Vrijdag 27/11/2020

InterviewIntimiteit

Jongeren en liefde: ‘Mijn ouders waren de generatie van de orgieën. Ik zou het niet erg vinden om daarnaar terug te gaan’

Beeld Johan Jacobs

Hoe kijkt de jeugd naar de liefde? Gaan ze loos of houden ze het veiligheidshalve bij een potje virtuele seks? Een ervaringsdeskundig trio mag het ons verklappen: Billie Leyers (25) is de derde telg uit het gekende gezin Leyers en singer-songwriter. Marie Van Uytvanck (21) schopte het met haar bandje Kids With Buns onlangs nog tot in de halve finale van Humo’s Rock Rally. Voor het testosteron aan tafel zorgt Nathan Bouts (22), acteur uit de jongerenreeks wtFOCK.

Een eerste cijfer: zes op de tien jongeren vindt een vaste relatie belangrijk. Dromen jullie daar ook van?

Leyers: “Veel vriendinnen zijn hard op zoek naar een relatie. Dat type ben ik niet, ik zie wel wat er op mijn pad komt. Maar om één of andere reden beland ik er toch altijd in. Sinds ik seksueel actief ben – binnenkort is dat tien jaar: hoera! – heb ik drie lange relaties gehad. Nu ben ik tweeënhalf jaar samen met Jasper (Maekelberg, van Faces on TV, red.) Toevallig is dat ook de man met wie ik oud wil worden.”

Bouts: “Ik vind een vaste relatie een leuk idee, maar op dit moment heb ik er geen.”

Welke vakjes moet een potentiële partner voor jou afvinken?

Bouts: “Het klinkt pretentieus, maar ik wil iemand met een zeker intellectueel niveau, iemand met wie ik kan praten. Ze moet ook zeker zijn van haar stuk.”

Leyers: “Dat is voor mij ook belangrijk. Het maakt niet uit of iemand een goede loodgieter, acteur of muzikant is, hij moet thuiskomen en met passie kunnen praten over zijn dag. De grootste afknapper is iemand die in de zetel joints zit te roken en niet weet wat hij met zijn leven moet aanvangen.”

Van Uytvanck: “Ik heb een nogal raar vakje dat ik wil afvinken: als ik iemand leer kennen, check ik altijd haar Spotify-speellijst. Ik kan me erg aangetrokken voelen tot iemand met de juiste playlist.”

Leverde Spotify je al een vaste relatie op?

Van Uytvanck: “Nog niet. Dat ik lang in de kast heb gezeten, zit daar voor iets tussen. Ik denk dat mensen zich lange tijd hebben afgevraagd of ik aseksueel was. Nee, dus. Het heeft me gewoon zeven jaar gekost voor ik helemaal klaar was om het met iedereen te delen.”

Daar maakte je een podcast over: de Uit de PodKast. Je vertelt erin hoe je het aan je ouders hebt verteld.

Van Uytvanck: “Vrienden wisten het al langer, maar ik heb lang gewacht om het thuis te vertellen. Eigenlijk weten mijn ouders het nog maar net: ik heb het hun tijdens de lockdown gezegd, per brief. Ze reageerden heel lief. Ze vonden het vooral superkut voor mij dat ik me al die jaren ongelukkig heb gevoeld – ik weet al sinds mijn 14de dat ik op meisjes val.

“Ik heb nog nooit een serieuze relatie gehad, maar heb al wel langere periodes met iemand gedatet. Ook dat was lange tijd ingewikkeld, omdat ik nog in de kast zat. Dan spraken we in het geheim af in een café aan de andere kant van het land. (lacht) Belachelijk: twee meisjes kunnen perfect naast elkaar op café zitten, zonder dat iemand doorheeft dat je op date bent.”

Hoe is de band met je ouders? Ik vraag het omdat er van een generatieconflict absoluut geen sprake lijkt bij deze generatie: vier op de tien willen later zelfs in de buurt van de ouders blijven wonen.

Van Uytvanck: “Sinds ik uit de kast ben gekomen, is onze band veel sterker geworden. Vlak na mijn coming-out was het allemaal wat raar. In die periode gingen we samen op reis. Nooit heb ik meer naar mijn kot verlangd. Maar nu wil ik de hele tijd mijn mama knuffelen. Dat grote geheim staat niet meer tussen ons in.”

