Woensdag 21/10/2020

Joke Hermsen Tijdverlies volgens

e exemplaren van het jongste boek van Joke Hermsen (49), Stil de tijd. Pleidooi voor een langzame toekomst, gieren de winkels uit. De schrijfster en filosofe kan de aanvragen voor lezingen nog nauwelijks bijhouden. Na een retraite van drie maanden in de Bourgogne moest ze al meteen naar Antwerpen, om ook daar nog maar eens te praten over de tijd.

Wanneer we haar de volgende dag spreken, is Hermsen nog lichtjes opgelaten, gevolg van een zware nacht met de nodige wijntjes. Geen probleem: als het over schrijven en denken gaat, barst ze hartstochtelijk los. Ze zit er ook vrolijk bij, op zijn zondags: de haren subliem opgestoken, de lippen strak gestift, kleurrijk jurkje, hoge hakken. Parijs. Een vrouw lichtjaren verwijderd van de jutezak die je vaak op poëzieavonden ziet.

“In mijn boek probeer ik de tijd een beetje uit te rafelen. Met filosofische vragen als: wat is tijd en waarom hebben we er tegenwoordig steeds te kort van. Tijd wordt ons alleen nog van buiten af opgelegd, en dat is toch merkwaardig voor een subjectieve ervaring. Ik pleit voor tijdrebelleren: mensen die van de kloktijd weg durven gaan. Durven nietsdoen. Zichzelf verveling toestaan.

“Onze zogenaamde vrijetijdsbestedingen zijn een verschrikking. We komen thuis en hop, alle apparaten gaan weer aan: televisie, computer, telefoon. Terwijl we op de sofa liggen, werken we keihard door. Niets is zo vermoeiend als zappen. Elk beeld moet eerst gedecodeerd en vertaald worden. Na drie uur zappen is iedereen doodmoe. We zitten wat onze hersengesteldheid betreft tegen een massale burn-out aan. En dat is niet de wazige constatering van een wereldvreemde filosofe: in het boek toon ik aan dat neurologisch onderzoek aan mijn kant staat. We ontfocussen niet meer en we ontspannen niet meer. Even tot rust komen is een illusie.”

Plato wist het al: rust is een voorwaarde voor het denken. “En dus moeten we op een andere manier tegen tijd aan kijken. De voorbije maanden, op het Franse platteland, was ik niet doelgericht bezig, leefde ik niet met het oog op prestaties of de kloktijd. Ik voelde de creativiteit zo opborrelen.

Rust is er niet alleen voor de gezondheid van onze hersenen, rust is een conditio sine qua non voor creativiteit. Wie hijgend de tijd achterna loopt, kan niet denken, laat staan creatief zijn.

“En dus is de vraag: nadenken of doorhollen? Als je bang bent, hol je door. Nietsdoen heeft vaak iets bedreigends. Het is de confrontatie met het ‘ontbreken’. Nietzsche noemt het de onaangename windstilte van de ziel. Door pas op de plaats te maken, vallen oude zekerheden weg. Leegte schuurt. En stilte. Dus: maar gauw weer een apparaatje aanzetten. Of snel terug naar de winkel voor een nieuwe iPod.”

Patstelling

De ontsnapping aan de ratrace wil ze niet herleiden tot mindfulness en meditatie. Joke Hermsen is uit het leven gesneden, met kinderen en amourettes. En ja, ze begrijpt ook wel dat ze ten strijde trekt tegen paradoxen. “De tijd moet bevrijd worden uit de economische dwangbuis. Het klimaat vraagt om minder, de economie vraagt om meer, de mens vraagt om vertraging, de samenleving om versnelling. Een patstelling dus. Vertraging wordt door de maatschappij ook bestraft. Terwijl je evengoed zou kunnen zeggen: in alle gejaagdheid wordt nogal wat creatief kapitaal vernietigd. Ik geloof dat de echte kapitalisten nu mensen zijn die niet zozeer over geld maar over tijd beschikken. De nieuwe rijken zijn zij die hun eigen tijd mogen indelen, en niet als een soort slaaf elke ochtend naar het werk worden gefloten.

“Bildung kost tijd, denken kost tijd. Op onze universiteiten zie je de tijdsdruk alleen maar toenemen. Over het feit dat wij, van een vorige generatie, tien jaar over een studie hebben gedaan, wordt nu schande gesproken. Universiteiten hebben nog één credo: bezuinigen, bezuinigen, bezuinigen. Wat overblijft is een soort kant-en-klaar gestoomde hbo’ers. Straks moeten we in een half jaar afstuderen. Reken je kapitaalvernietiging maar uit.

