Vrijdag 22/11/2019

Burn-out

Jong en opgebrand: "Deze generatie gaat een bijzonder onduidelijke toekomst tegemoet"

Steve Michiels. Beeld Humo

Dé ziekte van onze tijd is een uitdijende epidemie geworden. Eén op de vijf werkende Vlamingen krijgt ooit met een burn-out te kampen en – schrikwekkend, voor wat tien jaar geleden nog als een carrièrekwaal werd gezien – het zijn twintigers en zelfs tieners die steeds meer in het vizier komen. 

De Hoge Gezondheidsraad vindt dat al vanaf het eerste leerjaar (!) aan preventie gedaan moet worden en aan de universiteiten zijn de psychologen niet aan te slepen om alle overspannen studenten te begeleiden: 30 procent van de doctoraatsstudenten blijkt zich ongelukkig en depressief te voelen. "Ik denk dat elke twintiger zichzelf wel voor de kop kan slaan. We creëren problemen voor onszelf."

Is onze jeugd intussen zo ongeveer uitgedoofd door die welig tierende burn-outs? We trokken ten rade bij onder anderen bij ervaringsdeskundigen: lifecoach, yogaleraar en schrijfster Eva Daeleman (28), die drie jaar geleden als één van de eerste bekende gezichten vrijuit over haar burn-out getuigde; sociaal psychologe en loopbaancoach Nienke Thurlings (31), die op haar 24ste door een burn-out getroffen werd en de website ‘Jong burnout’ startte; en neurobiologe Brankele Frank (31), die haar burn-out ‘Bernie’ doopte en haar verhaal deelt in workshops. 

Hun ervaringen worden geduid door Sanne Kooiman (23), die naar aanleiding van de zelfmoord van haar vriend de documentaire ‘To My Loved Ones’ maakte, en neurowetenschapper Jeroen van Baar (28), die in 2014 ‘De prestatiegeneratie’ publiceerde. 

In dat boek noemde hij zijn generatiegenoten maximalisten, omdat ze altijd het onderste uit de kan willen: veel geld, een bevredigende carrière, een rijk sociaal leven, een bruisend seksleven, de nieuwste iPhone— en dat alles wel degelijk nú. 

We beginnen onze rondvraag bij psychiater Edel Maex (62), hoofd van de Antwerpse Stresskliniek. Hij introduceerde mindfulness meer dan 20 jaar geleden in Vlaanderen. 

Edel Maex: "Iemand vroeg mij onlangs nog: ‘Hoe komt dat toch, al die stress bij jongeren? Wij werkten vroeger ook hard, en wij hebben daar nooit over geklaagd.’ Maar mensen krijgen geen burnout omdat ze te hard werken – al speelt dat vast mee – maar vooral omdat ze voelen dat hun werk niet zinvol is.

"We verliezen uit het oog dat mensen het belangrijk vinden om nuttig ingezet te worden. In één van mijn boeken vertel ik het verhaal van een man die gevraagd werd om een afdeling van een bedrijf te reorganiseren. Hij werkte wekenlang keihard, draaide overuren, en uiteindelijk lukte het: de afdeling draaide weer perfect. In het daaropvolgende evaluatiegesprek zeiden zijn bazen: ‘Dat heb je goed gedaan, maar we hebben besloten om de afdeling af te schaffen. We willen een aantal mensen ontslaan; stel jij een lijst op van wie daarvoor in aanmerking komt?’ De dag erna is die man gecrasht.

Edel Maex. Beeld Humo

"Zo zitten mensen in elkaar: we willen heel graag hard werken om iets te bereiken – oké, er zijn uiteraard uitzonderingen die profiteren – maar zodra we het gevoel hebben dat onze inspanningen nutteloos zijn, zakt onze energie weg. Dan is de batterij heel snel leeg."

Waarom lijkt dat gevoel van zinloosheid nu vaker voor te komen?

Maex: "Soms verwijst men naar de neoliberale samenleving, al is dat ook maar een woord en geen verklaring. 

