Zondag 28/11/2021

De vragen van ProustJoris Hessels

Joris Hessels: ‘Mensen hebben vaak een vertekend beeld van mij’

null Beeld © Stefaan Temmerman
Beeld © Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Drieëntwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: acteur, tv- en radiomaker Joris Hessels (41). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

Hoe oud voelt u zich?

“Ik ben vorig jaar veertig geworden, in dat coronajaar, en heb het dus niet kunnen vieren, maar ik voel me jonger, richting de dertig. Ook al weet ik dat het fysiek niet meer te overbruggen valt. Dat vind ik ook niet zo erg. Binnenin heb ik nog altijd die onstuitbare drive van toen ik voor het eerst vader geworden ben, op mijn 32. Ik vond dat een leuke leeftijd. In de zin van: ik zit nog lang niet halfweg, alles kan nog en de mogelijkheden liggen open.

“Tussen veertig en vijftig sta je op het toppunt van je kunnen, wordt gezegd. Jij moet nu zeggen: ‘Dat klopt, Joris, het zit eraan te komen.’ (lacht) In ieder geval, ik heb meer en meer het gevoel dat ik begin samen te vallen met wat ik echt wil doen. Ik ga ervanuit dat ik mijn beste ding nog moet en mag maken.”

Hoe was uw kindertijd?

“Ik ben de jongste van vijf en scheel veel met mijn broers en zussen, waardoor ik eigenlijk praktisch alleen ben groot geworden. Ik heb in zekere zin ook een andere opvoeding gehad omdat alles al gepasseerd was. Niemand keek nog ergens van op. ‘Hé, ik ga naar het eerste middelbaar.’ Who cares? Niemand. (lacht) Dus heb ik geleerd om wat luider te roepen. Los daarvan was ik een introvert kind met een sterke innerlijke wereld en een grote neiging tot melancholie. Dat gevoel van allenigheid heb ik gecompenseerd door een soort sociale, verbale skills te ontwikkelen.

“In ons gezin was ik de maïzena. Ik wilde er voor iedereen zijn, voor iedereen goed doen. Ik ben opgegroeid ten dienste van. Ook wel ten koste van mezelf. Het is een heel groot compliment als mensen zeggen: ‘Jij kunt luisteren.’ Maar als je dat heel vaak doet, vergeet je soms zelf te spreken en ontneem je jezelf het recht om gehoord te worden. Ik mag gehoord en erkend worden, besef ik nu. Dat heb ik te weinig meegekregen. Mijn vader was schooldirecteur, mijn moeder verpleegkundige. Zij stonden ook ten dienste van. Zo zijn we opgevoed: om goed te doen voor de mensheid.

“Ik luister te veel naar anderen en te weinig naar mezelf. Dat probeer ik nu meer in balans te brengen. Daar is wel nog wat werk aan, maar ik ben nog jong, hé. (lacht)”

Wat is uw zwakte?

“Mensen hebben vaak een vertekend beeld van mij. Ze denken dat ik rustig ben, een soort ideale schoonzoon, terwijl ik de grootste perfectionist, stressbal, humeurige mens ben.

“Ik ben heel erg onderhevig aan spanning. Ik kan mensen echt tijd en vertrouwen geven, maar voor mezelf ben ik onverbiddelijk. Ik vertel dit nu heel vlot omdat het zich herhaalt in gesprekken bij de therapeut. Het is een patroon dat zich al heel lang manifesteert. Ik zou wat meer het modewoord van deze dagen, mildheid, in mijn leven willen installeren. Wat meer rust in mezelf willen vinden. Ook voor mijn lief en mijn kinderen. Het is oké. Morgen nieuwe dag.”

Wat is uw grootste angst?

“Om alleen te zijn en me niet verbonden te weten. Niet gehoord en niet gezien te worden.

“Alles wat ik tot nu toe gedaan heb, staat in het teken van verbinding. Met ‘Radio Gaga’ gingen we op zoek naar de ziel van een kwetsbare biotoop in een poging om mensen in verbinding met elkaar te brengen. In ‘De Weekenden’ brachten we mensen samen die elkaar anders nooit zouden tegenkomen in het leven. In ‘Gentbrugge’ ging het om ontmoetingen met mensen uit dezelfde buurt. Waarbij ik telkens een soort maïzena was, net zoals destijds in mijn eigen familie. Op zoek gaan naar verbinding is een rode draad in mijn leven omdat ik bang ben om alleen te vallen.

