Maandag 26/10/2020

InterviewFamilieklap

José en dochter Debbie: ‘Een De Cauwer doet zijn ding, maakt keuzes’

José De Cauwer en dochter Debbie. ‘Toen Debbie borstkanker kreeg, ging ik daar als een wielrenner mee om: niet in emo vervallen.’Beeld Bob Van Mol

De jongste is 46 jaar, houdt van de Sex Pistols en regelt de optredens van haar man, accordeonist Marino Punk. De oudste is 70 jaar, wieler­commentator en beleeft zijn eerste lege lente, zonder koers. Debbie en José De Cauwer, dochter en vader.

Debbie

“Ik zie mijn vader heel weinig. Op Kerstmis en Nieuwjaar, dan wel, verder haast niet. Daar speelt de afstand tussen Menen, waar ik woon, en Sint-Niklaas een rol in. We bellen of sms’en ook amper. Als kind zag ik vader ook niet veel, niet als renner en niet als ploegleider, maar toch hebben we een goede band. Het bloed trekt.

“Onze band is sterk door al wat we hebben meegemaakt. Plezante man hè, mijn vader, dat hoor je ook op de tv, maar hij weet wat tegenslag is. Ik was negen toen mijn moeder stierf aan lymfe­klier­kanker. Plots woonde ik alleen met mijn vader, besefte niet goed wat er gebeurde. Toch hebben we later nooit echt gesproken over haar dood. Ook nu niet, want ik weet hoeveel pijn het hem nog doet.

“Toen ik een paar jaar geleden zelf borstkanker kreeg, dacht ik aan mijn vader: verliest hij na zijn eerste vrouw nu ook zijn eerste dochter? Kort na de diagnose zat hij in Spanje, om de Vuelta te becommentariëren. Ik hield hem per sms op de hoogte: ‘Chemo goed gelukt, volgende week bestraling.’ Hij antwoordde niet, maar hielp me wel aan de beste oncologen. Ik heb hem in die periode ook niet veel gezien. Dat ontgoochelde me, en ik sprak die ontgoocheling ook uit. ‘Ben je kwaad?’, vroeg ik. ‘Of bang?’ Maar ik begreep die stilte ook wel. Boys don’t cry.

“Mijn vader verloor na zijn vrouw ook zijn oudste zus, en dus bijna ook zijn oudste dochter. Hij praat er dan wel niet over, maar vader heeft wel altijd een mapje bij, met foto’s van de naasten die hem zijn ontvallen.

“Hij heeft ook een eigen wil. Die heeft hem ver gebracht, en zorgt ervoor dat hij alles oplost. Hoe groot het probleem ook is. Vader hield een financiële kater over aan het einde van de ADR-ploeg, waarmee hij de Ronde van Frankrijk won (met Greg LeMond, red.). Er hing op een gegeven ogenblik een affiche aan ons raam in Sint-Niklaas: ‘Openbare verkoop.’ Niks van. Vader kon het huis behouden. Hij woont er nog altijd.

“Vader heeft me streng opgevoed. Al zat hij in de Tour, de Giro of de Vuelta: moest ik om middernacht thuis zijn van een fuif, dan ging om middernacht de telefoon, om te controleren of ik effectief thuis was. Ik durfde ook wel tegen vaders wil in te gaan. Als tiener hield ik van The Cure en droeg ik zwarte kleren. ‘Draag toch eens wat meer kleur’, zei hij. Later werd ik verliefd op een man met een rode hanenkam – Marino Punk – en droeg ik plots alle mogelijke kleuren. Ik woonde zelfs al bij hem in Menen, zonder dat vader dat wist. Op een dag nam ik de trein naar Sint-Niklaas om het te vertellen. Ik droeg punk­bottines en verstopte mijn treinkaartje, voor het geval ik door het raam moest vluchten en op de trein springen. (lacht) Marino was niet mee. Wel had ik een foto bij van hem. Vader zag de hanenkam, de piercings en de tatoeages, en gooide de foto door de kamer. ‘Meen je dat nu?’, vroeg hij. Maar ik hield vol. ‘Ik houd van Marino’, zei ik. ‘Ik ga voor de liefde.’

