Donderdag 09/12/2021

InterviewDe Vragen van Proust

Joost Zweegers: ‘Ik had waanzinnige pijn, dat maakt je echt depressief’

Joost Zweegers. Beeld © Stefaan Temmerman
Joost Zweegers.Beeld © Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Vijfentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: zanger en muzikant Joost Zweegers (50). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

1.Hoe oud voelt u zich?

“Ik kom net van een show en als ik speel, voel ik me 16 – hoe raar dat ook mag klinken. Er zijn ­periodes geweest waarin ik minder goed in mijn vel zat. Toen voelde ik me wel mijn leeftijd, zelfs een beetje ouder. Maar de muziek heeft me weer op de rails gebracht.

“Ook in het jaar waarin ik 50 ben geworden, sta ik niet stil bij mijn leeftijd. Het doet me niks. Ik ben natuurlijk niet naïef: ik leef een volwassen leven met vrouw en kinderen, ik kan hard en standvastig zijn. Maar ik ben een speelse, jonge papa, dankzij de muziek.”

BIO • geboren in Sittard (Ned) op 1 april 1971 • op zijn vierde verhuisden zijn ouders van Eindhoven naar Neerpelt • trok na zijn middelbaar de straat op met zijn gitaar • is fan van alles wat Paul McCartney doet • nam in 1992 voor de eerste keer deel aan Humo’s Rock Rally met The Sideburns • won in 1996 met Novastar • zijn debuutalbum, met ‘Wrong’ en ‘The Best Is Yet to Come’ verscheen in 2000 • is getrouwd met Isabelle Verreyke en heeft drie kinderen: Lucy (12), Judy (9) en Elton (6) • eind augustus verschijnt zijn nieuwe single ‘Deep In the Eyes’

2.Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“Ik ben een doener, een initiatiefnemer. Ik zal nooit de kat uit de boom kijken en duik nooit ­ergens half in. Daardoor zien mensen mij soms als assertief en druk, maar ik heb het afgeleerd om me daar iets van aan te trekken (lacht). Vroeger deed ik dat wel. Ik kon erg onzeker zijn – behalve als ik muziek maakte. Ik heb overal rondgetrokken, op mensen hun bank geslapen, in Parijs op straat gespeeld: nooit was ik geremd.”

3. Wat drijft u?

“Behalve voor muziek heb ik een bijna even grote passie voor geschiedenis. Daar ga ik héél ver in. Op de Orkney-eilanden, in het noorden van Schotland, ben ik ’s nachts eens in mijn eentje in een neolitische tombe gaan zitten, gewoon om te weten hoe dat voelt. Bepaalde – niet alle – ­geschiedenisperiodes fascineren me mateloos. Hetzelfde met de migratie van bevolkingsgroepen en de vraag wanneer de mens is overgegaan naar een sedentair bestaan. Door nieuwe onderzoeksmethodes verschuift die grens constant.

“(gedreven) De leerstof in schoolboeken klopt wat dat betreft niet meer. In de egyptologie houden ze vast aan wat 150 jaar geleden is vastgesteld: dat de beschaving is ontstaan in 4.000 voor Christus. Maar Göbekli Tepe, een tempelcomplex in Turkije aan de grens met Syrië, de oudste archeologische site die tot nu toe is ontdekt, is in 11.500 voor Christus gebouwd. We denken dat mensen toen nog leefden als jager-verzamelaar, maar er staat een heel gebouw! Ook de piramides, die nog altijd gesitueerd worden in 2.500 voor Christus, zijn ­ouder dan we denken.”

4.Is het leven voor u een ­cadeau?

“Absoluut. Elke dag is een mooie dag. Vroeger kon ik slechte periodes hebben, maar mijn vrouw en kinderen hebben me daar van afgeholpen.”

5.Wat was de moeilijkste ­periode in uw leven?