"Sommige economen merken op dat de bonussen van managers bedrijven reguleren. Dat klinkt gechargeerd, maar vaak neemt men beslissingen die ten koste gaan van de menselijkheid van de werknemers, alleen maar omdat één iemand zijn bonus zou kunnen behouden. Vervolgens stapt die manager, een goed resultaat op zak en een puinhoop achter zich latend, over naar het volgende bedrijf. Maar als die manager zelf een beetje menselijk is, zal hij ook nog wel bevangen worden door het gevoel: ‘Waar ben ik in godsnaam mee bezig?’ En dan loopt ook hij risico op een burn-out."

Dat verklaart nog niet waarom tegenwoordig vooral jongeren getroffen worden. 

Sanne Kooiman"Jongeren zijn een kwetsbare groep, hè. Ze ontdekken het leven nog volop. ‘Waar hoor ik bij? Wat wil ik worden? Zal ik een huis kunnen kopen?’ Tegelijk moeten ze zichzelf verkopen op de arbeidsmarkt. Wijsheid komt met de jaren, zegt men, en misschien klopt dat. Met meer levenservaring heb je misschien minder het gevoel dat je jezelf nog moet bewijzen."

Sanne Kooiman. Beeld Humo

Jeroen, er zijn vier jaar voorbij sinds de publicatie van ‘De prestatiegeneratie’. Is er sindsdien veel veranderd?

Jeroen Van Baar: "Nee. Ik gaf de afgelopen jaren geregeld lezingen over het onderwerp, en ik ontmoette onverminderd kinderen die zich halverwege de middelbare schooltijd al zwaar zorgen maakten om hun cv. Prestatiedruk – ‘Wanneer is je leven goed genoeg?’ – blijft een relevant thema. 

"Het leven is een cadeautje, maar zo zien we het niet. Ik denk dat elke twintiger zichzelf wel voor de kop kan slaan, want hoe stom zijn we niet? Altijd maar meelopen in de ratrace, steeds meer willen... We creëren problemen voor onszelf omdat we continu ontevreden zijn over hoe het leven gaat."

Jeroen Van Baar. Beeld Humo

Je boek was een ‘pleidooi voor middelmatigheid’. 

Van Baar: "Een pleidooi voor het omarmen van de dingen die níét perfect zijn in ons leven. Beseffen: het is oké als ik ergens niet goed in ben." 

Kooiman: "Ik vond dat pleidooi fantastisch! Het constante presteren en streven naar perfectie is heel erg van deze tijd. Het is bijna niet meer acceptabel om middelmatig te zijn. Onzin: middelmatigheid is wél prima." 

Maex: "Ik denk níét dat we minder moeten presteren of middelmatig worden, want dan krijg je eenheidsworst. En met het communisme is het ook niet goed afgelopen. Presteren op zich is niet het probleem. We moeten alleen leren om af en toe wat rust in te bouwen. Vroeger was zondag een rustdag, nu is dat voor velen de drukste dag van de week. 

"Filosoof en wetenschapper Daniel Dennett tweette: ‘Er is één ding waar ik God in gelijk geef: de mens heeft één rustdag per week nodig.’ Bart De Wever zei een paar jaar geleden: ‘Een rustdag is iets van in de middeleeuwen.’ Dat ging toen over de verplichte winkelsluiting in de stad. Allemaal goed en wel, maar we moeten leren om voldoende momenten voor onszelf in te lassen. Even helemaal niets te moeten. Net opdát we daarna weer zouden kunnen presteren. Dat verklaart ook de hype rond mindfulness: in onze almaar doordraaiende maatschappij moeten we opnieuw leren stilstaan." 

Onzekere toekomst

Er is sprake van een burn-outepidemie bij onze jeugd. Is het echt zo erg?

