Dinsdag 29/11/2022

InterviewVoorbij het verlies

Joost Andries, weduwnaar van Lies Lefever: ‘Eigenlijk rouwde ik vóór haar dood al om haar’

Joost Andries: ‘Vroeger dacht ik dat emoties op een schaal van één tot tien voorkwamen. Nu weet ik dat honderd ook bestaat.’ Beeld Aurélie Geurts
Joost Andries: ‘Vroeger dacht ik dat emoties op een schaal van één tot tien voorkwamen. Nu weet ik dat honderd ook bestaat.’Beeld Aurélie Geurts

Joost Andries (44) moest vierenhalf jaar geleden zijn Liesje Lefever afgeven. De cabaretière stierf op 37-jarige leeftijd na een ongelukkige val thuis, waar Joost vandaag nog altijd woont met hun twee kinderen. ‘Wat er gebeurd is een plek proberen te geven, vind ik een vreemd concept. Je zet zoiets niet weg, maar draagt het altijd met je mee.’

Katrin Swartenbroux

Hij heeft een goede week, zegt hij. Terwijl buiten de allesverzengende hittegolf op de huizen inbeukt, tast ik in zijn koele huiskamer op de tippen van mijn tenen voorzichtig het gespreksonderwerp af. De vloer is lava, de muur in de kleur van zonsondergang geverfd. Aan die muur hangt een zelfgemaakte kalender met vrolijke gezinsfoto’s van vroeger. De dagen kloppen niet meer want het ding is al een paar jaar oud, maar hij hangt er toch. “Of liever: hij hangt hier opnieuw. De eerste jaren na haar dood vond vooral mijn jongste zoon het moeilijk om haar foto’s uitgestald te hebben. Nu mag het weer.”

Daar valt het woord al. Dood. Een onderwerp waar mensen nog altijd moeilijk over kunnen of durven te spreken. Die ongemakkelijkheid moet veranderen, vinden rouwexperts, die de afgelopen jaren pleitten voor een rouwrevolutie. Een omwenteling waarbij verlies, verdriet en verwerking een plek krijgen in onze realiteit en niet langer achter gesloten begraafplaatsmuren en kerkdeuren hoeven te gebeuren. Het is waarom Joost instemde met dit gesprek.

Taboe

“Ze zeggen weleens dat de dood bij het leven hoort, maar die eerste maanden nadat Liesje gestorven was, voelde het alsof ik deel uitmaakte van een andere wereld. Alles rondom mij denderde in een rotvaart voort, terwijl voor mij de tijd stil leek te staan. Ik merkte toen ook hoe moeilijk mensen het vinden om over de dood te praten, ook als ik er zelf over begon. ‘We willen geen extra pijn naar boven brengen’, hoor je dan. Maar zeker in het begin denk je er toch constant aan. Het is dus niet zo dat mensen mij konden ‘herinneren’ aan het feit dat mijn vrouw was gestorven.

“Voor mij doet het gewoon al deugd om bij elkaar te zijn. Dat ik weet dat er ruimte en mildheid is als ik een moeilijk moment heb of een herinnering wil ophalen. Dat mijn gezelschap dat toelaat, zonder te denken dat ze iets moeten zeggen of doen om het op te lossen. Soms valt er niets op te lossen. Soms is het gewoon rot. Daar rust nog een taboe op: mensen die je pijn liever niet in de ogen zien, die snel van onderwerp veranderen of die overdreven enthousiast reageren als ze zien dat ik onder de mensen kom en plezier maak. Die extra moeten benadrukken dat ik er goed uitzie. Dat viel ook op toen ik een nieuwe relatie kreeg. Alsof er bijna collectief werd ademgehaald: oef! Terwijl ik nooit van plan was om de rest van mijn leven alleen te blijven of geen mooie momenten meer wilde. Maar die moeten kunnen bestaan naast de moeilijke momenten.

“‘Je moet het een plek geven’, hoor je vaak als het over rouwen gaat. Ik kan me daar niets concreets bij voorstellen. Dat klinkt als: zet het in de kast, doe de deur dicht en kijk er nog eens naar als je daar nood aan hebt. In de realiteit werkt rouw natuurlijk helemaal anders. Eerst word je overspoeld, daarna worden de golven wat rustiger, maar ook dan blijft dat sluimerend aanwezig. Je bril op de wereld verandert.

“Liesje is begraven, omdat ze dat zelf wou. Crematie vond ze een eng idee. Ze heeft dus ook een plek op het kerkhof, maar ik noch de jongens voelen een grote behoefte om haar daar vaak te bezoeken. Ik ga er af en toe langs, maar niet op vaste momenten. Ik voel me er ook niet per se meer verbonden met haar. Het verlies heeft geen vaste plek voor mij, want ik draag het altijd mee. Daarom zijn we ook nooit verhuisd, ook al is Liesje hier in de woonkamer gestorven. Mensen vonden dat eerst vreemd. Maar ik zou het voorval niet vergeten zijn door niet meer in dit huis te wonen, en het zou ons leven nodeloos stresserender gemaakt hebben op een moment dat alles al op zijn kop stond.”

