Dinsdag 01/12/2020

Joseph O’Connor ‘Onze cultuur zal Ierland moeten redden’

k ging onlangs met mijn ouders naar een voorstelling van Becketts Happy Days”, vertelt Joseph O’Connor, “een stuk dat begint met een vrouw die tot aan haar middel in een hoop zand staat. Hoe langer hoe meer zand komt erbij, tot ze op het einde bijna helemaal verdwenen is en nog maar met moeite kan spreken. Ik had mijn ouders gewaarschuwd dat het een experimenteel stuk was, maar dat bleek mijn vader achteraf helemaal niet te vinden. ‘Daar is helemaal niets experimenteels aan’, zei hij. ‘Het is de meest realistische voorstelling van het huwelijk die ik ooit heb gezien.’”

O’Connor haalt deze anekdote aan ter illustratie van zijn overtuiging dat fictie soms meer over het leven kan zeggen dan tien documentaires bij elkaar, een stelling die hij trouwens voorbeeldig waarmaakt in zijn nieuwe roman. Volgspot gaat immers over John Synge (spreek uit ‘Sing’), de meest geëerde Ierse toneelschrijver van de eerste helft van de twintigste eeuw, de enige wiens werk Beckett erkende als een voorbeeld, en de man die net voor hij in 1909 op zijn zevenendertigste zou sterven een relatie had met de beginnende actrice Molly Allgood. O’Connor laat Molly in het Londen van 1952 terugdenken aan deze relatie. Ze is inmiddels totaal verarmd en aan de drank, maar ze beseft dat wat ze had met Synge weleens het mooiste in haar leven zou kunnen zijn. “Voor mij is Volgspot een liefdesverhaal voor volwassenen”, zegt O’Connor, “over een ervaring die iedereen herkent. We hebben in het verleden allemaal wel een relatie gehad waarvan we zo graag wilden dat ze werkte. Het kan met een geliefde zijn, maar ook met een ouder, een broer of een zus, of gewoon een vriend. Het is een relatie die op de klippen is gelopen en die ons daardoor diep heeft gekwetst. En ook al is ze allang achter de rug, in haar afwezigheid blijft ze ons toch vormen tot wie we zijn. Iedere nieuwe relatie wordt eraan afgewogen en is, als je er dieper op ingaat, niet veel meer dan een ultieme poging om die eerste relatie symbolisch te redden.”

Ontbrekende correspondentie

In vergelijking met de twee historische kleppers die O’Connor voor deze roman schreef, Stella Maris en Redemption Falls, respectievelijk over de Ierse hongersnood en de Amerikaanse burgeroorlog, is Volgspot een klein en intiem boekje geworden, een Iers lied dat misschien wel in bombast, maar zeker niet qua intensiteit moet onderdoen voor de twee opera’s die eraan voorafgingen. Het is een boek dat (net zoals De uren van Michael Cunningham over Virginia Woolf en De meester van Colm Toibin over Henry James) van bestaande figuren vertrekt om er een volstrekt eigen verhaal mee te vertellen. Wat er precies tussen Synge en Molly was, is immers niet goed geweten. “De reden daarvoor is dat hun relatie zoveel taboes doorbrak”, aldus O’Connor. “Ze behoorden tot een andere klasse, achtergrond en religie. Bovendien was hij oud genoeg om haar vader te kunnen zijn. Molly’s familie zag in Synge niet meer dan een avonturier die de adolescente Molly het hoofd gek maakte alvorens zich te settelen met een vrouw uit zijn eigen klasse. Synges moeder was dan weer bijzonder puriteins, op een Victoriaanse manier. Het theater was voor haar een zondig oord en actrices waren prostituees. Geen van Synges familieleden had tot op het moment van zijn dood ooit een van zijn stukken gezien. En ook in het Abbey Theatre fronste men de wenkbrauwen. Synge had dit theater weliswaar samen met Yeats en Lady Gregory opgericht, maar deze vonden zijn relatie met Molly toch een beetje alsof de heer des huizes de koffer in dook met een van de dienstmeisjes. Van het idee dat je seks zou kunnen hebben met een van de armen kregen ze het doodsbenauwd. Synge en Molly zagen zich genoodzaakt veel brieven te schrijven. We hebben Synges deel van de correspondentie, maar de meer dan vierhonderd brieven die Molly hem stuurde zijn door zijn familie vernietigd. Het ware verhaal zit dus vol met stiltes, wat mij de mogelijkheid gaf om deze in te vullen, vond ik.”