Nienke Thurlings: "Het is héél erg. Vrijwel íédere jongere die ik spreek, heeft overmatige stressklachten. Zeker jongeren tussen 16 en 25 jaar staan onder ontzettend veel druk. In Nederland hebben ongeveer 100.000 jongeren een echte burn-out, maar sommige onderzoeken zeggen dat zelfs één op de vier jongeren ermee kampt. En dan zijn alle voorafgaande stadia van stress niet eens meegerekend. Er zijn ook nog veel jongeren die het niet willen toegeven, of het zelf niet goed kunnen duiden."

Nienke Thurlings. Beeld Humo

Volgens jou zit de jeugd ‘geklemd tussen het verleden en de toekomst’.

Thurlings: "Dat is dé oorzaak van de burn-outepidemie. Het is de basis van een viertrapspiramide. Daarboven staan alle andere bekende factoren: de prestatiedruk, de sociale media, de overdaad aan keuzemogelijkheden... Nog een trapje hoger staat aangeleerd perfectionisme: door een combinatie van al het voorgaande willen jongeren alles té goed doen. Dat leidt tot massaal veel burn-outs: de top van de piramide. 

"Maar de basis is die klem. Deze generatie jongeren gaat een bijzonder onduidelijke toekomst tegemoet. Vroeger kon je als ouder min of meer voorspellen hoe de toekomst van je kind er zou uitzien, en hoe je kind zich daarop moest voorbereiden. Je had een baan nodig, en voor die baan moest je een diploma hebben én je zus of zo gedragen. Dat was hoe de wereld werkte. 

"De wereld verandert nu zo snel dat je onmogelijk nog iets kunt voorspellen. Jongeren moeten zich voorbereiden op banen die misschien nog niet eens bestaan. Veel traditionele banen worden overgenomen door computers en robots, en werkgevers zoeken een nieuwe soort werknemer. De Europese Commissie heeft het over 21ste-eeuwse vaardigheden. Werkgevers zoeken nu mensen die zichzelf blijven ontwikkelen, kunnen netwerken, een breed perspectief hebben of juist één heel duidelijke expertise... De ellende is dat ouders daar geen ervaring mee hebben en nog in het oude denkpatroon zitten. De universiteiten en scholen zijn in hetzelfde bedje ziek, en ze wéten het. Ze begrijpen dat de oude opleidingen niet meer volstaan, dat jongeren een veel breder pakket nodig hebben."

Wat is dan de oplossing?

Thurlings: "We moeten leren om het helemaal anders te bekijken. Er zijn geen precedenten en geen voorbeelden. Voor het menselijke brein is dat een enorm uitdagende situatie, want waar hou je je aan vast? Het wordt dan verleidelijk om je te verliezen in excessief gebruik van sociale media of perfectionisme. Mijn oplossing is om jongeren opnieuw te leren zichzelf in hun hart te vestigen en zichzelf de vraag te stellen: ‘Hoe wil ik mij vanuit die motivatie ontwikkelen?’"

Dat mag je eens uitleggen.

Thurlings: "Het is minder zweverig dan het klinkt (lacht). We moeten afleren om te denken: ‘Wat moet ik nú doen om over tien jaar gelukkig te zijn?’ Veel beter is: ‘Wie ben ik nú? Waar word ik op dit moment blij van?’ Jongeren leren ontdekken waar ze écht goed in zijn – waar ze happy van worden, los van bevestiging door anderen – is de enige houvast die we hun kunnen bieden in deze razendsnel veranderende tijden. Als je iets doet wat je graag doet, heb je vanzelf een veel grotere drive en zul je de kansen om je heen sneller zien en grijpen. Je gebruikt die 21ste-eeuwse vaardigheden dan vanzelf. Dat werkt niet alleen stressverlagend, je wordt ook aantrekkelijker voor werkgevers."

Dwangneuroses

 Eva, wie jou nu een e-mail stuurt, krijgt een automatisch antwoord: ‘In de zomer doen wij het rustiger aan. Je mail wordt gelezen, maar een antwoord kan even op zich laten wachten.’ Niet zo lang geleden moesten we alleen de brievenbus in de gaten houden, nu zijn we via tientallen kanalen te bereiken. Bezorgt de wildgroei aan communicatiemiddelen ons stress?