“In 2005 brak ik mijn voet tijdens een optreden in Vorst Nationaal (Zweegers tuimelde van het ­podium, SS). Dat heeft lang nagezinderd. Ik heb twee jaar moeten revalideren, maar mentaal heeft de strijd langer geduurd. Dat heb ik lang niet doorgehad. Ik had jaren aan de weg getimmerd, een enorme doorbraak gekend met mijn debuutalbum en met ‘Never Back Down’ had ik pas een nieuwe hit. Ik zat in een goeie flow en ineens viel ik in een zwart gat – letterlijk en figuurlijk.

“Het was een stom ongeluk en het had veel erger kunnen zijn, maar met mijn verbrijzelde voet komt het nooit meer goed: ik moet mijn hele leven zware inspuitingen hebben. Je zult me nooit ­horen klagen, maar na het ongeval deed ik dat wel. Ik had waanzinnige pijn, dat maakt je echt depressief. Op een gegeven moment kon ik zelfs niet meer zingen omdat de medicatie op mijn stembanden was geslagen. Ik dacht: nu is het ­helemaal voorbij. (zucht) Jongen, ik kan daar een boek over schrijven. Na veel vijven en zessen heb ik een dokter gevonden die onmiddellijk wist wat er aan de hand was. En gelukkig was mijn vrouw Isabelle er – zij heeft me door die periode ­gesleurd. Toch was het pas jaren later, toen ik met producer John Leckie in Engeland kon werken, waar ik altijd van had gedroomd, dat ik besefte: nu ben ik het aan het verwerken.”

6.Welke kleine, alledaagse ­gebeurtenis kan u blij maken?

“Het is een cliché, maar: mijn kinderen. Wakker worden met die guitigheid, dat is onbetaalbaar. Kinderen hebben humor en zijn assertief. Never a dull moment!”

7.Wat biedt u troost?

“Muziek. Ik kan wel andere dingen zeggen, maar uiteindelijk komt het altijd daarop neer. Een mooie melodie vinden kan troost bieden, maar ik kan ook troost brengen door mijn muziek te spelen. Daar ben ik dankbaar voor.

'Ik kan snel ontploffen, vooral als het niet rap ­genoeg gaat of als ik vind dat ik tegengehouden word.' Beeld © Stefaan Temmerman
'Ik kan snel ontploffen, vooral als het niet rap ­genoeg gaat of als ik vind dat ik tegengehouden word.'Beeld © Stefaan Temmerman

“Ik ben een einzelgänger: er zijn periodes dat ik ’s nachts leef, in mijn muziekkelder. Dan zit ik in mijn eigen wereld. En toch leven Isabelle en ik niet langs elkaar. Als ik tot ’s morgens doorwerk, ben ik degene die de kinderen ’s middags van school haalt. Je groeit daarin – ongetwijfeld met de strubbelingen die iedereen kent.”

8.Wat is uw zwakte?

“Ik kan snel ontploffen, vooral als het niet rap ­genoeg gaat of als ik vind dat ik tegengehouden word. In de focus voor grote concerten ben ik prikkelbaar - dat begint de dag ervoor al.

“Vroeger kon ik ook uitvliegen op het podium, maar dat gebeurt niet meer. Ik heb een klik ­gemaakt. Na het verhaal met mijn voet herkende ik mezelf niet meer. Bovendien hadden zich rond mij allemaal mensen verzameld die ik niet meer kende: ik wist niet wie wat deed. Ik heb tabula rasa gemaakt. Met een nieuw management en een nieuwe booker heb ik alles weer opgebouwd.”

9.Waar hebt u spijt van?

“Bij sommige mensen ben ik te kort door de bocht gegaan. Ik heb veel kwaaie buien gehad, maar ik sla niemand in elkaar of zo. Raar: mensen gaan soms lang mee, maar ineens kan ik snel schakelen en vind ik dat ik van bepaalde zaken af moet. Dat is niet altijd netjes. Ik had het met meer tact ­moeten doen.”

10.Wat is uw grootste angst?

“Simpel: dat er iets met mijn vrouw of kinderen gebeurt. Ik ben nu alleen thuis omdat ik moet optreden, Isabelle en de kinderen zijn in ons huis in Frankrijk. Als ik wakker word, mis ik ze.

