Maandag 29/11/2021

Onderzoek5 jaar na 22 maart

‘Jongeren worden gedwongen online te leven, dat kan gevaarlijk zijn’

null Beeld Ilse van Kraaij
Beeld Ilse van Kraaij

Vijf jaar na de aanslagen van 22 maart 2016 verschijnen oproepen tot jihad steeds minder open en bloot op de bekende sociale media, maar meer in gesloten groepen. Dat bemoeilijkt de rekrutering van jihadisten, maar ook de controle erop. Volgens verschillende experts is het gevaar op nieuwe aanslagen dan ook niet geweken.

“Westerse landen keken weg van wat er gebeurde met moslims in pakweg Palestina. Dat en het gevoel dat ik in België nutteloos was, zorgden ervoor dat ik vertrok.” De Limburger Jawad* vertrok enkele jaren geleden naar Syrië om zich aan te sluiten bij IS. Gedesillusioneerd keerde hij terug, en nu wil hij er één keer anoniem over getuigen. Jawad vertelt over de frustraties die hij voelde, vlak voor hij vertrok, vooral omdat hij geen werk vond, naar eigen zeggen door discriminatie.

“Ik had geen geld, geen vriendin, geen werk. Ik was een waardeloze gast in de Belgische samenleving”, zegt hij.

Jawad trok zich steeds meer terug in een onlinegame. “Ik speelde schietspelletjes en via de chatbox spraken rekruteerders van IS me aan. Ik wist eerst niet wie ze waren.” Ze vroegen of Jawad niet eens écht wou schieten op mensen. “Op die hypocriete westerlingen die zich niks aantrokken van ons en onze moslimbroeders.” Jawad zat naar eigen zeggen dagelijks “uren” in de chatbox, maandenlang. “Ze gaven me tips om te schieten, maar ze waren vooral geïnteresseerd in mijn leven in België.”

Op een bepaald moment speelden de rekruteerders in op zijn zwaktes. “Ze beloofden me duizenden euro’s per maand als ik zou meestrijden in Syrië. Ik zou een training krijgen”, zegt hij. “Ze beloofden me ook mooie en trouwe vrouwen en ik zou omringd worden door mensen die me zouden respecteren.”

Jawad verdiepte zich steeds meer in de Koran en in oorlogen waarin moslims volgens hem het slachtoffer waren. “Ik vond het niet moeilijk om mijn leven hier achter te laten. Ik had er geen”, zegt hij. Na amper een half jaar vertrok Jawad. “Wat ik in Syrië zag, daar wil ik niet over spreken. Ik wil alleen nog zeggen dat ik daar niets heb kunnen betekenen. Toen ik terugkwam voelde ik me nog nuttelozer dan daarvoor.”

Een rondvraag van De Morgen bij de Belgische inlichtingendiensten toont dat de getuigenis van Jawad typerend is voor de huidige dreiging. IS slaagt er steeds minder goed in om zijn propaganda te verspreiden via de courante sociale media zoals Twitter en Facebook, maar neemt gedwongen de toevlucht tot meer besloten groepen, bijvoorbeeld in de chatrooms van videogames.

Haatpredikers

Lange tijd weigerden Facebook, YouTube en Twitter op te treden tegen hate speech. Een nabestaande van een slachtoffer van 22 maart eiste zelfs een schadevergoeding van Twitter, dat het medeplichtig stelde. Dat eindigde zonder succes, maar sinds 2016 hebben de mainstreamplatformen het roer wel omgegooid, onder meer door een samenwerking in het Global Internet Forum to Counter Terrorism.

Toch slagen bepaalde predikers er nog steeds in om op Facebook en YouTube aan hun fanbase te werken, zoals de Belg Tarik Chadlioui, bekend als Tarik Ibn Ali. Hij maakt video’s vanuit Spanje, nadat hij in 2017 werd gearresteerd in Engeland en uitgeleverd, omdat hij volgens de Spaanse justitie moslims rekruteerde voor een (verijdelde) aanslag op Mallorca. Hij is op borgtocht vrij, door ingezameld geld uit België en Nederland, maar mag het land niet verlaten.

Chadlioui zou jaren geleden ook Sharia4Belgium hebben geïnspireerd en kwam in opspraak na de aanslagen in Parijs. Hij zou volgens Franse veiligheidsdiensten een inspirator zijn geweest van een van de terroristen in de Bataclan. YouTube heeft onlangs zijn videokanaal geschrapt, maar dan maakt Chadlioui weer een nieuw aan. Zijn boodschappen kleuren meestal nog net binnen de lijntjes van de gebruikersvoorwaarden.