Eva Daeleman: "Onlangs zag ik een video van een neuroloog die zei: ‘Tegenwoordig krijgt de mens op één dag evenveel prikkels te verwerken als iemand in de middeleeuwen in een heel leven.’ Waanzinnig! En de snelheid ligt steeds hoger. Vroeger was e-mail nog een redelijk traag medium – als tiener checkte ik mijn mailbox één keer per week – nu verwachten mensen meteen een antwoord. Laatst kreeg ik om halftien ’s avonds een whatsappje. Omdat ik de volgende dag om tien uur ’s ochtends nog niet geantwoord had, belde de afzender me meteen drie keer na elkaar op. Ho maar, rustig!"

Eva Daeleman. Beeld Humo

Vooral bij jongeren gaan vermoeidheid, angstaanvallen, concentratiestoornissen en andere symptomen van burn-out vaak gepaard met verslavingsproblemen, onder meer aan alcohol, drugs, gamen en internetporno. Herkenbaar? 

Daeleman: "Ik weet dat ik verslavingsgevoelig ben, dus aan drugs begin ik niet. Vóór de diagnose van mijn burn-out was ik verslaafd aan sport. En ik had een paar dwangneuroses: als ik thuis rondliep, móést ik bepaalde dingen altijd drie keer aanraken. Dat doe ik niet meer, maar na mijn burn-out was ik dan wel weer een tijdje verslaafd aan yoga en mediteren (lacht). Dat deed me zo veel deugd dat het op den duur ook een soort van dwang werd. Dat heb ik moeten bijstellen. Iets mogen of willen doen is zoveel krachtiger en bevredigender dan iets móéten doen." 

Sociale media, en de bijhorende fear of missing out, zijn een vaak genoemde factor bij burn-outs. Toch zit je nog steeds op Instagram.

Daeleman: "Ik geef toe dat ik vroeger ook verslaafd was aan Instagram, en vooral aan de reacties die ik op mijn foto’s kreeg. Maar ik heb grenzen leren trekken. Zo wis ik de app bijvoorbeeld elke vrijdag van mijn telefoon. Elke week heb ik Instagramloze Vrijdag. Die dag is mijn wereld dan altijd ineens een stuk kleiner: erg soothing. Twitter en alle nieuwsapps die ik in mijn tijd bij de radio maniakaal volgde om te weten wat er in de wereld gebeurde, bekijk ik niet meer: dat brengt ook veel rust. En ik neem mijn gsm niet meer mee naar de slaapkamer."

Kan de overheid iets doen om de burn-outepidemie te stoppen?

 Van Baar: "Zorgen voor een andere focus in het onderwijs. Kinderen moeten op steeds jongere leeftijd goede punten scoren. De boodschap is: hoe beter je presteert, hoe meer je waard bent. Dat lijkt me zeker bij jonge kinderen een ontzettend foute gedachte." 

Daeleman: "Ik vind het ook niet gezond dat we kinderen in de meest actieve fase van hun leven dwingen om 7 à 8 uur stil te zitten in de klas, en verwachten dat ze alleen maar met hun hoofd werken." 

Maex: "We kunnen onze kinderen maar beter leren wat menselijkheid is, hoe ze goed met zichzelf kunnen omgaan. Ik zag dat minister van Onderwijs Hilde Crevits dat idee heeft meegenomen in de nieuwe eindtermen. Een goede zaak, ook al staat het er voorlopig nog heel algemeen.

"De organisatie van de psychologische en psychiatrische hulpverlening is ook ondermaats. Minister van Volksgezondheid Maggie De Block zegt enerzijds dat dokters te veel pillen voorschrijven en dat ze patiënten beter naar een psycholoog zouden sturen, maar anderzijds wil ze die consultaties niet of nauwelijks terugbetalen. Dat is schandalig, en schrijnend. En dan spreken we nog niet over de gigantische wachtlijsten. 