“Als kind kroop ik in bomen, maar als mijn dochters nog maar aanstalten maken om naar een boom te lopen, ben ik al aan het panikeren. Laatst had er eentje zo’n trapstep gekregen. En maar voor het huis voorbij knallen! Dan kan ik heel kwaad worden. ‘Dat kan je toch niet maken!’, riep ik naar mijn vrouw. Maar zij is daar rustiger in, ze weet dat onze dochter op de stoep blijft.”

11.Wanneer hebt u de laatste keer gehuild?

“Bij de dood van Alex, een vriend die vorig jaar is overleden. Ik heb op zijn begrafenis gespeeld – tranen met tuiten heb ik gehuild.

“Ik kan soms behoorlijk van slag zijn. Voor mijn nieuwe plaat had producer Mikey Rowe iets toegevoegd aan een nummer. Toen ik dat ’s nachts binnenkreeg, brak mijn hart – en ik zat al in een emotionele trip. Arnold, een jeugdvriend, was ­erbij. Hij rijdt me naar concerten en brengt me ’s nachts naar huis. Ik ga na een show nooit op café: wanneer Arnold en ik thuiskomen, blijft hij hangen in mijn kelder. Sigaretje erbij, terwijl ik op mijn piano tokkel. ‘Wat zit ik hier nou te janken’, dacht ik. ‘Ik ben dit al een jaar aan het opnemen!’ Maar je bent moe, je bent diep en hard gegaan voor die plaat en dan word je sneller geraakt.”

12.Bent u ooit door het lint ­gegaan?

“In mijn opgenaaide periode stond ik solo op Marktrock in Leuven. Ik was net terug uit New York, waar ik een dure Martin-gitaar had gekocht. Tijdens het concert ging er technisch iets fout, waardoor ik helemaal over de rooie ging en die hele Martin aan stukken sloeg op het podium. Zo beschamend! Het trok echt nergens op. Als ik dat terugzie, zou ik mezelf op mijn bek slaan.

‘Als ik een gitaar koop, steek ik eerst mijn neus in de koffer. Als die niet lekker ruikt, koop ik ’m niet. Meestal weet ik na één seconde of ze voor mij is. ’  Beeld © Stefaan Temmerman
‘Als ik een gitaar koop, steek ik eerst mijn neus in de koffer. Als die niet lekker ruikt, koop ik ’m niet. Meestal weet ik na één seconde of ze voor mij is. ’Beeld © Stefaan Temmerman

“Van sommige verkeersboetes kan ik ook to-táál door het lint gaan. Dat ik denk: fuck off! Ik kan daar moeilijk tegen, moet ik eerlijk toegeven. (lacht) En... laat ik hier maar stoppen!”

13.Hoe was uw kindertijd?

“Geweldig. Opgroeien in de bossen van Neerpelt met twee oudere broers, de hele dag soldaatje spelen. Op school haalde ik goede punten, maar ik deed er niks voor – het interesseerde me niet. Toen ik mijn middelbaar af had, ben ik thuis ­vertrokken. Dat viel niet in goede aarde: ineens was de lol over tussen mij en het ouderlijk huis. Om te overleven, ging ik ’s avonds pizza’s bakken terwijl ik overdag straatmuzikant was.

“Ik heb leuke herinneringen aan onze straat. Onze overburen hadden geen kinderen, ik was er kind aan huis. Onlangs zijn ze overleden en heb ik hun piano geërfd die nu in mijn muziekkelder staat. Ik was ook goed bevriend met schilder Gideon ­Kiefer, die nog altijd mijn boezemvriend is. Zijn ouders draaiden thuis veel muziek – van de ­familie Claessens heb ik veel van mijn kunst­zinnigheid gekregen.”

14.Wat hing er aan de muur van uw tienerkamer?

“Ik had op mijn kamer een lavabo die ingebouwd was in een kast, waarvan de deuren volhingen met stickers. Later kwamen de muziekposters: Doe Maar, Frank Boeijen Groep. Verder veel Star Wars.”

15.Hebt u vaak heimwee?

“Niet meer. Ik heb weleens heimwee gehad naar het ouderlijk huis van mijn vader. Opa en oma Zweegers woonden in een mooi huis in Geldrop (bij Eindhoven, SS), waar de familie vaak bijeenkwam. Daar heb ik goede herinneringen aan.

