Dinsdag 15/10/2019

DM Student

Jonathan Holslag: "U en ik, we zijn niet egoïstisch genoeg"

Jonathan Holslag: "Ik merk bij mijn studenten een zeker gevoel van somberheid en gelatenheid." Beeld Jonas Lampens

Hij had twee boeken over Vlaanderen anno 2055 in de pen. Een pessimistisch boek zou het snelst klaar zijn, maar Jonathan Holslag koos voor de moeilijke weg. "Over veertig jaar is luxe het nieuwe normaal."

We spreken Holslag begin september, tijdens een infodag van de Vrije Universiteit Brussel. Kandidaat-studenten steken de teen in het water van de studie Politieke Weten­schappen. Ze schudden handen, vragen uitleg, schrijven zich in of "denken er nog even over na".

"Kom naar de VUB en word gelukkig. Dat is mijn eerste advies", lacht Jonathan Holslag. De docent internationale politiek en essayist maar ook raadgever van eurocommissaris Timmer­mans , offreert koffie en koekjes in lokaal twee punt zoveel. Tussen ons ligt de drukproef van zijn nieuwe boek: Vlaanderen 2055, een 128 pagina's tellend essay met een beeld voor een betere toekomst.

Kwaliteitsrevolutie

Als het aan Holslag ligt, wordt de ruimte tussen Maas en Schelde tegen 2055 even aantrekkelijk als stadstaten zoals Singapore: minder door de hoogte van de wolkenkrabbers, meer door veiligheid, duurzaamheid, levenskwaliteit en gezondheid. "Een kwaliteitsrevolutie", voor minder doet hij het niet. In plaats van bumpermensen in de file worden we levensgenieters die werken in hun centrumstad, waar duurzame stadsateliers en -fabrieken zijn gevestigd. We eten alleen nog kwaliteitsvoedsel van lokale kweek en genieten van een betere work-lifebalance. De gemiddelde carrière, als het aan Holslag ligt: eerst keihard werken om een bedrijfje te lanceren, daarna vier dagen zes uur werken (tijd voor gezin en vrienden!). Van 60 tot 75 bouwen we verder af en geven we onze ervaring door aan de volgende generatie.

Onderwijs en gezondheidszorg worden uitgebouwd tot de beste van de wereld. Het lelijkste land ter wereld wordt omgebouwd tot een sterk netwerk van bedrijvige centrumsteden waar werk, school, familie en vrienden een fietstocht veraf zijn. Daartussen plannen we duurzame landbouw en natuur. Weg met de files, dumpwinkels, bucht van den Aldi en werken om te leven. Een concreet stappenplan is er ook al.

Het is dus niet waar wat iedereen zegt: dat de volgende generatie het minder goed zal hebben dan de vorige.
"Ik merk bij mijn studenten een zeker gevoel van somberheid en gelatenheid. De meesten gaan er effectief van uit dat we het de komende jaren minder goed zullen hebben dan vandaag. Ze zijn er niet van overtuigd dat zij daar iets aan kunnen doen. En dat is jammer. De verwachte toekomst is niet de enige mogelijke. De marge voor vooruitgang is ruim en tastbaar. Als je naar de verre toekomst kijkt, is alles mogelijk."

"Natuurlijk kan ik me een Europa voorstellen waarin we het minder goed zullen hebben dan vandaag. En natuurlijk kan Europa een regio van vergrijzing en stagnatie worden die langzaam maar zeker opgeslorpt wordt door een rusteloze en gewelddadige buitenrand. Verhalen in die richting lees je dagelijks in de krant. Een apocalyps anno 2055 is vlug geschreven, daar is niet veel verbeelding voor nodig. Dus ja, we kunnen doorschieten in de slechtst mogelijke richting. Maar we kunnen ook een omslag maken naar een toekomst die nieuwe kansen schept. Mijn boek is een poging. Een positief toekomstbeeld geloofwaardig verwoorden is wel veel moeilijker dan je beperken tot het formuleren van tastbare oplossingen voor de problemen van vandaag. Het abstracte en de vaagheid spelen optimistische toekomstbeelden parten."

Jonathan Holslag (°1981)

• Studeerde regentaat Aardrijkskunde-Geschiedenis-Nederlands en Internationale Politiek
• Docent internationale politiek aan de Vrije Universiteit Brussel
• Medeoprichter van het Brussels Institute of Contemporary China Studies
• Veelgevraagd Azië-expert, debater en opiniemaker. Raadgever van eurocommissaris Timmermans.
• Schreef eerder Macht of mythe (2007), China and India: Prospects for Peace (2010), Trapped Giant (2011) en De kracht van het paradijs - Hoe Europa kan overleven in de Aziatische eeuw (2014).