"Consultaties bij de psycholoog terugbetalen zal veel kosten, maar alles heeft zijn prijs, en in dit geval lijkt die me het meer dan waard. Op termijn zullen we meer besparen dan het ons kost, want wie zich niet goed laat begeleiden, blijft soms heel lang sukkelen en is dan ook geen productieve werknemer." 

Taboe doorbroken

Jean-Pierre van de Ven, psycholoog en woordvoerder van het Nederlandse Fonds Psychische Gezondheid zegt: ‘Vroeger werd gezegd dat je bij een burn-out moest uitrusten, inmiddels is het inzicht dat het beter is om de dagelijkse dingen voort te zetten.’

Maex (blaast): "Dat is veel te simplistisch. Sommige mensen met een burn-out zijn zo uitgeput dat ze de eerste weken niet anders kúnnen dan rusten. Sommige mensen wíllen wel gaan werken, maar raken met de beste wil van de wereld hun bed niet uit. En als mensen zich te snel forceren om terug op gang te komen, maken ze veel kans om erin vast te blijven zitten."

Krijgt de volgende generatie het nóg zwaarder? Kleuters en kinderen groeien nu op met smartphones en tablets. 

Kooiman: "Het is uitvoerig bewezen dat die stress opleveren, dus ja, ik ben pessimistisch over de toekomst van onze kinderen. Ik verwacht ook niet dat de prestatiedruk plotseling zal afnemen, die zit te diep in onze maatschappij." 

Daeleman: "Anderzijds wordt de mens wel steeds beter in grenzen stellen. Als de wereld verandert – wat nu duidelijk gebeurt – veranderen wij gewoon mee. Anders zouden we toch debielen zijn, nee? (lachje) Je merkt nu al dat kleuters beter weten wat ze willen. Ze leren al heel jong kiezen tussen pakweg 36 apps, bijvoorbeeld."

Sanne, in ‘Stress to Impress’ heb je het ook over hoe kinderen steeds vaker beloond worden voor alles waar ze ook maar een beetje goed in zijn. ‘Als dan iets níét goed gaat, is er geen beloning en daardoor kunnen jongeren slecht omgaan met teleurstellingen.’ 

Kooiman: "Als een kind bij élke pennentrek die hij op papier zet te horen krijgt dat het een prachtige tekening is, leert hij eigenlijk dat hij geen fouten kan maken. Natuurlijk is het goedbedoeld, je kind in het zonnetje zetten, maar zo maak je er wel heel onzekere mensen van, die niet snappen dat hun keuzes gevolgen hebben. Dat lijkt me gevaarlijk."

Vroeger was een burnout altijd werkgerelateerd, intussen is men daarvan afgestapt. 

Van Baar: "Vroeger dacht men inderdaad dat het enkel voorkwam bij mensen die zich na een carrière van dertig jaar helemaal stuk gewerkt hadden. Onzin. Ik kan in mijn onmiddellijke omgeving zo vijf mensen opnoemen die al op 25-jarige leeftijd zijn ingestort."

Het goede nieuws: er wordt vrijer en openlijker over burn-outs gepraat dan ooit. Het taboe was amper vijf jaar geleden een stuk groter. 

Thurlings: "Ik had mijn burn-out acht jaar geleden, toen ik 24 was, en in die tijd voelde ik me daarin héél alleen. Er werd angstvallig gezwegen over burn-outs, ook door de oudere generaties. Wie googelde, vond alleen droge lijstjes met symptomen. Ik had niks om me aan op te trekken. In Nederland heb ik dat taboe doorbroken: ik was de allereerste die in de media openlijk uitkwam voor mijn burn-out, omdat ik daarmee andere mensen wilde tonen dat ze niet alleen stonden." 

Daeleman: "Ik geef lezingen in heel Vlaanderen, en het valt op dat men in bijvoorbeeld West-Vlaanderen en de Kempen duidelijk nog iets voorzichtiger is. Als mensen me er na een lezing aanspreken, is doen ze dat vaak op luistertoon. (Fluistert) ‘Ik heb óók een burn-out.’ Het is trouwens in die streken dat huisartsen nog sneller zeggen: ‘Neem maar een pilletje en doe gewoon verder.’"