“Managers van grote bedrijven die niet ophouden de targets op te schroeven, zijn al even kortzichtig. Op een gegeven moment is de halve werkvloer met ziekteverlof. En wie nog wel overeind blijft, voelt zich gedegradeerd tot een soort schakel in een productieketen. Een mens is meer dan een homo economicus. Dat is juist het mooie aan de mens. Waarom moet het in Den Haag altijd gaan over meer werken? Minder werken is beter voor het klimaat en voor de mens. Dan kunnen we dingen ook nog eens repareren in plaats van ze weg te smijten. Mijn vader heeft in zijn leven veertien keer de wasmachine gerepareerd. Dat kost tijd, en die hebben we niet meer.”

Hermens haalt er kerkvader Augustinus bij. “Die zei: ‘Als je niet over de tijd nadenkt, dan weet je heel goed wat tijd is. Als je gevraagd wordt die tijd te benoemen, dan weet je het ineens niet meer.’ Of neem de oude Grieken, die ook zo gefascineerd door tijd waren. Zij wisten dat er naast de kloktijd nog een andere tijd is. Dat er naast de meetbare tijd (kronos) een mysterieuze tijd (kairos) is, die niet van buiten af wordt opgelegd en niet wereldstructurerend is. Die verbreding van de tijdervaring heb ik in mijn boek proberen te traceren met wetenschappers en kunstenaars als Bergson, Ernst Bloch, Virginia Woolf en Mark Rothko.”

Van de formatie in Nederland heeft Hermsen in haar vakantiehuisje weinig meegekregen. Ze is er niet rouwig om. “Nederland is de weg kwijt. Er wordt zo weinig nagedacht in Den Haag. Nederland is een land van theologen en zakenlui. De filosofie is lang verdrongen geweest door de theologie. De denkkracht van theologen ging zitten in het verzinnen van kerkelijke afsplitsingen. Dat is nu minder, maar tot een echt filosofisch klimaat is het in Nederland nog niet gekomen. De laatste tijd trekt het een beetje aan.

“Tijdens lezingen merk ik dat mijn pleidooi voor een andere tijdervaring, voor rust en verveling, de hele zaal erg aanspreekt. Toch opmerkelijk in een land met een sterke calvinistische traditie. Een land van noeste werkers, van de VOC-mentaliteit van Balkenende. Van mij zul je niet de uitspraak horen dat filosofen aan het bewind een betere wereld opleveren, maar ik denk wel dat ze noodzakelijk zijn voor onze vrijheid. Dat ze door kritische vragen te stellen de zaken een beetje in beweging kunnen krijgen.”

Hoe Hollands kan een denker nog zijn die een jaar lang tussen de Parijse filosofen heeft geleefd, waar colleges geen colleges waren, maar een gebeurtenis. In stampvolle amfitheaters, blauw van de rook. “Ik zou hier Belle van Zuylen willen herhalen, die zei: ‘Het is een mysterie en een leugen dat ik een Hollandse ben.’ Ik zie er natuurlijk heel Hollands uit, maar eigenlijk ben ik in veel het tegendeel. Ik ben niet zo bescheiden, ik streef niet naar materieel welzijn. Ik ben gepassioneerd. Ik voel me eerder een Russische.

“Of ik mij erger aan Nederland? Ik erger me soms aan het gevoel waarmee Nederlanders altijd recht menen te hebben op de overheid. Als er iets gebeurt, is de eerste vraag: hoe zit het met de verzekering? Twee: wat is er te halen bij de overheid. Dat eeuwige afschuiven. Verder stoort het me dat we zo verdwaald zijn in de ban van Amerika en van het kapitalistische systeem. De mens lijkt nog louter een economische eenheid. Alles draait om geld, terwijl geld helemaal niet zo belangrijk is. Ik zou mezelf misschien een spirituele humanist kunnen noemen. Ik ben ervan overtuigd dat de mens meer is dan hij denkt te zijn. Dat er een transcendent surplus is. Dat we ‘wordend’ zijn.

“Nee, ik geloof niet dat het een christelijke ziel is die alleen maar schoongewassen moet worden van elk verlangen. Die volkomen lelieblanke, preutse ziel. Zo’n ziel is een gevangenis en leidt niet tot creativiteit.”

Godverlaten zielen

Autonoom denken: voor Hermsen is het vanzelfsprekend. Ook als vrouw. In haar satirische roman De profielschets rekende ze genadeloos af met de starre conventies van de academische filosofie en de ondergeschoven positie van vrouwen. Daarmee bezegelde ze het afscheid van een academische carrière. Haar vertrek aan de universiteit was een definitieve keuze voor de literatuur. Inmiddels heeft ze een half dozijn boeken achter haar naam, waarin kunst, literatuur en filosofie op elkaars snijpunt liggen. Humor en melancholie doen ook mee.

Haar boek De liefde dus, over de 18de-eeuwse schrijfster en filosofe Belle van Zuylen, werd bekroond met de Halewijn Literatuurprijs 2008 en een jaar later genomineerd voor de Libris Literatuurprijs. “De briefwisseling van Belle behoort tot het mooiste van de Nederlandse literatuur. Haar brieven hadden gisteren geschreven kunnen zijn. Haar scherpte van denken, de tijdloze manier van schrijven, haar gezond verstand en haar hartstocht: haar lezen is een geschenk. En natuurlijk herken ik mij ook in de tragiek van haar liefdesleven. In de verlatenheid van de mens. We zijn godverlaten zielen, en we zullen het weten ook.

