Maandag 30/01/2023

Joodse literatuur voor het voetlicht

Op een onvergelijkelijk sobere en indringende manier geeft Mirjam Levie een beeld van de dagelijkse chaos en angsten tijdens de holocaustDe verhalen van rasverteller Sjolom Alejchem zijn zo grappig en ontroerend simpel dat je met ieder personage een dansje wilt doenVolgens Hajo G. Meyer is de kolonialistische en racistische houding van de joden uit de tijdDit boek is een boeiend, soms controversieel overzicht van de verschillende opinies over Anne Frank

vier lovenswaardige boeken over het jodendom

Een reeks beschouwingen van een joodse democraat die grondige kritiek levert op de huidige Israëlische politiek, de aangrijpende dagboekbrieven van een joodse Amsterdamse over de holocaust, een verzameling oordeelkundig gekozen teksten over het fenomeen Anne Frank en elf kostelijke verhalen van de geliefde joodse auteur Sjolom Alejchem: Joseph Pearce signaleerde vier opvallende boeken in de eindeloze stroom literatuur over het wel en wee van het joodse volk.

'Door de holocaust heeft het joodse volk in zijn totaliteit het vermogen tot rationeel denken verloren, zodat het geen adequaat antwoord meer kan geven op de grote uitdagingen waarvoor het stond en staat." Hajo G. Meyer spreekt vrij van de lever. De auteur is actief in Een Ander Joods Geluid, een vereniging die grondige kritiek levert op de huidige Israëlische politiek. Meyer is boos, ontgoocheld en pessimistisch. Deze overlevende van Auschwitz vergelijkt de toestand van de Palestijnen met die van de joden in Duitsland in de jaren dertig. Vernederingen, intimidatie, discriminatie en verpaupering zijn hun deel. Op zich is dit al een vreselijk kwaad. Maar omdat de staat Israël en de meeste joden Auschwitz als het ijkpunt van alle kwaad zien, bagatelliseren zij de dagelijkse misdaden tegen de Palestijnen. Hierdoor gaan de morele verworvenheden van het jodendom teloor. Joden stonden en zouden moeten staan voor mededogen, medeleven, het streven naar vrede, het recht op een eigen mening en respect voor de ander - inclusief de vreemdeling. Het streven naar goedheid en rechtvaardigheid wordt door de Israëlische leiders met voeten getreden. "Wij zijn nu eenmaal een generatie van kolonisatoren", zei Ariel Sharon in februari 2001, "en we zullen een leven moeten leiden door ons zwaard." Volgens Meyer is deze kolonialistische en racistische houding uit de tijd. Terwijl de moderne westerse democratieën naar een multi-etnische en multiculturele maatschappij evolueren, willen de Israëlische leiders een raciaal zuivere staat. Desnoods moeten de Palestijnen gedeporteerd worden. Bovendien verraadt deze politiek de centrale moraliteit van het jodendom. De critici worden met valse redeneringen de mond gesnoerd. Niet-joodse kritiek getuigt van antisemitisme, joodse kritiek legt joodse zelfhaat bloot. Omdat Israël en de joden verslaafd zijn aan het gedenken en herdenken van de holocaust, leidt dat tot obsessie en paranoia. Joden kunnen zichzelf alleen als slachtoffer zien, nooit als de agressors. Deze ziekelijke preoccupatie bestrijdt het antisemitisme niet, maar wakkert het aan. Volgens de voormalige procureur-generaal van Israël Michael Ben-Jaïr voldoet zijn land niet aan de normen van een democratie omdat het zich schuldig maakt aan koloniale onderdrukking, apartheid en schending van internationale verdragen. Meyer besluit dat zowel het zionisme als het jodendom hebben gefaald. Veel hoop op beterschap vindt hij niet. Het einde van het jodendom is een sterk beargumenteerde reeks kritische beschouwingen van een bevlogen en oprecht geschokte en bezorgde joodse democraat.'Rode wangen, m'n haar heel kort geknipt, allemaal kleine krulletjes van achter, enfin, ik geloof dat je verliefd op me zou worden, als je me zag." Wanneer Mirjam Levie deze opgeruimde woorden aan haar verloofde schrijft, zit de joodse Amsterdamse al een tijdje in Westerbork, het doorgangskamp van de Nederlandse joden op weg naar Auschwitz. Levie laat de moed nooit zakken. Zelfs in de