenieur op de universiteit, maar toen kreeg hij een roeping en die wordt elke dag sterker. Zelf zit ik nog niet op dat niveau, maar ik voel wel dat mijn geloof me helpt. God is meer dan al de rest. In België ging ik regelmatig naar de kerk. Niet op zondag, dan moesten we voetballen. Gewoon zomaar, om te bidden. Ik zie het leven als een investering in wat erna komt. Maar wat dat is, weet je niet. Niemand is ooit teruggekeerd. Ik probeer gewoon correct te leven.”

Op wandel met zijn vriend Marin, een priester. "Marin studeerde voor landbouwingenieur op de universiteit, maar toen kreeg hij een roeping en die wordt elke dag sterker. Zelf zit ik nog niet op dat niveau, maar ik voel wel dat mijn geloof me helpt."Beeld © Diego Franssens

Meer dan gisteren zie je op zijn gezicht dat de therapieën en de angst voor kanker Josip Weber tekenen. Onderweg plukt hij distels en brandnetels, die hij opeet. Er komen vliegjes op zijn hoofd zitten als hij stopt voor nog een foto. We zweten. Terug op het terras van Marin drinkt hij water met sap van een vers uitgeknepen citroen.

Stilaan wordt stilte beter dan nog een vraag. En we rijden weg.

Aan de rotonde zwaait hij in de achteruitkijkspiegel.

Terug thuis in België nog even gebladerd in Van Davidoff tot Van Basten, een bundeling columns van Jan Wauters. Heel vaak duikt Josip Weber er niet in op. Maar ergens noemt Wauters hem ‘de onschuldig ogende, ietwat schuw rondkijkende Josip Weber’, sympathiek ook. Wauters verwees toch weer naar die blik, en die ogen blijven hangen, zelfs bij het schrijven van dit verhaal, een paar dagen later. De blik zoals in dat liedje van Raymond van het Groenewoud:

‘Heel zijn hart

O, wat doet dat deugd

zo'n gloed in iemands ogen.’

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234