Leyers: “Ik woon samen met mijn lief, maar ik kan het heel goed vinden met mijn ouders. Iets té goed, denk ik soms. Als ik tegen de middag nog altijd niet heb gebeld met mijn ouders of met één van mijn zussen, dan vraagt Jasper of er misschien iets scheelt.

“Waarom zouden we ons ook tegen onze ouders moeten afzetten? Ik heb de indruk dat hun generatie meer rock-’n-roll was dan de onze. Mijn vader stoort zich mateloos aan de festivals vandaag: tassen opentrekken en fouilleren, wat is daar nu rock-’n-roll aan? In hun tijd ging het er veel losser aan toe. Zij waren de generatie van de orgieën. Ik zou het niet erg vinden om daarnaar terug te gaan. Nu is het allemaal zo braaf.”

Beeld Johan Jacobs

RETWEET!

Van de jongeren met een vaste relatie leerde één op de vijf zijn lief online kennen. Vijf jaar geleden was dat nog maar 15 procent.

Van Uytvanck: “Ik heb het al een paar keer gedaan, maar ik vind Tinderdaten niet prettig. Het idee dat je met iemand afspreekt en elkaar dan moet keuren, ligt me totaal niet. Toevallig iemand ontmoeten met wie het klikt, lijkt me zoveel leuker. Al is dat niet altijd even gemakkelijk, als je valt op mensen van hetzelfde geslacht.”

Leyers: “Ik heb nul ervaring met Tinder. Mijn vaste relaties zijn altijd op school begonnen.”

Zoals bij één op de drie van de jongeren.

Leyers: “Jasper heb ik ook op school leren kennen: hij was mijn mentor bij mijn eindwerk. Dus ja, ik ben met de leraar gaan lopen (lacht).

“Ik zie rond me wel dat er veel online wordt gedatet. Dan zitten ze weken of maanden met elkaar te chatten, spreken ze eindelijk in het echt af, en blijkt de klik er toch niet te zijn. Hup, drie maanden van je leven in de vuilnisbak.”

Van Uytvanck: “Logisch: je hebt al die tijd de ander zitten idealiseren. In chatgesprekken kun je nadenken voor je iets zegt, dus zeg je geen foute dingen.”

Corona heeft een flinke streep door de rekening van de single getrokken: 73 procent heeft geen nieuwe dates meer gehad sinds midden maart.

Bouts: “Ik vond die hele lockdown niet zo dramatisch. Ik heb me op mijn muziek gestort. Met resultaat: binnenkort komt mijn eerste single uit.”

Van Uytvanck: “Jij hebt dus die hele tijd niets gedaan? Niet dat ik illegaal ben gaan afspreken tijdens de lockdown, maar daarna heb ik toch nog wel wat nieuwe dates gehad. En nee, dat was niet altijd met social distancing en mondmasker. Op die manier daten lijkt me een beetje raar, toch? (tegen Billie) Was het niet moeilijk voor jullie als koppel?”

Leyers: “Bij veel koppels was het het één of het ander: ofwel werden ze verliefder dan ooit, ofwel was het gedaan. Bij ons werkte het verdacht goed: we blijken uitstekend op elkaar afgestemd. We geven elkaar de nodige ruimte.”

Bouts: “Wat heb jij een goeie relatie! Het lijkt me leuk om tegen de volgende lockdown ook zoiets te hebben, al ben ik wel gehecht aan mijn onafhankelijkheid. Ik heb al eens een relatie gehad van drie jaar. Als we een week samen waren geweest, dan had ik daarna een paar dagen voor mezelf nodig. Ik vind het ook verschrikkelijk om naast iemand te slapen.”

Van Uytvanck: “Retweet! Dat heb ik ook zo hard. Ik ben overdag al zo druk: ik heb ADHD en praat veel. Als ik ’s avonds thuiskom, wil ik gewoon in mijn eentje liggen stinken in mijn bed.”

EEKHOORN IN BED

Slechts 5 procent van de jongeren in een vaste relatie heeft elkaar leren kennen op café. Durven jullie nog op iemand afstappen aan de toog?

