Zaterdag 05/12/2020
Justine Bourgeus, alias Tsar B: ‘Ik wilde me op alle vlakken bewijzen. Die gulzigheid had ik als kind al. Maar plots werd mijn agenda me te veel.’

Getuigenissen

Jong en een ‘babyburn-out’: ‘Ik wilde mezelf bewijzen dat ik wél iets waard was’

Justine Bourgeus, alias Tsar B: ‘Ik wilde me op alle vlakken bewijzen. Die gulzigheid had ik als kind al. Maar plots werd mijn agenda me te veel.’Beeld Wouter Maeckelberghe

De mid- en quarterlifecrisis kennen we, maar had u al van babyburn-out gehoord? Steeds vroeger kampen jongeren met psychische problemen. Vijf verhalen over verlammende faalangst, verdrinken in je gedachten en de tol van het leven in lockdown.

Justine Bourgeus (26, muzikante en zangeres Tsar B): ‘Op mijn 18de kreeg ik een eerste paniekaanval’

“Ik kom uit een heel warm en open gezin. Mentaal welzijn was geen onderwerp dat in mijn leefwereld echt aan bod kwam. Ook op school werd er niet over gesproken. Pas sinds enkele jaren ben ik me er actief in gaan verdiepen. Die interesse kwam er nadat ik het op mijn achttiende even moeilijk kreeg. Ik spreek nu soms van een baby­burn-out, maar dat is natuurlijk niet gediagnosticeerd. Ik noem het zo omdat ik overwerkt was en mentaal begon af te zien, maar mijn problemen waren, geloof ik, niet zo erg als bij een volwaardige burn-out.

“Op je achttiende kom je van de middelbare school en wat ken je dan? De tabel van Mendelejev en Latijnse verbuigingen, maar van het echte leven weinig. Waarom leren we bijvoorbeeld niets over boekhouding, of hoe om te gaan met bepaalde gevoelens?

“Op mijn achttiende was ik volop aan het toeren met School Is Cool, en had ik een universiteits­opleiding economie aangevat. Ik wilde me op alle vlakken bewijzen. Die gulzigheid had ik als kind al. Maar op een bepaald moment werd mijn overvolle agenda me te veel. Toen heb ik het even benauwd gekregen. De eerste keer dat ik een paniek­aanval kreeg, wist ik niet wat me over kwam. Het was alsof alles stil stond, ik kon me niet meer bewegen. Mijn maag brandde, mijn benen voelden loodzwaar. Die aanvallen kwamen wanneer ik alleen was. Ik was het gewend voortdurend onder de mensen te zijn. Wanneer ik langer dan twee uur alleen was, wist ik met mezelf geen blijf. Dan kwamen de donkere gedachten.

“Lang dacht ik dat ik de enige was die hier last van had: een verschrikkelijk eenzaam gevoel, waar, geloof ik, veel mensen onder lijden.

“Ik heb er mijn eerste ep aan gewijd. Dat werkte helend; muziek is mijn vorm van therapie. Wat ook erg hielp, was er met vrienden over praten. Maar ook films, songs en teksten die het onderwerp aankaarten, lieten mijn ogen open­gaan. Ik begreep dat iedereen wel met iets worstelt, en kon mijn eigen problemen relativeren. Vergeleken met wat anderen doormaakten, waren de mijne uiteindelijk maar minimaal.

“Mijn generatie is die van de grote dromen. Ons is altijd gezegd dat we kunnen doen en worden wat we maar willen. Daardoor komt van buitenaf best veel druk.

“Als ik jonger was geweest, had ik het erg moeilijk gehad met de huidige quarantaine. Maar voorlopig bevalt het me best. Eigenlijk ligt het in het verlengde van mijn normale leven, wanneer ik gefocust aan nieuwe muziek werk. Met als enige verschil dat ik ’s avonds niet meer naar buiten kan. Gelukkig heb ik leuke huisgenoten.

“Ik heb wel ontdekt dat ik meer aan fomo (fear of missing out, red.) leed dan ik zelf wilde toegeven. Zo vind ik het best een opluchting dat er nu geen feestjes meer zijn om naartoe te gaan.