Geen reden tot optimisme

“Een historische roman kan pas relevant zijn als hij ook iets over het heden zegt. Wat we een eeuw geleden zagen was hoe een verarmd en gedestabiliseerd land zich voorbereidde op een revolutionair moment. De beweging was cultureel voor ze militair werd. Het Abbey Theatre is wat dat betreft iconisch. Het was het eerste nationale theater ter wereld en het werd opgericht nog voor er sprake was van een Ierse natie. Het maakte dus deel uit van de zoektocht naar de eigen identiteit. In hoeverre worden we door onze geschiedenis bepaald, vroeg men zich af, en wat willen we daarvan meenemen in de toekomst? De weg naar de onafhankelijkheid was de laatste radicale periode die Ierland meegemaakt heeft, want zodra we onze vrijheid hadden, werden we heel conservatief. Het grootste deel van de twintigste eeuw probeerden we een Yeatsiaans ideaal van Ierland tot leven te wekken, wat uitliep op een fenomenale mislukking. Van de weeromstuit zijn we de voorbije vijftien jaar de meest hardvochtige en materialistische kapitalisten geworden, waarbij Margaret Thatcher een doetje was. En nu ontdekken we dat dit ook een mislukking is geworden aangezien onze rijkdom gebaseerd was op een piramidespel. We zijn bankroet en mijn kinderen zullen nog dertig jaar moeten opdraaien voor de fouten die de Ierse banken het voorbije decennium hebben gemaakt. Vandaag bevinden we ons dus in een impasse die lijkt op die van een eeuw geleden. Het wordt tijd dat we ons over onze toekomst bezinnen. De katholieke kerk ligt op apegapen, het vertrouwen in de politiek is nog nooit zo klein geweest, net zoals dat in het bancaire systeem trouwens. Het enige wat we in feite nog hebben is ons mooie landschap en onze cultuur, en het vertellen van verhalen is daarbij heel belangrijk. In ben opgegroeid in de jaren zeventig en tachtig, toen Ierland het bijzonder slecht deed en het leek alsof de regen onophoudelijk horizontaal neerkwam. Het was geen land, het was een landingsbaan waarlangs je opgroeide en de enige reden waarom je studeerde was om zo vlug mogelijk te kunnen emigreren. Er heerste een grappig soort hopeloosheid. Maar tegelijk waren we wel het land van Yeats, Oscar Wilde, Seamus Heaney, U2, George Bernard Shaw, The Chieftains en Roddy Doyle. Dat zijn onze ambassadeurs en zij zijn de laatsten die Ierland concurrentieel maken met de rest van de wereld. De voorbije jaren heeft de kunst Ierland heel wat eer opgeleverd, precies op het moment dat we die het best konden gebruiken. En aan die kunst zullen we ons de komende jaren moeten optrekken. Ierland verdwijnt stilletjes aan in de zee. Als ik ’s ochtends mijn kinderen met de auto naar school breng, is dat met de ene hand op het stuur en de andere aan de knop van de radio. Ik wil niet dat ze hele dagen overstelpt worden met slecht nieuws.”

Financiële kater

“Wanneer mensen die al heel lang arm zijn opeens geld krijgen, gaan ze compleet uit de bol. En wie ben ik om hen te veroordelen? Het beeld dat ik nu van het land heb is dat van een verwende adolescent die een weekend alleen werd gelaten door zijn ouders. Hij heeft een feestje georganiseerd waarop alle ongewenste mensen uitgenodigd waren. Ze hebben het hele huis verwoest en nu is het maandagochtend en ma en pa zijn terug in de persoon van de Europese Centrale Bank en de EU. Dus nu zal er afgezien moeten worden. Maar ondanks alles was het toch een opmerkelijke tijd. Ik herinner me dat ik een jaar of vier geleden een lezing gaf aan de universiteit. Mijn publiek bestond uit prille twintigers en nadien raakten we aan de praat. Ik vroeg hen wat ze van plan waren te doen na hun studies en ik kreeg steeds hetzelfde te horen: ze zouden een paar flats kopen en die verhuren, en met de opbrengst daarvan zouden ze er steeds meer kopen, tot ze steenrijk waren. Werken kwam gewoon niet in hen op. Toen ik twintig was, wilden wij de wereld veranderen. Zij willen alleen maar de stomvervelende horror van geld verdienen door flats te verhuren. De snelheid en de diepgang waarmee die visie het land vergiftigd heeft, is onrustbarend, want het zijn de twintigers van vandaag met wie ik het meeste medelijden heb. Mensen van mijn generatie en ouder zullen zich wel uit de slag slaan. We wisten dat de Ierse mythe absolute onzin was, maar we deden allemaal alsof. Er waren immers twee Ierlanden, het officiële met zijn vlaggengezwaai en het reële waarin iedereen wel een gezinslid in Engeland had wonen. Wij zijn dus voorbereid op wat komen gaat, maar de twintigers van vandaag niet. Zij denken nog steeds dat ze in het coolste land van Europa wonen en vinden het normaal dat er massa’s journalisten naar Dublin afgezakt kwamen om met hun eigen ogen het wonder van de Ierse economie met haar onbestaande werkloosheid te aanschouwen. Die jongeren zijn voorbereid op het succes, maar dat is er niet meer. En emigreren is ook niet meer zo makkelijk als vroeger. Vorige maand leende Groot-Brittannië ons zeven miljard euro. Dat werd voorgesteld als een minzame geste van een bevriende natie, maar volgens mij was het gewoon een manier om ‘fuck off’ te zeggen: ‘hier is een hoop geld en blijf alsjeblief thuis.’”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234