meest mensonterende omstandigheden blijft zij in haar redding geloven. Is het haar karakter? Levie is pragmatisch aangelegd en neemt de koe altijd bij de horens. Of het feit dat ze zielsveel houdt van haar familie en vooral van Leo Bolle, haar aanstaande man die al voor de oorlog naar Palestina emigreerde? De dagboekbrieven vormen het eerste boek van de Bibliotheek van de genocide, een reeks getuigenissen over de holocaust. De serie begint uitstekend. Omdat Mirjam Levie privé-secretaresse van de Joodse Raad was, heeft ze een uniek inzicht in het gedrag van een organisatie die door de meeste joden werd gehaat. Levie oordeelt, maar veroordeelt niet. Haar verstand zegt dat de Joodse Raad het lot van de joden verzachtte en de deportatie zo lang mogelijk probeerde uit te stellen. Haar hart deelt haar onomwonden mee dat een heroïek standpunt wellicht beter was geweest. "Stikken jullie (tegen de Duitsers) en knap je vuile zaakjes maar zelf op." Mirjam Levie is er zich ook van bewust dat iedere flard informatie over die tragische tijden belangrijk is "omdat die misschien voor een buitenstaander het beeld duidelijker (kan) maken". Goed gezegd. Dit is de ideale houding van de dagboekschrijver. Levie kwijt zich op indrukwekkende wijze van haar gewichtige taak. Op een onvergelijkelijk sobere, accurate en indringende manier geeft ze een beeld van de dagelijkse chaos, angsten en verwikkelingen in Amsterdam, Westerbork en Bergen-Belsen. De tragiek waart overal rond, ook onder de joden zelf. Vriendjespolitiek, corruptie en gatlikkerij bloeien als stinkplanten op een mesthoop. Levie laat het niet aan haar hart komen. Te midden van de dood en vertwijfeling probeert zij zo normaal mogelijk te leven. Lekker lezen, een wandelingetje doen, eten, van de lente genieten, Pesach of Poerim vieren. Begin januari 1944 heeft iemand op een bed in een barak in Westerbork een vreemde boodschap geschreven. "Die letztzen Juden gingen nach Auschwitz zur Vergasung." Wat heeft dat in hemelsnaam te betekenen? Hoewel de stemmen steeds luider klinken dat de stroom boeken over de holocaust eens eindelijk moet ophouden, bewijzen de dagboekbrieven van Mirjam Levie dat een aangrijpende getuigenis over welke genocide dan ook een plaats verdient.'Hoe wordt Anne Frank nu gezien aan het eind van de twintigste eeuw? Is ze een begaafde schrijfster, een gewoon joods meisje dat slachtoffer van de holocaust werd, een morele gids in de wereld na Auschwitz en Hiroshima, of geeft ze alleen nog maar haar naam aan een immer uitdijende Anne Frank-industrie?" Historicus David Barnouw vatte de kritische vragen over het fenomeen Anne Frank perfect samen in Vrij Nederland in 1996. Het stuk van Barnouw is een van de drieëndertig artikelen die samen een soms controversieel en altijd boeiend overzicht van de verschillende strekkingen en opinies over Anne Frank en haar dagboek bieden. Volgens samensteller Gerrold van der Stroom kantelde het beeld van het vijftienjarige meisje vier keer. In 1947, toen Het Achterhuis verscheen. Na de toneelversie ervan in 1955. Bij de opening van het Anne Frank Huis in 1960, en ten slotte na de publicatie van de integrale editie van het dagboek in 1986. Toen het dagboek verscheen, drukte de uitgeverij na veel aandringen 1.500 exemplaren. Inmiddels zijn er 30 miljoen wereldwijd van verkocht. Alle auteurs buigen zich over de cruciale vraag waar dat succes aan te danken is. In het concert van medeleven met het tragische lot van Anne Frank één valse noot. In 1960 schreef Bruno Bettelheim een essay waarin hij keiharde kritiek losliet op het gedrag van de ondergedoken familie Frank. Volgens deze beroemde kinderpsychiater illustreert het lot van Anne Frank hoe iemand zijn ondergang kan versnellen door te proberen in zijn privé-leven te negeren wat er in de samenleving om hem heen gaande is. De Franks hadden net als de andere Europese joden de wapens moeten opnemen en hun beulen te lijf gaan. Bettelheim, zelf een oud-gevangene van Dachau en Buchenwald in 1938 voor hij naar de