“Mijn generatie is het gewend om voortdurend bezig en verbonden te zijn. Zelf sta ik momenteel niet zo erg in contact met anderen. Ik houd niet van video­bellen, en al chattend vind ik het moeilijk diepgaande gesprekken aan te gaan. Die zal ik binnenkort wel missen. Ondertussen onderzoek ik hoe ik tijdens de lockdown mijn steentje kan bijdragen voor wie het moeilijker heeft. Ik zou bijvoorbeeld graag meehelpen in het Maximiliaan­park.”

Ivo Shimwa (23, laatstejaarsstudent aan de Brusselse filmschool RITCS): ‘Mijn vader vindt dat mannen sterk moeten zijn’

“Op mijn zestiende ben ik samen met mijn vader en zussen vanuit Mozambique naar België gekomen. Twee jaar daarvoor was mijn moeder overleden. Mijn vader meende dat ons in België een betere toekomst wachtte.

Ivo Shimwa: ‘Door corona heb ik opnieuw het gevoel nog nergens te staan. Zal ik nog wel kunnen afstuderen en werk vinden in de filmwereld?’Beeld Wouter Maeckelberghe

“Ik vond het heel moeilijk om alles achter te laten, begreep niet goed waarom. Maandenlang woonden we met z’n allen in dezelfde kamer in een asielcentrum in een vreemd land.

“Daarna verhuisden we naar Izegem. Doordat ik eerst Nederlands moest leren, liep ik meteen al een jaar achter op mijn leeftijdsgenoten. Op school snapte ik veel niet, maar van mijn vader kreeg ik weinig steun. Als oudste zoon ervaarde ik veel druk om te slagen, om zo snel mogelijk af te studeren.

“Het liefst van al was ik op mijn zestiende al alleen gaan wonen, aangezien de ruzies met mijn vader steeds heviger werden. Ik mocht van hem nooit uitgaan, geen klasgenoten mee naar huis nemen. Uiteindelijk bleef ik toch maar, want ik wilde niet dat mijn zussen het me later kwalijk zouden nemen. Daarbij was toen nog niet zeker of we wel in België mochten blijven.

“Mijn donkerste periode beleefde ik in het zesde middelbaar. Ik was net twintig geworden en had het gevoel nog niets bereikt te hebben in mijn leven. Ik was zo eenzaam dat ik soms niet meer op deze wereld wilde zijn.

“Op weg naar school fietste ik elke dag over een brug. Ik heb vaak met de gedachte gespeeld eraf te springen, om te zien wat er zou gebeuren; ik kan namelijk niet zwemmen. Toen ik dat aan mijn vader vertelde, antwoordde hij dat als ik zou springen, hij me zou volgen.

“Enige troost putte ik uit het maken van vlogs. Zo heb ik mezelf ook gefilmd terwijl ik naar de Zelfmoordlijn belde. Dat YouTube-filmpje is ondertussen al meer dan 11.000 keer bekeken.

“Op school had een leerkracht die begreep dat het niet goed ging, me naar het CLB doorverwezen. Die gesprekken hebben me erg geholpen. Mijn vader vindt dat mannen sterk moeten zijn en niet mogen huilen, maar ik vind het juist erg sterk open over je gevoelens te praten.

“Toegelaten worden tot het RITCS en in Brussel op kot gaan, deden me goed. Daarnaast breidde ik mijn netwerk uit door me aan te sluiten bij organisaties zoals de Vlaamse Jeugdraad en Media­raven.

“Al die zorgvuldig opgebouwde structuur is nu verdwenen. De lockdown kwam echt als een klap in mijn gezicht. Maandenlang had ik naar april uitgekeken: ik zou een cursus voor hoofd­animator volgen, daarna begon mijn stage bij een productiehuis.

“Door corona heb ik opnieuw het gevoel nog nergens te staan. Zal ik nog wel kunnen afstuderen, en zal ik dan nog werk vinden in de filmwereld?

“Ik zit nu alleen op kot, omdat ik me thuis minder op mijn gemak voel. Af en toe zie ik wel een kotgenoot, maar die zijn ook vooral aan het gamen. Zelf kijk ik veel series en films: als film­student steek ik daar nog iets van op, maar het brengt me ook een paar uur in een andere wereld waarin ik niet na hoef te denken.

