Dinsdag 06/12/2022

Jonge theaters verdienen meer

De beperkte projectsubsidies gaan volledig naar gezelschappen die uit de structurele boot zijn gevallen. Voor echt jong werk blijft niets over

Patrick Allegaert en Els De Bodt pleiten voor substantiële verhoging van de projectsubsidies

Patrick Allegaert en Els De Bodt zijn voorzitter en ondervoorzitter van de beoordelingscommissie Theater@4 DROP 2 OPINIE:'Een hoge instroom van nieuwe organisaties", zo verantwoordde minister van Cultuur Bert Anciaux in juni zijn subsidieverdeling voor de periode 2008-2009 binnen het Kunstendecreet. Binnen de podiumkunsten klopt dat in zekere mate voor de danssector, voor theater echter absoluut niet. In tegenstelling tot de door de beoordelingscommissie Theater geadviseerde instroom van vijf (overigens allesbehalve nieuwe of jonge) gezelschappen en een uitstroom van vier theatergezelschappen, opteerde de minister ervoor om geen enkel nieuw gezelschap op te nemen in de structurele subsidiepot. Dat levert op langere termijn voor de sector een aantal problemen op.

Het is voor de dynamiek, diversiteit en kwaliteit van de theatersector belangrijk dat de instroom van nieuwe, jonge gezelschappen in de gesubsidieerde sector niet gestremd wordt. Een instroom van nieuwe gezelschappen betekent automatisch ook een uitstroom van gezelschappen die hun rol gespeeld hebben, maar van wie artistieke werking geen meerwaarde meer betekent voor het theaterlandschap. In de praktijk blijkt echter dat een aantal gezelschappen die artistiek niet meer voldoen aan de gestelde criteria, niet uit het landschap verdwijnen, omdat ze politiek sterk verankerd zijn. Het credo 'eens gesubsidieerd, altijd gesubsidieerd' wordt het best doorbroken, zo niet dreigt er een overaanbod aan gesubsidieerde theatergezelschappen.

Een rechtstreeks gevolg van dit gebrek aan uitstroom uit de structurele subsidies is dat een aantal nieuwe gezelschappen, die eigenlijk al een tijd toe zijn aan structurele ondersteuning, toch telkens weer een beroep moeten doen op een projectsubsidie. De projecten die dit soort gezelschappen indienen, zijn van een zo hoge kwaliteit dat zij door de commissie telkens positief geadviseerd worden. Bijgevolg wordt - gezien het beperkte bedrag voor projectsubsidies - het geld bijna volledig verdeeld onder die gezelschappen die uit de structurele boot zijn gevallen. Daardoor schiet de projectenpot, die in de eerste plaats kansen moet bieden aan echt jonge en nieuwe initiatieven, zijn doel voorbij. Op termijn dreigt er zo een schaarste te komen aan nieuw talent en leidt deze consolidatie tot een verschraling van het landschap.

Minister Anciaux verwijst gezelschappen als Tristero en De Parade, die in juni opnieuw de subsidieboot misten, naar individuele werk- en ontwikkelingsbeurzen, die volgens hem veel te weinig gebruikt worden. Zij zouden zorgen voor minder overhead en dus voor meer tijd en geld voor de artistieke praktijk zelf. De intentie klinkt nobel, maar wij hebben daar zo onze vragen bij. De praktijk wijst uit dat die beurzen ontoereikend zijn om een structureel georganiseerd gezelschap draaiende te houden of om zelfs één enkel project te realiseren en dat de dossierlast voor de gezelschappen aanzienlijk toeneemt door de versnippering van subsidiesysteem.

Om de uit de boot gevallen theatermakers de kans te geven hun projecten te realiseren, pleiten wij graag voor substantiële verhoging van de projectsubsidies. Dat betekent niet dat we meer geld naar de theatersector willen zien gaan, maar wel dat er een herschikking komt van de middelen. De projectsubsidies bedragen nu slechts 2 procent van het totale budget. Een verhoging naar 8 of 10 procent lijkt een minimum.

Daarnaast vragen we de minister om het debat over de vermeende verantwoordelijkheden van de grote stadstheaters opnieuw aan te gaan. Bij de vorige subsidieronde heeft de minister de stadstheaters een centrale plek gegeven en extra geld. De boodschap aan de kleinere gezelschappen was dat zij zoveel mogelijk aansluiting moesten zoeken bij de grotere huizen.

In de praktijk blijkt dat niet mogelijk: grote huizen kunnen geen oneindig aantal kleinere structuren onderdak bieden. De stadstheaters staan daarenboven ook voor inhoudelijk-artistieke keuzes, waardoor niet elk initiatief zo maar opgenomen kan worden. Het is ook niet altijd wenselijk: om het evenwicht en de diversiteit in het landschap te behouden is een tegengewicht van de kleinere structuren nodig. Daarnaast ontstaat er alsmaar meer een kloof tussen de financiële slagkracht van de grote structuren en deze van de kleine gezelschappen, wat tot een gevaarlijk onevenwicht kan leiden.

De kwaliteit van het theater in Vlaanderen is hoog. Niet alleen nationaal maar ook internationaal is de waardering groter dan ooit. Wij willen dat graag zo houden en vragen daarom het beleid en de theatersector om de discussie over bovengenoemde pijnpunten aan te gaan.

Deze tekst wordt vandaag gepresenteerd op de VTi-studiedag op het theaterfestival 'Metamorfosen na de besluiten'.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234