Een vraag van Matilde Schokkaert (17), studente Kunstwetenschappen: "Ik ben een dromer, een hedendaagse hippie. Maar als ik dat aan generatiegenoten vertel, als ik zeg dat ik later 'grootse dingen wil doen', krijg ik meewarige blikken. Nochtans is er nog heel wat werk: de opwarming van de aarde, discriminatie, racisme, ongelijkheid, armoede, oorlog, de verzuring van de maatschappij... Waarom voelen jongeren niet meer de drang om er idealen op na te houden?"

"Jongeren die ik spreek, in de aula en daarbuiten, geven de indruk nogal verdwaasd rond te lopen. Ze zijn niet echt geneigd tot het stellen van kritische vragen, terwijl we in een tijd zijn beland waarin het uitermate belangrijk is om de voelsprieten uit te steken en de horizon af te speuren naar wat er allemaal op ons afkomt. Een alerte houding en natuurlijke fascinatie voor verandering kunnen de samenleving in beweging zetten, en ons motiveren om de stap te zetten naar een nog betere leefwereld."

"Vooruitgang is essentieel. Voor mij betekent dat: beter dan ooit voorheen in staat zijn om zoveel mogelijk behoeften te bevredigen door zoveel mogelijk van onze capaciteiten te activeren. Ik heb het dan niet alleen over onze basisbehoeften: eten, drinken en gebruiksgoederen, maar ook over de universele behoeften van samenhorigheid, waardering en zelfontplooiing. Voor die immateriële goederen moet meer ruimte komen. Ik wil met het essay mijn lezers prikkelen om zichzelf als persoon ernstig te nemen, zodat ze die behoeften leren ontdekken en ontwikkelen."

"We zijn dus niet zomaar een bal, doelloos dobberend op de oceaan. Al bekruipt dat onbehaaglijke gevoel me ook wel eens. De verschuivingen hier en in de rest van de wereld zijn fenomenaal. Je kunt zoveel schrijven en roepen als je wil, we worden allen gevormd door politieke, sociale, demografische trends. Het is begrijpelijk dat mensen zich een stukje stuurloos voelen. Alleen wordt dat gevoel versterkt omdat intellectuelen en politici oorverdovend stil blijven over een mogelijke nieuwe bestemming. Het beste wat ze weten te formuleren is een plan om te houden wat we hebben. Perspectief op een samenleving die beter is dan de onze wordt zelden geboden. Dat is veel te mager."

Het tij moet dus om, maar hoe?
"Stilstand en cynisme kunnen we ons niet veroorloven. De belangrijkste taak voor politici, onderwijsmensen en journalisten is dat heersende onbehagen om te zetten in ontdekkingslust. Mensen aansporen om zélf actief op zoek te gaan naar alternatieven voor deze moeilijke leefwereld, voor de manier waarop we produceren, leven en denken. Maar dan moet je mensen eerst wel hongerig maken. Als Leonardo en de grot: wie steekt er vanuit een zekere fascinatie als eerste de hand in een ruimte die we niet kennen, om op zoek te gaan naar nieuwe dingen? Zeker de universiteit zou haar taak als gangmaker in het maatschappelijke debat weer wat meer serieus mogen nemen. Onze opdracht is niet alleen wetenschappelijk verantwoorde papers schrijven, maar ook maatschappelijk dienstig zijn."

Wij zijn eigenlijk niet egoïstisch genoeg, schrijft u. Opmerkelijk, ik dacht dat we eraan kapotgaan.
"Ha ja! Leve het egoïsme, maar dan wel in de juiste zin. Op materieel vlak zijn we héél egoïstisch, maar op andere vlakken van ons mens-zijn stellen we véél minder eisen aan de samenleving. Ik heb het dan vooral over de behoefte aan sociaal contact, waardering, erkenning en zelfontplooiing. Die is universeel. Je kan vertrekken van de ronkende humanistische idealen en ik ben die genegen. Maar kijk gewoon nuchter naar je leven en vergelijk je behoeften, dromen en talenten met wat je er op een doordeweekse dag van kan realiseren, dan is dat een behoorlijk mager beestje."

"We werken ons te pletter. De druk op ons was nooit zo groot. De inspanningen die we leveren om werk en leven gecombineerd te krijgen zijn formidabel, maar eigenlijk krijgen we er relatief weinig voor in de plaats. We voelen ons minder gelukkig, een groot deel van de mensen heeft steeds minder tijd voor familie en vrienden."

