Zaterdag 17/04/2021

Jonge regisseur Raven Ruëll regisseert Tsjechovklassieker 'De kersentuin' in de KVS

'Ik heb een hekel aan hermetisch theater, maar dat wil niet zeggen dat ik toegevingen wil doen aan gezapig tv-kijkend Belgi�'

'Ik kies ervoor om het publiek werk te geven'

Sommigen klagen dat er te weinig theaterklassiekers op de Vlaamse podia te zien zijn. Anderen vragen zich af waarom er überhaupt nog repertoiretheater gespeeld zou moeten worden. En dan heb je een jonge regisseur als Raven Ruëll, die het gewoon doet: De kersentuin van Tsjechov op scène brengen. Integraal, tweeënhalf uur. Geen zin geschrapt. 'Nee, het publiek zal zich niet vervelen.'

Brussel

Van onze medewerkster

Liv Laveyne

'Ik wil dat het publiek het gevoel krijgt mensen te hebben ontmoet. Dat de toeschouwers achteraf zeggen: 'Ik was erbij en als dat personage huilde, huilde ik mee en als die plezier had, deed ik ook in mijn broek van het lachen. Dat is de bedoeling van Tsjechov: ons een spiegel voorhouden. Als een personage zegt: 'Het leven is toch stompzinnig', lacht het publiek tegelijk mee en denkt het: ja maar, je lacht me hier wel in mijn gezicht uit.'"

Ruëll, een vinnige bos ros haar en wilde baard, is de droom en de nachtmerrie van elke interviewer. Vragen hoeven niet gesteld, hij stelt ze aan zichzelf. Nog voor we goed en wel gezeten zijn, veert hij terug recht en sleurt ons de zaal in. De scène is een grote planken vloer overspannen met een doek. That's it, de kaalslag van een kersentuin. "Ik wil alle anekdotiek uit het stuk shotten zonder ook maar één zin te schrappen. Maar ik maak er geen kamertoneel van zoals nu nog vaak wordt gedaan. We spelen zonder attributen, waardoor de focus volledig op het spel komt te liggen. In het begin hadden we het daar wel lastig mee. Als een personage zegt: 'Gaat u toch zitten', dan was er niets om op te zitten. Nu zetten de acteurs zich op de grond als een soort Déjeuner sur l'herbe."

In De kersentuin staan verschillende generaties acteurs en acteerstijlen samen op scène: jonge acteurs als Lotte en Arend Pinoy, de middengeneratie met Lukas Smolders en de acteurs van Dito'Dito (waarvan de werking opging in de KVS) en de 'oude rot' Charles Cornette, bekend van de Internationaal Nieuwe Scène en het legendarische Mistero Buffo (1970). Cornette vertolkt in De kersentuin de oude Firs, een figuur die Ruëll doet denken aan zijn grootvader. "Mijn grootvader had vroeger een boerderij met maïsvelden en een boomgaard, niet met kerselaars - dat was te mooi geweest - maar wel met een perelaar. Die landelijke omgeving is nu volgebouwd met villa's in fermettestijl. De kersentuin gaat ook over mijn eigen nostalgie. Ik herinner mij dat, toen de stallen van de boerderij werden afgebroken, mijn grootvader alle werkmannen nog een pint is gaan geven. Daarna zette hij zich in een strandstoel en zag hij hoe alles met de grond werd gelijkgemaakt. Ik voelde hoe zijn leven op dat moment voorbij was, ook al leeft hij nog."

Een jonge regisseur die met een klassieker uit 1904 aan de slag gaat. Dat is niet vanzelfsprekend.

Ruëll: "Het is merkwaardig hoe ik me daarvoor telkens weer moet verdedigen. Niemand stelt zich vragen als je een stuk maakt over 'de vloeibaarheid van het lichaam', want dat noemt men 'een interessant experiment', maar als je zegt: 'Ik wil De kersentuin brengen', dan is dat meteen saai, want klassiek repertoire. Terwijl dat stuk onwaarschijnlijk sterk over nu spreekt. Het gaat over een tuin die voor een hele vriendenkring tot niets anders dient dan schoonheid brengen. Die tuin is voor hen het mooiste plekje op aarde, maar moet vernietigd worden om financiële redenen. Pas als alle bomen gekapt worden en er bij wijze van spreken vakantiehuisjes of een McDonald's opstaan, is het functioneel. De kersentuin gaat over een hyperindividualistische maatschappij die gericht is op functionaliteit en gewin. Natuurlijk laat zich dat slechts zien op het niveau van een metafoor en toon ik dat niet letterlijk. Ik wil een intelligente relatie met mijn publiek. Toen ik Antigone maakte, was Bush net Irak binnengevallen. In de openingsspeech zegt koning Kreoon: 'Wie niet voor mij is, is tegen mij.' Dat is een zeer politiek gegeven, maar ik ben er de regisseur niet naar om een Amerikaans vlaggetje boven de scène te hangen. Ik verlang van mijn publiek: doe je ogen open, kijk naar de wereld en neem je geschiedenis mee terwijl je kijkt. Ik kies ervoor om het publiek werk te geven en soms merk je dat toeschouwers liever hebben dat er wel een vlagje hangt omdat je punt dan duidelijk is."