“Als ik dan hoor dat Laurent (charmezanger met afasie uit Gentbrugge, met wie Joris Hessels in gesprek ging in de gelijknamige reeks) alleen dood aangetroffen wordt, dan vind ik dat nog eens extra tragisch. Hij had het al moeilijk om contact te maken en kon alleen ja, nee en amai zeggen. Vaak stond hij aan mijn deur omdat hij iets wou. Dat duurde dan een half uur en dan zei ik: wil je dat ik iemand bel? Dan zei hij ja, maar bedoelde eigenlijk nee. Hij was al afgesneden van een normale manier van communiceren en wordt dan alleen gevonden. Daar word ik echt wel intriest van. Ook al zijn we nog nooit zo geconnecteerd geweest, technologisch gezien, ik merk toch als ik met mensen babbel dat velen zich niet gehoord of gezien voelen. Dat is echt mijn grootste angst. Ik denk dat die er al was van kindsbeen af. Dat onbestemd alleen zijn, daar ben ik zo gevoelig voor.”

Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“Ik ben iemand die alle ballen tegelijk in de lucht probeert te houden. Zijnde een goede aanwezige empathische doch strenge vader en stiefvader proberen te zijn. Een goed lief. Een goede zoon. Iemand die zijn werk zo goed mogelijk probeert te doen. Ik moet heel veel van mezelf. Terwijl niemand van mij iets moet, maar ik wel. Ik eis veel van mezelf, wat dan weer veel verwachtingen en verantwoordelijkheden schept. Dat zou wat minder mogen. Maar dat malcontente over mezelf doet me altijd wel opstaan met veel goesting. Met een gevoel van: vandaag gaat het lukken. Ik ben hier wel graag. Ik vind het wel tof, het leven.”

Wat drijft u?

“Het gewone een beetje bijzonder maken. Als Laurent sterft en zijn zoon en dochters vertellen mij dat hij zo blij was met wat ik hem heb gegeven. De erkenning waar hij zo hard op had zitten wachten. Na de reeks is er een volksfeest gehouden in Gentbrugge, waar hij rondliep alsof hij Koen Wauters was.

“Soms komen de dingen wel dichtbij. Ik denk niet dat je kunt raken als je zelf niet geraakt wordt, of wilt worden. Ik vind het oprecht het mooiste wat er is. Wij die allemaal ons best doen om op een of andere manier te excelleren en er toch een potje van maken. En in the end allemaal doodgaan. Wij die allemaal onze vreugde proberen te vinden. Dat vind ik prachtig om te zien. Als mensen het lef hebben om zich te tonen zoals ze zijn, kan ik alleen maar blij zijn dat ik op de eerste rij mag zitten en kan werken met een cameraman die dat schoon in beeld brengt en een regisseuse die het mooi monteert. Dan ben ik de koning te rijk, met mijn middelmatige en beperkte talent boven mijn gewicht aan het boksen, maar daar ben ik dan wel graag bij. Dat vind ik heel bijzonder.”

Hoe definieert u liefde?

“Goh. (denkt lang na) Ik denk dat liefde vertrouwen is in iemands goede bedoelingen. Liefde is elkaar beter maken, elkaar optillen, het beste en slechtste omarmen. Liefde is ook echt goesting hebben in elkaar, elkaar opzoeken. Je kunt niet anders dan het wollig formuleren. Liefde is bijna vechten en liefhebben tegelijk. Vechten om de liefde overeind te houden omdat er zoveel tegenstrijdige gedachten en verwachtingen spelen. Dat vind ik het meest rottige, maar het is een gevecht dat ik elke dag graag aanga.

“In een nieuw samengesteld gezin heb je sowieso veel meer ballen hoog te houden. Je bent uit elkaar gegaan, je hebt samen een kind gemaakt in de hoop dat het voor altijd was, maar het ging mis. Dat is een diepe wonde, een kerf in je ziel. Dan leg je jezelf meteen druk op: als je nog eens samen bent met iemand moet het perfect zijn. Dat is wel wat. Al van in het begin met serieuze verwachtingen. Dat loopt nooit zo. Daar zou ik wel wat rust in willen vinden. Tegelijkertijd wil ik het ook uitschreeuwen: het is niet zo simpel! Het beeld dat opgehangen wordt in weekendbijlages van nieuw samengestelde gezinnen waarvan kinderen en ex-partners allemaal goed overeenkomen: het is niet zo simpel!