Joost Andries: ‘Steeds meer herinner ik me ook de lieve Lies, die de boel opvrolijkte, haar schouders onder dingen zette.’ Beeld Aurélie Geurts
Joost Andries: ‘Steeds meer herinner ik me ook de lieve Lies, die de boel opvrolijkte, haar schouders onder dingen zette.’Beeld Aurélie Geurts

Terwijl Joost onze glazen opnieuw met water vult, moet hij glimlachen. Hij vertelt dat Liesje warme dagen als deze haatte, dat ze dan altijd in en uit de badkuip klauterde om af te koelen. Dat hij zich soms afvraagt hoe ze de lockdown samen waren doorgekomen. Dat ze in een goede periode ongetwijfeld liedjes was gaan zingen aan de ramen in de wijk. Hoe hij vooral daarvoor viel, bijna twintig jaar geleden, voor dat spontane, vrolijke, ondernemende meisje dat hij leerde kennen op een datingsite en die hij voor het eerst kuste in een tentje in de Kempen.

“We begonnen onze relatie door elkaar lange berichten te sturen, weken aan een stuk. Het is altijd een rode draad gebleven. Ook toen we al lang een koppel waren, schreven we elkaar geregeld brieven. Soms om moeilijke dingen te bespreken. Zeker Liesje kon zich makkelijker blootgeven via haar pen. Ik schrijf haar nog altijd, ook al is ze er niet meer. In de weken na haar dood zat ik ’s nachts aan deze tafel voortdurend te schrijven. Liefdesbrieven, maar ook boze brieven. Dat was blijkbaar de enige manier waarop ik mijn beleving kon verwerken. Structureren wat in je hoofd zit en dan enkel de essentie op papier zetten. Ik ben een briefpurist. (lacht) Nu schrijf ik Liesje iets minder regelmatig. Mijn psycholoog liet me eens wat brieven luidop voorlezen, alsof Liesje in de stoel tegenover me zat. Een intense ervaring. Als je je woorden weloverwogen uitspreekt, krijgen ze meer gewicht, lijken ze echter te worden.”

Wake-upcall

“Sinds Liesjes dood ben ik zelf ook banger om dood te gaan. Niet voor mezelf, maar voor onze jongens. Dan rijd ik over een brug en denk ik: shit, straks stort die in. Vroeger dacht ik nooit zo, maar ineens is de mogelijkheid dat ik doodga realistischer. Ook voor onze jongens was dat de grootste wake-upcall. Ze waren tien en twaalf toen hun mama stierf, een leeftijd waarop zoiets meestal geen deel uitmaakt van je wereld. En dan blijkt dat ineens toch te kunnen.

“Ik vermoed dat we zo eigenaardig doen over verlies omdat het zo abstract is. Zolang je er niet mee geconfronteerd wordt, is het moeilijk om je daar veel bij voor te stellen. Dat was voor mij toch zo. Al dacht ik toen Liesje er nog was toch vaak dat ze misschien dood kon gaan. Omdat het zo slecht met haar ging, en omdat ze zo diep zat, was dat ook geen vergezochte angst.”

Op 10 januari 2018 hoort Joost plots gestommel. Zijn eerste gedachte was dat Liesje te veel had gedronken en was gestruikeld over een trapje. Toen hij – licht geïrriteerd – ging kijken, zag hij meteen dat ze vreemd ademde. Hij belde de hulpdiensten, maar hulp kon niet meer baten. Waar hij al een tijd voor vreesde, gebeurde ook.

Trauma

“Het verlies leek in niets op hoe ik het me had ingebeeld. Het was zo overweldigend en het heeft mijn emotionele schaal volledig opnieuw gekalibreerd. Vroeger dacht ik dat emoties op een schaal van een tot tien voorkwamen. Nu weet ik dat honderd ook bestaat, en zelfs duizend acht ik niet meer onmogelijk.

De gitaar van Lies. Joost Andries: ‘Verhuizen zou de dingen nodeloos stressender hebben gemaakt, op een moment dat alles al op zijn kop stond.’ Beeld Aurélie Geurts
De gitaar van Lies. Joost Andries: ‘Verhuizen zou de dingen nodeloos stressender hebben gemaakt, op een moment dat alles al op zijn kop stond.’Beeld Aurélie Geurts

“De ironie is dat ik me daardoor iets beter kan inleven in hoe Liesje zich moet hebben gevoeld. De intense emoties die ze had, de gedachten die haar teisterden, waardoor ze van een vrolijke, spontane vrouw soms veranderde in een angstige, verdrietige vrouw. De laatste jaren gebeurde dat steeds vaker. Haar hoofd stond nooit stil, zei ze. Daardoor sliep ze ook slecht, dronk ze. Ze bleef worstelen met een diepgeworteld trauma, omdat ze na haar geboorte... ‘weggegooid was’, zei ze altijd. Daardoor had ze het gevoel dat ze hier eigenlijk niet mocht zijn. De dood hield haar bezig, al zei ze ook dat ze zichzelf nooit iets zou durven aan te doen. Maar je merkte aan haar dat ze vaker de grens opzocht. Misschien had ze niets expliciets gepland, maar ze was zich wel langzaam kapot aan het maken, al of niet bewust.”