"Het perverse aan dit tijdvak: onze productiviteit stijgt, maar de winst in levenskwaliteit daalt. Twaalf procent van ons huishoudbudget gaat inmiddels naar mobiliteit. Dat is gigantisch, en het riskeert alleen maar toe te nemen - zelfrijdende auto's zullen duurder zijn. Mobiliteit kost geld én tijd. Communicatie: zelfde verhaal. Nokia reageert op het probleem met 'filetainment', hoorde ik onlangs. Apps om in de file contact te houden met het thuisfront. Dat soort schijnoplossingen typeert onze tijd. We spelen in op de gevolgen maar laten de oorzaken ongemoeid."

"Laten we dus egoïstischer worden. Niet langer zo veel mogelijk in een winkelkar laden, maar onszelf wat meer serieus nemen als personen met materiële behoeften maar ook interesses, angsten én dromen. Dan zetten we al een stap in de goede richting. Want dan kom je automatisch tot de ambitie om dingen te veranderen. We moeten onze werklust en rijkdom kanaliseren op een manier dat we er ook beter van worden. Dat we meer en meer werken maar daar minder en minder aan overhouden, kan niet. Dat oncomfortabele gevoel moet politici aan het denken zetten en motiveren om met oplossingen te komen."

Beeld Jonas Lampens

Een vraag van Victor V. (22), master meertalige communicatie: "Ik studeerde deze zomer af en heb geen flauw idee wat ik nu met mijn leven moet doen. Na een dikke 20 jaar op de schoolbanken wordt er verwacht dat we werk zoeken en daar de rest van ons leven slijten. Ik heb gekozen om die volgende 'logische' stap uit te stellen en eerst de wereld rond te trekken. Kwestie van even stil te staan en te reflecteren."

"Een pauze tussen het middelbaar en het hoger onderwijs zou heel nuttig zijn. We zouden onze jongeren dan moeten toelaten één à twee jaar op eigen kosten te lezen, reizen, of tijd te investeren in vrienden of verenigingen - dat hoeft niet duur te zijn. Die ontdekkingsfase is nodig om een bewustere studiekeuze te maken. Om vijf jaar hard te werken om kennis op te doen en vaardigheden aan te scherpen. Bij veel studenten - ook die die vandaag aankomen - voel ik dat er te weinig intrinsieke motivatie is om grootse dingen te doen. Hoe kan het ook anders? We bieden hen veel te weinig perspectief op een toekomst van vooruitgang. In deze tijd van onzekerheid kiezen studenten vaak opleidingen die hen toelaten hun boterham te verdienen, zoals chemie of informatica. Maar wie zegt dat die chemische cluster over tien jaar nog zo sterk zal zijn? En vooral: draagt die chemische industrie bij tot een sterkere samenleving? Informatica: zelfde verhaal. Maken al die doorbraken in IT onze samenleving sterker? Je kan daar vragen bij stellen."

"Er zijn studenten die vooruit willen. Maar we begeesteren hen te weinig. In middelbare scholen en universiteiten gaat het te veel over het opleiden van toekomstige producenten. Mensen moeten hun boterham kunnen verdienen, maar sterke individuen en burgers ontwikkelen is even belangrijk. Hoe kun je een economie vormgeven zonder een context van waarden, normen en verwachtingen? Op dit moment doen we maar een beetje voort en kijken we waar er wat geld mee te verdienen valt. Het langetermijnperspectief ontbreekt."

De huidige generatie studenten zal in 2055 om en bij de zestig zijn. Welke toekomst wacht hen, als het aan u ligt?
"De driedagenwerkweek kan beginnen! Vanaf hun 60ste zullen ze ervaring aan de volgende generatie overdragen, en die generatie waar nodig bijstaan in de opvoeding. Wie zin heeft om ook na zijn 75ste te werken, mag dat. Maar laat ik het wat ruimer opvatten: op technologisch vlak zullen we enorme stappen voorwaarts hebben gezet. We moeten de technologische vooruitgang omarmen, maar kritisch. Dankzij automatisering zouden we saai werk kunnen bannen en weer meer lokaal kunnen produceren, maar dan moeten we als samen­leving wel aandeelhouder worden van die technologische vooruitgang, er zelf financieel beter van worden, de winst verspreiden en vooral omzetten in meer levenskwaliteit. De mens moet de maat der dingen blijven."

"Ik hoop dat we tegen 2055 onze voorspoed zullen hebben uitgebouwd op lokaal niveau, vooral in middelgrote steden als Gent, Kortrijk, Leuven of Mechelen."

Ze zullen het graag horen in Brussel en Antwerpen.
"Uit veel onderzoek blijkt dat middelgrote steden op het vlak van binding, geborgenheid en creativiteit hoog scoren. Brussel en Antwer­pen hebben nog altijd een menselijke schaal in vergelijking met megapolissen als Beijing of Tokio. Maar ik mik voor Vlaanderen op een netwerk van uitstekend uitgebouwde centrumsteden."