“Het vraagt onnoemelijk veel tijd en energie om daar een weg en een evenwicht in te vinden, en om geconnecteerd te blijven. Ook al heb je beslist om uit elkaar te gaan. Dan begin je iets nieuws op de ruïnes van een vorige relatie en kom je allebei met een rugzak binnen. Maar ondanks hoe lastig ik het vind, is het wel de moeite waard geweest. Je stiefkinderen zijn niet je eigen kinderen, maar ik sta er toch op om te zeggen dat ik vier kinderen heb. Ze zijn niet je eigen bloed en ze lijken niet op je, maar je kunt ze wel wat meegeven van jezelf. En het is ook een cadeau dat je er opeens twee bij krijgt.”

Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Fysiek zie ik een lichte veroudering. Ik ben mijn haar aan het verliezen. Nog een jaar en dan zal het onherroepelijk zijn. Niet dat mijn haardos zo’n troef was, het was eerder alsof ik een gestorven rat op mijn kop had, maar die achteruitwijkende haarlijn tast je zelfvertrouwen wel aan. Ik heb zelfs even overwogen om een pruikje te halen. ‘We zien het, Joris, die pruik!’ Dju. (lacht)

“Ik ben niet ijdel, maar mijn job vraagt dat je vaak naar jezelf kijkt en dan zie je toch wel wat. Als je de eerste afleveringen van Radio Gaga herbekijkt denk je toch: de tand des tijds heeft zijn best al gedaan. Ik zie er ook veel vaker vermoeid uit, ik ben een heel slechte slaper. Op veel beelden moet je mijn oogballen echt zoeken. (lacht)”

Wat was de moeilijkste periode in uw leven?

“Ik moet automatisch denken aan de periode waarin ik en de mama van Oscar, mijn oudste zoon, uit elkaar zijn gegaan. Het verdriet en de twijfels en de schuldgevoelens die daarmee gepaard zijn gegaan. Dat is een lastige zoekende periode geweest die lang uitgestraald heeft. Ik heb lang het perfecte kind proberen te zijn voor mijn ouders. Ik heb dat beeld lang hoog kunnen houden maar sindsdien ligt het aan diggelen.”

Welke droom hebt u nog?

“Ik ga binnenkort een terrasje doen met mijn ma in de hoop dat we eens vrank en vrij kunnen kletsen. Ik zeg altijd: ik vraag iedereen de pieren uit de neus, maar mijn eigen ouders ken ik eigenlijk niet zo goed. Nu ze nog gezond en helder zijn is het misschien het moment om daar echt werk van te maken. Misschien moet ik hen ‘De Vragen van Proust’ eens stellen.

“Ik denk dat het zowel voor hen als voor mij stilletjes aan tijd is om eens een openhartig gesprek te hebben. Over de stommiteiten, de blutsen en de builen, de niet-ingeloste verwachtingen. Misschien komt er dan een soort rust in mijn leven.

“Ik wil me vooral ook behoeden voor het moment dat één van je ouders sterft en je het gevoel hebt van: shit, wie was dat? Er is een scène uit de fantastische serie Six Feet Under die me altijd zal bijblijven. De vader is gestorven en de oudste zoon die heel erg worstelt met zijn verdriet ontdekt op een dag een kamer waar zijn vader dingen deed waar niemand iets van afwist. Een prostituee uitnodigen, mensen op straat beschieten. Tranen heb ik gehuild. Ik kon me heel erg inleven in die situatie. Een mens die je liefhebt maar die je eigenlijk niet kent, een wereld waar je niets van weet. Ik heb heel lang toneelstukken over vader-zoonrelaties proberen te maken. Als ik mensen interview blijf ik daar ook altijd bij hangen. Alsof ik al vragend antwoorden probeer te zoeken voor mezelf.”

Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Ik ben heel weinig kwaad geweest in mijn leven, maar als ik kwaad ben is het zo buiten proportie dat het er allemaal ineens uitkomt. Alsof ik mijn gevoelens niet kan ventileren of op de juiste manier kan uiten.