Slechts af en toe duikt een meer expliciete IS-sympathisant op op een van de grote sociale media. Zo verscheen in januari dit jaar het Twitter-profiel van een zekere Abu Daoud al-Beljiki, die de typische IS-propaganda deelde en opriep: “Snij hun kelen over.” Even snel was het profiel ook weer geschrapt.

Ook op Telegram, het favoriete platform van IS, is de propaganda een stuk minder gemakkelijk terug te vinden. Onder leiding van het Belgisch federaal parket heeft Europol eind 2019 tienduizenden terreurgerelateerde profielen van Telegram laten verwijderen. “Voor zover we weten is Islamitische Staat niet meer op het internet actief”, zei het parket toen. Analisten zoals onderzoeker Pieter Van Ostaeyen uitten daar toen al twijfels over.

Een week later eiste IS op een nieuw Telegram-kanaal een aanslag op in Engeland, waar een man twee mensen had doodgestoken op London Bridge. Zowel veiligheidsdiensten als socialemediaplatformen treden een pak kordater op, maar er glippen altijd nog profielen door het net.

Van Ostaeyen ontdekte vorige week een innovatie in jihadi-communicatie: voor het eerst verscheen een LinkedIn-profiel van Nashir News, een IS-nieuwsagentschap, dat in een mum van tijd meer dan 100 volgers verzamelde. 24 uur later was het verdwenen.

Uit het zicht

De EU gaat binnenkort de platformen verplichten om terroristisch getinte boodschappen binnen het uur te verwijderen. “Ik had gewild dat men nog verder ging en die platformen tot een soort verantwoordelijke uitgevers zou maken, en niet louter het doorgeefluik”, zegt Gilles de Kerchove, de EU-coördinator voor terrorismebestrijding. “Maar sowieso zijn er ook platformen die niet aan tafel zitten als we naar Silicon Valley trekken, en er is altijd het risico dat de gebruiker migreert naar een platform met minder discipline.”

De IS-boodschappen bereiken steeds minder een groot publiek, maar zijn ook minder in het vizier van inlichtingendiensten. Na de aanslag in Parijs in 2015 waarschuwde toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) al dat boodschappen op PlayStation 4 moeilijker te traceren zijn dan communicatie via bijvoorbeeld WhatsApp. Zoals bij Jawad dus. Gilles de Kerchove wijst regelmatig op het risico van onlinegames.

“Dat domein is weinig gereguleerd”, zegt De Kerchove. “Deze games kunnen een aanzet vormen tot radicalisering, maar zijn ook een communicatiemiddel. We weten dat enkele aanslagen via videospelletjes zijn beraamd. En het is een manier om te oefenen, zoals ook militairen doen.”

De ineenstorting van het IS-kalifaat verkleint de kans dat een terreurcel kan toeslaan die opgeleid en aangestuurd is door IS, zoals op 22 maart 2016. De huidige dreiging komt dan ook vooral van wat inlichtingendiensten ‘lone actors’ noemen, zoals de London Bridge-terrorist. Deze daders beantwoorden aan de oproepen van IS om met eender welk wapen zo veel mogelijk slachtoffers te maken. Dat de impact soms even groot kan zijn als het werk van een terreurcel, bewijst de aanslag in Nice in 2016, waarbij 87 doden vielen, toen een Tunesiër met een vrachtwagen inreed op de menigte.

“De moeilijkheid is dat lone actors, of het nu jihadisten zijn of rechts-extremisten, minder evident zijn om vroegtijdig op te sporen dan cellen die afspraken moeten maken en elkaar fysiek ontmoeten”, zegt de woordvoerder van OCAD, het coördinatieorgaan voor dreigingsanalyse. “Daarom is er nu veel aandacht voor de sociale media, omwille van hun rol in rekrutering en verspreiden van propaganda.”

De vraag is of onze veiligheidsdiensten daarvoor voldoende gewapend zijn. Een van de vaststelling van de parlementaire onderzoekscommissie naar de aanslagen was “dat de veiligheidsdiensten een vrij zwakke informatiepositie hebben in radicale milieus en op sociale media”. Daarom moesten ze hun “informatiehuishouding versterken”. Uit onderzoek van De Morgen blijkt dat die digitalisering bijzonder moeizaam verloopt.

“Eigenlijk benaderen onze diensten de problematiek nog ongeveer met hetzelfde arsenaal als vijf jaar geleden”, zegt professor Kenneth Lasoen (UAntwerpen), die onlangs een boek uitbracht over de Belgische inlichtingendiensten. “Dat is onder meer te verklaren doordat België na de onderzoekscommissie twee jaar lang in lopende zaken is geweest. Het helpt bovendien niet dat elke dienst onder een andere minister valt. De Staatsveiligheid heeft ervoor geijverd om alle diensten onder de premier te brengen, maar dat is niet in het regeerakkoord geraakt.”