"Ik geloof heel erg in het opnieuw inbedden van maakindustrie in en om die plekken. Ateliers en fabrieken moeten terugkeren naar de stad. We koppelen vakmanschap en hightech en maken alleen nog kwaliteitsvolle producten. Voeding, kleding, woning, ontspanning: luxe wordt het nieuwe normaal. Vanuit de haven exporteren we die kwaliteit naar de rest van de wereld, in plaats van ze, zoals nu, te laten gebruiken om massa's dumpgoederen te importeren die onze markt kapot maken."

"Steden worden weer plekken van leven en bedrijvigheid, ontspanning en schoonheid. Diensten als onderwijs, gezondheidszorg en cultuur moeten worden opgewaardeerd. Laten we dus scholen bouwen en gezondheidscentra inrichten die model staan voor de rest van Europa. De aantrekkelijkheid van steden als Kopenhagen, Stockholm en Berlijn mag worden verspreid over heel Europa, tot in onze centrumsteden toe."

"De voordelen van een lokale verankering van de industrie zijn groot. Het werk ligt op fietsafstand. Zoals in de 19de eeuw, met aftrek van de afstompende arbeid en ongezonde omstandigheden. In plaats van tijd in de file te verliezen - vandaag gemiddeld 57 minuten per dag - komt er tijd vrij voor familie of vrienden en ruimte voor opvoeding en sport. Dat versterkt het gemeenschapsgevoel. En verantwoordelijkheidsgevoel. Door die betrokkenheid wordt de gemeenschap gestimuleerd om bijvoorbeeld gebouwen neer te zetten die schoonheid nalaten voor de volgende generaties."

Beeld Jonas Lampens

Een vraag van Jeroen Demaeght (22), leerkracht en masterstudent: "Als student stel ik mij vragen bij de 'goede bedoelingen' van onze politici. Ik lig 'wakker' van mijn toekomst of beter gezegd, het gebrek daaraan. 'Jongeren zijn de toekomst' blijkt vaak een holle slogan. In plaats van effectief naar ons te luisteren en zo een toekomstgerichte samenleving te creëren, wordt er vastgehouden aan oude recepten die niet werken."

"Het potentieel van de samenleving is groot. Mensen willen keihard werken. Alleen moeten we die werklust kanaliseren op een manier dat we er op termijn zelf beter van worden. Dat we meer en meer werken en innoveren maar daar niet gelukkiger van worden, kan niet."

"In West-Europa hebben we nog altijd grote hefbomen om onze leefwereld vorm te geven. Nergens ter wereld zijn mensen zo vrij om hun opinie te vormen en een mening te formuleren. Nergens is het zo makkelijk om iemand politiek aan de macht te brengen en nergens is de welvaart zo groot om via onze bestedingen de economie mee vorm te geven. Een gemiddelde Vlaming is nog altijd vijf keer rijker dan een gemiddelde Chinees. We geven ons onvoldoende rekenschap van het feit dat we bovenaan de voedselpiramide staan."

"Die gedachten kunnen individuen doen nadenken over een andere toekomst, en politici motiveren om met oplossingen te komen. Er zijn in de politiek veel vlooientemmers, die de uitdagingen miniem formuleren om een makkelijke overwinning te boeken. De maatschappelijke vooruitgang is verwaarloosbaar. Leeuwentemmers, die tegen tij en cynisme in groots durven te denken, zijn er nauwelijks in Europa. Een warme oproep, bij deze."

"Er is helemaal niets mis met het willen verbeteren van de wereld. Wereldverbeteraars die verandering brengen met slimme technologie worden op handen gedragen. Maar terwijl Jobs en Gates de voorpagina's van alle bladen ter wereld halen, worden stadsplanners, architecten en sociologen die nadenken over hoe ons leven écht comfortabeler kan worden en hoe we meer uit ons menszijn
kunnen halen, afgeschilderd als idealisten. Dat is verkeerd. Innovatie hoeft niet noodzakelijk technologisch te zijn."

"Je hebt je idealen en niets garandeert dat we die zullen bereiken. Een transitie is doorgaans erg moeilijk, en ook een kwestie van macht gebruiken op een slimme manier. Machtspolitiek en idealen zijn verweven. Mijn opvatting verschilt op dat vlak van de mei '68-ers. Maar verder is er niets mooiers dan de ambitie om de wereld te veranderen. Ik droom dus van een toekomst die meer kansen schept. Met behoud van onze veiligheid en welvaart, maar dus ook - en dat is voor mij de essentie van vooruitgang - vanuit het vaste voornemen hogerop te klimmen. Zo laten we niet alleen een planeet na die beter is voor ons, maar ook voor onze kinderen. Want daar gaat het natuurlijk echt om."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234