Leyers: “Alleen de foute types doen dat nog. ‘Jij ziet er een toffe uit. Mag ik je nummer?’ Dan deins je als vrouw meteen terug.”

Bouts: “Echt? Ik denk wel dat een man dat nog mag. Ik doe het sowieso niet – ik vind flirten vreselijk – maar ik zie vrienden het doen. Ze gebruiken mij er zelfs voor. Dan trekken ze me aan mijn arm mee tot bij het meisje dat ze willen versieren: ‘Kijk, dit is mijn vriend, Jens van wtFOCK.’ Mijn personage is nogal een complexloze, chille gast die heel zelfverzekerd overkomt, en dus best populair is bij de meisjes. Mij interesseert het niet om daarmee meisjes te imponeren, maar mijn vrienden snappen het niet: ‘Waarom gebruik je die aandacht niet om rond te poepen?’”

Dat zal de 14 procent zijn die het eens is met de stelling: als je jong bent, moet je zoveel mogelijk sekspartners uitproberen.

Leyers: “Ik ben geen man, maar de tijd dat je als man op de dansvloer kon dansen met een meisje en haar opeens vol op de mond kon kussen, ligt finaal achter ons, denk ik. Als je niet oppast, beschuldigt ze je achteraf van aanranding. Ik snak naar een tijd waarin dat wel weer kan. Niet dat ik pro aanranding ben, maar een beetje spontaniteit mag toch? Nu staat er bij alles een vraagteken: mag ik u kussen? Mag ik u aanraken? Mag ik in uw poep knijpen? Het leven is minder romantisch geworden.”

Van Uytvanck: “Op feestjes zie – pardon: zág – ik dat toch nog wel, hoor: in de poep knijpen. Al mijn vriendinnen hebben er last van.”

Bouts: “(knikt) Sommige van mijn vriendinnen kunnen nooit gewoon een avondje dansen zonder dat er een gast tegen hen aan komt schuren.”

Leyers: “Maar dat zijn dus altijd de foute types. Alleen zij durven het nog.

“Alhoewel: onlangs liep ik met mijn fiets aan de hand over de Antwerpse Groenplaats. Opeens vroeg een gast me bedeesd of hij me mocht vergezellen tijdens het stappen. Eerst vond ik het raar, maar het had ook wel iets schattigs. Hij is meegewandeld en heeft dan beleefd afscheid genomen. Hij had gemerkt dat mijn ‘ik ben bezet’-lampje aanstond, denk ik. Was ik single, dan had ik hem misschien wel mijn nummer gegeven. Dat zou toch een mooi verhaal zijn?”

Vind jij, zoals bijna één op de drie jongeren, dat #MeToo overroepen is? Bij de jongens loopt het zelfs op tot 38 procent.

Leyers: “Moeilijke kwestie. Ik ben niet zo van #MeToo, denk ik.”

Van Uytvanck: “Je moet tegenwoordig oppassen met uitspraken daarover. Ik geloof wel dat sommige mensen #MeToo misbruiken om aandacht te krijgen. Het is een minderheid, maar ze zorgen er wel voor dat de serieuze problemen worden overschaduwd en dat #MeToo nu zelfs wat lacherig wordt gebruikt.”

Er is wel degelijk wat aan de hand: één op de vier meisjes zegt al dat ze te maken heeft gehad met aanranding en seksuele intimidatie.

Leyers: “Zijn dat dan ook de meisjes die in hun poep worden geknepen? Voor mij heeft seksuele intimidatie meer te maken met scheefgetrokken machtsverhoudingen op de werkvloer. Dat is uiteraard heel vies, maar nog iets anders dan iemand die ongevraagd zijn hand op je arm legt aan de bar. We zijn daarin wat te ver doorgeschoten, vind ik. We zijn allemaal mensen en klungelen ook maar wat.”

Van Uytvanck: “Daarin heb je wel gelijk. Ik heb het al meegemaakt dat er een kerel op een paar meter van de dansvloer uitdrukkelijk stond te staren naar een meisje. Oké, dat is niet zo leuk, maar het waren Gentse Feesten en iedereen was zat. Opeens zei dat meisje: ‘Ik ga dit oplossen.’ Ze ging de security halen en die gooide die man buiten, terwijl iedereen hem stond na te kijken alsof hij de grootste viezerik was en haar had aangerand.