“Tijdens mijn studiejaar in Parijs heb ik Belle van Zuylen ontdekt. Dat is niet toevallig. Parijs was begin de jaren tachtig de bruisende hoofdstad van de internationale filosofie. Ik dook tot over mijn oren in het poststructuralisme, liep college bij filosofen als Gilles Deleuze, Julia Kristeva en Sarah Kofman. Uiteindelijk ben ik terug in de wereld gekomen door de liefde die Hannah Arendt uitdraagt.”

De honger naar kennis zat er van jongs af in. Haar vader was rector. Gezin met twee broers. Of haar honger naar kennis als meisje groter was dan haar honger naar jongens? “Ik geloof dat het gelijk opging. Ik had honger, tout court. Nog steeds trouwens, tot in roken en drinken toe.

“Ik verslond kinderboeken. Toen ik acht was, vond mijn vader het wel tijd om eens een serieus boek te lezen. Dat werd dus Oeroeg van Hella Haasse. Ik begreep het niet, maar was er wel door gefascineerd. De vervreemdende taal bracht ook in mezelf vervreemding teweeg. En weemoed door het afstand nemen van mijn kinderlijke verbeelding. Daar is de filosofische basis van het afstand nemen gelegd. In afstand denken, dromen, scheppen brengt je tot het wezen van de menselijkheid.

“Het buitenland creëert afstand. Ik herinner me de eerste weken in totale eenzaamheid. Alleen gevuld door leegte. Een jaar naar het buitenland, ik kan het iedereen aanraden. Afstand nemen van jezelf gaat makkelijker in een vreemde omgeving. Het gaat gepaard met afstand nemen van materie. Dat is mij altijd redelijk gelukt. Ik woon in een huis met oude spullen. Wel een paar mooie kunstwerken aan de muur. Zelf gekozen, zelf gekocht. Kunst aan de muur vind ik troostend.”

Een maatschappijkritische schrijver is ze zeker, maar geen cultuurpessimist. ‘Ik heb een hekel aan cultuurpessimisten. Het is me te modieus, te makkelijk. Je kunt wel het einde van de geschiedenis verklaren, maar vervolgens gaat het gewoon door. Nog zoiets: de jeugd deugt niet, hoor je vaak. Als ik naar mijn kinderen kijk, zie ik een verlangen naar verbondenheid en scheppingsdrang. De jeugd is helemaal niet zo materialistisch en hedonistisch als wordt beweerd. Overigens: internet maakt het onze jeugd niet makkelijk. Het aanbod is te groot. Internet put de ziel uit. Wij hadden vroeger boeken op een plankje in de bibliotheek, daar moest je het mee doen. Maar je was niet doodmoe als je de bibliotheek uit ging. Na uren surfen ben je bekaf. Er komt geen einde aan het aanbod.”

Allemaal stress

Terug naar de tijd. Want tijd is ook de onderbuik van een samenleving. Tijd legt maatschappelijke wonden bloot. “Zie toch de assertiviteit van mensen op straat of in het verkeer. De verharding is niet bij te houden. Het is allemaal stress, een tijddeficit dus. Tijd nemen voor jezelf en anderen: het is wel de menselijkheid die op het spel staat. We dreigen massaal overspannen te worden door toenemende tijdsdruk. En daar hoor je de politiek niet over.

“In deze 21ste eeuw zien we dat de meningen steeds meer op elkaar gaan lijken. Dat iedereen voortdurend hetzelfde herhaalt. Het liefst in korte statements, want kritisch naar iets kijken en goed formuleren kost tijd. En die tijd ontbreekt bij politici. Daarom is ook de twijfel gebannen. Ik denk dat Hans van Mierlo zowat de laatste geweest moet zijn die nog durfde te twijfelen. Die durfde te zeggen: ik weet het even niet.

“Vandaag hoor je nog alleen oneliners in de politiek. De betekenisloze zinnen moeten zo snel mogelijk geproduceerd worden, want de camera draait. En er is mediatraining aan voorafgegaan. Allicht dat het volk zo’n clichémachine de rug toekeert. En zich gaat verschuilen in een antistem. In onverschilligheid en rancune, die door de politieke klasse zelf gecreëerd zijn. Dan kun je wel Geert Wilders de schuld geven, maar hij is gewoon ergens in gestapt.

“Cynisme en onverschilligheid liggen in het verlengde van de vervreemding van de mens ten opzichte van zichzelf. Heel schadelijk voor de democratie. Alleen rust en reflectie kunnen het democratische gehalte van de samenleving in ere herstellen. Met andere woorden: de tijd dringt voor een andere omgang met de tijd.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234