“De eerste twee weken van de lockdown heb ik helemaal niets voor school gedaan, omdat ik zo van slag was. Nu lukt het me nog steeds niet me langer dan twee uur te con­centreren. Ik weet niet of ik mijn deadlines haal. Het is moeilijk om zonder mede­studenten gemotiveerd te blijven.”

Lara* (18, eerstejaarsstudente verpleegkunde): ‘Ik wilde mezelf bewijzen dat ik wél iets waard was’

“Al zolang ik me kan herinneren, heb ik faal­angst. Dat komt waarschijnlijk door mijn thuis­situatie. Nadat mijn ouders in een vecht­scheiding uit elkaar gingen, was het bij mijn mama allesbehalve veilig voor mij. Met mijn vader durfde ik niet over het misbruik praten.

Lara: 'Ik heb geprobeerd me van het leven te beroven. Daar schrokken mijn ouders erg van; ze hadden geen idee wat er in mij omging.'Beeld Wouter Maeckelberghe

“Ik ben sowieso al redelijk introvert, maar op school ging ik me meer en meer isoleren. Als niemand me iets vroeg, hoefde ik ook niets te antwoorden. Toen ik rond mijn vijftiende sommige dagen gewoon wegbleef van school, trokken leerkrachten aan de alarmbel. Het kwam tot een hoorzitting voor de jeugd­rechter. Maar aangezien die in mijn moeders aanwezigheid verliep, heb ik toen gelogen. Ik werd onder toezicht geplaatst, maar bleef thuis wonen. Weggaan durfde ik niet, ik wist niet wat mijn mogelijkheden waren.

“Het ligt aan mij, dacht ik altijd. Ik ben niet goed genoeg; anders overkomen zulke dingen mij niet. Zo ging ik mezelf erg hoge doelen stellen om te bewijzen dat ik wel iets waard was. Maar het was nooit goed genoeg.

“Toen heb ik geprobeerd me van het leven te beroven. Daar schrokken mijn ouders erg van; ze hadden geen idee wat er in mij omging. Mijn mama is een beetje narcistisch, ze schuift de fout liever in andermans schoenen. Ik had eerlijk gezegd zelf ook niet gedacht dat ik iemand was die zich het leven zou benemen. Maar ik zag echt geen andere uitweg.

“De lange behandel­opname die ik daarna volgde, sloeg niet aan. Ze gaven me medicijnen, maar de oorzaken van mijn problemen werden totaal niet aangeraakt. Daarvoor moest ik eerst stabiliseren, zeiden ze. Het leidde tot een tweede suïcide­poging.

“Nu besef ik dat ik meer had kunnen samen­werken. Je hulpverleners kunnen niet in je binnenste kijken; je moet duidelijk zijn over wat je nodig hebt.

“Op mijn achttiende ben ik voltijds bij mijn papa gaan wonen. De voorbije maanden ging het voorzichtig beter. Ik had eindelijk goede hulpverleners gevonden die ik kon vertrouwen, was aan een opleiding voor verpleegkundige begonnen, had een weekend­baantje en deed leuke dingen met vriendinnen. De lockdown kwam als een keiharde klap in mijn gezicht. Ik moet enorm oppassen dat ik niet herval. Bij mijn vader woon ik nu onder één dak met mensen waar het psychisch eigenlijk ook niet zo goed mee gaat. Verder zie ik niemand.

“Online­hulpverlening werkt voor mij niet echt. De afgelopen weken had ik me erg voor alles en iedereen afgesloten: berichten van mijn psycholoog beantwoordde ik niet. Aan de telefoon kun je je makkelijk beter voordoen. Daarbij heb ik die veilige plek nodig om mijn verhaal achter te kunnen laten. Nu bel ik enkel met de psycholoog wanneer mijn vader de deur uit is, anders voel ik me te ongemakkelijk. Soms chat ik ook met het Jongeren Advies Centrum (JAC).

“Mensen hebben vaak een stereotiep beeld van iemand met mentale problemen: wie zich depressief voelt, ligt niet per se de hele dag in bed. Zelf wil ik niets liever dan me nuttig maken in deze vreemde tijden. Daarom werk ik nu als vrijwillig crisis­medewerker op de corona-afdeling van een woon-zorg­centrum.”