“Nu kan ik maanden aan een stuk zonder ­heimwee in Engeland zitten voor opnames. Als je elk ­weekend naar huis komt, kost het je drie dagen om terug in die trip te komen. Dat gaat niet. De eerste keer dat ik in Zuid-Engeland was, waren de ­kinderen nog klein. Isabelle is toen één keer naar Londen ­gekomen, dat was het. Ik moest in die bubbel ­blijven.”

16. Aan wie bent u schatplichtig?

(beslist) “Mijn vader. De betekenis die hij voor mijn leven heeft gehad... Dat is van een hele grote orde. Mijn moeder ook, maar anders. Mijn vader is er voor mij geweest op een belangrijk moment in mijn leven.”

17.Waarover bent u de laatste tijd dieper gaan ­nadenken?

“Dat ik zo gelukkig ben: ik kan muziek spelen en met mijn kinderen rondhangen. Daar denk ik nu meer over na dan twee jaar geleden. Als ­verrassing voor de kinderen hebben Isabelle en ik vorige week een puppy gekocht, een labrador van acht weken oud. Die heb ik naar ons huis in Frankrijk gebracht. Dat is toch het ultieme geluk, die kinderen en dat hondje?”

18.Welke song heeft voor u een bijzondere betekenis?

“O man, zoveel! (kreunt) Nu vraag je me toch echt... Wat altijd overeind blijft, is ‘I’ll Be Back’ van The Beatles. Toen ik dat voor de eerste keer hoorde, moest ik denken aan een winter in ­Engeland. Ik zag meteen die bakstenen ­pakhuizen in de haven van Liverpool voor me – een herinnering die ik niet eens had gezien. ­‘Golden Brown’ van The Stranglers heeft ­diezelfde uitwerking op mij. Ik heb ‘I’ll Be Back’ duizend keer gespeeld op straat en telkens raakt het dezelfde snaar: (zingt) ‘You know, if you break my heart, I’ll go.’ Zo magisch!

“Wat mij ook altijd pakt, is ‘Here Comes the Sun’ (ook van The Beatles, SS). Waanzinnig goed, en niet eens van de belangrijkste Beatle (George ­Harrison staat bekend als ‘de stille Beatle’, SS). Het komt door de klankkleur van Harrisons stem.”

19.Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Ik heb weleens aanwezigheden gevoeld die mij duidelijk maken dat er ergens een energie ­rondhangt. Zo beleef ik religie: als een vorm van energie waarin mensen opgaan. Op de meest ­onverwachte momenten overvalt het me.

“Verder geloof ik in vrijgevigheid. Niet omdat het je een goed gevoel geeft, nee: delen zit in mijn opvoeding. Ik kan met weinig gelukkig zijn. Als ik Isabelle niet had gehad, zou ik alleen maar gitaren nodig hebben.”

20.Hoe definieert u liefde?

“Volledige overgave en vertrouwen. Voor mij is dat niet moeilijk: ik lééf in volle overgave, echt waar.”

21.Hoe kijkt u naar uw ­lichaam?

“Ik voel me fit en gezond. Dat komt door het ­spelen: als ik op het podium sta, ben ik intensief met mijn lichaam bezig. Dat is mijn sport. Ik ben een tijdje te zwaar geweest, dat was niet fijn. ­Ondertussen kan ik weer in mijn pakken van ­twintig jaar geleden, kan je nagaan! Elke ochtend drink ik water met gedroogd gemberpoeder, om de ontsteking in mijn voet tegen te gaan. Daar doe ik ciderazijn bij – ik heb het idee dat ik daar mager van word.

