Woensdag 02/12/2020

InterviewPedro De Bruyckere

‘Jongeren die naar lockdownfeestjes gaan? Ik begrijp dat’

Pedro De Bruyckere: ‘Ik denk niet dat er een coronageneratie zal zijn. Maar een deel van de jongeren zal jarenlang nadat we een goed vaccin hebben, nog gevolgen ondervinden van deze crisis.’Beeld Wouter Van Vooren

Een boek over opgroeien in tijden van crisis. Actueler kan de nieuwste worp van pedagoog Pedro De Bruyckere (Arteveldehogeschool) niet zijn. ‘Een deel van de jongeren zal hier nog jaren na corona last van ondervinden.’

Het klinkt misschien vreemd, maar corona speelt helemaal geen hoofdrol in De Bruyckeres nieuwe boek. Dat komt omdat het idee voor het onderwerp al twee jaar oud was. In een tijd waarin er nog geen sprake was van Covid-19 gaf De Bruyckere een lezing met dezelfde insteek: wat betekent het voor jongeren om op te groeien in tijden van crisis?

Die vraag liet hem eigenlijk nooit los. Voor wie de krantenpagina’s op de voet volgt, hoeft dat niet te verbazen: soms lijkt het wel alsof we in een permanente crisis terechtgekomen zijn.

Dat ballonnetje wilde De Bruyckere doorprikken, al was het maar omdat sommige crises er eigenlijk geen zijn en andere al lang opgelost zijn. In Met de kinderen alles goed heeft hij het over valse en onopgeloste crises. “En daarnaast heb je nog moral panics, crises die ongewild verergerd worden door de aandacht en de kleine brandhaarden, problemen die minder voorkomen dan we eigenlijk denken”, zegt De Bruyckere over de telefoon. “En tenslotte heb je de echte, algemene crises.”

Zelf omschrijft hij er twee: het verdwijnen van de basisvaardigheden bij jongeren – ze kunnen bijvoorbeeld steeds minder goed lezen – en een structurele unfairness, het samenvallen van ongelijkheid en onrechtvaardigheid.

Waarom die twee?

De Bruyckere: “Ik geloof nogal sterk in het adagium ‘schoenmaker blijf bij je leest’. Ik heb dus niet de pretentie om te zeggen dat ik alle crises in de wereld kan behandelen: over het klimaat weet ik bijvoorbeeld niets, dus zwijg ik erover. Over deze twee onderwerpen kan ik als pedagoog wel iets zeggen én mogelijke oplossingen aanreiken.”

Over de coronacrisis kan u wellicht ook iets zeggen. Welke impact zal die hebben op onderwijs en jongeren? 

“Mijn inschatting is dat er grote verschillen zijn tussen jongeren onderling. Een kleine groep kan zelfs beter uit deze crisis komen. Voor de gemiddelde tiener zal het een negatieve impact hebben op leren en welbevinden. Recent onderzoek uit Nederland toont dat leerlingen in die korte periode gemiddeld niet geleerd hebben, ondanks het feit dat er online les was. Let wel, dat is een gemiddelde. De leerprestaties zijn opnieuw ongelijk verdeeld. Kinderen met een slechte sociaal-economische status zijn nog maar eens de dupe.

“Ik denk niet dat er een coronageneratie zal zijn. Maar een deel van de jongeren zal jarenlang nadat we een goed vaccin hebben, nog gevolgen ondervinden van deze crisis.”

Uit wat leidt u dat af?

“We weten dat langdurige toxische stress een negatief effect kan hebben op de ontwikkeling van jonge kinderen. Onderzoek naar de schoolstakingen in Wallonië in de jaren 90 leert ons dat die een impact hadden op het soort diploma dat leerlingen behaalden die onder de situatie hadden geleden. Je zag zelfs een effect in de werkloosheidscijfers.

“Ik wil geen pessimist zijn, maar er zullen dus gezinnen zijn die zelfs na deze hele crisis in dezelfde situatie zullen blijven zitten als tijdens de pandemie. Daardoor zal die toxische stress aanwezig blijven voor jongeren, met alle gevolgen van dien.”

Kinderen zijn toch net weerbaar?

“Ja, maar er zijn een paar zaken waarvan we weten dat ze op lange termijn een impact zullen hebben. Minder scholing is zowat direct te linken aan een slechtere gezondheid. Dat is minder tastbaar, maar speelt dus wel mee. Voor een groot aantal van hen zal dat best meevallen, maar voor een grote groep niet.”

Moeten de scholen snel weer open na 15 november?

“Er zijn verschillende groepen die zich hierover moeten uitspreken: mensen uit de medische sector, economen en onderwijskundigen. Uiteraard primeert het oordeel van die eerste groep.

“Ik kan enkel zeggen dat veel van de zaken die we zouden gebruiken om het sluiten van scholen te compenseren, niet hetzelfde rendement opleveren qua leerwinst. Dus als pedagoog zou ik altijd zeggen: we moeten er alles aan doen om de scholen open te houden.”