“Doe wel en zie niet om, het zijn vaders woorden. Zevenentwintig jaar later zijn we nog altijd samen, en is de band met vader nog altijd goed.”

José

“Ik weet wat Debbie bedoelt met die sms’en. Ik heb het toen wat laten liggen, dat geef ik toe. Dat is wie ik ben. Ik kon niet goed overweg met de situatie. Het was me ook nooit aangeleerd om erover te praten, komende uit een gezin dat de oorlog heeft meegemaakt. Ik heb de mentaliteit van een wielrenner aangehouden: niet te veel vragen stellen, niet in emo vervallen, focus behouden en doorrijden. Dat was ook zo toen ik mijn vrouw verloor: ik stond voor een berg en ik moest er­over.

“Kort voor Debbie ziek werd, dacht ik nog bij mezelf: ‘De Cauwer, je hebt het nu goed voor elkaar.’ Alles liep vlot. De gezondheid van mijn familie was goed, mijn job als commentator liep vlot, er leek niets aan de hand. En dan plots dat bericht: ‘Er is een probleem.’ Natuurlijk stort je wereld dan in. Ik was al wat gewend in het leven. Op mijn veertiende ging ik van school af om te werken, op mijn zestiende stond ik om halfvijf op om eerst te trainen, en dan te werken. Dat vormt een mens, net zoals de dood van mijn eerste vrouw me ook heeft gevormd. Toen Debbie ziek werd, vreesde ik het ergste, en ging ik er, wel ja, op mijn manier mee om.

“Debbie is een echte De Cauwer. Ze doet haar ding, maakt keuzes, net zoals ik dat ook heb gedaan in het wielrennen. Eerst als renner, en dan als ploegleider. Dat was als een roeping voor mij. Ik bewonder mijn dochter ook wel: ze kiest voor het pad dat haar gelukkig maakt. Dat kan je niet van iedereen zeggen. Onlangs nog stond ik in Parijs in het trein­station te wachten op de tgv. Ik zag al die mensen in grijze pakken, met een akte­tas onder de arm, zonder enige glans in de ogen en ik dacht: ‘Doe toch wat je graag doet, mensen, al verdien je minder.’ Dat is ook het mooie aan Marino. Die gaat met zijn hanenkam het rusthuis binnen en vermaakt de mensen met zijn accordeon. Hij doet wat hij graag doet.

“Toegegeven, ik schrok toen ik hem voor het eerst zag, dat klopt. Dat was op een communie­feest. Het was op slag stil aan tafel toen iedereen de piercings en tatoeages zag. Ik hoor het mijn moeder nog zeggen: ‘Jongens, jongens, wat is dat hier?’ Maar dan haalde Marino zijn accordeon boven, speelde muziek, zong iedereen mee, lag er al snel 6.000 frank (zo’n 150 euro, red.) in zijn hoed en had mijn moeder tranen in de ogen: ‘Amai, zo schoon’, zei ze.

“Dit is de eerste lente in zeer lange tijd dat ik thuis ben. Door het corona­virus zit ik niet in het peloton, maar wel in de tuin, en zie ik de bladeren aan de bomen groeien. Voor het eerst. Vroeger passeerde ik duizend keer bij mijn vader, die hier tweehonderd meter verder woont, en dacht ik altijd: ‘Ik moet dringend eens langs­gaan.’ Nu doe ik dat iedere dag, en drink ik koffie met hem. In juli wordt hij honderd jaar.

“De tijd thuis doet me ook denken aan Debbies jeugd. Was ik weinig thuis? Ja. Was dat goed? Nee. Maar ik was jong, hevig, ging vol voor het wielrennen. Dát was de weg, dacht ik. Maar spijt heb ik niet. Daar ben je niks mee. Ik ben blij met het leven dat ik tot hiertoe geleefd heb, en ben blij dat mijn dochter dat ook op haar manier doet.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234