Schrijver Tom Naegels, die onlangs zijn eerste theatertekst Beleg schreef voor het Mechelse 't Arsenaal, vindt: "Als je iets over fundamentalisme wilt zeggen, waarom schrijf je daar dan niet gewoon een nieuw verhaal over? Ik vind dat zo'n vreemde gewoonte in theater om oude teksten te herspelen. (DM 25/2)"

"Ik daag elke hedendaagse schrijver uit om een stuk te creëren dat nog maar tot aan de hielen komt van De kersentuin, dat hetzelfde niveau bereikt, qua verhaaltechniek en als menselijk portret. Er is geen traditie meer van theater schrijven. Er zijn veel schrijvers die zeven jaar aan een roman werken, maar wie schrijft er zeven jaar aan een theaterstuk? Een stuk wordt meestal geschreven in een subsidieronde van drie maand. Het schrijven van een theaterstuk is in Vlaanderen een zijproject voor een auteur. Bij Tsjechov voel je dat ellenlange werk, daar is zoveel discussie en een intense briefwisseling over gegaan. Camus heeft zijn Caligula vier, vijf maal herschreven. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, zei hij opeens heel anders over het stuk te denken. Hij heeft het gewoon herschreven. Zeg me: wie zou zich hier die moeite getroosten?"

Tsjechov begon als schrijver van grappige kortverhaaltjes. Was het zijn oog voor de mens en zijn kleinmenselijke kantjes dat je aantrok in De kersentuin?

"Mocht je uit De kersentuin alle zinnen als 'moet je iets drinken?' of 'wat is het koud' schrappen, dan hou je nog 10 procent tekst over. Het is zoals de gesprekken die je op de trein hoort, die gaan vaker over de kleur van sokken dan over hedendaagse kunst. Daarom vind ik De kersentuin ook een politiek statement. Terwijl de wereld in brand staat, voeren we dezelfde gesprekken als in De kersentuin, waar iemand een grote scène maakt omdat ze haar haarspeldjes kwijt is. Als je die scène niet goed speelt, is het een nietszeggende tekst. Maar als het wel werkt, denk je meteen: 'Hoe stompzinnig zijn wij bezig dat we zelfs de tijd hebben om van haarspeldjes een punt te maken!' Zelfs als we 'intelligente' discussies voeren over wat met theater en de wereld moet gebeuren, vergeten we dat we nog altijd in de luxepositie verkeren om dat gesprek te hebben. En dat het gesprek zelf ook vaak meer een tijdverdrijf dan een handeling is."

Je vindt het dus een politiek statement om het over haarspeldjes te hebben?

"Ik heb ooit een documentaire gezien over de mijnsluitingen: niet met beelden van de stakingen of de vakbondsonderhandelingen maar van de kinderen van de werkloze mijnarbeiders die met kleine plastieken bakjes van die kolenheuvels glijden. Die sleeënde kinderen met roet op hun gezicht zijn me sterk bijgebleven. Ik ben na Antigone en Caligula, twee existentieel gewelddadige stukken, gaan beseffen dat je het publiek niet per se een hamer in het gezicht moet slingeren om iets duidelijk te maken. Dat gevoel sluimert ook bij Tsjechov. Maar dat betekent niet dat een Kersentuin niet kan snijden en choqueren. Ik wil er geen 'dankuwel om te komen en wat zullen we een gezellige fijne avond hebben'-voorstelling van maken. Als een personage in het stuk huilt omdat de bomen gekapt zullen worden, dan mag dat bij mij extreem zijn en verder gaan dan een traantje dat langs een wang glijdt en wat vioolmuziek, zoals je op tv ziet."