Welke concrete tips hebt u voor ouders of jongeren om de coronacrisis te overleven?

“Onder andere: maak realistische doelen, durf om hulp vragen, beweeg genoeg en zorg voor elkaar.

“Mensen verwijten de regering dat ze geen perspectief biedt, maar je kan daar dus ook zelf wat aan doen. Stel realistische doelen. Weet je nog toen we het in mei hadden over ‘een zomer vol festivals’? Wel ja, dat is niet echt gelukt. Het gaat dus niet over ‘volgend jaar gaan we een grote reis maken’, maar wel: ‘als we dit of dat doen, kan ik mijn grootouders over twee weken wel zien’. Voor een deel kan je kinderen dat aanleren.”

‘Als je me vraagt of er een verband is tussen ‘het beste voor je kind willen’ en de unfairness in onze samenleving, is het antwoord ja’, schrijft u. Leg dat eens uit?

“Ik verwijs daarmee naar een concept dat in 2018 de eerste keer opdook, namelijk het hamsteren van kansen. Iedereen wil het beste voor zijn of haar kind, maar niet iedereen kan dat geven. Wat doe je dan? Zulke afwegingen komen terug in allerlei discussies. Neem nu de vraag wat we moeten doen met huiswerk. Ga je kinderen die moeite hebben om huiswerk te maken extra hulp bieden, of streef je gelijke kansen na door huiswerk af te schaffen? Dat is een relevante vraag, want er is een grote link tussen hoe capabel een ouder zich voelt om zijn kind daarbij te helpen en diens opleidingsniveau.”

Als oplossingen schuift u de ‘terugkeer van het collectieve’, ‘het belang van rituelen’, ‘werken aan weerbaarheid’ en ‘back to basics’ naar voor. Is dit boek een pleidooi voor een terugkeer naar klassiek onderwijs en een klassieke opvoeding?

“Neen, en daar ben ik heel fel in. Zo zeg ik bewust niet welke rituelen we moeten toepassen. Ik ken scholen die extreem progressief zijn maar waar er wel degelijk rituelen zijn, maar hele andere dan in bijvoorbeeld sommige klassieke colleges.”

Wel citeert u het adagium van de toch klassiekere jezuïetencolleges: plus est en vous.

“Waarom pleit ik daarvoor? Omdat het een manier is om een onbedoeld neveneffect van personalisering weg te werken, waarbij kinderen bijna les krijgen op maat van hun interesses. Wereldwijd wordt er ingezet op gepersonaliseerd maatwerk om kinderen meer kansen te geven. Onderzoek toont echter ook dat dit de ongelijkheid vaak net kan doen toenemen. Een van de redenen waarom dat gebeurt, is omdat je op die manier kinderen eventueel bevestigt in de situatie waarin ze zitten. Je kan dat counteren door meer van hen te verwachten. Vandaar, plus est en vous.”

Waarom zijn riten volgens u zo belangrijk om crises te overleven?

“Daar is recent veel onderzoek over bijgekomen in het denken over executieve functies. Je kan dat vergelijken met het onderzoek naar de controlekamer in je hoofd. Om te kunnen leren, moet je niet enkel intelligent zijn. Je moet ook bepaalde impulsen onder controle leren houden, bijvoorbeeld om te kunnen focussen. Rituelen kunnen daarbij helpen.

“We zien dat het heel belangrijk is dat scholen rituelen, routines of regels hebben, maar we weten nog niet juist welke dat moeten zijn. Het enige dat we daar nu over kunnen zeggen, is: denk daarover na.”

Pedro De Bruyckere: ‘Ik wil geen pessimist zijn, maar er zullen dus gezinnen zijn die zelfs na deze crisis in dezelfde situatie zullen blijven zitten als tijdens de pandemie.’Beeld Wouter Van Vooren

U schuift ook het belang van het collectieve naar voor als oplossing. Wat houdt dat juist in?

“Het geloof van een leerkracht in zijn leerlingen heeft een effect op de leerprestaties. Maar als we dat vergelijken met een hele groep leerkrachten die geloven in hun leerlingen, dan blijkt dat laatste tot drie keer zo effectief te zijn. We zien dat ook terugkeren in andere onderzoeksdomeinen. Bijvoorbeeld in theorieën rond radicalisering: isolement van kinderen blijkt een belangrijke verklarende factor te zijn die kan ontstaan als de omgeving rond het kind niet op één lijn staat. Na de sociale ontwikkelingspsychologie ontdekt de onderwijskunde die thema’s nu meer en meer.

“Dan zit er dus blijkbaar echt iets in de slogan ‘een geheel is meer dan de som van alle delen’. Dat zijn we vaak vergeten. Al wordt het collectieve nu soms als negatief en ouderwets omschreven.”

Ook jongeren lijken dat zelf vergeten: zij krijgen van sommigen het verwijt zich egoïstisch te hebben gedragen tijdens de pandemie door elkaar toch op te zoeken.