“Anderzijds hoor ik ook veel meisjes klagen dat ze al eens gedrogeerd werden bij het uitgaan.”

Bouts: “Niet alleen meisjes maken dat mee. Ik was eens op een feestje en kreeg een flesje water toegestopt van een meisje dat vroeg: ‘Heb je dorst?’ Geen idee of dat water voor mij bestemd was, maar er zat zeker iets in: ik voelde me daarna raar en draaierig, kon amper nog naar huis fietsen. Thuis heb ik zeker drie uur op het toilet gezeten, zonder te weten waar ik was.”

Van de meisjes die al seks hebben gehad, heeft een derde dat al eens tegen haar zin gehad. 16 procent van de jongens zegt hetzelfde.

Van Uytvanck: “Vorig jaar was ik op reis in Berlijn met de klas. In een club heeft een vrouw toen één van de jongens gedrogeerd en gepijpt. Als dát geen aanranding is, dan weet ik het ook niet meer. Maar het vreemde was: die jongen deed alsof er niets aan de hand was. Hij leek er nog trots op ook.”

Leyers: “Voor mannen geldt nog altijd het cliché: elke man wordt graag gepijpt. Als die jongen ook écht trots was, hoeft het geen probleem te zijn.”

Heb jij al seks gehad tegen je zin, Nathan?

Bouts: “Tegen mijn zin niet echt, maar ik kan wel halverwege mijn goesting verliezen. Dat ligt aan mij: ik ben heel snel afgeleid. Ik kan bezig zijn met vrijen en opeens denken: waarom is Nelson Mandela gestorven? Of: welke kleur zou ik die muur eens schilderen?”

Van Uytvanck: “Zo herkenbaar. Heb jij ook ADHD?”

Bouts: “Zou best kunnen: ik heb de aandachtsspanne van een eekhoorn. Soms kan ik ook afgeleid worden door de abstractie van het gegeven ‘seks’: wat is mijn lichaam hier in godsnaam aan het doen? Dan wordt het opeens te plastisch allemaal.”

Nu ben ik heel benieuwd naar jouw eerste keer.

Bouts: “Verschrikkelijk! Op mijn 14de stond ik op het punt het te doen, maar toen bedacht ze zich. Ik was er niet rouwig om dat het uiteindelijk nog een paar jaar heeft geduurd: ik was 17. Wat kan ik erover zeggen? De verwachtingen waren hoog, maar er gebeurde weinig.”

Leyers: “Is die eerste keer niet bij iederéén klungelig?

“Heb je daar cijfers over?”

Daarover niet, maar wel over hoe oud jongeren tegenwoordig zijn bij hun eerste keer. Raad eens.

Bouts: “Vrij jong, denk ik. 14? 15? Dat hoor ik toch rond me.”

16,7. Dat is amper een verschil met 2015 (16,6) of zelfs met 2010 (16,8). En iedereen maar denken dat de jeugd er steeds vroeger bij is.

Leyers: “Ik had ook een valse start, zoals Nathan: op mijn 14de was het bijna zover. Maar zodra duidelijk werd dat hij meer van plan was, dacht ik: ho, dat gaan we niet doen! Na die ervaring heeft het twee jaar geduurd voor ik all the way ben gegaan.

(tegen Marie) Zeg, vraagje: heb jij al ooit iets voor een jongen gevoeld?”

Van Uytvanck: “Ja. Ik kan me seksueel aangetrokken voelen tot een jongen, maar niet romantisch. Ik krijg geen kriebels in mijn buik van jongens.”

Vijf jaar geleden vond 70 procent van de meisjes dat liefde en seks altijd moeten samengaan, nu nog ongeveer de helft – net als bij de jongens. Hebben meisjes stilaan ook betekenisloze onenightstands?

Van Uytvanck: “Gewoon met iemand willekeurig? Dat vind ik nooit helemaal top.”

Leyers: “Ik vind dat wél iets hebben! Ik zei daarnet dat ik vooral lange relaties heb, maar in de periode tussen twee relaties komt de Samantha van Sex and the City in mij naar boven en durf ik me weleens aan een onenightstand te wagen. Als single ben ik een andere versie van mezelf, meer dier dan mens, en helemaal op het lichamelijke gericht.”