Nog steeds neemt niet iedereen het probleem ernstig? 

Maex: "Ik zie twee groepen: enerzijds zij die besefen dat er een probleem is en dat we dringend iets moeten doen, en anderzijds mensen die steeds luider zeggen: ‘Doe eens niet onnozel.’ Zij vinden bijvoorbeeld dat scholen in de eerste plaats mensen moeten aleveren die kunnen presteren op de arbeidsmarkt en dat al de rest zever is. Maar om écht te kunnen presteren, moet je ook de menselijkheid van je werknemers intact laten."

Verdwaald in het bos 

Vooral bij jongeren werden burn-outsymptomen vroeger weleens weggezet als aanstellerij.

Maex: "Inderdaad: ‘Hoe kan het nu dat jij al opgebrand bent?! Je bent nog zo jong!’ Als we mensen in de eerste plaats behandelen als radertjes in een economische machine, leren we jongeren ook dat het zo hoort. Ik heb trouwens vaak het gevoel dat jongeren met een burn-out niet eens besefen wat hun overkomt."

Eva Daeleman burn-out op jouw leeftijd ‘zal wel niet waar zijn’. Dat zou nu toch niet meer gebeuren?

Daeleman: "Ik weet niet zeker of ze die burn-out in twijfel trokken, dan wel of het een persoonlijke aanval tegen mij was." Thurlings "De mentaliteit is in elk geval verbazend snel veranderd. Ik wil mezelf niet op de borst kloppen, maar er is een enorme bijdrage geleverd door mensen die hun mond hebben durven opendoen in de media. Door dat voorbeeld voelen anderen zich minder geremd. En er is de kracht van het getal. In Nederland kan de geestelijke gezondheidszorg de toestroom van cliënten niet meer aan. Er is een maatschappelijk probleem ontstaan, waardoor de roep om verandering vanzelf groter wordt."

Vreemde vraag: zijn er ook positieve aspecten aan een burn-out? 

Thurlings: "In zekere zin kan een burn-out de kans van je leven zijn. Stel: je bent verdwaald in het bos, en na een hele lange tocht vind je plots een landkaart, met daarop een grote, rode pijl: ‘U bent hier!’ Zo liep ik al jaren rond, ik voelde me de hele dag mat en ik wist niet waarom. De diagnose van mijn burn-out maakte me duidelijk dat ik te veel dingen deed die tegen mijn natuur indruisten, niet gezond voor me waren, me niet gelukkig maakten en me over mijn grenzen duwden. Pas na de diagnose kon ik de juiste route opnieuw vinden. Het werd een startpunt om weer te kiezen voor de dingen die goed voor me zijn en waar ik energie van kreeg. Ik koos ervoor om mijn burn-out niet als iets bedreigends te zien. Ik geloof dat iedereen dat kan."

Wat deed je dan tegen je natuur in? 

Thurlings: "Alles! (lacht) Een burn-out heeft veel oorzaken. De ene krijgt het omdat hij te veel werkt, te krappe deadlines moet halen, te veel achter zichzelf aanrent. Iemand anders staat altijd klaar voor anderen, maar nooit voor zichzelf. Daardoor ga je dan ook op andere vlakken minder goed voor jezelf zorgen. Je stopt met gezond te eten en te bewegen, want je hebt geen tijd om te koken of om naar de sportschool te gaan. Al die dingen bezorgen je meer stress, waar je vervolgens slechter van gaat slapen, enzovoort. Het is een sneeuwbalefect: de aanstormende burn-out vreet langzaam maar zeker alles in je op.

"Maar als je dan eenmaal met een burn-out zit, is ongeveer elke stap die je kunt zetten er wel één in de juiste richting. Je kunt het best bij de basis beginnen: inspanning en ontspanning weer leren afwisselen, gezond eten en leven, regelmaat in je leven steken..."

Samen met de burn-out is ook onthaasten aan een opmars bezig. 