Verschillende zaken zijn wel veranderd de afgelopen vijf jaar. Sinds 2018 moet elke gemeente ook een Lokale Integrale Veiligheidscel (LIVC) hebben, waarin verschillende diensten samenkomen om radicalisering zo snel mogelijk op te sporen. Er kwamen meer middelen voor de inlichtingendiensten, er werden overlegorganen gecreëerd, en de verschillende inlichtingendiensten lijken beter samen te werken.

Toch is er bijvoorbeeld nog geen sprake van een eengemaakt statuut dat moet zorgen voor mobiliteit tussen OCAD, Staatsveiligheid en de militaire inlichtingendienst ADIV, wat op zijn beurt de samenwerking tussen de diensten moet verbeteren. Wie eerst vijf jaar bij de Staatsveiligheid heeft gewerkt en dan naar ADIV trekt, houdt daar meestal toch enkele contacten aan over. Het eengemaakt statuut was een van de aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie na de aanslagen en is een van de voornemens van de nieuwe regering.

Nieuwe voedingsbodem

In heel het Westen is het laatste jaar de aandacht bij inlichtingendiensten voor een stuk verschoven van jihadisme naar rechts-extremisme. Toch blijft moslimextremisme de grootste dreiging vormen. In de Gemeenschappelijk Gegevensbank (GGB), die door OCAD wordt beheerd, staan 707 terroristen of extremisten, van wie er 18 twee keer vermeld staan, omdat ze bijvoorbeeld zowel haatprediker zijn als Foreign Terrorist Fighter. 641 van hen staan in die databank omwille van moslimextremisme, een vijftigtal voor rechts-extremisme en een vijftiental voor links-extremisme.

De hamvraag blijft na vijf jaar: hoe aantrekkelijk is moslimextremisme nog? Volgens Brahim Laytouss, onderzoeker bij het Brussels International Center for Research and Human Rights, is er momenteel vooral sprake van ‘passief religieus’ extremisme, dat echter snel kan omslaan in actief extremisme, want corona en de bijbehorende maatregelen vormen een nieuwe broeihaard. “Jongeren hebben weinig sociale contacten en ze worstelen met hun identiteit. Daarnaast worden ze gedwongen om online te leven, en dat kan gevaarlijk zijn”, zegt hij.

“Al een jaar lang zit iedereen alleen met zijn computer en het overheidsvertrouwen krijgt een knauw”, beaamt professor Lasoen. “Er is geen tekort aan rekruten, zeker niet als daar binnenkort een economische crisis bovenop komt, met een legertje werklozen. Dat wordt allemaal zeer zorgwekkend, niet enkel wat moslimextremisme betreft, maar ook extreemrechts. Men ziet bij inlichtingendiensten dat er zich online een kruitvat aftekent.”

Ook de Genkse jongerenwerker Ugur Korkoca ziet jongeren door de coronacrisis in een onlinewereld geduwd worden. “Onlangs zag ik verschillende jongeren via Instagram en Facebook oproepen om boel te maken op straat en zich te verzetten tegen de coronamaatregelen”, zegt hij. “Ik wil maar zeggen: het is heel gemakkelijk om geïsoleerde en gefrustreerde jongeren online op te hitsen en ze aan te sporen om geweld te gaan gebruiken.”

Burgemeester van Vilvoorde Hans Bonte, uit wiens stad in totaal 24 mensen vertrokken zijn, noemt de huidige context “verontrustend”. Bonte stelt bovendien dat er heel wat verkeerd loopt op het vlak van de opvolging van de al gekende en veroordeelde extremisten in ons land. “Zij moeten normaal ter beschikking blijven staan voor de regering, maar die aanbeveling van de parlementaire onderzoekscommissie is niet uitgevoerd”, zegt hij. Sommige veroordeelde extremisten zijn daarom van de radar verdwenen. “De realiteit is dat er mensen veroordeeld werden voor terrorisme, een papiertje in handen kregen om het grondgebied te verlaten en uitgewezen werden. Maar door het falen van de strafuitvoering worden ze eigenlijk in de illegaliteit geduwd. Dat verontrust me, want we weten vandaag niet waar iedereen zit.”

Jawad ziet nog een ander probleem. Ook de voedingsbodem voor moslimextremisme die vijf jaar geleden al bestond, is niet verminderd ten opzichte van het moment dat hij vertrok. “De veiligheidsdiensten in ons land focussen te weinig op het globaal plaatje en begrijpen de woede van sommige moslims niet.”

*Jawad is een schuilnaam

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234