“Hoe dat gaat? Met veel lawaai en gescheld en vijf minuten later over de grond rollen van schaamte en me uitputten in de sorry’s, maar het kwaad is dan wel geschied. Als ik me in een hoek gedrumd voel of niet serieus word genomen of niet gezien word en niet naar waarde geschat, dan borrelt het op en schiet het eruit op een rare manier. Dan ben ik echt niet meer te herkennen als de persoon die hier rustig zijn woorden wikt en weegt.”

Welke kleine alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Ik ben opgegroeid met het idee dat je één keer per dag naar buiten moet. Je mag niet thuis liggen stinken, en al zeker niet voor de tv. Het gevoel dat je even een ontmoeting gehad hebt. Ook al is het kort. Het feit dat ik je mee kan pakken naar dit plekje hier (bankje in de Gentbrugse meersen, red.) vind ik fijn. Of het geroezemoes van de kinderen thuis, die bedrijvigheid gadeslaan zonder dat je er noodzakelijk deel van uitmaakt. Voelen dat er een soort harmonie is. Uit het raam staren. Even niets moeten doen. Zodra ik dingen moet, begint het fout te gaan, en zoals ik al zei moet ik heel veel van mezelf.”

Wat biedt u troost?

(krijgt sms) Dit biedt mij troost, dat mijn lief de kleine gaat halen. (lacht) Dat ze het bovendien zelf voorstelt, top!

“Wat biedt mij troost? Dat iemand vertrouwen heeft in mij, omdat ik mezelf dan minder alleen voel. Muziek. De gedachte dat niets onomkeerbaar is, behalve de dood. Dat er altijd wel een manier is om dingen te veranderen en recht te trekken. Het biedt troost dat er morgen een nieuwe dag is. Dat er altijd een nieuw perspectief ontstaat en een nieuw hoofdstuk begint.”

Waar hebt u spijt van?

“Van mijn definitie van liefde. (lacht) Nee. (denkt na) Omdat ik voor iedereen goed wil doen heb ik spijt dat ik mensen pijn heb gedaan. Vrienden, vriendinnen die ik niet meer zie. De mama van mijn zoon. Mijn huidige vriendin, waarbij ik niet altijd de beste versie van mijzelf ben. Spijt ook dat ik mezelf te veel druk opleg, waardoor ik mezelf te veel ontzeg. Te weinig in het hier en nu zit en te veel denk: ik had dit of dat moeten doen. Maar: niets is onomkeerbaar. Wat dat betreft ben ik op mijn 32ste toch op de goede weg om de dingen recht te trekken. (lacht)”

Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Om het verlies van Laurent. Hij zal niet meer aan mijn deur komen staan. Ik heb een foto van hem op Instagram gezet, met daaronder: ‘Wie hem ooit ontmoet heeft, vergeet hem nooit meer.’ Zo is het ook.”

Heeft u ooit een religieuze ervaring gehad?

“(twijfelt) Ik geloof niet in een god of instantie die we voor alles dankbaar moeten zijn, want dat is voor mij onlosmakelijk verbonden met het katholicisme. Maar ik vind barmhartigheid en vriendelijkheid wel wonderlijk. Verbinding is voor mij de sleutel tot alles. Ik geloof in connectie, ook met jezelf. Lange ontmoetingen komen voor mij het dichtste bij een religieuze ervaring.”

Wat is uw vroegste herinnering?

“Ik heb het moeilijk met herinneringen. Ik vind het altijd merkwaardig als mensen zich iets kunnen herinneren uit hun vroege kindertijd. Bij mij zijn het flashes, maar er is onnoemelijk veel dat ik niet meer weet. Mijn vroegste herinnering is gebouwd op een foto. Ik sta op de eerste dag van het eerste leerjaar klaar op de oprit in een trui die mijn grootmoeder heeft gebreid, met een slurf van een olifant als mouw. Ik zie die foto nog voor me, maar is dat wel een echte herinnering?”

Wat hing er aan de muur van uw tienerkamer?