Nog nooit een slechte ervaring gehad?

Leyers: “O, jawel. Eén keer dacht ik, nog voor het was afgelopen: oei, dat had ik beter niet gedaan. Ik ben niet blijven slapen, maar om 6 uur ’s ochtends naar huis vertrokken. De spijt kwam toen al opgeborreld. Bij een goeie onenightstand zitten beide partijen op dezelfde golflengte: je weet allebei dat het vrijblijvend is, voor de sport bijna.”

Word je daarvoor niet meer scheef bekeken als vrouw?

Leyers: “Ik ben niet het zatte meisje dat als laatste overblijft op de dansvloer en een halfuur later alweer bij een andere gast op schoot zit. Als je discreet naar huis verdwijnt met je onenightstand, zal niemand je nawijzen.”

Bouts: “Ik zou dat wel willen, seks loskoppelen van liefde, maar ik ben veel te zelfbewust voor onenightstands. Voor ik me kwetsbaar kan opstellen, moet ik de ander door en door kennen. Eén keer heb ik me toch eens gewaagd aan een onenightstand, maar zodra we op bed lagen, voelde ik de klik niet meer en wilde ik alleen nog maar weg. Ik kreeg hem zelfs niet recht. Ik heb het meisje dan maar gebeft en me verontschuldigd: ‘Sorry, meer dan dit gaat er niet gebeuren.’”

Van Uytvanck: “Gek om zoiets eens van een jongen te horen.”

De jongeren die al seks hebben gehad, hebben dat gemiddeld al met vijf verschillende partners gehad. In 2015 waren dat er nog 3,3. Bij jongens ligt dat cijfer nog altijd hoger dan bij meisjes: zeven tegenover drie.

Bouts: “Ik zit er ver onder: ik ben nog maar met twee meisjes naar bed geweest.”

Leyers: “(verbaasd) Echt? Ik tel er meer. Daar zit de Samantha in mij voor iets tussen.”

Van Uytvanck: “Ik heb ook nog niet zoveel sekspartners gehad, zeker niet met al dat in de kast zitten. Als je seks hebt met een vrouw, dan is de vraag ook altijd: wat is seks en wat is voorspel? Reken je beffen als seks of als voorspel? Zelfs onderling hebben wij, de potten, dat soort gesprekken. Iedereen ziet het anders.”

Kun je als meisje nog altijd maar beter een laag getal noemen als het over sekspartners gaat?

Leyers: “Je noemt toch best geen getal dat veel hoger ligt dan het gemiddelde, denk ik.”

Van Uytvanck: “Die indruk heb ik niet. Worden jongens er tegenwoordig niet even vaak op aangekeken? ‘Hij poept met iedereen.’”

Bouts: “Eigenlijk wel. Mannen kunnen nu ook sletjes zijn.”

TRIO MET LOGBOEK

Uit de enquête blijkt dat meisjes vaker voor partners van hetzelfde geslacht gaan dan jongens.

Leyers: “Tussen mijn bijna-eerste keer en mijn échte eerste keer ben ik een jaar samen geweest met een meisje. Ze was mijn beste vriendin. Onze eerste kus was een halve grap, maar op den duur werd het toch iets serieus. We waren echt verliefd, al moet je dat met een korrel zout nemen: we waren verliefd zoals 15-jarigen verliefd kunnen zijn. Thuis wisten ze het niet: ik ging alleen verdacht vaak bij haar logeren. Ik kan een vrouw nog altijd aantrekkelijk vinden, maar ik zou niet meer samen kunnen zijn met een meisje. Emotioneel zou ik het te veel vinden en fysiek te weinig.”

Bouts: “Jongens zullen niet snel toegeven dat ze ook weleens iets met een jongen willen. We leven nog altijd in zo’n machocultuur.”

De cijfers zijn zorgwekkend: één op de zes jongens vindt het een probleem een homo in de vriendenkring te hebben. Een kwart vindt een transgender tussen zijn maten niet oké.