‘Bij veel mensen draait de ontmoeting met hun held uit op een teleurstelling, maar bij mij niet, 
dat kan ik je wel vertellen! Het was telkens raak. Ja, lachen!' Beeld © Stefaan Temmerman
‘Bij veel mensen draait de ontmoeting met hun held uit op een teleurstelling, maar bij mij niet, dat kan ik je wel vertellen! Het was telkens raak. Ja, lachen!'Beeld © Stefaan Temmerman

“Mijn probleem is dat ik niet kan sporten. Ik heb vroeger gekeept in voetbal en hockey, maar dat kan niet meer met mijn voet. Die is zo beschadigd dat ik elke lichamelijke inspanning meteen ­bekoop. Ik heb ook lang gerookt, maar acht jaar geleden ben ik van de ene dag op de andere ­gestopt. Dat merkte ik meteen. Roken is het slechtste dat er bestaat. Sindsdien ben ik nooit meer ziek geweest. Kan je dat geloven?

“Ik drink wel te veel, zeker na concerten. Rode wijn is mijn favoriet. Ik drink niet elke dag, maar de aanbevolen eenheden alcohol per week, die ­overschrijd ik ruimschoots. Ik vind het gewoon heel lekker. Ondertussen ken ik een paar goede wijnhuizen. Tja, dan stopt het niet.”

22.Wat vindt u erotisch?

“Mijn vrouw, uiteraard. Dat is een groot onderdeel van je relatie. Het is moeilijk om gelukkig bij elkaar te blijven als je elkaar erotisch niet aantrekkelijk vindt. En verder: een bepaalde vorm van vrouwelijkheid die niet zichtbaar seksueel hoeft te zijn.

“Of gitaren erotisch zijn? (denkt na) Nee, da’s ­anders. Hoewel, als ik een gitaar koop, steek ik eerst mijn neus in de koffer. Als die niet lekker ruikt, koop ik ’m niet. Meestal weet ik na één ­seconde of ze voor mij is. Maar erotisch? Nee, dat gaat te ver.”

23.Hoe zou u willen sterven?

“Op het podium – sowieso wil ik ineens weg zijn. En als dat niet kan: liefdevol omringd door mijn vrouw en kinderen. Als je een rijk gevuld leven hebt gehad, als je veel liefde hebt kunnen geven en ontvangen, en je voelt dat het moment is ­gekomen, zou je moeten kunnen gaan.”

24.Wat zou u wensen als ­laatste avondmaal?

“Dat moet je mij geen twee keer vragen. Doe maar een lekker potje Indisch: chicken vindaloo, zo pikant dat je hoofd ontploft, samen met palak paneer (spinazie met kaas, SS). En daar rijst bij.”

25.Welke droom zou u nog ­willen realiseren?

“Weet je wat ik zo mooi vind aan Engeland? Als ik had gewild, zou ik daar allang kunnen wonen. Maar als ik er ben, kan ik in een droom stappen. En ik kan er altijd weer uit. Dát is de attractie. Ik reis altijd met de auto en de boot naar Engeland, nooit met de trein of het vliegtuig. De droom ­begint met de meeuwen die boven de haven van Calais cirkelen. Daarna rijd ik door Zuid-Engeland, van dorp naar dorp, pure romantiek. Als je wil, kan je er zelfs van de ene Romeinse villa naar de andere neolitische site rijden. (lacht) Met Stijn Meuris ben ik eens naar het buitenverblijf van Paul McCartney gereden, maar we werden ­weggestuurd.

“De droom is niet dat je er woont en werkt, maar in die fantasie rondloopt. En om het helemaal af te maken, is er de klank van het Engels. Als kind reisde ik met mijn vader vaak naar Engeland. ­Onbewust moet ik toen het fonetische hebben opgepikt, mijn Engels is echt heel goed.

“Verder heb ik in alle grote opnamestudio’s gezeten, behalve in Abbey Road 2. De studio is al drie keer voor mij geboekt, maar het is drie keer niet doorgegaan. Ik wil kunnen staan waar mijn ­helden opgenomen hebben. Ondertussen heb ik een aantal van hen ontmoet. Ik heb getourd met Neil Young, Noel Gallagher ontmoet, met Paul McCartney kunnen spreken. Dat zijn jeugd­dromen die zijn uitgekomen. Bij veel mensen draait de ontmoeting met hun held uit op een teleurstelling, maar bij mij niet, dat kan ik je wel vertellen! Het was telkens raak. Ja, lachen!”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234