Zondag 05/07/2020

Jongleren met uranium

Japan is gestart met het opruimen van radioactief materiaal in de kerncentrale van Fukushima. De wereld kijkt bezorgd toe. 'Een bedrijf dat nauwelijks een opslagvat voor radioactief water in elkaar kan vijzen, voert nu een erg riskante operatie uit.'

De eerste splijtstofelementen van reactor 4 in het Japanse Fukushima gingen gisteren een container in. "Een succes", bazuinde het management van Tepco, de beheerder van de nucleaire site, overal rond. "Normaal is dit een routinejob, die we de voorbije jaren overigens meer dan 1.200 keer hebben uitgevoerd. Maar de omstandigheden in Fukushima zijn uiteraard anders."

Dat is nog zacht uitgedrukt. Het gebouw van de reactor raakte in 2011 zwaar beschadigd door de aardbeving en tsunami. Ook het koelwaterbekken van reactor 4, dat zo'n twintig meter boven de grond bengelt, is niet langer stabiel. "De splijtstofelementen die daar in liggen, moeten er dus dringend uit", zegt Jan Vande Putte, expert bij Greenpeace.

Die elementen zijn hoog radioactief en moeten onder water bewaard worden om af te koelen. "Zonder dat water zouden die splijtstaven verhitten en loop je risico dat er straling vrijkomt", legt Vande Putte uit. "Normaal moet je zulke elementen vier tot vijf jaar onder water bewaren, vooraleer je ze kunt stockeren." Tijd die ze in Japan niet meer hebben. Sommige elementen zitten al lang genoeg in het koelbekken, andere moeten eigenlijk nog een tijdje onder water blijven. "Hoe dan ook is geen veilige situatie", zegt de Greenpeace-expert. "Want bij een zware aardbeving, riskeer je een nieuwe kernramp."

Kaartenhuisje

In totaal moet Tepco 1.533 splijtstofelementen naar veiligere oorden brengen, een operatie die waarschijnlijk iets meer dan een jaar zal duren. Om dat tot een goed einde te brengen heeft de elektricteitsbeheerder een indrukwekkende groene betonnen constructie gebouwd. Die staat stevig op de begane grond, los van het gebouw, en moet de kans dat het hele zootje als een kaartenhuisje in elkaar stuikt, verkleinen. Niemand kan voorspellen of de operatie al dan niet zal slagen.

Eerst moeten de splijtstofstaven in een container geraken. "Dat gebeurt allemaal onder water", legt professor kernenergie aan de VUB Peter Baeten uit. "De splijtstofelementen zitten in aparte kokers, in een matrix in het koelwaterbekken. Een machine haalt die elementen een voor een uit de kokers en stopt ze in een container." In elke container kunnen 22 elementen, met daarin tussen de 60 en 80 splijtstofstaven.

Pas dan komt de nieuwe betonnen constructie eraan te pas. Die moet de containers met het hoog radioactief materiaal veilig het gebouw uit krijgen. De vaten worden via de groene constructie naar de zijkant van het gebouw geloodst en meteen op een vrachtwagen geladen.

"Vervolgens worden de containers naar een ander, stabiel, koelwaterbekken gebracht, enkele honderden meters verder", zegt Baeten. "Daar belanden de splijtstofelementen opnieuw in een bassin." Een zwembad op de begane grond dit keer.

Veiliger?

Al kun je je afvragen hoeveel veiliger dit is. Finaal blijven de radioactieve splijtstofelementen gestockeerd op de site van Fukushima. Niks zegt bij een nieuwe aardbeving ook het stevigere koelwaterbekken niet in de klappen deelt.

"Dat ze niet meer in die onstabiele poel zitten, zal al een hele opluchting zijn", beklemtoont Vande Putte. "Maar volgens mij was het veel verstandiger geweest om die splijtstofelementen in de mate van het mogelijke op te bergen in spaciale containers voor droge stockage. Zelfs bij een zware aardbeving zit het materiaal dan veilig. Zulke containers zijn bestand tegen een val van negen meter en hevige brand. Dat is een pak veiliger."

Waarom dat niet is gebeurd? "Wie zal het zeggen", snuift Vande Putte. "Elektriciteitsbeheerder Tepco blinkt sowieso niet uit in langetermijnvisie. Zulke speciale containers moet je uiteraard laten maken en bestellen. Dat is niet snel genoeg gebeurd."

Terwijl Tepco het ene na het andere splijtstofelement uit het koelbekken plukt, houdt de wereld de adem in. "Een bedrijf dat nauwelijks een opslagvat voor radioactief water correct in elkaar kan vijzen, moet nu een bijzonder riskante operatie uitvoeren, zegt Vande Putte. "Uiteraard baart me dat zorgen."

'Dat ze niet meer

in die onstabiele poel

zitten, zal al een hele

opluchting zijn.

Maar wie zegt

dat het radioactieve

materiaal veilig zit

bij een nieuwe

aardbeving?'

Paul Vande Putte

Greenpeace-expert

l Nucleaire experts controleren in reactor 4 een opslagvat die gevuld moet worden met radioactief materiaal. Reactor 4 raakte bij de aardbeving en tsunami van 2011 zwaar beschadigd (l.).

© AP / Reuters

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234