Bouts: “Ik heb eens met een gast gekust. Ik vind dat helemaal niet vies. Ik kan ook naar een man kijken en denken: dat is een mooie man. Niet dat ik dan goesting heb om hem te pijpen, verre van, maar ik kan een man objectief knap vinden. Ik denk dat veel mannen er zo over denken, maar het niet durven toegeven. Voor mij zijn dat opgekropte machofrustraties. Ik heb daar geen last van.”

Van Uytvanck: “Als puber heb ik een rare fase gehad waarin ik nog niet in de gaten had dat ik misschien wel gay kon zijn, al was het zo duidelijk als wat. Niet dat ik toen aan gaybashing of homofobe uitspraken deed, maar ik deed wel alsof ik het vies vond. Ik was wellicht bang voor hoe mensen naar me zouden kijken als ze het wisten.

(tegen Nathan) Weet je dat jij in mijn podcast zit? Ik gebruik een scène uit wtFOCK waarin jouw stem te horen is. Dat is zo’n geweldig programma voor jongeren die gay zijn, omdat jullie er normaal over doen. Als tiener miste ik personages of verhaallijnen waarin ik mezelf kon herkennen.”

Bouts: “We krijgen vaak reacties van jongens die ons dankbaar zijn. Dankzij ons hebben ze de stap gezet om ermee naar buiten te komen.”

Voor het eerst vroegen we jongeren om zichzelf te definiëren. 9 procent vinkte het vakje biseksueel aan, 4 procent noemt zich homo of lesbisch. Hoe definiëren jullie jezelf?

Van Uytvanck: “Ik ben homoromantisch en biseksueel, maar noem me gerust gay. Liever dan lesbisch, want dat klinkt zo lelijk.”

Leyers: “Ik vind al die vakjes wat vermoeiend.”

Bouts: “Ik ook. Als het moet, definieer ik mezelf als heteroseksueel, maar ik vind het tegelijk moeilijk om mezelf te labelen. Wie weet kom ik over een jaar een man tegen op wie ik wél verliefd kan worden.”

Van Uytvanck: “Mooi dat je dat als man durft toe te geven.”

Er lijkt iets te schorten aan de tolerantie van jongens: twee meisjes die hand in hand lopen, is voor 7 procent van de jongens nog altijd een probleem en 28 procent blijft het raar vinden.

Van Uytvanck: “Ik loop nooit hand in hand over straat, maar dat zou ik ook niet doen met een jongen. Ik vind dat gewoon niet zo leuk. Van meisjes die het wel doen, hoor ik vaak dat het zo geseksualiseerd wordt: dan krijgen ze geile opmerkingen naar het hoofd geslingerd.”

Bouts: “Dat komt door de porno: lesbische porno is de meest bekeken categorie, heb ik ergens gelezen.”

Behoren jullie tot de 30 procent die al porno heeft bekeken met zijn partner?

Bouts: “Met een partner zou ik dat niet snel doen. Dan heb je toch elkaar?”

Leyers: “Tegenwoordig durft iedereen toe te geven dat ze weleens naar porno kijken. Samen kijken heeft iets spannends. Je wordt geil door naar hetzelfde te kijken, zonder elkaar aan te raken. Dat is het leuke eraan.”

Bouts: “Hm, misschien moet ik het toch eens proberen.”

Nog iets wat je kunt proberen: seks met meerdere partners tegelijk. Dat heeft 6 procent van de seksueel actieve jeugd al gedaan.

Bouts: “Ik weet niet of dat een ambitie van me is, een triootje. Het zou me nog zelfbewuster maken. En ik zou meteen aan het praktische denken: hoe krijg ik dat georganiseerd? Wat is mijn rol? Heb ik genoeg handen om iedereen te plezieren?”

Leyers: “(lacht) Jij hebt een logboek nodig.”

Van Uytvanck: “Tegenwoordig zie je die vraag vaak passeren op Tinder: koppels die op zoek zijn naar een derde partij.”

Leyers: “In zo’n opstelling zou ik alleen de gastster willen zijn. Het lijkt me vreselijk om het meisje van het koppel te zijn. Onvermijdelijk ga je de dag erna denken: ‘Vond mijn lief haar misschien knapper of beter?’ Ik zou er alleen maar onzeker van worden.”

PIKANT MATERIAAL

Hoe zit het met virtuele seks? Van de jongeren die seks hebben, heeft een derde er ervaring mee. In 2015 was dat nog een kwart.