“Een kruis met een palmtak. En Koen Wauters. (lacht) Ik denk dat ik altijd Koen Wauters heb willen zijn. Op een of andere manier is hij mij altijd blijven inspireren. Hij heeft een ongelooflijk professionalisme vind ik. En ook al is hij de bekendste mens die we hebben, hij blijft Koen van Sint-Genesius-Rode. Dat nabije trekt me wel aan.”

Welk boek heeft een speciale betekenis voor u?

“Als jonge gast was ik enorm gegrepen door het werk van Aidan Chambers. Adolescentenliteratuur, waar weleens smalend over wordt gedaan. Ik heb daar lang mee gedweept omdat er een grote herkenbaarheid in zit en omdat er een enorme troost uitgaat van de personages, met wie ik me zo goed kon identificeren als jonge zoekende van alles voelende jonge gast.

“Van De Tolbrug had ik eerst een theatervoorstelling gezien. Met Pieter Embrechts, die op dat moment een soort sekssymbool was, en Robbie Cleiren, in mijn ogen eerder een volwassen versie van mezelf. Ik vond dat stuk zo fantastisch dat ik het boek heb gekocht. Daar zit zoveel wijsheid in over de zoektocht naar jezelf. Er komt ook een personage in voor dat niet helemaal geestelijk gezond is. Dat boek heeft mijn interesse voor de psychiatrie en mijn voorliefde voor de kwetsbaren onder ons aangewakkerd denk ik. Het is me alleszins blijven achtervolgen. Onlangs heb ik het zelfs opnieuw gekocht op een rommelmarkt, in de hoop dat een van mijn kinderen het ooit leest.”

Wat vindt u erotisch?

“Zo’n ding om je hoofd te masseren, de haarspin. Dat vind ik heerlijk. Als mijn lief de haarspin hanteert, sta ik niet in voor de gevolgen. (lacht)”

Wat is de bijzonderste plek waar u ooit de liefde bedreven heeft?

“In een park by night. Laat ik het daarbij houden.”

Wat zou u wensen als laatste avondmaal?

(denkt lang na) Ofwel een portie Smacks, van die ontbijtgranen, met die groene kikker op de verpakking. Omdat ik me nog altijd als kind in de keuken aan de tafel zie zitten met een pot Smacks. Ofwel kip in pikante saus van bij de Chinees. Als gezin gingen wij nooit op restaurant, behalve af en toe eens naar de Chinees omdat het daar redelijk goedkoop was. Tot op vandaag neem ik nog altijd diezelfde schotel. Met heel veel look. Ik denk dat ik daarvoor zou gaan.”

Hoe zou u willen sterven?

“Ik was er vroeger van overtuigd dat ik vroeg zou sterven. Ik ben een zondagskind, dus dacht ik dat het tij op een gegeven moment wel zou keren. Dat katholicisme: het mag nooit echt goed gaan want er is een lot dat onherroepelijk en genadeloos toe zal slaan.

“Ik hoop dat ik zal sterven met weinig pijn en met een zekere gemoedsrust. Het mag ook ineens gedaan zijn. Tommy Cooper-gewijs met een stevige lach van het podium verdwijnen. Maar ik wil eerst zien hoe mijn jongste zoon zich ontwikkelt en wat voor een bandiet het zal worden. Mijn oudste ook natuurlijk, maar die is al wat ouder. Ik wil absoluut nog niet weg. En ik wil graag nog zeggen wat ik te zeggen heb maar waarvoor ik nu nog niet de ballen heb. Dan mag ik naar de eeuwige jachtvelden, dan mag het gebeuren.”

Joris Hessels & Uus Knops, Een klein afscheid, 112 p., verschijnt bij Borgerhoff & Lamberigts.

BIO

° 1980 in Sint-Niklaas.

Gevormd als acteur aan het RITCS.

Actief in theatergezelschappen zoals Studio Orka, Compagnie Cecilia en Ultima Thule.

Acteerde in tv-series zoals Ruppel, Zuidflank en De dag.

Oogstte alom erkenning met het Canvas-programma Radio Gaga, waarin hij samen met Dominique Van Malder ontroerende verhalen op locatie sprokkelt.

In de Canvas-reeks De weekenden (twee seizoenen) volgde hij acht mensen die een jaar lang hun lief en leed delen.

Heeft momenteel het programma Viervoeters op Play4 lopen, waarin hij, alweer samen met Dominique Van Malder, asielhonden aan een baasje probeert te helpen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234