* Lara is een fictieve naam. Wie met vragen zit over zelfdoding, kan terecht bij de Zelfmoordlijn op het gratis nummer 1813 en op zelfmoord1813.be

Floris Coenders (18, eerstejaarsstudent rechten aan de UGent): ‘Vrienden wisten niets van mijn hartkloppingen’

“In het middelbaar hoefde ik geen moeite te doen om goede punten te halen, maar ik wist dat dat aan de unief anders zou zijn. Daar hadden vrienden me voor gewaarschuwd. Al in het zesde middelbaar was ik serieus aan het stressen over het feit dat ik geen flauw idee had hoe ik moest studeren.

Floris Coenders: 'De schrik om te falen zat er diep in. Ik studeerde elke dag tot vier uur ’s nachts.’Beeld Wouter Maeckelberghe

“Daarnaast leed ik aan keuze­stress. Zo heb ik wel twintig verschillende open lessen aan drie universiteiten gevolgd. Uiteindelijk koos ik voor rechten. Omdat ik toch voldoende uitgedaagd wilde worden; ik ben redelijk ambitieus.

“Toen zat ik daar met die kleppers van cursussen voor mijn neus. Gewoon naar mijn boek staren tot ik alles gevisualiseerd had, bleek een weinig effectieve leer­methode. Net als alles onderlijnen: op den duur was mijn cursus één grote regenboog. Ik heb daarom allerlei work­shops gevolgd om te leren hoe ik in mijn notities moest aanduiden, of hoe een examen­planning op te stellen.

“Maar de schrik om te falen zat er diep in. In het begin van het academie­jaar moesten we een test afleggen om te zien wat onze slaagkans was. Ik scoorde erg laag.

“De avond voor mijn eerste examen, afgelopen januari, piekte mijn faal­angst. Ik studeerde elke dag tot vier uur ’s nachts, hield me met veel energiedrank op de been. Hoewel ik eigenlijk klaar was met leren, keerde ik op de voor­avond van het examen nog even terug naar het eerste hoofdstuk. Plots herinnerde ik me niets meer.

“Het beklemmende gevoel dat al langer op de achtergrond sluimerde, nam het nu volledig over. Mijn ademhaling versnelde, mijn hart ging serieus in mijn borst tekeer. In het begin dacht ik nog dat stress me zou helpen om beter te presteren, maar dit voelde toch niet gezond aan. Toen heb ik mijn boek dicht­geklapt en ben ik buiten even gaan wandelen. Twee uur later wist ik alles weer.

“Uiteindelijk zat ik voor dat examen bij de besten van mijn jaar, maar achteraf gezien was me dat alle stress toch niet waard. Na dat ene examen was ik namelijk totaal uitgeput; ik kon niet meer. Als een halve zombie heb ik mijn andere examens afgelegd. Dat zie je ook aan de punten, die geleidelijk aan steeds wat minderen. Op mijn voorlaatste examen was ik zelfs gebuisd.

“Hoewel ik van veel vrienden achteraf vernam dat ze ook een dergelijke mental breakdown doormaakten, heerst er toch nog veel schroom om daar openhartig over te spreken. Zo heb ik bijvoorbeeld zelf mijn vrienden nooit over mijn hartkloppingen verteld. Iedereen ging ervan uit dat ik er met gemak door zou zijn, dus ik wist dat ze me niet echt zouden begrijpen. Daarbij wil ik anderen ook niet te veel lastig­vallen met mijn moeilijkheden. Maar door mijn verhaal nu te delen wil ik anderen wel meegeven dat ze allesbehalve alleen staan hierin.

“Van faal­angst heb ik nu minder last, maar de corona­maatregelen bezorgen me op een andere manier stress. Het duurt veel langer om zulke filmpjes te verwerken dan analoog een les bij te wonen. Ik hoop dat ik alles bijgewerkt krijg tegen de examens.”