De stilte die valt, is dankbaar, maar niet dwingend. Sommige zaken worden uiteindelijk benoemd, maar hoeven voor Joost niet zwart-op-wit in de krant. Andere blijven onuitgesproken, maar zijn tussen de regels door te lezen. Hoe hij niet per se probeert om Liesje een plek te geven, maar hij wel zelf op zoek is naar zijn plaats in een wereld zonder haar.

“Eigenlijk ben ik vóór haar dood al om Liesje beginnen te rouwen. Om de persoon die ze was en die ik in haar alcoholprobleem zag verdwijnen, en van wie ik af en toe nog maar een glimp kon opvangen. Het evenwicht was aan het einde volledig weg. Ik had onze twee jongens, maar ik moest ook constant voor haar zorgen. Anderhalf jaar na haar dood kreeg ik mijn klop. Mijn lijf was op, mijn hoofd leeg. Ik ben nu al drie jaar thuis aan het herstellen, niet alleen van haar dood, ook van de jaren ervoor. Al die jaren waarin ik me forceerde om Liesje recht te houden, om de boel draaiende te houden, om constant alert te zijn voor wanneer het mis kon gaan. Puur praktisch is het leven nu veel gemakkelijker.”

Overcompenseren

“Een schuldgevoel heb ik niet. Ik heb alles gedaan wat ik kon om haar zwaarte te verlichten. Ik reed het hele land met haar af, naar gespecialiseerde centra, heb altijd met de beste bedoelingen gehandeld. Het enige waar ik spijt van heb, is dat we geen afscheid hebben kunnen nemen. Niet dat ik ervaringen wil vergelijken, maar als ik lees over mensen die iemand na een slepende ziekte zijn verloren, dan merk ik wel dat dat steekt. Omdat die mensen dingen… uitgesproken hebben. Maar dat ging niet bij Lies. Haar alcoholprobleem maakte het de laatste jaren moeilijk om nog echt een connectie te maken en tot haar door te dringen. En op de zeldzame momenten dat het wel kon, wilde ze het er niet over hebben. Dan schaamde ze zich, denk ik, voor wat ze in een dronken bui gedaan had, en ging ze overcompenseren. Ze kon die switch makkelijk maken. Dan zaten de jongens en ik nog te bekomen in de zetel en ging zij een cake bakken alsof er niets gebeurd was. Ze wilde zo graag een goede mama en een goede vriendin zijn. Dat was het belangrijkste voor haar. En ze was dat ook. Maar het was moeilijk, voor ons allemaal.

“Uiteraard denk je achteraf weleens aan wat je anders had kunnen doen, hoe ver we terug moesten gaan om nog te kunnen ingrijpen zodat alles anders was gelopen. Realistisch gezien weet ik dat we dan hadden moeten terugkeren naar haar geboorte. Het gevoel er niet te mogen zijn zat zo in haar kern. Ik weet niet hoe dat had kunnen goedkomen. Ik denk dat wat er nu gebeurde altijd het eindpunt zou zijn geweest. Dat ik het niet had kunnen tegenhouden. (aarzelt) Euthanasie was in dat opzicht misschien wel een piste geweest die we hadden kunnen bekijken. Maar dan moet je jezelf ook wel zo ver krijgen om de hopeloosheid van de situatie te kunnen aanvaarden. Terwijl ik net constant aan het vechten was om haar in leven te houden. Misschien wel, denk ik nu soms, tegen haar zin.

Joost Andries: 'We zijn nooit verhuisd, ook al is Liesje hier in de woonkamer gestorven. Mensen vonden dat eerst vreemd.' Beeld Aurélie Geurts
Joost Andries: 'We zijn nooit verhuisd, ook al is Liesje hier in de woonkamer gestorven. Mensen vonden dat eerst vreemd.'Beeld Aurélie Geurts

“Vlak na haar dood had ik meer slechte herinneringen dan goede. Die goede leken wat ondergesneeuwd. Nu is dat meer in evenwicht. Ik herinner me hoe zwaar het soms was, maar steeds meer herinner ik me ook de lieve Lies, die de boel opvrolijkte, die haar schouders onder de dingen zette, die spontaan met iedereen een praatje kon maken en begaan was om de wereld. Soms denk ik dat mensen niet meer met haar bezig zijn, maar soms krijg ik een berichtje van iemand die bij een bepaald liedje of een gebeurtenis aan Liesje moest denken. Ik denk dat ze in meer mensen voortleeft dan ik me kan inbeelden.

“Als er een tip is die ik wil meegeven over omgaan met dood en verlies, laat het dan deze zijn: zorg dat je de overledene levend houdt. Stuur nabestaanden een berichtje als die persoon opduikt in je gedachten. Het maakt niet uit of de aanleiding positief of negatief is. Geloof mij: je kunt daar meer goed dan kwaad mee doen.

“Eigenlijk kun je tout court niet veel mis doen, als je gewoon oprecht bent.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234