Je bent een van de weinige jonge regisseurs die ook de grote zaal willen bespelen en een ruim publiek bereiken.

"Ik heb een hekel aan hermetisch theater, maar dat wil niet zeggen dat ik toegevingen wil doen aan gezapig tv-kijkend België. Een documentaire die langer dan vijftig minuten duurt, wordt amper nog uitgezonden, tenzij om twaalf uur 's nachts voor de freaks. Hoe kun je iets vertellen over de Golfoorlog of Tsjetsjenië in veertig minuten? Dat gaat niet, daarvoor is de situatie te complex. Sommigen zullen dit theaterstuk een lange rit vinden, maar je vraagt toch ook niet aan Tolstoj om tweehonderd bladzijden te knippen uit Anna Karenina omdat meer mensen het boek zouden lezen? Ik zou een meer hapklare Kersentuin hebben als ik er een uur zou uithalen, maar dat zou een toegift op de inhoud zijn. Als ik acteur Charles Cornette er op het einde zes minuten over laat doen om naar voren te komen, is dat omdat ik vind dat het zolang moet duren. Er is geen drink- en plaspauze in De kersentuin, maar wel een muzikaal intermezzo als adempauze. Er bestaat een middenweg. Ik wil voorstellingen maken die mijn bomma ook graag kan zien, geen stukken die zich opsluiten in experiment. Theater is altijd iets voor de mensen geweest en niet voor een paar kunstpausen. Je moet het theater niet uit het theater halen, je moet volk binnentrekken. Veel volk liefst. Toen ik afstudeerde, kon ik beginnen in de labowerking van het Nieuwpoorttheater of een grote zaalproductie bij de KVS doen. Ik heb lang getwijfeld, maar dit is mijn droom. Ik wil straks hiernaast (hij wijst naar de oude KVS, die op 7 april weer opengaat) ook een stuk maken. Ik denk dat ik er nu echt klaar voor ben: voor de grote zaal."

De kersentuin gaat morgen in première in de KVS, Brussel, www.kvs.be

Raven Ruëll studeerde in 2001 af als regisseur aan het Rits. In tegenstelling tot zijn studiegenoten Joost Vandecasteele en Marijs Boulogne, die alle hoeken van het theater en het theatraal mogelijke verkennen, heeft Ruëll een voorliefde voor klassiekers. Hij regisseerde Sophocles' Antigone, Camus' Caligula (beide bij Theater Antigone) en zelfs het onspeelbaar geachte Leven en werken van Leopold II van Hugo Claus bij de KVS. "Het is niet dat ik denk: 'Het wordt weer eens tijd om een Griek of een oude Rus binnen te doen.' Ik wil echt wel iets te vertellen hebben voor ik een tekst kies", lacht Ruëll. Met De kersentuin wil hij Tsjechovs stuk de eer bewijzen die het verdient.

Over de kersentuin

De kersentuin was Anton Tsjechovs (1840-1904) laatste stuk. Net als bij De meeuw, Oom Wanja en Drie zusters was het zijn goede vriend Stanislavski die de eerste regie deed. Toen Stanislavski de tekst had gelezen schreef hij aan Tsjechov dat hij had moeten huilen bij deze vreselijke tragedie. Tsjechov repliceerde: "Waarom zeg je in je telegram dat het stuk veel wenende personen bevat? Waar zijn die dan?"

In De kersentuin, dat de laatste samenkomst schetst van enkele figuren op een landgoed dat dra verkocht zal worden, komt de oude wereld tot een einde. Tsjechovs stuk begint met een trein die aankomt en eindigt met de trein die weer vertrekt. "In Rusland was de trein toen een symbool van vooruitgang, wetenschap en techniek. Die nieuwe wereld werd lang niet door iedereen toegejuicht, maar wel door Tsjechov, die zelf dokter was", zegt Ruëll. "Met De kersentuin wou hij de nostalgici te kijken zetten, maar daar was de rest van zijn omgeving duidelijk nog niet klaar voor. Toen Stanislavski en de theaterdirecteurs het stuk lazen, konden ze niet anders dan het als een tragedie lezen omdat ze het zelf zo erg vonden dat hun oude wereld naar de kloten ging. Dat terwijl Tsjechov een soort parodie in zijn gedachten had en hen een spiegel wou voorhouden. Wij hebben in onze Kersentuin de lichtheid willen stoppen die Tsjechov graag had gezien."

(LiLa)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234