Tessa C. (20, zevende jaar musical aan de kunsthumaniora Brussel): ‘Ik schaamde me dat simpele dingen zo zwaar vielen’

“Nadat ik vorig jaar geweigerd werd voor het voorbereidende musical­jaar dat ik nu alsnog volg, nam ik een sabbatjaar om aan mezelf te werken. Maar terwijl leeftijdsgenoten een nieuw leven uitbouwden, woonde ik bij mijn ouders en zat ik achter de kassa van de dorps­supermarkt.

“Ik piekerde erg over mijn situatie, verloor me vaak in negatieve gedachten. Zelfs opstaan viel me zo zwaar dat ik vaak te laat op mijn werk verscheen.

Tessa C.: ‘Ik heb voortdurend het gevoel dat ik het niet goed doe, zelfs de quarantaine zou ik beter kunnen aanpakken.’Beeld Wouter Maeckelberghe

“Ik schaamde me dat zulke simpele dingen me zo zwaar vielen. Mijn ouders wilde ik er al helemaal niet mee lastig­vallen. Nu ik de 18 voorbij was, had ik het gevoel dat ik als volwassene mijn eigen boontjes moest doppen.

“Uiteindelijk durfde ik mijn hart wel te luchten bij een vriendin die ervaring heeft met nog heftigere psychische problemen. Achteraf gezien is het gek dat ik daar zo lang mee heb gewacht.

“Dat ik bij mijn tweede poging wel toegelaten werd tot de musical­school in Brussel, was een opsteker. Maar daar speelde mijn perfectionisme me parten. Het is mijn droom om musical­ster te worden. Wanneer ik kritiek krijg – hoe opbouwend ook –, kan ik niet anders dan daarin een teken van mijn persoonlijke onkunde zien.

“Onlangs kreeg ik tijdens de zangles te horen dat ik de verkeerde intonatie gebruikte. Die opmerking maakte me zo onzeker dat ik nog meer fouten maakte.

“Ik vergelijk mezelf voortdurend met anderen: vrienden, maar ook mensen die ik bewonder. Online lees ik dan dat ze allemaal ten laatste op hun 21ste de hoofd­rol speelden in een grote musical, waarna de succesrollen elkaar opvolgden. Ik heb helemaal nog niets bereikt. Het voelt alsof ik voortdurend achter de feiten aan hol.

“Via het Jongeren Advies Centrum (JAC) belandde ik bij een huis­arts; een fijne vrouw die me gerust­stelde dat veel jongeren na de middelbare school opstartproblemen hebben. Zij stelde een anders gespecificeerde depressieve stemmingsstoornis bij mij vast. Dat betekent dat ik bepaalde depressieve klachten heb, maar niet voldoende om het een depressie te noemen. Ze raadde me aan een psycholoog te bezoeken.

“Via WhatsApp heb ik toen mijn ouders over mijn neerslachtigheid ingelicht. Ze schrokken eerst wel, omdat ze zelf niets gemerkt hadden. Ik geloof dat mijn vader het ook niet helemaal begreep. Hij beantwoordde mijn bericht met een lijstje van tips om je beter te voelen, zoals ‘denk aan drie dingen waarvoor je dankbaar bent’.

“Hoewel ik het nog steeds moeilijk vind om open te zijn over mijn problemen zonder mezelf als een aansteller te zien, heb ik mijn vrienden wel beloofd om eerlijk te antwoorden als ze me vragen hoe het gaat.

“Nu de scholen dicht zijn, woon ik opnieuw bij mijn ouders in Nederland. De zangles verloopt nu virtueel, voor de dans- en theater­- opdrachten moeten we video’s indienen. Hoewel dat niet makkelijk is, helpt het mij om deadlines te hebben.

“Naar school of werk kunnen gaan ’s ochtends hielp mij om niet te erg in mijn gedachten te verdrinken. Nu dat niet meer gaat, bereikt mijn zelfkritiek nieuwe hoogtepunten. Ik heb voortdurend het gevoel dat ik het niet goed doe, zelfs de quarantaine zou ik beter kunnen aanpakken. Zo ben ik nog maar één keer gaan hard­lopen.

“Voorts maak ik me ook veel zorgen over de toekomst. Ik wilde graag audities in Londen doen, maar die zijn allemaal afgezegd.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234