Van Uytvanck: “Ik zou niet durven. Ik denk nu al dat mensen me kunnen bespieden via mijn camera. Ik zou ook bang zijn om te eindigen zoals die drie BV’s.”

Leyers: “Telkens als dat ter sprake komt, denk ik: ik ben zo blij dat ik het niet moet meemaken.”

Bouts: “Absoluut. (slaat een kruisteken) Ik heb ook al weleens een naaktfoto gestuurd, maar nooit met mijn gezicht erop. Zelfs als die ooit uitlekt, weet niemand dat ik het ben.”

Van Uytvanck: “Zullen we ooit weten wat er echt is gebeurd met die BV’s? Wie weet was het een hacker.”

Wie van jullie heeft de beelden gezien?

Van Uytvanck: “Iemand heeft ze onder mijn neus geduwd, maar ik ben nogal blind – mijn zicht bedraagt 3 op 10 – dus veel heb ik niet gezien. (lacht)

Leyers: “Ik geef les op een kunsthumaniora en heb meisjes van 13 onder elkaar horen opscheppen: ‘Ik heb Peter de Veire!’ Alsof het om Pokémon-kaarten gaat die je kunt verzamelen. Ik heb haar gecorrigeerd: ‘Het is Ván de Veire. En hebben jullie geen betere dingen te doen?’”

Durf jij het nog te doen, sexting?

Leyers: “Ja. Als mijn lief drie weken op tournee is, durft het weleens te ontsporen naar elkaar pikant materiaal sturen. Maar het zit goed met onze vertrouwensband. Plus: het voelt comfortabel te weten dat jij net zoveel belastend materiaal van de ander op je gsm hebt staan als hij van jou.”

In De Morgen stond een artikel over het sextingschandaal, met als titel: ‘De spreidstand tussen vertrutting en voyeurisme.’ Welke kant gaat het op bij de jeugd?

Leyers: “Ik zou het niet weten. Aan de ene kant heb je Cardi B die rapt over haar wet ass pussy en moet seks de normaalste zaak van de wereld zijn, maar als je klikt op een filmpje van BV’s, ben je plots een crimineel. Een rare spreidstand, ja.”

Van Uytvanck: “Bij alles heb je tegenwoordig twee groepen. Is Cardi B nu de ultieme feministe of is haar nummer gewoon plat? Voor mij dat eerste. Ik vind het cool dat vrouwen nu ook over hun pussy kunnen zingen, terwijl mannen al jaren suck my dick rappen en niemand erover piept.”

Bouts: “Ik ben geen fan van het nummer, maar het is wel goed dat er nu over wordt gepraat. Alleen: als ik nu TikTok openklik en 9-jarige meisjes zie grinden op het nummer, denk ik: met wat voor beeld van seks groeien zij op? Twee vrouwen met nepborsten en een opgespoten kont die over de grond rollen: straks denken ze dat elke vrouw er zo hoort uit te zien.”

Laten we afronden met wat romantiek: zien jullie jezelf ooit trouwen? Bijna één op de vier jongeren vindt het huwelijk voorbijgestreefd.

Bouts: “Ik denk het niet. Te duur en te veel moeite.”

Leyers: “Dat hoeft toch niet duur te zijn? Ik zie het huwelijk nog wel aan een revival beginnen. Ik zou wel willen trouwen.”

En vervolgens komen de kinderen? Gemiddeld twee, zoals de meeste jongeren willen?

Leyers: “Vroeger zei ik altijd dat ik later twaalf kinderen wilde. Dat komt omdat ik uit zo’n groot nest kom, en mijn ouders ook. Als de Leyers-clan een familiefeest geeft, komt er een polyvalente zaal bij kijken.”

Van Uytvanck: “Ik wil wel kinderen, maar ik wil ze niet zelf baren. Het idee dat er een kind in je groeit, vind ik maar niets.”

Leyers: “Dat is toch het mooiste wat er is?”

Bouts: “Ik wil ook kinderen. Twee om te beginnen, en dan zien we wel. Onlangs zag ik een kind op de tram en dacht ik vertederd: ‘Zo’n kind van jezelf...’ Een lichte opstoot van nestdrang, vermoed ik.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234