Maandag 21/06/2021

Justitie

Jongeren helpen jeugdrecht te hervormen: "Minder opsluiten en meer luisteren"

Lola en Mike denken mee over het nieuwe decreet jeugdrecht. Bij Mike staat bovenaan 'hulp, bescherming, straf'. In die volgorde.
Lola en Mike denken mee over het nieuwe decreet jeugdrecht. Bij Mike staat bovenaan 'hulp, bescherming, straf'. In die volgorde. "Nu blijft het te vaak alleen de straf."Beeld Eric de Mildt

Hoe moet het nieuwe decreet jeugdrecht omgaan met jongeren die een delict plegen? Op die vraag proberen niet alleen magistraten, hulpverleners en psychiaters een antwoord te formuleren. Voor het eerst doen ook jongeren die zelf voor de jeugdrechter verschenen dat. "Een gesloten instelling maakt je problemen alleen maar groter."

In een warm, ietwat rommelig lokaal in Brussel zitten een jongen met blond piekhaar en een meisje met lange gitzwarte haren. Terwijl hun handen reiken naar glazen frisdrank en chips leggen ze uit wat het is om je jeugd in een instelling door te brengen. Ondanks de hulp was het vaak lastig, eenzaam ook. Al was het meestal ook wel beter dan thuis.

Om de twee, drie zinnen klinken afkortingen. Afkortingen als OBC (observatie en behandelingscentrum), TCK (trainingscentrum voor kamerbewoning) en BZW (begeleid zelfstandig wonen). "Eens je met het jeugdrecht in aanraking komt, ben je snel een professional", aldus het meisje.

Lola houdt niet van hokjes, zegt ze. Toch is ze voor het jeugdrecht een 'vosser' (VOS staat voor een verontrustende opvoedingssituatie). Ook Mike, naast haar, had het als kind moeilijk thuis. Hij is daarnaast ook 'moffer' (MOF staat voor een als misdrijf omschreven feit). Beide jongeren zijn samen met een vijftal betrokken bij Cachet, een organisatie die jongeren met ervaringen in de jeugdhulpverlening met elkaar in contact brengt. Samen denken ze mee over het jeugdrecht, dat sinds vijftig jaar nog eens grondig hervormd wordt. In een nieuw decreet moeten de maatregelen worden bepaald die een jeugdrechter aan jonge delictplegers kan opleggen.

Time-out

Door de zesde staatshervorming is de hervorming niet langer een federale maar een Vlaamse taak. Eentje van welzijnsminister Jo Vandeurzen (CD&V) meer bepaald. Omdat het decreet zo breed mogelijk gedragen moet, laat hij het Agentschap Jongerenwelzijn verschillende 'stakeholders' samen debatteren zodat een evenwichtig voorontwerp opgesteld kan worden. Nog tot mei 2016 krijgen rechters, proffen, hulpverleners maar ook ervaringsdeskundigen als ouders en jongeren de tijd om te debatteren hierover.

Deze maand gingen de gesprekken van start, ook met Lola en Mike dus. Het zijn niet hun echte namen. Die willen ze niet in de krant. Maar wat er volgens hen in het decreet moet, dat mag wel opgeschreven. Allebei hebben ze een blad voor zich met belangrijke punten.

Bij Mike staat helemaal bovenaan 'hulp, bescherming, straf'. In die volgorde zou het moeten gaan als er een jongere een feit pleegt, vindt hij. "Nu blijft het te vaak alleen bij straf."

De jongen kan het weten: hij heeft een autodiefstal achter zijn naam. "Ik heb daarvoor een time-out van twee weken en wat werkuren gekregen." Prima, vond hij op dat moment. "Het was een lichte straf. Een vriend die in diezelfde voorziening als mij zat vloog alleen al voor het schelden tegen een begeleider twee weken naar een gesloten instelling."

Zo'n gesloten gemeenschapsinstelling, zoals er gisteren nog een in Wingene werd geopend, daar zouden in de toekomst zo min mogelijk jongeren door de jeugdrechter geplaatst mogen worden. "Ik heb er zelf nooit gezeten, maar vrienden van mij wel. Hun problemen zijn er alleen maar groter geworden. Slechts een van de vijf is er beter uitgekomen. Ik begrijp dat wel: het zijn jongens die net als mij uit een verontrustende opvoedingssituatie komen. Als je dan plots tegenover crimineeltjes komt te staan, moet je al heel weerbaar zijn om niet met hen mee te doen. Ik heb zelf gezien hoe snel ze drugs nemen en kennis over inbraken opdoen."

Net als Mike zat ook Lola in verschillende voorzieningen. "Laten we het houden op: mijn ouders hadden geen goede opvoedingsstijl." Wat Lola tijdens de debatten vooral wil meegeven, is dat het decreet er moet op toezien dat er zoveel mogelijk mét de jongeren gewerkt moet worden, dat er méér naar hen geluisterd moet worden. "Zelf had ik vaak totaal geen behoefte om mijn ouders te zien, maar moest dat wel. Ik vond het jammer dat ik zelf het tempo niet kon aangeven. Dat deed het alleen maar slechter met mij gaan."

Volgens haar hangt dat af van de instelling. Maar ook van de begeleiders. Van de advocaten. "Die moeten je steunen. Niet alleen omdat het hun job is, maar ook omdat ze oprecht begaan zijn." En de jeugdrechter zelf? "Goh. Ik heb daar geen uitgesproken negatieve of positieve ervaringen mee. Voor mij was het een buschauffeur. Je hebt er geen echt contact mee. Hij brengt je gewoon van de ene naar de andere plaats."

null Beeld Eric de Mildt
Beeld Eric de Mildt

Beschaamd en trots

In welke mate moeten delictplegers schade herstellen? Daarover denken de twee ook na. Er is een verschil tussen materiële en relationele schade, benadrukken ze. Mike had zelf geen contact met zijn slachtoffers. En dat vind hij goed. "Ik zou het niet gekund hebben. Ik was te beschaamd, maar ook te trots."

Lola betreurt dat. "Alleen een straf is niet goed. Die staat te veraf van het feit. Een brief schrijven, ofzo, dat zou toch moeten kunnen. Dan doe je er iets meer mee."

In 2017 moet de tekst waaraan ze meewerken aan het parlement voorgeschoteld worden opdat het decreet op 1 januari 2018 in werking zou treden. Op de vraag of ze denken dat ze daar nu écht hun stempel op kunnen drukken worden de schouders opgehaald. "Misschien." Het is in elk geval goed dat we hier zitten, meent Lola. "Misschien dat onze verhalen en meningen een paar mensen inspireren. Die kleine stapjes zijn ook stapjes vooruit."

Mike beaamt, maar wil niet op de feiten vooruit lopen. Dat heeft hij daarvoor ook nooit gedaan. "Chaque chose en son temps, zeggen ze in Brussel. Alles op zijn tijd."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234