Verenigde Staten vluchtte, getuigt hier van een schromelijk tekort aan inlevingsvermogen. Het baart geen verwondering dat Anne Frank onder joden voor veel opschudding zorgt. "Men mag de gedeporteerden niet herdenken door het noemen van één naam", schreef Max Gans in het Nieuw Israëlitisch Tijdschrift in 1958. Joop Melkman van zijn kant vindt dat de moord op 6 miljoen minder indruk maakt dan die op één. Melkman vond overigens al in 1956 dat "de literatuur over de joden der verschrikking (...) reeds nu van een geweldige, onoverzienbare omvang (is)". Alle auteurs zijn het erover eens dat zowel de toneelbewerking als de filmversie schoolvoorbeelden zijn van Amerikaanse sentimentele kitsch. Over de kwaliteiten van Anne Frank als schrijfster lopen de meningen het verst uiteen. Voor Rachel Feldhay Brenner en Marc Chavannes is het dagboek een echt kunstwerk en was Anne een begaafd schrijfster. Voor Annie Romein-Verschoor was het in haar inleiding bij de eerste publicatie in 1947 een document van een "kleine dappere geranium die heeft staan bloeien achter de geblindeerde ramen van het achterhuis". Natuurlijk mag Harry Mulisch in dit debat niet ontbreken. Hij opperde in 1986 de idee van een derde literair genre, tussen de triviaalliteratuur en de echte literatuur in: een objet trouvé: een kunstwerk van de werkelijkheid zelf. Mulisch kreeg meteen lik op stuk van H.G. Matthes. De vele gezichten van Anne Frank is een verzameling verstandig gekozen teksten. Zowel beginnende als gevorderde Anne Frank-liefhebbers kunnen zich naar hartenlust vermeien. Toen ik de eerste bladzijde omdraaide, had ik al zeven keer gelachen. Neemt u het mij niet kwalijk dat ik daarna de tel niet meer heb bijgehouden. "Uitgelaten van geluk ben ik", zegt Kopele Kukeleku, "als een prins, een koningszoon." In deze elf kostelijke "verhalen voor kleine en grote mensen" voelt de lezer zich net als dat doodarme jongetje uit Kasrilevke dat voor het Loofhuttenfeest op zoek is naar een vlag en een vlaggenstok met op de punt een waskaars op een glimmend rode appel. Kasrilevke ligt aan de Sjtinkele. De joodse inwoners ervan beschilderen de bladzijden van Feest! in alle kleuren van de regenboog. Sjolom Alejchem (1859-1916) is een rasverteller. Zijn dialogen en beschrijvingen zijn zo grappig, levensecht en ontroerend simpel dat je met ieder personage een dansje wilt doen. Hoewel Alejchem zogoed als ieder verhaal met een religieus feest verbindt, valt een zedenles in geen velden of wegen te bespeuren. Zelfspot is het medicijn. "Iemand die generaliseert moet in details treden en iemand die in details treedt moet generaliseren." Een sneer aan het adres van de spitsvondige rabbi's wordt gevolgd door een uithaal naar de traditionele joodse karaktertrekken. "Joodse verhalen eindigen vaak treurig", geeft Alejchem toe. Of: "Mijn moeder, moge zij rusten in vrede, was een vrouw, die van huilen hield." Hoewel het dagelijkse leven in de sjtetl met aanstekelijke geestdrift en zin voor ironie wordt voorgesteld, verbloemt Alejchem nooit de schrijnende armoede of de kleine trekjes van de mens. Wanneer drie gezinnen in één huisje moeten leven en de kinderen niets anders doen dan eten en anderen het eten uit de mond kijken, begrijp je dat het hier niet om vraatzuchtige kinderen gaat maar om armoedzaaiers die de hongerdood proberen te ontlopen. Toen Sjolom Alejchem stierf, was hij zo geliefd dat zijn begrafenis door meer dan 150.000 mensen werd bijgewoond. Een terecht eresaluut. "Er is geen misère in de wereld te bedenken of een mens kan er wel aan wennen." Voor de Oost-Europese joden waren de verhalen van Sjolom Alejchem meer dan een balsem op een etterende wonde. Door de duisternis van hun bestaan vol armoede, terreur en willekeur scheen een licht van hoop en opstanding, een vriendelijk schijnsel dat vertroosting bood en tranen droogde. Omdat miljoenen joden alleen deze kleine verhalen hadden, waren die invloedrijker dan de grote woorden uit de bijbel.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234