“Voor een deel van de jongeren kloppen de beelden die we van de Gentse Overpoortstraat of Oude Markt in Leuven gezien hebben inderdaad. Maar niet voor allemaal. Bovendien waren het niet alleen jongeren die lockdownfeestjes organiseerden.

“Maar je moet ook weten dat een deel van die jongeren een paar opvallende rituelen niet gehad hebben. Wees maar eens een 18-jarige die vorig jaar geen proclamatie gehad heeft. Ik weet wel: iedereen heeft zaken moeten missen, maar het valt wel op dat deze jongeren veel overgangsrituelen kwijt zijn geraakt.

“Praat ik daarmee slecht gedrag goed? Absoluut niet. Maar ik begrijp het wel.”

Uw pleidooi voor een terugkeer naar basisvaardigheden kan ook gelezen worden als een argument in de huidige discussie over de eindtermen, de minimumlat voor alle leerlingen die vastgelegd wordt door het Vlaams Parlement. Zijn de huidige eindtermen te uitgebreid en gespecialiseerd?

“Ik ga daar wat anders over zeggen. De discussie die nu heerst (het katholiek onderwijs vindt de eindtermen die nu voorliggen niet haalbaar en te uitgebreid, PG), gaat over de tweede en derde graad van het secundair onderwijs. Maar dan is het misschien al te laat. Als je ziet dat maar een op de vier kinderen op het einde van het basisonderwijs een goede leesstrategie heeft, dat op het einde van de eerste graad secundair al maar een op de drie is en er daarna wellicht nooit meer aan gewerkt wordt, dan zitten we met een probleem.”

De discussie over de eindtermen basisonderwijs die deze legislatuur samengesteld worden, is dus veel belangrijker?

“In de tweede en derde graad zitten heel veel verschillende richtingen en is de gemeenschappelijke basis kleiner. Dat is voor het basisonderwijs helemaal omgekeerd.”

Hoe maak je daar keuzes in? Het is de tweede keer op korte tijd dat die oefening gemaakt wordt en telkens leidt het tot impasse.

“Ergens is zo’n discussie wel nodig. Het is zoals filosofe Hannah Arendt het treffend verwoordde: we moeten ons als samenleving afvragen wat we belangrijk genoeg vinden om door te geven aan de volgende generatie.

“Al moeten we daar ook mee opletten, ze wees er ook op dat de volgende generatie dan ook weer keuzes moet maken. Een vraag die ik als pedagoog relevant vind, is welke kennis je nodig hebt om te kunnen leren. Ik lees bijvoorbeeld momenteel een boek van Biggles voor aan mijn jongste zoon. Dat zijn jeugdromans over een gevechtspiloot uit de Tweede Wereldoorlog die geschreven werden in de eerste helft van de twintigste eeuw. Ik ben zelf geschrokken hoeveel voorkennis je nodig hebt om dat te begrijpen. Zaken die toen evident waren, maar het nu bijna onbegrijpelijk maken. Moet elk kind Biggles kunnen lezen? Neen. Net zoals we zaken willen doorgeven aan de volgende generatie, moeten we ook bepaalde zaken durven schrappen omdat ze niet belangrijk meer zijn. Om maar te zeggen: we moeten goed nadenken over welke kennis we willen meegeven aan onze kinderen.

“Dat klinkt als een holle slogan, maar is echt moeilijk om beantwoorden. Zo moeilijk dat we de hulp nodig hebben van cognitieve psychologen of vakdidacticus. De goegemeente of brede samenleving is daar niet altijd goed geplaatst voor.”

Kunnen we het feit dat kinderen en jongeren steeds minder basiskennis en -vaardigheden hebben, linken aan de recente populariteit van complottheorieën, bijvoorbeeld rond corona?

“Ik denk het het niet. Mocht dat fenomeen enkel bij jongeren voorkomen, zou ik ‘ja’ gezegd hebben. Maar veel van de mensen die daar nu in geloven, hebben vroeger veel kennisonderwijs gehad. Als we aan de andere kant wel zien dat een kleine minderheid Amerikaanse universiteitsstudenten het verschil tussen feit en mening op het internet niet kan onderscheiden, dan denk ik wel: ‘Houston, we have a problem’.”

Met de kinderen alles goed. Opgroeien in tijden van crises, Lannoo Uitgeverij, 184 pagina’s.

BIO

- Pedro De Bruyckere (45 jaar)

- Pedagoog en veelwraat van studies en onderzoeken over onderwijskunde in alle facetten

- Auteur van diverse boeken waar hij die studies vertaalt in heldere taal

- Sinds 2001 docent in de lerarenopleiding secundair onderwijs aan de Arteveldehogeschool

- Behaalde in 2017 een doctoraat aan de Nederlandse Open Universiteit in Heerlen

- Onderzoeker en aan de Universiteit Leiden sinds 2018

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234