Daeleman: "Vroeger wilden mensen ook al onthaasten, maar dat zegden ze niet met zoveel woorden.

"We moeten weer meer voor onszelf leren zorgen. Niemand gaat de deur uit zonder de hond eten te geven, maar heel veel mensen vertrekken ’s ochtends zonder ontbijt. Waarom gunnen we onszelf dat niet? De sleutel voor een leven met minder stress is het besef: ‘Ik ben het waard dat er voor mij gezorgd wordt.’ Wie daarvan doordrongen is, maakt makkelijker keuzes die goed zijn voor zijn lichaam en geest. Bijvoorbeeld een stuk fruit verkiezen boven chocolade, of vaker water drinken in plaats van de zoveelste kop koffie. 

"Vroeger keek ik vaak naar Netlix, nu boeien al die series me niet meer zo. Maar dat is goed: niet elk moment van de dag hoeft ingevuld te worden. Vroeger had ik een heel grote schrik om saai te zijn, en saai bevonden te worden. Ik heb bijvoorbeeld deze ochtend nog bijna niets gedaan. Zalig! (lacht)

"Maar iedereen pakt het op zijn manier aan. Er is geen kant-en-klare oplossing, en het gaat nooit van vandaag op morgen. Ik vergelijk het soms met verbouwen: het huis zal mooi zijn als het af is, maar nu is het even heel lelijk. Uiteraard wens ik iedereen een snel herstel toe, maar zo werkt het niet." 

Geen garanties

In Vrij Nederland omschreef neurobiologe Brankele Frank een paar weken terug haarijn wat er in je brein gebeurt als je een burn-out krijgt. Zij had drie jaar geleden plots een ‘opgebrande hersenpan’. In de douche trok ze zich steeds grotere plukken haar uit het hoofd, maar ook ‘botontkalking, een hogere bloeddruk, een groter risico op alzheimer en parkinson zijn reële gevolgen van chronische stress’. Emotioneel voelde ze zich ‘verworden tot een soort kleuter. Ik raakte in de war van het opzeggen van de dagen van de week. De dagen waren er nog wel, maar ze verschenen in willekeurige volgorde. En tot mijn grote schaamte had ik soms zelfs volledige blanks bij het zien van mijn vrienden, wier namen me dan volkomen ontschoten waren. Frank noemde haar burn-out liefkozend ‘Bernie’.

Was dat een poging om de burn-out voor jezelf minder sinister te maken? 

Frank Brankele:"Ik was vooral het woord zo moe. ‘Burn-out’: dat klinkt erg afstandelijk, terwijl ik er toch maandenlang zij aan zij mee leefde. Ik noemde het ook af en toe ‘The Burn’. Dat deed ik niet om de angel eruit te halen, maar onbewust heeft het me wellicht geholpen om in te zien dat die burn-out me niet van buitenaf werd aangedaan, maar dat hij een gevolg was van hoe ik leefde, en van de keuzes die ik zelf maakte."

Brankele Frank. Beeld Humo

Wist je als neurobioloog wat de mogelijke symptomen en neveneffecten van een burn-out zijn?

Frank: "Ja, maar niet in zulk detail. Het gekke is dat kennis absoluut geen garantie is om het te kunnen voorkomen. Een beetje zoals rokers denken dat zij er geen schade door zullen lijden. Van de symptomen vond ik de hoofdpijn en de heftige vergetelheid het meest opvallend – dat kun je je niet zo goed inbeelden."

Heb je advies voor alle jongeren die door een burnout gaan? 

Frank: "Wandelen. Veel meer tijd voor iets nemen dan je nodig denkt te hebben. Er veel over praten. En 80 uur werken is niet per deinitie ‘stoer’. Een goed mens zijn, is dat wél."

‘Omdat het kan’ van Eva Daeleman verschijnt op 18 september bij Horizon. ‘De bereidheid om te kijken’ van Edel Maex verschijnt begin oktober bij Lannoo. ‘Jong burn-out’ van Nienke Thurlings verschijnt op 17 oktober bij Altamira.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234